Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Van de voorzitter · Gelijkwaardigheid en eigenheid

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Van de voorzitter · Gelijkwaardigheid en eigenheid

10 minuten leestijd

In de tijd toen de SGP werd opgericht stond (binnen en buiten de partij) de plaats van de vrouw op maatschappelijk en politiek terrein hoog op de politieke agenda. Het ligt niet in de bedoeling om in dit korte bestek uitputtend in te gaan op alle argumenten die in deze discussie gewisseld worden. Wanneer van de zijde van het Hoofdbestuur opgemerkt wordt dat we het nog eens goed uit moeten leggen, komt dat niet omdat wij denken de wijsheid in pacht te hebben. De werkelijke reden is dat het verwijt vernomen wordt dat de partij voor 'haar achterhaalde standpunt' eigenlijk geen goede (dus Bijbelse) argumenten kon aandragen. Bovendien is het een feit dat na de discussies in Putten die in Amersfoort afgerond zijn met een statutenwijziging, wegens de spanningen die in de partij geweest waren, over dit onderwerp liefst zo weinig mogelijk gesproken werd. Zodoende zijn er ook nogal wat jongeren die onvoldoende geïnformeerd zijn over de onderbouwing van het partijstandpunt. Een standpunt dat door alle Christelijke politieke partijen tot in de jaren vijftig vrij algemeen gedeeld werd, maar inmiddels al enige tientallen jaren als specifiek SGP-standpunt gezien wordt.

Doorgaande discussie

De invoering van liet algemeen kiesrecht, waardoor ook onze partij kon toetreden tot Kamers, Staten en Raden, betekende een overwinning voor de 'maatschappelijk- culturele emancipatie van de vrouw'. Deze, wat wel genoemd wordt, eerste golf van de emancipatiebeweging, richtte zich verder op de toelating van meisjes tot universiteiten en aanpassingen in de huwelijkswetgeving. Voor zover dit een correctie betrof op ingeslopen verkeerde toestanden werd (en wordt) dit door de SGP positief beoordeeld. Het werkelijke doel lag echter verder, een 'seksuele- en gezinsemancipatie' met een volledige gelijkschakeling van man en vrouw, ten diepste door de verwerping van het onderscheid dat in de scheppingsorde geworteld is.Wat betekende deze ontwikkeling voor het actieve en passieve kiesrecht voor vrouwen (resp. het recht om te kiezen en het recht om gekozen te worden)? Daarover is binnen de Christelijke politiek partijen uitvoerig gediscussieerd. Deze discussie richtte zich in de eerste plaats op de vraag of vrouwen, gezien de Bijbelse gegevens over haar plaats in kerk en maatschappij, haar stem wel uit mochten brengen.Abraham Kuyper, die hiertegen ook grondige bezwaren had, zag de oplossing in het toekennen van een stem per gezin (organisch kiesrecht). Daarmee zou tegemoet gekomen worden aan het bezwaar dat de maatschappij gezien werd als een aantal individuen in plaats van de erkenning van huwelijk en gezin als hoeksteen van de samenleving. Het organisch kiesrecht echter nooit handen en voeten kunnen krijgen.

Verschuivingen

KuypersAnti Revolutionaire Partij (ARP) legde zich snel neer bij het recht van de vrouw om te gaan stemmen, maar verwierp tot 1950 - 1955 (ook als regeringspartij, dat kon toen nog!!) het passieve kiesrecht voor de vrouw met nagenoeg dezelfde argumentatie als de SGP Ontegenzeggelijk liep de gewijzigde opvatting van de ARP parallel met een toenemende invloed van de moderne theologie in die kringen. Binnen de SGP bestond vanaf het begin verschil van inzicht over de vraag hoe de partij zich moest opstellen ten opzichte van vrouwen die meenden wel te moeten gaan stemmen. Het is waar dat onder invloed van Ds. Kersten (en anderen) de partij vrouwen openlijk opriep om de toenmalige stemplicht te negeren. Het is ook helder dat niet alle SGP-bestuurders en leden zover wilden gaan.Veel respectabele predikanten vonden dit een zaak die aan het geweten van de vrouwen moest worden overgelaten. Het officiële partijstandpunt is in deze laatste richting opgeschoven en ook statutair verankerd.Wat ons vandaag de dag tot lering kan zijn is het feit dat beide 'groepen' elkaar respecteerden en in dezen konden verdragen. Dit verschil in inzicht heeft, om een bekend voorbeeld aan te halen, de persoonlijke en geestelijke vriendschap tussen Ds. Kersten en Ds. Zandt nimmer aangetast.

