Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

De enige schuilplaats

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

De enige schuilplaats

5 minuten leestijd

"Die in de sctiuilplaats X% des Allertioogsten is \ gezeten, die zal vernacliten in de sctiaduw des Almaclitigen, (Psalm 91: 1)

Psalm 91 is een psalm zonder opschrift. We weten dus niet wie de dichter is geweest. Is het Mozes geweest? Of David, de man naar Gods hart, de lieflijke in de psalmen? We kunnen er geen antwoord op geven. Wel weten we dat de dichter een man des geloofs was. Een man die God tot zijn deel had. Hij spreekt in onze tekst over een schuilplaats. Dat is een bekend beeld onder oud-lsraël. De herders schuilden er met hun vee, wanneer ze achtervolgd werden door rovende nomaden of wanneer er een hevig onweer woedde. David had zo'n schuilplaats in de spelonk van Adullam. Maar hier wordt gesproken over de schuilplaats des Allerhoogsten. Adam in het paradijs, in de staat der rechtheid, had die niet nodig, want er was geen gevaar, alles ademde vrede. Daar verkeerde de wolf met het lam, daar lag de luipaard bij de geitebok neder. Maar door de zonde werd alles anders. Op de bodem aller vragen ligt der v/ereld zondeschuld. Door de zonde is de dood en het verderf in de wereld gekomen. Daarom dreigt hef gevaar nu van alle kant. hiebt u de gevaren weleens gezien die u bedreigen? Dat u onderworpen bent aan ae drievoudige dood, aan allerhande ellendigheid, zelfs aan de verdoemenis. Wanneer onze kinderen gedoopt worden lezen we in het doopformulier: onze kinderen zijn kinderen des toorns, die in het Rijk Gods niet kunnen komen, tenzij zij van nieuws geboren worden. Een mens heeft veel schuilplaatsen.

De één een trouwe kerkgang. De ander leeft o zo netjes, net als de rijke jongeling. We vertrouwen er heime\\\k op. We zijn rijk en verrijkt en nebben geens dings gebrek. Maar we hebben allemaal nodig dat onze deugd eens een wegwerpelijk kleed wordt. Dat die schuilplaatsen van ons eens weggeblazen worden door de ontdekkingen van de Heilige Geest. Vraag daar toch om! Om de enige schuilplaats te leren zoeken en vinden. De schuilplaats des Allerhoogsten. De Allerhoogste, dat is de drieënige God. We lezen van Melchizedek, dat hij was priester van de Allerhoogsten God. Die geen mens nodig heeft om zijn lof te verkondigen, maar Die van eeuwigheid vrede gedachten heeft gekoesterd over Zijn bruidsgemeente. De drieënige God, dan weten we. Vader, Zoon en Heilige Geest. God de Vader, Die alles regeert en heer­

schappij heeft over al het geschapene. Die tot het noorden zegt: "Geef" en tot het zuiden "houd niet terug, breng Mijn zonen van verre en Mijn dochters van het einde der aarde." De Allerhoogste, dat is God de Zoon, Die door de engel Gabriel de Zoon des Allerhoogsten wordt genoemd. Hij heeft voor die schuilplaats gezorgd. Hij is de Schuilplaats Zelf. Tijdens Zijn omwandeling op aarde was er voor Hem geen schuilplaats. Op Hem zijn de scherpe pijlen van de Goddelijke gramschap neergekomen. Daar horen we Hem klagen als de Man van smarten: "Mijn ziel is geheel bedroefd tot den dood toe." Toen Zijn lijden haar hoogtepunt bereikte riep Hij uit "Mijn God, Mijn God, waarom hebt Gij Mij verlaten? " Hij heeft in een kort tijdsbestek geleden, wat Zij Kerk anders rechtvaardig, eeuwig had moeten ondergaan. Hij is doorstoken met het wraakzwaard van Gods heilig ongenoegen. Hij is als een Lam ter slachting geleid. Maar als de Leeuw uit de stam van

Juda, heeft Hij de dood overwonnen. De dichter zingt: "De kerker werd uw buit, o HEER!" Om zo in die weg, voor armen en ellendigen het leven en de zaligheid te verdienen, maar ook door de Heilige Geest toe te passen.

De schuilplaatsen in Israël waren vaak verborgen. Men had een gids nodig die weg wees. Zo is het in het leven van zondaren. Want het is niet genoeg dat we weten dat er een schuilplaats is. De Heere Jezus is in de wereld te komen om te zoeken en zalig te maken dat verloren was. Dat kunnen we gelukkig nog iedere zondag horen. Maar van nature zwerven we wel buiten deze Schuilplaats. Wie van u heeft nu die Schuilplaats nodig gekregen? Alleen toch degenen wiens hort onrustig is gemaakt en wiens ogen geopend zijn? Mensen die voor God niet kunnen bestaan en zonder God niet kunnen leven. Zij, die eeuwigheidsogen hebben gekregen. Die beleven: 'k wou vluchten, maar kon nergens heen, zodat mijn dood voorhanden scheen. Maar toen zij als verlorenen aan Gods voeten neervielen, werd voor hen de deur geopend. Een deur der hoop voor al hun zonden, in Jezus' diep doorboorde wonden. In Jezus alles gezien. Onze tekst spreekt echter niet van een zien van de schuilplaats, maar een zitten in de schuilplaats. Wie daar in zitten mag is veilig. Daar heeft de vijand boog en schild en vurige pijlen op verspild. In die schuilplaats zitten mensen, die zich gedurig aan de Heere betrouwen. Wiens gebed het is: "Wees mij een rotssteen om in te wonen, om geduriglijk daarin te gaan." Die mogen ook vernachten in de schaduw des Almachtigen. We denken weer even aan het oosten, waar de brandende zon zijn verzengende stralen doet schijnen. Wat is het dan een voorrecht om in de schaduw te mogen schuilen. Zo is nu in Christus voor Gods gemeente veiligheid te vinden. Het woord 'vernachten', betekent letterlijk: de nacht doorbrengen. En de nacht is het beeld van tegenspoed, van verdrukking. Veel wederwaardigheden, veel rampen zijn des vromen lot. Maar toch; uit die alle redt hun de Heere. Gij hebt mij bijgestaan. Dat heeft Daniël ervaren in de leeuwenkuil. De drie jongelingen in de brandende oven. Dat zullen al Gods kinderen ervaren, want Israels Wachter sluimert niet. En als de dood komt, mogen zij voor altijd bij de Heere zijn. Nog worden we geroepen, gewaarschuwd en genodigd, om schuiling te zoeken in deze enige Schuilplaats.

Benthuizen, ds. A.J. Gunst.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 maart 1998

De Banier | 24 Pagina's

De enige schuilplaats

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 maart 1998

De Banier | 24 Pagina's

PDF Bekijken