Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Uit de provincie · Interview met ir. N. Houtman

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Uit de provincie · Interview met ir. N. Houtman

10 minuten leestijd

In De Banier van 20 februari jl. is een artikel gewijd aan het afscheid van ir. M. Houtman van de Provinciale Staten van Zuid-Holland. Een afscheid van een prominente SGP'er met een zeer lange staat van dienst. Voldoende reden dus om met de heer Houtman terug te blikken én vooruit te zien. Vooruit zien omdat hij ook kandidaat is voor de D.V. op 10 juni a.s. te houden verkiezing van de leden van het Europees Parlement.

Houtman is in 1970 gekozen tot lid van de raad van de gemeente Leiden. Voor die verkiezing kwam de SGP uit op een gecombineerde lijst met ARP en CHU. Op die lijst stond Houtman op de achtste plaats als eerste op de lijst voorkomende SGP'er. Waar geen mens op gerekend had, gebeurde. Houtman werd met voorkeurstemmen gekozen en werd op die manier het eerste SGP-raadslid in de geschiedenis van Leiden. In 1980

volgde Houtman het toen overleden statenlid Muickhuyse op als lid van de Provinciale Staten van Zuid-Holland. Tot hij dus op 2! januari jl. na ruim 23 jaar afscheid daarvan nam. Gedurende zeven periodes heeft Houtman het Statenlidmaatschap vervuld. Hij is één periode van vier jaar Gedeputeerde geweest. In Vizier - de nieuwsbrief van de SGP/ChristenUnie-Statenfractie in Zuid-Holland - is vermeld dat hij aan zo'n kleine 250 Statenvergaderingen moet hebben deelgenomen en maar liefst vijf Commissarissen van de Koningin (CdK's) moet hebben meegemaakt. Verder mag niet onvermeld blijven dat Houtman van 1980 tot 1992 deel heeft uitgemaakt van het Hoofdbestuur van de SGP.

Wat is boeiender?

In een reeds eerder afgenomen interview ter gelegenheid van het afscheid van Houtman van het Hoofdbestuur merkte hij op moeilijk antwoord te kunnen geven op de vraag wat boeiender is, het werk in de Gemeenteraad of dat in Provinciale Staten. Ook nu is die vraag door hem niet goed te beantwoorden. Houtman merkt op dat gemeente én provincie interessant zijn voor degenen die geïnteresseerd zijn in politiek. "Terugziende op bijna zeven jaar gemeentebestuur in een middelgrote gemeente en ruim drieëntwintig jaar provinciebestuur, zou ik niet kunnen zeggen wat het meest boeiend is. In een gemeenteraad ben je vaak concreter bezig, vooral op de korte ter­ mijn en is er vaak een nauw contact met de burgers. Bij een provincie gaat het meer om de middellange en de lange termijn en zijn de contacten even sterk met raadsleden van de diverse gemeenten als met individuele burgers. Ook het feit dat je in feite een veel groter gebied aan het besturen bent dan je eigen woonomgeving maakt een provincie extra boeiend. Een ander verschil wat mij destijds opviel was, dat het niveau van het gemiddelde statenlid voor wat betreft kennis en bestuurlijk inzicht, toch wel hoger ligt als dat van het gemiddelde gemeenteraadslid. Dat betekent dat je in discussies nog beter beslagen ten ijs moet komen."

Samenwerking

De politieke loopbaan van Houtman kenmerkt zich door samenwerking met andere politieke partijen. "Wie niet bereid is tot samenwerken met anderen moet nooit de politiek in gaan. Hoewel een democratie voor ons nooit het hoogste ideaal is, is het in deze bedeling misschien nog wel de minst slechte van alle staatsvormen. Dat vraagt bereidheid om naar anderen te luisteren en met anderen samen te werken."

Hoewel er tussen alle politieke partijen verschillen bestaan, is het volgens Houtman gelukkig nog zo dat over zeer veel zaken waarin bestuurd moet worden, overeenstemming bestaat of te bereiken is met anderen. Zeer veel besluiten worden in de gemeenteraad of in de staten genomen met algemene instemming. Bij samenwerking binnen een fractie of in een coalitie gaat het om een meer langdurige en structurele samenwerking.

