Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Voor de goede orde (1)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Voor de goede orde (1)

9 minuten leestijd

Er wordt wat af vergaderd. Een vergadering hier, een overleg daar. Menig echtgenote van een raadslid zal dat wel herkennen. Inderdaad, ook raadsleden ontkomen niet aan allerlei vergaderingen. Denk bijvoorbeeld aan de commissievergaderingen en raadsvergaderingen. Dit artikel behandelt diverse aspecten van vergaderen en het leiden van vergaderingen. Onthouding van besluitvorming bij (schijn van) belangenverstrengeling en vernietiging van besluiten zullen in het tweede deel aan de orde komen.

1. Gemeente
De gemeente kent drie bestuursorganen: de gemeenteraad, het college van burgemeester en wethouders en de burgemeester. Gezamenlijk vormen zij het gemeentebestuur. In dit artikel beperken we ons tot de gemeenteraad.

2. Gemeenteraad
De gemeenteraad is het hoofd van de gemeente. 1 Aan dit ‘hoofdschap’ worden in de Grondwet geen bepaalde (rechts)gevolgen verbonden. Aan de gemeenteraad is onder andere de bevoegdheid toegekend om verordeningen vast te stellen2 en het college te controleren op het gevoerde beleid.3 Daarnaast hebben (individuele) raadsleden de bevoegdheid om het college vragen te stellen, een interpellatiedebat aan te vragen of een initiatiefvoorstel in te dienen.4 De omvang van de gemeenteraad hangt af van de grootte van de bevolking. In artikel 8 van de Gemeentewet is bepaald bij welke aantallen inwoners hoeveel raadsleden horen. De gemeenteraad vertegenwoordigt de gehele bevolking van de gemeente.5 De vereisten voor het raadslidmaatschap staan vermeld in artikel 10 van de Gemeentewet. In ieder geval behoort een raadslid inwoner (ingezetene) van de betreffende gemeente te zijn. Dit betekent dat bij verhuizing naar een andere gemeente het lidmaatschap direct komt te vervallen.

3. Voorzitter gemeenteraad
De burgemeester is de voorzitter van de gemeenteraad.6 een voorstel om het voorzitterschap van de gemeenteraad uit de Grondwet te verwijderen is inmiddels in eerste lezing aanvaard door de tweede en eerste Kamer. Het is overigens niet de bedoeling dat het voorzitterschap van de burgemeester uit de Gemeentewet zal worden geschrapt.7 De voorzitter heeft de taak om de orde tijdens de vergadering te handhaven.8

Indien de burgemeester de gemeenteraadsvergadering niet kan voorzitten, bijvoorbeeld wanneer hij zelf over zijn wettelijke taken of portefeuille verantwoording moet afleggen, wordt hij vervangen door het langstzittende raadslid. Wanneer meerdere raadsleden even lang deel uitmaken van de gemeenteraad zit het in leeftijd oudste lid de vergadering voor. Overigens kan de gemeenteraad in het Reglement van Orde een eigen ‘vervangingsregeling’ opnemen en daarmee dus afwijken van de hoofdregel zoals deze in de Gemeentewet is opgenomen. ‘Langstzittend raadslid’ hoeft geen ononderbroken periode te betekenen. Het gaat om het totale aantal dienstjaren van het desbetreffende raadslid in die gemeente. Het raadslidmaatschap in een andere gemeente telt hierbij dus niet mee.

4. Raadscommissies
Op grond van artikel 82 Gemeentewet kunnen diverse raadscommissies worden ingesteld. Deze hebben tot taak de besluitvorming in de gemeenteraad voor te bereiden. Overigens bepaalt de gemeenteraad zelf in welke situatie welke raadscommissie wordt geraadpleegd. Bij de samenstelling van deze commissies moet de gemeenteraad zorgen voor een evenwichtige vertegenwoordiging van de in de raad vertegenwoordigde fracties. De mogelijkheid om niet-raadsleden tot lid van een commissie te benoemen is niet in de Gemeentewet geregeld, maar kan in de Verordening op de commissies worden opgenomen.

5. Voorzitter raadscommissie
Ook al kunnen niet-raadsleden lid zijn van een raadscommissie, alleen een raadslid kan voorzitter zijn van een dergelijke commissie.9 De achtergrond van deze bepaling is dat het gaat om de voorbereiding van raadsbesluiten en dat het voorzitterschap daarom in handen van de gemeenteraad moet liggen.10 Inmiddels ‘experimenteren’ diverse gemeenteraden met een andere wijze van vergaderen. Bijvoorbeeld door het beleggen van opiniërende bijeenkomsten, gevolgd door een adviserende vergadering, wat uiteindelijk leidt tot besluitvorming in de gemeenteraad. Soms wordt de term commissie dan vervangen door bijvoorbeeld forum. Wanneer het doel van een forum of commissie is de raad te adviseren, is er eigenlijk sprake van een raadscommissie en mag in principe alleen een raadslid een dergelijke bijeenkomst voorzitten. In andere situaties ligt dat wellicht anders.

