Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Geloofsbeoefening

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Geloofsbeoefening

5 minuten leestijd

Nu- xo zijn de beloftenissen tot Abraham en zijn zaad

Gal 3: 16a

Verv erp de stelling dat een zondaar eers zijn bijzonder recht op een bijzont-ere belofte moet zien, voordat hij geloven kan en mag, dat het God., wil is, om hem in het bijzonder op zin gelovige uitgang naar Christus aan te nemen en met Christus te vere'igen. Vele gelovigen zijn door dezt verkeerde stelling lange tijd buiten C'i verzekering gehouden. En somi'^ige onverstandige zielenleiders hebt.en hen in deze mening gestijfd. Men wil stellen dat het niet ieder zondaar geoorloofd is terstond en beslist te geloven dot God hem, als hij Chri-tus inwilligt en de toevlucht tot Hen-, neemt, zal aannemen en deel aan Christus zal geven. Men stelt dot men alleen recht op en deel aan Christus ontvangt, doordat men recht heen op een bepaalde verzekerende belofte. Zij menen dat zulke beloften aan enige heiligen in de hoedanigheid van geheiligde zondaren gedaan zijn. Zij menen dat alleen zulke beloften de ziel tot verzekering kunnen dienen, dat de Heere hen op hun 'iitgaan tot Christus zal aannemen fot vereniging met Christus. Dacrom onderscheiden zij de beloften cirdus: sommige beloften zijn noc.gend. Andere beloften zijn verzekerend. Zij menen dat de eerste soort zo algemeen spreekt, dat niemand daaruit zijn aanneming op het gelovig uitgaan kan onderkennen. Verzekering ontvangt men slechts docr de beloften die verbonden zijn met enige bijzondere genaden, die spreken van en tot particuliere zielen. Zij 'nenen dat dit voor de verzekering van een zondaar moet gaan. Hij moet eerst enige heilige hoedanigheid in zijn ziel zien, waaraan de Heere zulke beloften van zaligheid sn aanneming heeft gedaan, zoals we dat vinden in Matth. 5; 39. Al dit spreken komt hieruit voort, dat men de rechtuitgaande geloofsbeoefening omtrent Christus niet heeft willen stellen onder de kenmerken van de zaligheid. Men wil het geloof op deze manier van de kenmerken, die sen zondaar tot verzekering van zijn staat brengen, uitsluiten, terwijl het geloof het beste en meest wezenlijke l^enmerk is.

net is echter onmogelijk dat een ziel deel heeft aan een belofte, voordat de ziel in het geloof uitgegaan is naar Jezus, om met hiem verenigd te worden. Jezus is de eerste belofte en de grond van al de anderen. Gen. 3: 15; Gal. 3: 16. Het geloof heeft voornamelijk Jezus tot voorwerp. Het is onmogelijk enige genade of heilige hoedanigheid in de ziel te verstaan, die aangenaam voor God is, voor het geloof en voor de vereniging met Christus. Het moet uit Christus vloeien of niet. Zo niet, don is alle genade niet uit Zijn volheid, hetgeen strijdig is met Joh. 1: 16; Kol. 1: 19. Zo ja, don is er eerst vereniging gemaakt door het geloof, want gemeenschap of mededeling van de genade van Christus aan een ziel veronderstelt een vereniging en deze volgt erop.

Indien de nodigende beloften, die God voorstelt om zielen tot Christus te lokken, niet geschikt waren om verzekering te geven dat men aangenomen en zalig zou worden, dan zou men die beloften niet met vol vertrouwen en verzekering moeten geloven. Dan zouden enige delen van Gods Woord niet voldoende gezag hebben om zonder twijfel geloofd te worden. Dan zouden die beloften zelfs geheel onnuttig en ijdel zijn, omdat zij de ziel niet aan kunnen zetten of bewegen om tot Christus te komen. Dit is een verfoeilijke gedachte.

De nodigende belofte, hoewel deze algemeen is, is even krachtig als de bijzondere belofte. Omdat zij algemeen is, neemt zij alle bepaling weg. Gaat heen en predikt het evangelie aan alle creaturen, die blijde tijding die al den volke wezen zal. Zo wie geloofd zal hebben, zal zalig worden. Komt tot Mij, en Ik zal u rust geven. Die wil die kome en neme het water des levens, enz. ledere ziel, hoe weerspannig die tot dusver ook geweest is, wordt bevolen om op de nodigende belofte in de Naam van Christus te geloven, dat is Christus voor zichzelf aan te nemen, 1 Joh. 3: 23; Joh. 1: 12. Alle ongelovigheid betreffende de nodiging en betreffende de belofte bij de nodiging is zondig en verboden. Als iemand met overleg en kennis nog twijfelt aan de

vervulling van de belofte, nadat hij Christus gewillig aangenomen heeft, vertoornt hij God. Hij neemt Gods waarheid en getuigenis niet met vol vertrouwen aan. Daarom mag en moet op het aanklevend geloof het verzekerd geloof onmiddellijk volgen, omdat men weet in Wie men geloofd heeft en aan Wie en op welke woorden men zijn ziel toevertrouwd heeft.

Al de heilige hoedanigheden of werkingen, waaraan in het Woord beloften verbonden zijn, zijn slechts aangenaam bij God, omdat ze voortkomen uit de vereniging met Christus door het geloof. Ze gaan vergezeld van de beoefening van het geloof. Daarom kan men in een goede zin met waarheid zeggen, dot het geloof alleen hef teken tot verzekering van een ziel is, dat zij aangenomen is en zalig zal worden. Het geloof alleen brengt de ziel tot vereniging met Christus. Niet de liefde, niet de nederigheid, oprechtheid, zachtmoedigheid, barmhartigheid, vreedzaamheid. Het geloof alleen is de voorwaarde van het genadeverbond. Het geloof alleen is het grote gebod van het evangelie. Alle andere kenmerken moeten tot dit kenmerk van het geloof teruggebracht worden en daardoor getoetst worden, terwijl zij ook hun voedsel en groei door middel van het geloof krijgen. Als armoede des geestes, zachtmoedigheid, honger en dorst naar de gerechtigheid, barmhartigheid, oprechtheid en vreedzaamheid bezien worden zonder de beoefening van het geloof, kunnen zij geen verzekerende kenmerken zijn. Zo is het ook met de liefde, goedheid, matigheid, enz. Daarom moeten we zeggen dat het grote wezenlijke grondkenmerk het geloof in de Heere Jezus is. Daartoe zijn alle kenmerken terug te brengen.

ds. J. Koelman

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 september 2001

De Banier | 20 Pagina's

Geloofsbeoefening

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 september 2001

De Banier | 20 Pagina's

PDF Bekijken