Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Doelwit · Stampij in Apeldoorn

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Doelwit · Stampij in Apeldoorn

8 minuten leestijd

Politiek Apeldoorn beleeft roerige tijden. Eind januari stapten alle wethouders op na een door de raad geïnitieerd onderzoek, over de grote problemen rond de vestiging van het handelsbedrijf Reesink in Apeldoorn. Het ging bij dat onderzoek om de lokale variant van een parlementaire enquête. Sinds de invoering van het dualisme in 2002 kan ook de gemeenteraad een dergelijke enquête doen. SGP-fractievoorzitter Henk van den Berge was voorzitter van de Apeldoornse onderzoekscommissie. We stelden hem een aantal vragen over het onderzoek en het politieke proces van de afgelopen tijd.

Het doen van een raadsonderzoek is een zwaar middel. Hoe is het zover gekomen in politiek Apeldoorn? "De kwestie-Reesink sleept al jaren. Medio 1995 wilde het bedrijf verhuizen naar Apeldoorn. Aanvankelijk waren er geen problemen, maar al snel verliepen de onderhandelingen over de koop van twaalf hectare gemeentegrond erg moeizaam. Uiteindelijk kwam het in maart 1997 tot een akkoord. Hierin was afgesproken dat Reesink op I januari 1998 de eerste zes hectare zou afnemen. Door verschil van mening over vooral het ontwerpbestemmingsplan en de milieuvergunning gebeurde dat niet. Omdat Reesink de grond op de afgesproken datum niet had afgenomen, eiste het college van B& W een rentevergoeding. Het bedrijf weigerde die te betalen. Beide partijen verweten elkaar zich niet aan de overeenkomst te houden. Uiteindelijk zegde het college in 1999 de overeenkomst op. Reesink startte vervolgens juridische procedures en won die, ook in hoger beroep. Als gemeenteraad konden we de gang van zaken niet goed volgen.Van het college hoorden we dat de gemeente gelijk had, maar desondanks verloren we de belangrijkste rechtszaken. Zolang de kwestie onder de rechter was, wilde de raad niet ingrijpen. Maar toen er eind 2004 weer een voor de gemeente vernietigende uitspraak van de Raad van State kwam, veranderde dat. In het raadspresidium, waarin de negen fractievoorzitters zitten, zijn toen alle mogelijkheden op een rijtje gezet om de kwestie uit te zoeken. Besloten werd om te kiezen voor een raadsenquête, het zwaarste onderzoeksmiddel dat een gemeenteraad heeft."

Stonden alle politieke partijen achter het onderzoek? "Ja. Deze onderzoeksvorm bood de beste mogelijkheden om inzicht te krijgen in het complexe dossier Daarbij kun je denken aan het onder ede verhoren van betrokkenen en het eisen van alle schriftelijke stukken van het college, waaronder ook niet-openbare informatie zoals e-mails. Dat alle partijen het onderzoek steunden, heeft ook te maken met het feit dat in Apeldoorn het dualisme best goed vorm heeft gekregen. Collegepartijen kiezen bij ons een eigen rol en zijn geen verlengstuk van hun wethouders zoals dat voor 2002 vaak wel het geval was."

Hoe luidde de onderzoeksvraag van de commissie? "Centraal stond de waarheidsvinding. We moesten uitzoeken hoe en waarom er problemen waren ontstaan. Ook moest duidelijk worden hoe het college van B& W met zijn verantwoordelijkheden was omgegaan. Bovendien moest de commissie uit de ervaringen met dit dossier lessen trekken voor de toekomst."

Hoe werd de commissie samengesteld? "De gemeenteraad van Apeldoorn bestaat uit negen partijen. De vier grotere fracties -CDA, Leefbaar Apeldoorn, WD en PvdA- vormen het college. In het presidium werd afgesproken dat de onderzoekscommissie uit vijf personen zou bestaan: drie uit de collegepartijen en twee uit de vijf kleinere fracties van Groenlinks, Gemeentebelangen, D66, ChristenUnie en SGP. De collegepartijen en de oppositiepartijen zouden afzonderlijk bepalen wie hun kandidaten waren. Informeel werd vervolgens door de fractievoorzitters van de collegepartijen gepolst of ik voorzitter van de commissie wilde worden. Daar zal het betrouwbare imago van de SGP zeker een rol bij hebben gespeeld. De andere commissieleden waren van het CDA, Leefbaar Apeldoorn, WD en Gemeentebelangen."

Hoe hebben jullie het onderzoek aangepakt? "We gingen snel van start, want het onderzoek moest voor de gemeenteraadsverkiezingen zijn afgerond. De gemeenteraad wilde het nieuwe college niet belasten met het Reesink-dossier We zijn eind mei 2005 begonnen met het maken van een plan van aanpak. Dat bestond uit vier onderdelen. Allereerst het onderzoeken van het dossier tot medio augustus. Dat was een enorm karwei, want het Reesink-archief bevatte ruim vier meter papierWe hebben het dossier met behulp van een extern onderzoeksbureau inzichtelijk gemaakt. De tweede stap was het interviewen van 51 betrokkenen achter gesloten deuren in september Het ging daarbij om de burgemeester, (oud-)wethouders, ambtenaren, (oud-)raadsleden en mensen van Reesink. De interviews waren vooral bedoeld om de commissie beter inzicht te geven in de gebeurtenissen. Dat viel niet mee, want de meningen van de gemeente en Reesink liepen sterk uiteen. Als commissie zaten we met veel losse puzzelstukjes die moeilijk in elkaar te passen waren. Maar tijdens de gesprekken begonnen ze steeds meer op hun plaats te vallen. Aan het eind van de interviews hadden we als commissie het gevoel dat we de materie aardig onder de knie hadden.