Beproefde eenheid

Het is een vaststaand feit dat over het passieve kiesrecht, de regeermacht, geen verschil van mening bestond. Dat blijkt ook uit de schriftelijke en mondelinge discussies die binnen de partij over dit onderwerp gevoerd zijn. Op de huishoudelijke vergaderingen te Putten bestond wel verschil van mening over de vraag hoe de wenselijk geachte betrokkenheid van de vrouw bij de SGP gestalte kon krijgen. De toenmalige voorzitter. Ds.W.C. Hovius, velen zullen zich dat herinneren, wierp in de soms emotionele discussies olie op de golven door er met nadruk op te wijzen dat

we het over één zaak gelukkig roerend eens waren. 'Op Bijbelse gronden komt het regeerambt de vrouw niet toe!' Hoewel niet uit te sluiten valt dat sommigen daar toen ook al anders over dachten, werd deze herhaalde uitspraak

niet tegengesproken. Hoe vast dit standpunt bij het toenmalige Hoofdbestuur lag, blijkt ook uit het feit dat de argumentatie zich vooral richtte op de vraag hoe betrokkenheid van de vrouw bij de partij gestalte kon krijgen zonder daarbij de grens van de 'regeermacht' te overschrijden. Ook bij de voorstanders van het lidmaatschap voor vrouwen was dit, zo werd meermalen verklaard, een harde voorwaarde.Vrees voor een hellend vlak was ongegrond, zo werd in verschillende toonaarden betoogd. Dat is nog geen IO jaar geleden. Dit alles ontneemt de voorstanders van aanpassing van 'het vrouwenstandpunt' uiteraard niet het recht om de bedoelde kwestie aan de orde te stellen, maar er moet wel recht gedaan worden aan de geschiedenis. Dan kan onmogelijk volgehouden worden dat het slechts om een traditie gaat en dat de Bijbelse onderbouwing nooit (of onvolledig) geleverd is.

Bijbelse gegevens

In een aantal publicaties heeft het Hoofdbestuur destijds zorgvuldig en oprecht geprobeerd een Bijbelse onderbouwing te leveren van de grenzen waarbinnen de betrokkenheid van de vrouw binnen de SGP geregeld moest worden. Deze publicaties zijn van blijvende w^aarde, maar hebben, dit moet erkend worden, in de huidige discussie hun beperkingen. Dat ligt niet aan de inhoud van de publicaties, maar aan het feit dat de vraagstelling beperkt was. De notitie' In haar waarde' (februari 1984) gaat in op de Bijbelse positie van de vrouw en op de emancipatiebeweging.Als vervolg daarop verscheen in november 1984 de nota'In haar waarde II'. Hierin wordt uitdrukkelijk ingegaan op deelname van vrouwen en meisjes aan verkiezingen. In brieven aan de leden (o.a. november 1984 en 22 juli 1993) en in De Banier (o.a. 29 juli 1993) wordt een toelichting op Bijbelse argumentatie van het'vrouwenstandpunt' gegeven. Het gaan stemmen door meisjes en vrouwen wordt overgelaten aan de persoonlijke gewetens. De mogelijkheid van regeermacht voor de vrouw is geheel buiten beschouwing gelaten. Dat was immers een gemeenschappelijke mening, een onbestreden standpunt; althans binnen de SGP.

In alle SGP-publicaties over de positie van de vrouw in gezin, kerk en staat, wordt als uitgangspunt de scheppingsorde genomen. Gen. 1: 27 leert ons dat de vrouw geen tweederangs mens is. Ook zij is geschapen naar Gods beeld. Als zodanig zijn man en vrouw gelijkwaardig voor God. Het valt echter niet te weerspreken dat er sprake is van een orde. Uit Gen. 1: 18 blijkt dat de vrouw geschapen is na de man en om de man, 'een huipe die als tegenover hem zij'.Voorts geeft Gen. 2: 21 en 22 aan dat de vrouw geschapen is uit de man. Dit geeft een rangorde aan die ook in het Nieuwe Testament (NT) bevestigd wordt. Dat wordt duidelijk uitgelegd in 1 Kor. I I vers 6 t/m 9 en, wat de fundering op de scheppingsorde betreft, o.a. in I Tim 2: 1 I t/m 13. Ook de zogenaamde 'zwijgteksten', waar het gaat over het spreken van de vrouw in de kerkelijke gemeente verwijzen naar de scheppingsorde. Onderdanigheid is in dezen een terugkerend Bijbels kernbegrip. Door de zondeval, zo leert ons I Tim 2: 14, is de plicht tot onderdanigheid een straf geworden. Is het niet zo dat in dit laatste de angel zit voor de moderne geëmancipeerde mens? Wie durft het woord onderdanigheid nog in de mond te nemen? Dat is toch niet meer van deze tijd? Toch spreekt de Bijbel daar voortdurend over. De Heere Jezus Christus die Zich onderwerpt aan de wil des Vaders, De Heere Jezus Christus als Hoofd van Zijn gemeente waarmee in Efeze 5 (om slechts één voorbeeld te noemen) de verhouding tussen man en vrouw vergeleken wordt, waarbij tegelijk een slaafse onderdanigheid van vrouwen èn verkeerde en boze heerschappij door mannen veroordeeld wordt. Maar al deze teksten, die spreken over onderworpenheid van de vrouw aan de man, slaan toch op de verhouding binnen het huwelijk en in de kerkelijke gemeente? In dat verband wijst' In haar waarde' op I Kon 14: 34 waar niet staat: onderworpen te zijn aan hun mannen, maar enkel: 'onderworpen te zijn'. Bij het aanvoeren van de Bijbelteksten is gelet op het tekstverband en is tevens geluisterd naar de uitleg van mannen als Calvijn, Matthew Henry en de kanttekenaren bij de Statenvertaling.

