Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

KERK en STAAT

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

KERK en STAAT

4 minuten leestijd

1 mei 1930.

Deze datum viel op een zondag. Die dag zouden ook in de stad Utrecht de jaarlijkse demonstratieve optochten der socialisten voorden gehouden. Speciaal vierden de aanhangers van Troeistro de 1 mei-dag. In deze optochten werden symbolen der ongeloofstheorieën meegevoerd. Ook waren zij luidruchtig door muziek en zang van hetzelfde beginsel. Met God en Zijn geboden, met Diens Woord en dag hield deze partij in het minst geen rekening. Dat waren dingen, die deze mensen geheel terzijde stelden. Tot het houden van deze optochten in Utrecht moesten de socialisten toestemming van de burgemeester hebben. In de voorgaande week werd Ds.M.Heikoop aangezocht, mede deel te willen uitmaken van een deputatie der Utrechtse protestantse kerken. Deze zou uit naam der verschillende kerkgenootschapjen het gemeentebestuur dringend /erzoeken toestemming tot net houden van de optocht niet te verlenen. Niet a leen, omdat deze ganse beweging was tegen Neerlands oorspronkelijke : onstitutie, als van een Cal vinistisch land, maar ook omdat de optocht op de dog des Heeren zou plaats vinden, was Ds. Heikoop terstond bereid.

Op het bepaalde 'ijdstip werden de afgevaardigden ten 'odhuize door de burgemeester ontvangen. Deze was toen Dr. Fockemo André, een liberaal man. Enkele anderen voerden het woord vóór Ds. Heikoop. Deze vernam het breedsprakig zijner collega's voor het aangezicht van de burgervader. Zij allen spraken van de ergernis, welke hun als christenen zou worden aangedaan, indien de optocht van 1 mei-dag werd toegestaan.

Zulks te meer, omdat die datum opzondag viel. Ten einde die ergernis te voorkomen, verzochten zij de burgemeester beleefd, de socialisten geen vergunning te verstrekken tot net houden van hun demonstratie. Deze zoetsappige woorden maak­ ten weinig indruk op het hoofd van het gemeentebestuur. Ook had deze lauwe betroogtrant de predikant des te vuriger van geest te doen worden. Hij was de vijfde spreker die aan het woord kwam. Allereerst wees hij de burgemeester er op dat zijn voorgangers slechts uit naam van mensen hem hadden verzocht, de bedoelde optocht niet toe te laten. Doch hij had een andere opdracht. Niet uit naam van een deel van de inwoners van de stad Utrecht kwam hij van de magistraat iets verlangen. In naam van zijn hoge Zender, God zelf, wilde hij de burgemeester aanspreken. Als overheidspersoon was het zijn dure roeping, op grond van Gods Woord, het openbaar ongeloof en de ontheiliging van Gods dag te weren.

Daarop wilde Ds. Heikoop hem wijzen, niet uit zichzelf als geërgerd christen, doch in naam van Christus.

Aan de hand van artikel 36 der Nederlandse geloofsbelijdenis, handelende van het ambt der overheid, lichtte hij zijn boodschap aan de burgemeester verder toe. Voor deze bleef geen onduidelijkheid meer over ten aanzien van wat de goddelijke eis van hem vorderde. De volgende sprekers zeiden alleen nog, dat zij zich bij het woord van Ds. Heikoop aansloten.

Verlegen stemde zijn Edelachtbare in met het nu aangehoorde betoog. Dat zulks de nadruk legde op de rechten en inzettingen Gods, wilde de burgemeester gaarne bekennen.

Doch de huidige constitutie en gemeentewetten gaven hem geen bevoegdheid, een algeheel verbod tot demonstratie op zondag uit te vaardigen. De man erkende, hier als regeringspersoon machteloos te staan. Toch zegde hij de deputatie toe, alles te zullen doen wat in zijn vermogen was, om zoveel mogelijk de roepstem der kerk gehoor te geven.

Het resultaat was, dat, ofschoon de optocht niet werd verboden, deze op bevel van de burgemeester tijdens de kerkdiensten niet mocht plaatsvinden.

Enige dagen later ontving ds Heikoop een schrijven van Utrechts burgemeester. Daarin gaf hij als zijn wens te kennen, de dominee ook gaarne in zijn prediking te beluisteren. Tot dat doel vroeg de burgemeester of in zijn kerk ook een radio-apparaat voor het uitzenden van preken aanwezig was. Zo ja, dan kon de burgemeester de predikant des zondags in zijn woning over de radio horen. Zo niet, dan verklaarde hij zich bereid het aanbrengen van een zodanige installatie te bekostigen. Dan zou hij en anderen met hem, in de gelegenheid komen van ds Heikoops woordkennis te nemen.

In zijn antwoord, mede namens de kerkenraad, dankte ds Heikoop de burgemeester voor diens belangstelling. Inzake zijn verzoek aangaande de radio-uitzending kon men hem niet ter wille zijn. Wel zou men zich er zeer in verheugen, de burgemeester onder de toehoorders van de prediking der eenvoudige waarheid te tellen.

Ook werd hem een gereserveerde ereplaats in het kerkgebouw als overheidspersoon aangeboden. Echter hiervan heeft de burgemeester nooit gebruik gemaakt.

(Ds M.Heikoop [geb. 1890] was van 1929 tot aan zijn dood in 1944, predikant van de Gereformeerde Gemeente te Utrecht. I-let bovenstaande is te lezen in "Het leven en de arbeid van ds M.Heikoop" beschreven door Joh. Fama, 3e druk pag.

123/124. DN

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 mei 1999

De Banier | 20 Pagina's

KERK en STAAT

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 mei 1999

De Banier | 20 Pagina's

PDF Bekijken