Op de vraag waar volgens Houtman aan moet worden voldaan bij een dergelijke samenwerking antwoordt hij dat

daarbij gekeken zal moeten worden in hoeverre verkiezingsprogramma's overeenstemmen. "Voor samenwerking binnen een fractie met meerdere partijen zal een grote mate van overeenstemming moeten bestaan. Voor samenwerking in een coalitie zullen in ieder geval duidelijke afspraken gemaakt moeten worden hoe omgegaan wordt met de onderlinge verschillen. Minstens even belangrijk is de vraag of de mensen die met elkaar

samenwerken vertrouwen in elkaar hebben en elkaar de ruimte geven om de eigen identiteit te beleven en uit te dragen."

Gevraagd naar zijn ervaringen zegt hij dat die over het algemeen positief zijn. "Als lid van een Prot. Chr Fractie (ARR CHU, SGP) werd bijvoorbeeld door mijn medefractieleden destijds van mij verwacht dat ik tegen de bouw van een nieuwe schouwburg zou stemmen terwijl zij zelf voor waren. In Provinciale Staten van Zuid-Holland heeft de samenwerking van SGP en Christen- Unie binnen een fractie in de afgelopen jaren geen enkel probleem gegeven en zelfs zeer positief gewerkt. Als er binnen de fractie verschillen waren, liepen die nooit volgens de scheidslijn tussen de beide partijen, maar dwars door de partijen heen. Ik weet dat dat in de Kamer en in sommige gemeenteraden wel eens anders ligt. Ook hier hangt het sterk af van karakters en de wil tot samenwerken van personen."

Bestuurlijke doorstroming

Toen Houtman afscheid nam van het Hoofdbestuur merkte hij op dat bestuurlijke doorstroming in het algemeen goed is. Toch is hij ruim 23 jaar statenlid gebleven. U bent op uw aanvankelijke opvatting teruggekomen? "Nee, er moet een zeker evenwicht zijn tussen snelle doorstromers en zij die wat langer blijven. Drieëntwintig jaar is wel erg lang, en het zou dat in mijn geval ook niet geworden zijn als ik in de vorige periode niet in het college van Gedeputeerde Staten gekozen was. Ik was toen al van plan om er in die periode mee te stoppen. Het grootste schrikbeeld voor me was om een keer een vijfentwintigjarig jubileum als statenlid te moeten ondergaan. Een voordeel van het hebben van enkele raadsen/of statenleden die wat langer meedraaien, is dat daarmee een stukje continuïteit gewaarborgd is en er iets van een collectief geheugen blijft functioneren. Wie een aantal periodes na elkaar meemaakt zal constateren dat iedere nieuwe lichting raads- en statenleden met allerlei ideeën komt waarvan men denkt dat ze nieuw zijn, maar die de oudgedienden al diverse keren hebben zien langskomen en waarvan zij wat beter kunnen beoordelen in hoeverre zulke ideeën echt iets kunnen opleveren."

Tussentijds afgetreden

We vragen de heer Houtman naar de reden van zijn tussentijds aftreden, nauwelijks een jaar na zijn verkiezing. Hij merkt nogmaals op dat hij in de vorige periode al van plan was om te stoppen, maar dat veranderde door het gekozen worden als lid van Gedeputeerde Staten. "Het zou uiteraard een voorrecht geweest zijn als deze situatie nog met een tweede periode verlengd had kunnen worden en het lag daarom voor de hand om bij de verkiezingen weer mee te doen. Daarbij komt dat je als lid van Gedeputeerde Staten in bepaalde regio's een stukje naamsbekendheid krijgt dat positief kan werken bij de verkiezingen. Direct na de verkiezingen stoppen acht ik voor een lijsttrekker behoudens bijzondere omstandigheden niet juist, ook al blijkt het niet goed te werken om als oud-Gedeputeerde weer in de staten zitting te nemen. Je weet te veel van wat er in de ambtelijke wereld om gaat en de nieuwe Gedeputeerden zijn vaak met onderwerpen bezig die je zelf nog in gang hebt gezet. Ongeveer een jaar na de verkiezingen vond ik een acceptabel moment. Dan heeft je opvolger nog bijna een hele periode om er goed in te komen."

Herinneringen

Zoals bij elk interview ontkomt ook Houtman niet aan de vraag naar zijn leukste/beste herinnering en de minste goede. Hij zegt dat er zeer veel leuke en goede herinneringen zijn. "Ik denk dan bijvoorbeeld aan de periode 1982- 1987 toen H.G Barendregt, J.A. Coster en H.E.J.Boon deel uitmaakten van de fractie. Vooral Barendregt was een eminent spreker en wist door allerlei originele vondsten en humor de staten altijd te boeien.

De slechtste herinneringen bewaar ik aan de periode van de Ceteco-affaire in Zuid-Holland waardoor enkele zeer integere medebestuursleden die voor mijn gevoel niets te verwijten waren, gedwongen werden af te treden."

