Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Unieke band met de SGP

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Unieke band met de SGP

7 minuten leestijd

Op verzoek van de redactie van De Banier schreef scheidend GPV-kamerlid G. Schutte een inpressie over ruim 20 jaar goede samenwerking. Hier volgt zijn bijdrage met SGP'ers en de SGP.

Mijn afscheid van de Tweede Kamer ging vergezeld van veel vriendelijke woorden en geschenken. Daaronder een heel bijzonder geschenk. De redactie van de De Banier nodigde mij uit iets te schrijven over wat ik als GPV'er had en heb met SGP'ers, in het bijzonder in de Tweede Kamer. Zo'n aanbod sla je niet af, zelfs als je zelf geen kiezers meer behoeft te winnen.

Geboren en opgegroeid in Nieuwpoort onmoette ik aanvankelijk meer SGP'ers dan GPV'ers in mijn omgeving. De verschillen behoefden mij nauwelijks te worden ingeprent, ze waren zichtbaar bij kerkgang en schoolbezoek. In die tijd ging SGP stemmen nog vaak gepaard met een keuze voor openbaar onderwijs. Ook nu nog kost het weinig moeite aan te geven waarin beide partijen althans in de politieke theorie van elkaar verschillen. Toch is er in de loop der jaren met mijn SGPvrienden een unieke band gegroeid. Persoonlijke omstandigheden hebben daaraan zeker bijgedragen. Maar ze vormen niet de enige en diepste verklaring.

In 1974 kwamen Van der Vlies en ik samen in de staten van Utrecht; hij in een tweemansfractie, ik als eenling. Vier jaar later kwam ik 1 8 stemmen tekort voor herverkiezing. Van der Vlies mocht blijven. Op 10 juni (de verjaardag van mevrouw Van der Vlies!) begonnen we samen opnieuw, nu in de Tweede Kamer, hlij in een driemansfractie, ik opnieuw alleen. Maar de SGP'ers waren zeer gastvrij. In het Komerrestaurant hadden zij een vaste tafel, waaraan ik ook welkom was. Dat is tot het laatst zo gebleven.

JONGELINGEN

Als fractievoorzitter Van Rossum er was, was het voor ons jongelingen feest. Dan bestelde hij een "buikje Matteus". Als de fles (rosé)

niet helemaal leeg kwam, ging hij in de koelkast van het restaurant tot de volgende gelegenheid. Van Rossum ontpopte zich ook overigens als een zorgzaam mens. We wonen beiden in Zeist en reisden altijd per trein. Maar zijn fiets was al meermalen bij het station gestolen. Dat is geen prettige gewaarwording als je 's nachts met de laatste trein aankomt. Daarom had hij iets geregeld. Als gerenommeerd lid van de Kamercommissie voor Verkeer en Waterstaat was hij met NS overeengekomen dat hij eigenlijk een soort personeelslid van NS was. Dus mocht zijn fiets in het vervolg in de bewaakte stalling van het NS-personeel. Toen ik in 1981 ook met mijn fiets aan kwam rijden regelde hij dat er in het vervolg twee personeelsleden in buitengewone dienst waren. Mijn fiets is dus nooit gestolen...

Een bijzondere herinnering bewaar ik aan wijlen de heer Van Dis, altijd aangeduid als "junior". fHij

bleef tot vlak voor zijn sterven voor mij "meneer". Maar bovenal broeder in Christus. Vooral als we samer de maaltijd gebruikten, kregen onze gesprekken diepgang.

In 1986 werd Van Rossum opgevolgd door Van den Berg. Als deskundige op het terrein van Verkeer en Waterstaat verwierf hij zich al snel hetzelfde gezag als zijn voorganger. Op de terreinen van justitie en binnenlandse zaken hadden wij dezelfde achtergrond. Ons onderling overleg was er vaak op gericht pogingen van andere fracties om de zaken naar hun hand te zetten tegen te gaan. Dat lukte soms wonderwel. Dat betekende overigens niet dat Van den Berg en ik inhoudelijk altijd tot dezelfde standpunten kwamen. Bij plannen voor gemeentelijke herindeling was hij vooral "behoudend". Ik had soms meer begrip voor de noden van de stad. en bij de vele debatten over het referendum zag hij altijd de geest van de volkssoevereiniteit rondwaren, terwijl ik dat meestal een spookbeeld vond. Maar als het op stemmen aan kv\/am, vonden we elkaar weer. De voorstellen rammelden zo, dat alleen cl daarom een .agenstem geboden was.

