Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Doelwit · Evaluatie prostitutiebeleid

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Doelwit · Evaluatie prostitutiebeleid

5 minuten leestijd

In De Banier nr. 20 van 25 oktober 2002 werd aandacht besteed aan het rapport van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum met de eerste evaluatie van het prostitutiebeleid na de opheffing van het bordeelverbod. Onze conclusie was dat het rapport geen helder antwoord geeft op de vraag in welke mate voortgang is geboekt in het bereiken van de doelstellingen van de opheffing van het bordeelverbod. Eind februari kwam de minister van Justitie met een reactie namens het kabinet, die we hier willen bespreken vanwege de suggesties die hierin gedaan worden die gevolgen hebben voor de gemeenten.'

Ondanks het feit dat het kabinet het evaluatierapport helder vindt, wordt erkend dat niet blijkt dat de opheffing van het bordeelverbod al veel knelpunten heeft kunnen oplossen. Men sluit aan bij de conclusie van het rapport dat het nog te vroeg is "om te kunnen concluderen wat de werkelijke effecten van de wetswijziging zijn". Het is dan ook verwonderlijk dat men het daarentegen niet te vroeg vindt om in de uitvoering van het beleid nu al te gaan bijsturen.

Bijsturen

Positief is dat het kabinet, ondanks de tegenvallende evaluatie waar het de doelstellingen betreft, de doelstellingen van de wetswijziging wel onverminderd "als stip aan de horizon" voor ogen houdt (afgezien van het feit dat we over de wetswijziging op zichzelf natuurlijk niet positief zijn). Positief is ook dat het kabinet zich nog eens uitspreekt over de autonome bevoegdheid van gemeenten bij het voeren van een prostitutiebeleid. "Het kabinet ziet geen redenen om de bevoegdheden van de gemeenten te veranderen en hen nadere regels voor te schrijven. Gemeenten zijn derhalve niet verplicht een specifiek prostitutiebeleid te voeren."

Helaas schaart men zich wel achter de conclusie van het rapport dat het status-quo beleid dat veel gemeenten hanteren (dus handhaving van de situatie vóór de wetswijziging wat het aantal seksinrichtingen betreft) nieuw beleid tegenhoudt. Ook nieuwe exploitanten die oog voor de belangen en rechten van de prostituees hebben, krijgen zodoende geen kans. Dit zou verbetering van de prostitutiebranche kunnen belemmeren, aldus het kabinet. Men is van plan om dit in overleg met deVNG bij de gemeenten aan te kaarten. Alertheid is dan ook geboden, want verruiming van de mogelijkheden voor prostitutie -vernieuwing van het gemeentelijk beleid- betekent in de visie van de SGP zeker geen verbetering voor de branche.

In reactie op de conclusie van het rapport dat de verschillen wat betreft vergunningverlening, handhaving en uitvoering van beleid tussen gemeenten leiden tot verschuivingen van strafbare vormen van exploitatie, doet het kabinet een oproep aan gemeenten om dit te voorkomen door het proces van uitvoering van het beleid te bespoedigen. Ook wordt gereageerd op de in sommige gemeenten gehanteerde nuloptie. Refererend aan wat tijdens de behandeling van het wetsvoorstel hierover is gezegd en wat is gebleken uit de uitspraak van de Raad van State in de kwesties Barneveld en EIburg, wordt herhaald "dat de opheffing van het algemeen bordeelverbod niet de mogelijkheid inhoudt van een algeheel gemeentelijk verbod. Om die reden worden provincies verzocht bij de toetsing van bestemmingsplannen hierop nadrukkelijk toe te zien. [...] Richtinggevende jurisprudentie ten aanzien van het weren van prostitutiebedrijven op basis van zuivere planologische argumenten is nog niet voorhanden."

Handhaving

Het kabinet onderschrijft het groot belang van de inzet van politie bij de handhaving van het prostitutiebeleid. Desalniettemin acht men "het moment nabij waarop het lokale bestuur, gelet op de eigen verantwoordelijkheid voor de bestuurlijke handhaving, de toezichttaak van de politie moet gaan overnemen".Tegen dit voornemen heeft de VNG zich inmiddels uitgesproken. Zij is van mening dat rijksdoelstellingen zoals bescherming van minderjarigen tegen seksueel misbruik (in de prostitutiebranche), bestrijding van de exploitatie van onvrijwillige prostitutie en het ontvlechten van prostitutie en criminele randverschijnselen strafrechtelijk van aard zijn en dientengevolge de politie bij het bestuursrechtelijk toezicht betrokken moet blijven. Een ander argument om blijvende betrokkenheid van de politie te motiveren is dat het toezicht op de prostitutie behulpzaam is bij de opsporingstaken.^ Wat de handhaving betreft, toont het kabinet er begrip voor dat de prostitutiebranche "enige tijd nodig heeft om nalevingsgedrag te ontwikkelen" (!). Men wil de branche de gelegenheid geven om uit zichzelf de wet- en regelgeving na te gaan leven en daarom zou bij een overtreding in eerste instantie volstaan moeten worden met een waarschuwing. De ware aard van het demissionaire kabinet dat het zo belangrijk vindt om tegen gedogen te zijn, komt hier naar boven. Men benadrukt het stellen van minimumnormen voor handhaving, maar tegelijkertijd wordt aangegeven dat het moeilijk is deze normen op te stellen omdat er sowieso weinig zicht is op de staat van handhaving door gemeenten.Voorlopig moeten gemeenten het dan ook doen met onderlinge uitwisseling van goede voorbeelden en kennis uit pilotprojecten.

Een laatste voor gemeentebestuurders belangrijke opmerking uit de kabinetsreactie is dat gemeenten de groep vrouwen die liever ander werk zouden doen, zal moeten ondersteunen."Het is de verantwoordelijkheid van de gemeenten om die groep te signaleren, te ondersteunen en te begeleiden naar ander werk." Deze oproep aan gemeenten sluit volledig aan bij de in november 2002 aangenomen motie-Van der Staaij die de regering verzoekt uitstapprogramma's te stimuleren en te faciliteren.^

Rudi Biemond

I. Kamerstukken Tweede Kamer 25437, nr. 3 brief van de M/n/ster van Justitie aan deTweede Kamer, dd 21 februari 2003. 2.VNC-magazine, 21 maart 2003, pagina 5. 3. Kamerstukken Tweede Kamer 28600 VI, n 66 (motie bij de Vaststelling van de begroting van het Ministerie van Justitie voor het jaar 2003).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 4 april 2003

De Banier | 23 Pagina's

Doelwit · Evaluatie prostitutiebeleid

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 4 april 2003

De Banier | 23 Pagina's

PDF Bekijken