Niet tijdgebonden

De overtuiging dat, op Bijbelse gronden, de SGP geen vrouwen kan toelaten als lid met het bijbehorende recht om raads- staten- of kamerlid te kunnen worden, is geen oudtestamentisch standpunt. De scheppingsorde uit Genesis, die naar onze overtuiging tot het 'gewraakte' SGP-vrouwenstandpunt leidt - tenzij men de Bijbel door een tijdgebonden bril wil lezen-, functioneert volledig in de nieuwtestamentische samenleving. Op zich is het best opmerkelijk dat het verwijt dat de SGP zich baseert op het Oude Testament (OT), dikwijls onderbouwd wordt met een OT- voorbeeld (Deborah, waar'In haar waarde' ook op ingaat). Wanneer de Apostel Paulus, wat geen enkele SGP-er zal beamen, als tijdgebonden persoon zijn zendbrieven geschreven had, zou de vrouw een rol in de kerkelijke gemeente gekregen hebben. Priesteressen waren in die tijd eerder regel dan uitzondering. Ook in het Jodendom was de plaats van de vrouw altijd afwijkend ten opzichte van de heidense volken en wel in positieve zin. Onderwerping aan de Bijbel door mannen en vrouwen bracht (en brengt) de vrouw in een positie waarin haar eer waardigheid gewaarborgd is. De wetgeving van Mozes geeft daar treffende voorbeelden van. Ook het Nieuwe Testament (NT) trekt, onder meer in 1 Petr3: 7, die lijn door. Onderwerping aan die Bijbelse orde is zegenrijk voor het gezin, voor heel de samenleving en ook voor de vrouw. Daarom wenst de SGP zich, krachtiger dan veel andere partijen, in te zetten om prostitutie (en alles daaromheen), de meest minderwaardige en ondergeschikte positie waarin vrouwen en meisjes terecht kunnen komen, met kracht te bestrijden. Daarom is, gezien onze belijdenis dat man en vrouw gelijkwaardig zijn als schepsel Gods, elke vergelijking van de SGP met godsdiensten en culturen waar de vrouw van minder waarde wordt geacht, aantoonbaar misplaatst.

Slot

Spelen tijdsomstandigheden dan helemaal geen rol? jawel, maar wat kan wel en wat mag niet? Calvijn geeft op deze vraag wijze antwoorden. Hij wijst op de vrijheid die er is, afhankelijk van plaats tijd en volk, om wetten en regels te stellen. Bepaalde gewoontes kunnen per volk ook verschillen. Maar hij geeft ook de grenzen aan waarbinnen dit plaats moet vinden. De scheppingsordinanties zijn onaantastbaar en de Wet der 10 geboden bepaalt de grenzen van deze vrijheid. Dat deze grenzen niet altijd met grote zekerheid te trekken vallen is ook waan Spreuken 31 roemt een wijze vrouw die, om het in hedendaagse termen te zeggen, maatschappelijk zeer actief was, maar haar man zat in de poort (de plaats van rechtspraak en bestuur). Ook deze Schriftplaats is 'van God ingegeven en is nuttig tot lering ... ' (2Tim 3: 16).

Laat ons op deze basis met elkaar in gesprek blijven. Het gaat om wezenlijke zaken en om het welzijn van onze partij.

W. Kolijn

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 30 mei 2003

De Banier | 32 Pagina's

Van de voorzitter · Gelijkwaardigheid en eigenheid

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 30 mei 2003

De Banier | 32 Pagina's

PDF Bekijken