Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Uit de provincie · In de Utrechtse Staten

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Uit de provincie · In de Utrechtse Staten

7 minuten leestijd

Voor de Utrechtse SGP is het er in de n/euwe Statenperiode niet gemakkelijl< .er op geworden. Als gevolg van de inkrimping van de Provinciale Staten bleef er voor ons nog één zetel over. Dat betekent dat de fractie maximaal gebruik moet maken van de mogelijkheid om niet-statenleden als lid van een commissie te benoemen. Maar ook die ruimte werd ingeperkt.

Het Statenwerk ging stevig van start. Allereerst was er voor alle fracties de mogelijkheid om inbreng te hebben in de beginnende collegeonderhandelingen. Daarnaast moesten we een aantal dagen op pad in het kader van de vertrouwenscommissie, terwijl tegelijk een begin gemaakt werd met het commissiewerk. Bovendien planden we extra fractieoverleg om goede afspraken te maken voor de komende vier jaar, en dan is er ook nog een aantal dossiers die gewoon aandacht blijven vragen. Die betreffen bijvoorbeeld de eventuele reactivering van de Pon-lijn, de herindeling van Breukelen, Loenen en Abcoude, en het Urgentieprogramma voor de Randstad.

Collegeonderhandelingen

Een paar dagen na de verkiezingen kwamen de woordvoerders van de verschillende partijen bijeen om te spreken over de totstandkoming van een collegeprogramma en de vorming van een nieuw college. Elke partij kreeg de gelegenheid een aantal punten aan te dragen die volgens haar deel uit dienden te maken van het nieuwe collegeprogramma.

Vanuit de SGP hebben we onder andere gepleit voor een goede samenwerking met gemeenten, waterschappen, het bedrijfsleven en maatschappelijk organisaties, waarbij de provincie zich cooperatief opstelt.Verder hebben we aangedrongen op blijvende aandacht voor het platteland en kleine kernen en de noodzaak van voldoende woningbouw beklemtoond - waaronder starterswoningen. Ook dient er naar onze overtuiging meer gedaan te worden aan het behoud van monumentale kerken en dienen cultuuruitingen aan bijbelse waarden en normen te voldoen.

Deze fase werd afgesloten met een vergadering waarin ook de vraag voorlag welke partijen deel zouden moeten uitmaken van het nieuwe college van GS. Gezien de verkiezingsuitslag hebben we vanuit de SGP aangegeven dat daarvoor CDA, VVD en PvdA als grootste partijen in elk geval in aanmerking kwamen, eventueel aangevuld met de Christen- Unie als winnaar van de verkiezingen. Vervolgens werd het een hele poos stil.

De drie grootste partijen hadden nogal wat tijd nodig om tot een akkoord te komen. Utrecht rondde uiteindelijk als laatste provincie de collegebesprekingen af. Op 29 mei werd het nieuwe college van GS gekozen, samengesteld uit twee CDA-ers, tweeVVD-ers en twee PvdA-ers. Daarmee ziet het nieuwe college er weer net zo uit als de vroegere colleges. Sinds het begin van de 70-er jaren is die samenstelling ongewijzigd. De SGP kan zich op enkele onderdelen na goed vinden in het collegeprogram, waarin vrijwel alle punten die door de SGP zijn aangedragen, zijn opgenomen. Helaas merk je dan wel dat er weinig draagvlak is voor principiële punten, zoals de bevordering van de zondagsrust en het tegengaan van cultuuruitingen die in strijd zijn met wat de Bijbel ons voorhoudt. Maar dat zal in andere provincies niet veel anders liggen.

Als SGP hebben we duidelijk aangegeven geen oppositiepartij te willen zijn. Vanuit onze bestuurlijke verantwoordelijkheid, die voor een kleine fractie net zo groot is als voor een grote fractie, kiezen we bewust voor een 'gouverne­ mentele opstelling'.Wij zullen dus waar mogelijk collegevoorstellen steunen, maar een tegenstem laten horen op de punten waarop het beleid de toets van Gods Woord niet kan doorstaan. We doen dan ook niet mee met het 'georganiseerde oppositieoverleg' zoals dat inmiddels tussen de andere niet-collegepartijen tot stand is gebracht.