Dat was ook nodig, want een paar weken daarna ging de derde fase van start, namelijk die van de openbare verhoren. In totaal hebben we In twee weken tijd 21 betrokkenen onder ede verhoord. Deze verhoren waren ook rechtstreeks te volgen via internet.Veel mensen hebben daar gebruik van gemaakt.TIjdens de verhoren vroeg de commissie veel dieper door dan bij de interviews. De betrokkenen werden ook geconfronteerd met de standpunten van de 'andere' partij.

Daarna volgden een paar niet-openbare verhoren, waarbij we met vier betrokkenen een belangrijk onderdeel van het dossier met de stukken op tafel hebben uitgediept.

Inmiddels was het eind oktoberWe hadden nog twee maanden voor het laatste onderdeel: de opstelling van het eindrapport. Dat was een enorm karwei.Als commissie zaten we gelukkig op één lijn.Vooral tijdens de pauzes tussen de openbare verhoren hebben we veel met elkaar overlegd en toen al tekenden zich duidelijke lijnen af. Medio december werd het rapport van in totaal zo'n 360 pagina's afgerond en kon het naar de drukker."

y^at was de uitkomst van het onderzoek? "De hoofdconclusie was dat er in het proces op cruciale momenten misverstanden zijn ontstaan en door het college fouten zijn gemaakt. Bovendien bleef het college ondanks verloren rechtszaken uitgaan van zijn eigen gelijk. Door stapeling van al deze zaken, een kokervisie bij het college en door botsende karakters van de hoofdrolspelers is er een groot conflict ontstaan. Dat heeft de gemeente veel schade -zowel in financieel opzicht als qua imago- bezorgd."

Hoe breng je zo'n harde boodschap naar buiten? "Aan het eind van de openbare verhoren was ons al duidelijk dat de positie van het college ter discussie zou komen.We hebben in de commissie benadrukt dat er absolute geheimhouding moest zijn. Dat is ons gelukt.Tot het moment van de presentatie was er niets uitgelekt. Dat is in Apeldoorn vrij uniek.

Het onderzoek hebben we gepresenteerd in de gemeenteraad. Dat hebben we -zeker gezien de harde conclusies richting het college- op een ingetogen en zorgvuldige wijze gedaan. Je kunt je voorstellen dat onze bevindingen hard aankwamen. Het college en de betrokken ambtenaren hadden immers nog steeds het idee dat ze gelijk hadden."

De comniissie heeft geen oordeel uitgesproken over het college, maar dat aan de raad gelaten. Leverde dat geen spagaat op voor de commissieleden die tevens raadslid zijn? "Nee. Het was

niet aan de commissie om politieke conclusies over de gevolgen voor het college te trekken. Dat is de bevoegdheid van de raad. Als commissie hebben wij geprobeerd een onafhankelijk en goed onderzoek te doen. Partijbelang was niet aan de orde. De raad was overigens erg positief over het rapport en heeft dat unaniem overgenomen, met als gevolg dat het college aftrad."

Is het recht van onderzoek een goed bruikbaar duaal instrument op lokaal niveau? "Wij zijn daar positief over. Maar het is wel een zwaar instrument.Als je als raad iets wilt onderzoeken, moet je vooraf goed beoordelen welk middel daar het beste bij past. Bij de evaluatie hebben we als commissie geconcludeerd dat wij het instrument van de raadsenquête nodig hadden om de waarheid te achterhalen. Alleen op deze manier konden we alle informatie via verhoren en de dossierstukken verkrijgen."

Wat heeft u van dit onderzoek geleerd? "Dat er in Apeldoorn een andere bestuurscultuur nodig is. Het is heel belangrijk dat het college een gemeenteraad goed en betrouwbaar informeert. In Apeldoorn was dat bij dit dossier niet het geval. Wij moeten meer garanties inbouwen dat zoiets wel gebeurt. De kwestie-Reesink is namelijk geen incident.

Een ander punt is de macht van de gemeente. Soms gaat het college hier niet goed mee om.Vanuit een monopolistische houding worden in zo'n geval burgers of bedrijven min of meer gedwongen overstag te gaan. De meesten doen dat, maar een enkeling zoals Reesink legt zich daar niet bij neer. Een dergelijke houding van de gemeente past niet."

Wat zou u een volgende keer anders doen? "Door de hoge tijdsdruk had de commissie weinig tijd voor reflectie op de inhoud. Daar zouden meer mogelijkheden voor moeten zijn.We hebben dit aspect nu opgelost door de inschakeling van meer externe deskundigen. Het is echter wel goed om een strakke tijdsplanning te hebben, want dan werk je doelgericht."

Hebt u adviezen aan collega's die overwegen gebruik te gaan maken van het recht van onderzoek? "Het is een goed instrument om een complexe en omstreden kwestie uit te zoeken. Maar onderzoek vooraf wel of je daar het zware middel van een raadsenquête voor nodig hebt. Ook de samenstelling van de commissie is belangrijk. Je moet elkaar qua kwaliteiten aanvullen. Bovendien moet je scherp letten op de investering in geld en tijd. Als je het doet, moet je het goed doen. Dus goede ondersteuning van de griffie en zonodig van externen is belangrijk. Maar let er wel op dat je als commissie het heft in handen houdt. Dus bezint eer ge begint."

Rudi Biemond

Vragen naar aanleiding van dit interview of o het recht van onderzoek van de gemeenter Emailadres Henk van den Berge: hvdberge@refdag.nl.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 10 maart 2006

De Banier | 24 Pagina's

Doelwit · Stampij in Apeldoorn

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 10 maart 2006

De Banier | 24 Pagina's

PDF Bekijken