Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Jongeren · Globalisering tegen armoede

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Jongeren · Globalisering tegen armoede

5 minuten leestijd

Onlangs verscheen er een actieprogramma van de demissionair minister van ontwii< l< .eHngssamenwerl< .ing, mevr. E. Herfkens, over liet gebruil< van 'Globalisering tegen Armoede', in dit artikel aandacht voor de problemen van de ontwikkelingslanden en de mogelijkheden om die problemen op te lossen, de taak van de rijke landen en de taak van bedrijven in de strijd tegen armoede.

Problemen en oplossingen

Het aandeel van de minst ontwikkelde landen in de wereldhandel is sinds 1980 gehalveerd. Dat betekent dat de kloof die er bestaat tussen arm en rijk alleen maar groter is geworden. Armer zijn armer geworden en de rijken rijker.

Dit hoeft nog niet in te houden dat armoede ook toeneemt. Integendeel, de armoede neemt juist af. Leefden in 1980 nog 1, 4 miljard mensen in extreme armoede, nu zijn dat er 1, 2 miljard en dat bij een stijgende wereldbevolking. De achterliggende verklaring is eenvoudig: meer handel leidt tot hogere economische groei en hogere groei is goed voor de armen.

Globalisering (Internationale contacten) is de afgelopen tijd erg toegenomen, mede onder invloed van technologische ontwikkelingen. Deze internationale contacten, die onder meer tot uiting komen in de handel, bieden kansen om armoede nog verder te verminderen. Het is dus de kunst om de ontwikkelingslanden vrije toegang te geven tot de markten van de industrielanden, vooral op het gebied van textiel- en landbouwproducten. Dat brengt echter grote problemen met zich mee.

Vandaar dat in het verkiezingsprogramma van de SGP staat: „Met name beschermende maatregelen met het doel de nationale markt van rijke landen te beschermen tegen goedkope producten uit arme landen, verdragen zich niet met het principe van vrijhandel. Onze zorg voor de naaste moet ook hierin tot gelding komen".

De onderminister van Handel van Cambodja zei echter: „We zijn er nog niet met het openen van markten van industrielanden. Er bestaan veel meer belemmeringen, zoals Europese regels en infrastructuur"

Taak van de overheid

De taak voor de overheid valt eigenlijk uiteen in twee elementen:

• De plicht om voldoende financiering voor ontwikkeling op tafel te leggen. Verschillende landen hebben in het verleden beloofd 0, 7% van het Nationaal Inkomen daaraan te besteden. • De plicht om een beleid te voeren dat rekening houdt met de belangen van de armsten. Dat komt tot uiting in bijvoorbeeld het afschaffen van importta-

Minister Herfkens heeft goed nagedacht over hoe de globalisering kan bijdragen aan armoedevermindering. Naast een openstelling van de markt van industrielanden, een markt zonder import- en exporttarieven dus, een markt zonder subsidies voor bepaalde industriegroepen, noemde de minister ook verbetering van onderwijs en gezondheidszorg in de arme landen. Daarnaast nog enkele economische punten, zoals het verlichten van de schuldenlast van ontwikkelingslanden.

Naast al deze goede plannen vanuit de rijke landen, is echter ook de hulp van de arme landen zelf nodig. In een land met een corrupte regering kan geen efficiënte ontwikkelingshulp worden geboden. Nodig zijn sterke nationale overheden die in staat zijn hun taken op een goede manier te vervullen. Maar ook daarbij kan vanuit de rijke landen hulp worden geboden.

Het stimuleren van een goed werkend bestuur is, ons inziens, een belangrijk uitgangspunt. Als dat bestuur bestaat, kan gedegen advies belangrijk zijn. Zo helpt Nederland Tanzania met het maken van goede regelgeving. En zo helpt het Ministerie van Financiën Macedonië bij het opstellen van begrotingen. Een goed draaiende economie is immers de basis bij het bestrijden van armoede.

Taak bedrijfsleven

Naast de overheid heeft ook het bedrijfsleven een taak in de strijd tegen armoede, en dan natuurlijk met name de multinationale bedrijven. Modewoord in dat kader is het'Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen'.

De SGP maakt er melding van in het verkiezingsprogramma: „Het zou goed zijn als het principe van maatschappelijk verantwoord ondernemen ook internationaal een grotere rol gaat spelen. Dit zou een tegenwicht kunnen vormen tegen de manier waarop sommige spelers op de wereldmarkt omgaan met mensen, milieu en principes".

Onlangs is er een onderzoek geweest naar dit soort van ondernemen onder Nederlandse bedrijven.Van de vijftig grootste bedrijven in Nederland gaven slechts zes inzage in hun activiteiten op dit vlak.

Een voorbeeld van verantwoord ondernemerschap wordt gegeven door Shell. Een onderdeel van Shell is actief in Nigeria.Van de 25 dollar die een vat olie kost, gaat 20 dollar naar de Nigeriaanse overheid. Omdat van dat geld weinig bij de burger komt, besteedt Shell veel geld aan hulpprojecten.Tien jaar geleden gaven ze geld of bouwden ze een school, nu investeren ze in de behoeften van de bevolking. Trainingen voor boeren, kippenfarms en infrastructuur zijn voorbeelden van deze hulpprojecten.

Ook minister Herfl< ens noemde armoedebestrijding een taak van het bedrijfsleven in haar actieprogramma'Globalisering tegen Armoede'. Zij noemt vooral het voordeel van het scheppen van werkgelegenheid en het zorgen voor inkomen voor de armste groepen. Bij al deze vormen van ondernemerschap moeten, volgens minister Herfkens, wel duidelijke richdijnen gehandhaafd blijven, zoals die verwoord zijn in een OESOrichtlijn. Enkele punten daaruit zijn: corruptie, mededinging en eerlijke concurrentie, milieu, anti-discriminatie.

0.7 procent

Als SGP-Jongeren vinden wij zowel de taak van de overheid als de taak van grote bedrijven uitermate belangrijk.Alle rijke landen moeten daarom worden verplicht op korte termijn minstens 0, 7% van het Nationaal Inkomen, die internationaal afgesproken is, ter beschikking te blijven stellen voor ontwikkelingshulp en daarnaast in hun beleid geen barrières op te werpen tegen welke vorm van ontplooiing dan ook van een ontwikkelingsland. Ook moet verder nagedacht worden over het (gedeeltelijk) afschaffen van de schuldenlast van de armste landen. Om bedrijven te stimuleren tot bestrijding van armoede moeten zij belastingprikkels krijgen, als zij werkelijk maatschappelijk verantwoord ondernemen. Daarnaast moet inzage en openheid in de activiteiten van bedrijven op dit gebied verplicht worden.

Op al deze manieren willen we een invulling geven aan de Bijbelse opdracht om ook onze verre naaste van dienst te zijn.

Gijsbert Bouw, lid sectie Politiek SGP-jongeren

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 14 juni 2002

De Banier | 24 Pagina's

Jongeren · Globalisering tegen armoede

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 14 juni 2002

De Banier | 24 Pagina's

PDF Bekijken