Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Naar een gemeentelijk prostitutiebeleid? (5)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Naar een gemeentelijk prostitutiebeleid? (5)

9 minuten leestijd

Kanttekeningen bij de opheffing van liet bordeelverbod

INLEIDING

In de achterliggende maanden hebben in de rubriek Doelwit een viertal afleveringen gestaan over het gemeentelijk prostitutiebeleid. In deze artikelen is aangegeven welke consequenties de opheffing van het bordeelverbod heeft voor gemeenten. Inmiddels heeft de discussie ook in de Eerste Kamer plaatsgevonden. Het is interessant om na te gaan of de behandeling in de Senaat iets heeft opgeleverd wat van belang is voor raadsleden. Daarop zal in deze aflevering worden ingegaan.

INWERKINGTREDING

Reeds tijdens de behandeling in de Tweede Kamer werd de vraag opgeworpen of de datum van inwerkingtreding, gepland op 1 januari 2000, niet te kort dag was. In de Eerste Kamer is de minister daar op teruggekomen. De datum van inwerkingtreding is nu verschoven naar 1 juli 2000, zodat gemeenten meer armslag hebben een gemeentelijk prostitutiebeleid te ontwikkelen.

VESTIGINGSBELEID

De twee pijlers van het gemeentelijk prostitutiebeleid zijn: 1. het voeren van een vergunningenbeleid en 2. het voeren van een vestigingsbeleid. Over een aantal aspecten van het vestigingsbeleid is in de Eerste Kamer van gedachten gewisseld. Op een enkele daarvan willen wij hier ingaan: a. regionale samenwerking en b. het instrument van de ruimtelijke ordening.

Ad a: regionale samenv^erking

Wij hebben reeds kunnen constateren dat een nulbeleid door gemeenten volgens de minister en een meerderheid van de Tweede Kamer niet kan. Dit standpunt heeft ook de discussie in de Senaat overleefd. Nog steeds is een nulbeleid volgens velen uitgesloten. We komen op dit punt straks terug,

hloewel gemeenten met een vestigingsbeleid bordelen dus niet geheel kunnen weren, kunnen zij wel de aard en omvang van de prostitutiebedrijven binnen de gemeente­ grenzen beïnvloeden. Regionale samenwerking kan daarbij van belang zijn. In regionaal verband kunnen afspraken gemaakt worden tussen gemeenten onderling. Op deze wijze kunnen gemeenten hun vestiging leid zo inrichten, dat c 'bedrijvigheid' besche men aanneemt en dat het beleid op het prostitutiebeleid dat andere gemeenten in de regio voeren, wordt afgestemd. In het concept Handboek lokaal prostitutiebeleid wordt het belang van regionale samenwerking ook benadrukt. Een gemeente moet zich ervan bewust zijn dat haar beleid gevolgen kan hebben voor andere gemeenten. Een stringent lokaal beleid kan bijvoorbeeld tot verplaatsing van de prostitutiebedrijven naar andere gemeenten leiden. Het omgekeerde is uiteraard ook mogelijk: heeft een gemeente geen beleid ontwikkeld, dan kan dat onbedoeld tot gevolg hebben, dat de betreffende gemeente 'aantrekkelijk' wordt voor prostitutie-exploitanten.'

Ad b: het instrument van de ruimtelijke ordening

De fracties van de SGP, RPF en GPV in de Eerste Kamer hebben in de schriftelijke ronde van de voorbereiding van het wetsvoorstel de problematiek van de bestemmingsplannen aan de orde gesteld: "Hoe verhoudt zich de impliciete verplichting voor gemeenten om een expliciete bestemming voor bordelen in bestemmingsplannen op te nemen tot het regime van de Wet op de ruimtelijke ordening, indien van de behoefte aan zulk een bestemming niet is gebleken? Zijn er voorbeelden te geven van (materiële) verplichtingen voor gemeenten om specifieke bestemmingen op te nemen voor inrichtingen die noch actueel voorkomen noch in een gebleken behoefte voorzien?