NAADLOOS

Van der Staaij kwam in 1998 de -> GP-fractie versterken. Bij ons beien zal ongetwijfeld het aangrijende debat over het homohuwelijk 1 herinnering blijven. Onze bijdragen waren in opzet en woordkeus duidelijk verschillend, maar sloten oiincipieel en praktisch naadloos op elkaar aan. Het was ook in dat debat dot we samen afspraken geen enkel amendement van voorstanders van de wet te steunen, ook al zouden sommige ervan op zichzelf beschouwd op een verbetering neerkomen. Van ons beiden was bekend, dat we erg hechtten aan kwalitatief goede wetgeving. Maar voor ons was duidelijk, dat sommige wetten in zichzelf zo slecht kunnen zijn dat je minimale technische verbeteringen niet meer op zichzelf kunt beschouwen. Gelukkig is het zelden nodig geweest ons zo op te stellen. Meestal was het een uitdaging ook ondeugdelijke wetten te verbeteren.

Vooral op dit punt heeft zich tussen Van der Vlies en mij een zekere strategie ontwikkeld. Dat begon al in de staten van Utrecht. Politiek links was er in die tijd op uit allerlei wilde plannen te realiseren. Politiek rechts was daar niet erg van gediend, maar kwam soms ook niet nnet alternatieven. Dat bood ons als jonge idealisten goede kansen. In de statenzaal waren de zetels van SGP en GPV van elkaar gescheiden door die van een alleraardigste VVD'ster. Niet zelden overlegden Van der Vlies en ik achter haar rug om over wat ons te doen stond. Soms dienden we samen amendementen in, soms was het beter samen steun te zoeken bij woordvoerders van grotere fracties. Zo lukte het bijvoorbeeld de subsidië­ ring van open jongerenwerk - zeer tegen de zin van links - te binden aan duidelijke niet-ideologische voorwaarden.

Wat we toen geleerd hebben, probeerden we ook in de Kamer in praktijk te brengen. Het bekendste voorbeeld daarvan is de onderwijswetgeving van paars. De paarse

bewindslieden van onderwijs wilden heel wat veranderen, zeer tot ongenoegen van het CDA. Ook SGP en GPV waren er verre van gelukkig mee, vooral omdat de positie van het christelijk onderwijs door de plannen zou worden verzwakt. We hebben er toen niet voor gekozen de paarse plannen zonder meer te verwerpen, maar probeerden de voorstellen zo te veranderen dat de angel er uit werd verwijderd, waardoor het resultaat ook voor onze fracties acceptabel zou zijn. Dat vergde heel wat overleg, met elkaar, met andere christelijke fracties, maar vooral ook met de woordvoerders van paars. We hadden daarbij een zekere natuurlijke rolverdeling. Van der Vlies maande tot voorzichtigheid, ik had soms de neiging wat hard te lopen. Maar samen trokken we op en verdedigden we de resultaten tegenover de critici van binnen en van buiten. Kritiek overigens die snel verstomde.

HERKENNING

Het is duidelijk, personen speelden een belangrijke rol in de band die is gegroeid tussen de fracties van SGP en GPV. Toch is dat niet de belangrijkste verklaring. Er was ook sprake van geestelijke herkenning, van verbondenheid in het geloof. We taxeerden de politieke ontwikkelingen in ons land op dezelfde wijze. Eerst met kabinetten die ondanks de deelneming van het CDA daaraan, het geloof in de God van de Bijbel steeds meer tot een privézaak bestempelden. Daarna met paarse kabinetten die in toenemende mate alles wat nog herinnert aan christelijke grondslagen van onze samenleving uit het publieke leven verwijderen. Onder zulke omstandigheden vallen verschillen tussen SGP en GPV niet weg, maar krijgen ze een plaats

in een gezamenlijke strijd aan het ene front. Zonder af te doen van de waarde van de banden die ook gegroeid zijn met de fractie van de RPF en die ons samenbrachten in het huis van de ChristenUnie, ben ik dankbaar dat ik aan dat front een plaats mocht hebben samen met de vrienden en collega's van de SGP.

Ik sluit af met de hoop uit te spreken dat de christelijke harmonie die er in de afgelopen jaren zijn mocht, zich verder zal ontwikkelen. Met respect voor elkaar, zeggen we dan. Maar is dat genoeg? Houdt respect in christelijke zin ook niet in wederzijds luisteren naar argumenten in het verstaan van en leven naar het gezamenlijk fundament: Gods onfeilbaar Woord, nagesproken in de belijdenis van de kerk van de Reformatie? Ligt hier niet een centrale opdracht voor de christelijke politiek in deze post-christelijke tijd? En voor de christelijke kerk?

G.J. Schutte

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 maart 2001

De Banier | 32 Pagina's

Unieke band met de SGP

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 maart 2001

De Banier | 32 Pagina's

PDF Bekijken