Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Tweede Kamer · De zieke minister-president

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Tweede Kamer · De zieke minister-president

5 minuten leestijd

De ziekte van minister-president Ëalkenende iieeft al heel wat pennen en tongen in beweging gebracht. In de Tweede Kamer is er achter de schermen heel wat gesteggeld over de vraag hoe en wanneer de algemene politieke beschouwingen zouden moeten worden gehouden. En sommige kranten wijdden al commentaren aan 'de zieke premier'. Inclusief de vraag of het niet beter is om hem een tijdje te laten vervangen door een ander. Uiteindelijk heeft het kabinet de knoop doorgehakt, ongetwijfeld in samenspraak met de aan bed gekluisterde Balkenende. Zijn taken zullen worden verdeeld over de andere bewindslieden, de vice-premiers Zalm en De Graaf in het bijzonder. 'Daar zijn ze nu eenmaal voor'.

Blijvend neerleggen

Dat een minister of staatssecretaris door ziel< te kan worden geveld, is niks bijzonders.Wie een duik neemt in de parlementaire geschiedenis van ons land komt tientallen bewindslieden tegen die hetzij tijdelijk, hetzij definitief'uit de roulatie' moesten. Een vluchtige telling leert dat er in totaal zo'n 17 ministers in verband met een aandoening hun ambt blijvend moesten neerleggen. De laatste keer dat dat zo was, is al weer ruim dertig jaar geleden. Het betrof minister R Brouwer, die in het kabinet-Den Uyl Landbouw en Visserij 'deed'. Nog geen vijf maanden na z'n beëdiging moest hij al weer terugtreden. Nóg korter was het ministerschap van kolonel G.P. Booms. In het derde kabinet-Thorbecke was hij minister van Oorlog, maar na 24 dagen al moest hij vanwege gezondheidsredenen zijn ontslag aanbieden (1871).

Waren deze bewindslieden gedwongen de ministerssteek definitief aan

de wilgen te hangen, andere ministers en staatssecretarissen moesten er slechts tijdelijk tussenuit. Niet omdat ze een weekje thuis moesten blijven omdat ze een kou hadden gevat of last van de bof kregen, maar omdat ze iets onder de leden hadden waardoor ze voor langere tijd moesten worden opgenomen - of in ieder geval thuis het bed houden.

Het rijtje bewindslieden waarbij dat het geval was, telt twintig a dertig ministers en staatssecretarissen. Na een poos gedwongen rust te hebben moeten nemen, pakten ze na kortere of langere tijd de draad gewoon weer op.Twee betrekkelijk recente voorbeelden zijn de ministers Van Dijk van Binnenlandse Zaken (tweede kabinet-Lubbers, 1987) en Ter Beek van Defensie (Lubbers-drie, 1991). Beiden kampten met hartklachten. Bij eerstgenoemde was zelfs een open-hart-operatie noodzakelijk.

Complicaties

De vraag die in deze gevallen altijd bij de collega-ministers opdoemt, is: wat doen we? Het meest voor de hand ligt de oplossing die erin voorziet dat het tijdelijke ongemak wordt uitgesmeerd over één of meer andere bewindslieden. Dat is wat er momenteel gebeurt, nu minister-president Balkenende wegens de ontsteking van zijn voet en de operaties die daarvoor nodig waren, is opgenomen in het ziekenhuis.Vice-premier Zalm neemt hem zoveel mogelijk waar, al dan niet geassisteerd door de tweede reserve, vice-premier De Graaf. Dat betreft alle voorkomende werkzaamheden van een minister-president, van Kamerdebatten tot het ontvangen van buitenlandse gasten, van handtekeningen zetten tot het voorzitten van de vergaderingen van de ministerraad en het bijpraten van koningin Beatrix op Huis ten Bosch. Deze oplossing legt weliswaar extra werkdruk op de vervanger(s), maar geeft politiek en staatsrechtelijk de minste complicaties.

Voor deze en vergelijkbare omstandigheden, beschikt ieder kabinet trouwens over een vervangingsregeling, leder kabinet maakt na haar aantreden zo'n in een officieel door koningin Beatrix ondertekend Koninklijk Besluit vastgelegde regeling. Daarin staat precies wie wie vervangt. Bij ziekte, waar het hier over gaat, maar ook als een bewindsman of -vrouw om andere redenen (een reis bijvoorbeeld, of tijdens de va­ kantie) een tijdje geen leiding kan geven aan het departement. De nu van kracht zijnde vervangingsregeling voorziet erin dat de eerste reserve voor premier Balkenende vice-premier Zalm is, en dat vice-premier De Graaf de tweede plaatsvervanger is. Alles verloopt momenteel dus keurig'volgens het boekje'.

Uitvaller

Overigens is het zo dat in de geschetste afwezigheidsgevallen in principe altijd eerst gekeken wordt of er op het departement van de uitvaller een staatssecretaris zit. Is de absente minister nog in staat om zelf aanwijzingen te geven, dan is de hoofdregel dat de staatssecretaris invalt. Hij of zij zit dan ook bij de ministerraad, zij het met slechts een raadgevende stem. In alle andere gevallen, dus als er op een departement geen staatssecretaris is (zoals op Algemene Zaken, waar Balkenende de scepter zwaait), of als de minister en de staatssecretaris beide niet beschikbaar zijn, valt men terug op een min of meer vast vervangingsschema. De praktijk daarbij is dat de vervanger altijd een min of meer vergelijkbaar beleidsterrein beheert. Zo vervangt Economische Zaken bijna altijd Financiën en omgekeerd. OokVROM en Verkeer en Waterstaat blijken goed inwisselbaar. Duidelijk is zo ook dat de invalkracht niet per se hetzelfde politieke kleurtje moet hebben.

Een hoogst enkele keer is ervoor gekozen tijdelijk een andere excellentie te benoemen. Dat is met name zo als de ziekte ernstig is en/of langere tijd aanhoudt. Zoals in het al genoemde geval van minister van Dijk die in 1987 onder het mes moest voor een open-hart-operatie. Omdat de toenmalige staatssecretaris van Binnenlandse Zaken er niet voor voelde om een tijdje te promoveren, ging er in het kabinet toen een hele carrousel draaien. Op 26 januari legde Van Dijk het ministerschap neer. Een paar dagen later werd de minister van Sociale Zaken benoemd tot zijn tijdelijke opvolger Diens plaats werd weer ingenomen door de staatssecretaris van Sociale Zaken, terwijl de open plek van de staatssecretaris maar even open werd gelaten.Toen op 6 mei Van Dijk weer aan de slag kon, werd hij opnieuw benoemd tot minister van Binnenlandse Zaken, waarna de andere twee 'poppetjes' ook weer terugkeerden op hun oude stek.

Menno de Bruyne

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 15 oktober 2004

De Banier | 24 Pagina's

Tweede Kamer · De zieke minister-president

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 15 oktober 2004

De Banier | 24 Pagina's

PDF Bekijken