"'^ Een heldere vraag, het antwoord was echter iets minder duidelijk. De minister ontkende dat er sprake was van een impliciete verplichting eer expliciete bestemming voor borde len in bestemmingsplannen op te ( men. Hij voegde daaraan toe dot het wel zo is, "dat een gemeente die op één plaats in de gemeente een prostitutiebedrijf zogezegd 'pc sitief bestemd' heeft, gemakkelijke, kan stellen dat prostitutie op perce len met andere bestemmingen, ooin andere bestemmingsplannen, n expliciet is voorzien en derhalve strijdig is met het bestemmingsplat Het wetsvoorstel en de Gemeentewet laten mijns inziens, zoals al ee der naar voren is gebracht, geen ruimte voor een algeheel gemeente lijk verbod op prostitutie. De opheffing van het algemeen bordeelverbod resulteert echter niet in eer verplichting voor gemeenten om e gens in de gemeente een bestemming op te nemen die prostitutie, impliciet of expliciet, ter plaatse m gelijk maakt. Gemeenten hebben r.; bevoegdheid in een bestemmingsplan géén voorziening op te nemeten behoeve van gebruik van gron den en opstallen waarvoor geen b = hoefte is gebleken. Herziening vai een bestemmingsplan of verlening van een vrijstelling met het oog op vestiging van een prostitutiebedrijf kan daarmee echter niet worden g; weigerd vanwege principiële bezwaren tegen prostitutie. De rechte' toetst bestemmingsplannen en vrijstellingen daarvan onder andere t . de ruimtelijke relevantie van bouwen gebruiksvoorschriften. Prostitutie kan dus van een concrete locatie worden geweerd op grond van de verwachte ruimtelijke uitstraling van een prostitutiebedrijf ter plaatse".3 We hebben het citaat van de minis- ter uitgebreid weergegeven om te iaten zien dat de minister niet echt kan weerleggen dat een de facto nulbeleid via bestemmingsplannen mogelijk is.4

De reeds eerder getrokken conclusie dot het instrument van de ruimtelijke ordening voor gemeenten mogelijkheden biedt een nulbeleid te voeren, blijft hiermee overeind.

BESTEMMINGSPLAN OMSCHRIJVINGEN

Tijdens de behandeling in de Twee- Ie Kamer is ook de vraag aan de orde geweest of een bordeel (of een andere seksinrichting) op een perceel waarop alleen een horecabestemming is gelegd, wegens strijd met het bestemmingsplan zou kunnen worden geweerd. Door de fracties van SGP en RPF/GPV is daarop doorgevraagd: "Is deze weigering ook mogelijk in het geval binnen de gemeente niet in enig bestemmingsplan is voorzien in een expliciete (positieve) bestemming 'seksinrichtJng'? "5

Opnieuw geven wij het antwoord dat de minister hierop gaf, in zijn geheel weer: "De omschrijving van de bestemming horeca en de daarbij opgenomen voorschriften kunnen Der bestemmingsplan verschillen, maar in de meeste actuele bestemmingsplannen wordt horeca omschreven als: het verstrekken van nachtverblijf en/of ter plaatse te nuttigen voedsel en dranken en/of het exploiteren van zaalaccommodatie. Prostitutie is op grond van een dergelijke bepaling mijns inziens uitgesloten.

In een aantal bestemmingsplannen zal echter een andere omschrijving worden gehanteerd, of ontbreken wellicht gebruiksvoorschriften, waardoor gebruik van panden voor prostitutie toegestaan kan zijn. In het geval dat gebruiksvoorschriften ontbreken kan de nieuwbouw van een pand bestemd voor een seksinrichting wel worden geweerd wegens strijd met het bestemmingsplan: in dot geval wordt getoetst aan de bestemmingsplankaart en definitiebepalingen of, als die geen uitsluitsel geven, aan hetgeen in het maatschappelijk verkeer onder horeca wordt begrepen.

Ook als de gemeente in geen enkel bestemmingsplan bestemmingen kent waar prostitutie is toegestaan, kan gebruik van panden voor prostitutie en de bouw van panden bestemd voor prostitutie worden ge­ weerd. Een aanvraag voor een vrijstelling van het bestemmingsplan om ter plaatse prostitutie mogelijk te maken zal echter alleen op ruimtelijk relevante gronden kunnen worden afgewezen".6

MODELVERORDE­NING VNG

In een eerdere bijdrage over het gemeentelijk prostitutiebeleid is er al op gewezen dat de VNG de gemeenten geadviseerd heeft bepaalde vormen van prostitutie onder te brengen bij de voorschriften in bestemmingsplannen ten aanzien van het toelaten van horecabedrijven: "Bij het toelaten van horecabedrijven kan onderscheid gemaakt worden naar aard en omvang. Bepaalde vormen van prostitutie zouden daar dan ook ondergebracht kunnen worden".'

In tegenstelling tot wat de VNG adviseert, menen wij dat dat advies de duidelijkheid en eenduidigheid niet ten goede komen. De bestemmingsplanomschrijvingen 'horeca', 'bedrijven', 'dienstverlening' en 'gemengde functies' moeten glashelder gedefinieerd zijn, zodat uitgesloten is dat bordelen e.d. niet van deze bestemmingsmogeiijkheden gebruik maken.