Vertrouwenscommissie

Omdat de vertrouwenscommissie er eind vorig jaar niet in geslaagd was te komen tot een voordracht van een nieuwe Commissaris der Koningin, werd de vacature opnieuw opengesteld. Direct na de verkiezingen werd een nieuwe vertrouwenscommissie geïnstalleerd en konden de gesprekken met de kandidaten van start gaan. Dat vergde heel wat discussie en overleg, maar na een aantal intensieve vergaderingen lukte het toch om tot een aanbeveling te komen. Dat werd een kandidaat van CDA-huize: de heer R.C. Robbertsen, burgemeester van Ede en voormalig gedeputeerde van de provincie Utrecht. Op 7 juni heeft zijn installatie plaatsgevonden.We zijn dankbaar dat iemand met zijn achtergrond dit ambt in onze provincie mag bekleden en wij hebben hem bij de vervulling ervan wijsheid van Boven en Gods zegen toegewenst.

Begin commissiewerk

Voordat een begin gemaakt kon worden met het commissiewerk, ontbrandde de discussie over de vraag of er twee of drie niet-statenleden per fractie commissiewerk zouden mogen doen. Op dit punt zijn er voor de grote partijen geen problemen, omdat die doorgaans over voldoende fractieleden beschikken om de commissies te bemensen.Aangezien er vier commissies zijn, maakt het voor een éénpersoonsfractie als de SGP echter nogal wat verschil of er twee of drie benoemd mogen worden. De grootste fracties vonden twee per fractie het absolute maximum. En daar moet je je als kleine fractie dan maar bij neerleggen.

Namens de SGP-fracties fungeren nu in twee commissies niet-statenleden. Dat zijn Jan van de Lagemaat uit Woudenberg en Jan Willem Benschop uit Lopik. Gelukkig is de fractieondersteuning in de persoon van Marco van Eckeveld niet verminderd.

Fractieoverleg

De Utrechtse SGP is de verkiezingen ingegaan met een duidelijk programma onder het motto 'Ruimte om te leven'. Daarin worden alle punten genoemd die onze partij voor de komende vier jaar van belang acht. Doordat bij de collegeonderhandelingen gekozen is voor een open proces, zijn er diverse punten uit ons programma in het collegeprogram opgenomen - uiteraard alleen als daar bij de coalitiepartners voldoende steun voor was.

Niet alle punten zijn op die manier op de agenda gezet. Om die reden hebben we als fractie in een strategisch beraad ons gebogen over de vraag welke onderdelen uit ons verkiezingsprogramma wij in de komende vier jaar D.V. nog meer aan de orde willen stellen, op welke manier, en op welk moment. Dat is ons eigen fractieprogramma geworden. Eén onderdeel daarvan is de instelling van provinciale SGP-werkgroepen. Om een gedegen inbreng vanuit de SGP te bevorderen, zijn we bezig een aantal deskundigen in werkgroepen bijeen te brengen, die de fractie assisteren en ad­ viseren bij haar standpuntbepaling op het terrein van financiën en het landelijk gebied. Als dit goed gaat lopen, kan deze werkwijze in een later stadium verder worden uitgebreid.

Pon-lijn

Tot slot nog iets over één van de doorlopende dossiers, de Pon-lijn. Met die naam wordt een gedeelte van het tracé van de oude spoorlijn tussen Rhenen/ Kesteren en Amersfoort aangeduid. Dat traject is sinds de Tweede Wereldoorlog niet meer in gebruik, en er zijn ook geen concrete voornemens om daarin verandering aan te brengen. Begin dit jaar maakte de Staatscourant melding van het voornemen van de minister om de spoorwegbestemming van een gedeelte van die lijn op te willen heffen.We werden hierop geattendeerd door de reizigersvereniging ROVER, op een moment dat we in zowel gemeentelijke als provinciale commissievergaderingen onmiddellijk aan de bel konden trekken. Dat leidde er toe dat zo­ wel door het gemeentebestuur van Rhenen en vanVeenendaal, als door het provinciale bestuur van Utrecht bezwaar is ingediend tegen dit ministeriële voornemen. Met als resultaat dat de voorgenomen ontheffing niet doorgaat. Waarom zo'n drukte over een oud spoorwegtracé? Wordt dat ooit nog weer eens gereactiveerd? Dat is in elk geval wel de insteek van de provinciale SGP En de reden daarvoor is eigenlijk redelijk simpel. We weten allemaal dat de groei van de mobiliteit in Nederland niet eindeloos op de huidige manier kan doorgaan. Er zijn grenzen aan het asfalt. En dus zul je als overheid moeten zorgen voor alternatieven voor het gebruik van de auto.Voeg daarbij het pleidooi van de SGP voor een goed openbaar vervoer, en de reden voor onze bestuurlijke inspanningen om de bestemming'spoorlijn' op het race van de Pon-lijn te handhaven zal duidelijk zijn.

R. Bisschop, statenlid

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 oktober 2007

De Banier | 24 Pagina's

Uit de provincie · In de Utrechtse Staten

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 oktober 2007

De Banier | 24 Pagina's

PDF Bekijken