Vijf CdK's

Desgevraagd geeft Houtman van de vijf commissarissen waarmee hij heeft samengewerkt een typering, onder meer als het gaat om de relatie met de SGP en zijn persoon in het bijzonder. "Vijf CdK's in drieëntwintig jaar: allemaal bekwame bestuurders en allemaal verschillend.

I.Mr.Vrolijk. Iemand die van stijl hield, formeel was, maar goed leiding gaf aan de debatten. Hij kende de SGP in de staten vooral uit de periode toen de heer Vlasblom fractievoorzitter was. Hij had groot respect voor hem, al was wel duidelijk dat hij zich volledig distantieerde van diens opvattingen.

2. Mr S. Patijn. Iemand die veel informeler met de statenleden omging, veel bestuurlijk lobbywerk verrichtte. Omdat ik in die tijd fractievoorzitter was, had ik met hem een nauwere band en vroeg hij ook wel advies over zaken die met een godsdienstige achtergrond te maken hadden. Zo bijvoorbeeld: "Zeg, kunnen jullie me zeggen waar dat en dat in de Bijbel staat, want ik moet vanmiddag bij een begrafenis wat zeggen en ik vind die en die uitspraak uit de Bijbel daar goed op van toepassing. Dan dook je tijdens een statenvergadering even de bibliotheek in en zocht je het voor hem op.

3. Mevr. Leemhuis-Stout. Een zeer integer en bekwaam bestuurder die veel minder dan Patijn een partijpolitieke achtergrond had. Waarschijnlijk doordat ik bij haar benoeming voorzitter was van de vertrouwenscommissie en later samen met haar in het college van Gedeputeerde Staten zitting had, had ik met haar een zeer goede band. Zij stond ook zeer positief tegenover onze fractie en gaf ons alle ruimte om actief in allerlei bestuurlijke circuits mee te doen.

4. D. Luteyn trad als interim-Cdk op na het aftreden van mevr. Leemhuis. Hij kende de SGP goed vanuit het Zeeuwse en vanuit zijn contacten met Barendregt in de Eerste Kamer. Als bestuurder, recht door zee, geen onnodige ellenlange procedures, maar gericht op direct zaken doen en de organisatie na de Ceteco-affaire financieel op orde brengen. Ook met hem had ik persoonlijk en ook als fractie een goed contact.

5.J. Franssen.de huidige commissaris, een zeer ervaren en integer bestuurder die de SGP goed kent en die, hoewel hijzelf als christen niet voor een christelijke partij gekozen heeft, de achtergronden wel kent en ook alle ruimte wil geven binnen ons democratisch bestel. Door drie jaar samen in Gedeputeerde Staten zitting te hebben groeit er een wederzijdse waardering zowel persoonlijk als in het verband van de fractie.

Europees Parlement

In Vizier staat dat de echtgenote en de (klein)kinderen van Houtman het erg prettig vinden dat hij wat meer tijd aan hen zou kunnen gaan besteden. En dan toch beschikbaar voor het Europees Parlement, zo vragen we Houtman. Hij antwoordt dat zijn beschikbaarheid vooralsnog symbolisch is. "De plaats op de lijst is een zeer veilige voor iemand die inderdaad het voornemen heeft om wat meer tijd aan vrouw, kinderen en kleinkinderen te besteden."

Gevraagd naar de positie van de SGP in relatie tot "Europa" zegt hij dat Europa, hoe je het ook went of keert, een realiteit is en steeds meer het karakter van een overheid krijgt. "Als SGP moeten we daar bij zijn, alleen al om duidelijk te maken dat er mensen zijn in Europa die dat zo niet willen. Daarnaast zijn er vele zaken waar wij als SGP'ers net zo goed een opvatting over hebben als anderen en waarvan het waardevol is dat dat in de besluitvorming wordt meegenomen. Daarnaast kunnen wij een zeer duidelijke signaleringsfunctie hebben als het gaat om de positie van christenen elders in de wereld maar ook binnen Europa. De gedachte dat van het niet deelnemen aan de verkiezingen een signaal uit zou gaan dat politici aan het denken zou zetten over de vraag of men met een verenigd Europa wel op de goede weg is, heb ik nooit kunnen volgen."

mr.V.A. Smit, algemeen secretaris

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 14 mei 2004

De Banier | 22 Pagina's

Uit de provincie · Interview met ir. N. Houtman

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 14 mei 2004

De Banier | 22 Pagina's

PDF Bekijken