Wij willen er hier overigens met nadruk op wijzen dat gemeenten niet verplicht zijn de voorstellen van de VNG (modelverordeningen, adviezen, e.d.) letterlijk over te nemen.

AUTONOME VERORDENINGSBE- VOEGDHEID GEMEENTEN

Minister Korthals heeft ook in de Eerste Kamer diverse malen herhaald dat een algeheel gemeentelijk bordeelverbod niet mogelijk is. Noch artikel 149 (autonome verordeningsbevoegdheid), noch (het nieuwe) artikel 151a van de Gemeentewet bieden zijns inziens daarvoor handvatten, omdat een dergelijk verbod in strijd zou zijn met artikel 1 9, lid 3, van de Grondwet (recht van iedere Nederlander op vrije arbeidskeuze). Bij de schriftelijke behandeling van het wetsvoorstel merkte de minister ten aanzien van dit onderwerp het volgende op: "Ik voeg daaraan toe dat de rechter in een concreet geval, na afweging van alle lokale en regionale omstandigheden, wellicht tot een ander oordeel komt".° Daarmee doelde hij op de mogelijkheid dat een rechter een nulbeleid op basis van artikel 149 of 151a van de Gemeentewet instandhoudt. CDA-woordvoerder prof. E.M.hl. Hirsch Ballin poneerde echter de stelling dat de juridische argumentatie van minister Korthals met betrekking tot artikel 1 9, lid 3, van de Grondwet niet houdbaar was. Hij kwam daarbij zelfs tot een opmerkelijk advies aan gemeenten die een nulbeleid zouden willen voeren: "Mijn advies aan een gemeente die zo'n nulbeleid zou willen voeren, zou zijn, gewoon haar autonome bevoegdheid te gebruiken, waarna de rechter eventueel wel zal beoordelen of dit wegens veronderstelde strijd met het derde lid van artikel1 9 van de Grondwet geen stond kan houden. Mijn inschatting is-en ik merk dot ik er niet alleen in stadat een gemeente die vrijheid wel degelijk behoudt".9

TEN SLOTTE

De SVV heeft met de artikelenserie over het gemeentelijk prostitutiebeleid geprobeerd de raadsleden een handreiking te bieden inzake het gemeentelijk prostitutiebeleid. Mochten raadsleden vragen hebben naar aanleiding van deze artikelen, dan kunnen wij hen ook daarbij handen spandiensten verlenen. Vragen en/of opmerkingen kunnen het Voorlichtingscentrum per fax of per e-mail voorgelegd worden. Het faxnummer is (070) 365 59 59; het e-mail adres: voorlichting@sgp.nl.

AANTEKENINGEN

1. Concept Handboek iokaal prostitutiebeleid, Deel 2, p 15 2. Eerste Kamer, vergaderjaar 1998-1999, 25 437, nr. 189a, pó 3 Eerste Kamer, vergaderjaar 1998-1999, 25 437, nr. 189b, pp 10/11 4. Ten aanzien van het 'positief' bestemmen in een bestemmingsplan kan nog het volgende v/orden opgemerkt. Het IS namelijk mogelijk dat het vestigen of legaliseren van een bordeel direct met een positieve bestemming gebeurt Een alternatief is een vestiging van een bordeel (of iets dergelijks) via een zogenaamde binnenplanse vrijstellingsmogelijkheid (artikel 15 WRO) mogelijk te maken. In grote(re} gemeenten kan dit alternatief een mogelijkheid zijn om nog een beetje [planologische) grip op de vestiging van bordelen te krijgen.5. Eerste Kamer, vergaderjaar 1998-1999, 25 437, nr. 1 89d, p 4. ó. Eerste Kamer, vergaderjaar 1998-1999, 25 437, nr 189e, p 10. 7. Zie de aflevering van Doelv^/it 'Naar een gemeentelijk prostitutiebeleid (2) Kanttekeningen bij de opheffing van het bordeelverbod', in: De Banier, 2 september 1999, pil. 8 Eerste Kamer, vergaderjaar 1998-1999, 25 437, nr 189e, p 2. 9. Handelingen der Eerste Kamer der Staten-Generaal, vergaderjaar 1999-2000, p 1-22.

P. van Vugt

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 november 1999

De Banier | 20 Pagina's

Naar een gemeentelijk prostitutiebeleid? (5)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 november 1999

De Banier | 20 Pagina's

PDF Bekijken