6. Presidium
Het presidium of de agendacommissie is een door de gemeenteraad benoemde commissie die verantwoordelijk is voor de agendavorming van de commissies en de gemeenteraad. Deze commissie bepaalt de onderwerpen die op de diverse agenda’s komen te staan en, in overleg met de gemeentesecretaris, het vergaderschema voor het komende jaar. Per gemeente wisselt de samenstelling van een dergelijke commissie. In sommige gemeenten vormen de fractievoorzitters met de burgemeester de agendacommissie, ondersteund vanuit de griffie. In andere gemeenten vormen de (plaatsvervangend) voorzitters van commissies en gemeenteraad het presidium. In een volgend artikel wordt uitgebreider stilgestaan bij de functie van het presidium.

7. Voorzitterschap
7.1 Algemeen
Zoals eerder opgemerkt is het handhaven van de orde tijdens een vergadering de taak van de voorzitter. echter, er zijn meer handelingen te verrichten dan alleen het laten vertrekken van toehoorders of het ontzeggen van de toegang aan notoire ordeverstoorders voor ten hoogste drie maanden. De voorzitter kan de raad voorstellen een lid dat door zijn gedragingen de orde verstoort te laten verwijderen of een verder verblijf van de vergadering te ontzeggen. Uiteindelijk beslist de gemeenteraad over dit voorstel.

7.2 Vaardigheden
Een voorzitter moet buiten die ‘noodmaatregelen’ de vergadering in goede banen leiden, zodat juiste beslissingen worden voorbereid en genomen. Vergaderen betekent niet alleen dat er vaardigheden van de deelnemers worden verwacht, maar impliceert ook dat de voorzitter over specifieke bekwaamheden beschikt. Door goede leiding komt de bespreking van diverse onderwerpen het best tot zijn recht.

Over welke vaardigheden of competenties moet een voorzitter beschikken? Gedacht kan worden aan:
- Onafhankelijkheid; neutraal, boven de partijen staand
- Adequaatheid; vasthouden aan de agenda
- Ad rem zijn; snel kunnen anticiperen/ingrijpen tijdens de vergadering
- Onderscheidingsvermogen; hoofdzaken van bijzaken kunnen onderscheiden
- Gastheer(vrouw)schap; gezicht van de vergadering die tevens het verloop bepaalt, moet insprekers gerust kunnen stellen
- Goed kunnen luisteren en samenvatten; zowel eenvoudige als ingewikkelde discussies moeten helder worden samengevat
- Ervaring; zowel in politiek-bestuurlijke besluitvorming als in het voorzitten van vergaderingen

In de gemeente eindhoven is een profielschets opgesteld voor politieke functies binnen de gemeenteraad11 (zoals plaatsvervangend voorzitter van de gemeenteraad en commissievoorzitters). Vrij essentieel is dat leden van het presidium ten minste één dagdeel per maand beschikbaar moeten hebben voor een vergadering van het presidium.

7.3 Verloop vergadering
Grofweg kent elk debat en ook elke vergadering een ‘kop’ (opening), ‘romp’ (bewaken van het debat/de vergadering) en ‘staart’ (afronding van het onderwerp, afsluiting van de vergadering). Met het welkom heten van de aanwezigen, onder wie de raads- en commissieleden, de leden van het college, de pers en het publiek (zeker niet vergeten) wordt de vergadering geopend. Bij de opening en/of bij ieder afzonderlijk agendapunt is het mogelijk de verwachting met betrekking tot het onderwerp uit te spreken. een dergelijke intro is zeker voor de mensen op de publieke tribune of de luisteraars via de lokale omroep van belang. Voor de deelnemers aan de vergadering kan het overdreven zijn, maar voor belangstellenden die vrijwel nooit een vergadering bijwonen geeft een introductie wel structuur in het geheel. Overigens is het ook voor de deelnemers handig te weten wat bij welk agendapunt wordt verwacht: gaat het om voorbereiding van een raadsbesluit of is het ‘slechts’ opiniërend. Dit kan overbodig lijken, maar regelmatig blijkt dat deelnemers met verschillende verwachtingen een agendapunt voorbereiden en afhankelijk daarvan hun inbreng leveren. Per agendapunt of onderwerp is het dus goed voor ogen te hebben binnen welk kader en met welk doel dit agendapunt of onderwerp behandeld moet worden. Dit kan bijvoorbeeld door het agendapunt met de betrokken portefeuillehouder door te spreken of met de griffie voor te bereiden. eventueel kan dit ook voorafgaand aan de behandeling aan de commissieleden worden meegedeeld. Dit voorkomt dat de deelnemers heel divers inzetten en met verschillende verwachtingen het debat ingaan. Na afloop van de eerste termijn kan de voorzitter het debat of de inbreng van een fractie samenvatten, uiteraard geheel afhankelijk van het agendapunt maar ook van de gemeentelijke werkwijze. Bijvoorbeeld: “Ik begrijp dat fractie x nog een aantal vragen heeft, zijn deze afdoende beantwoord?” of: “Ik constateer dat de gestelde vragen door het college beantwoord zijn, is er nog behoefte aan een tweede termijn?” Het is belangrijk dat de voorzitter aan het einde van de behandeling van een agendapunt of bespreking van een onderwerp conclusies trekt of vragen stelt, zoals:
- Is het raadsvoorstel rijp voor behandeling in de gemeenteraad?
- Kan het raadsvoorstel als hamerstuk in de raad worden behandeld of is het een bespreekpunt?
- Kan het voorstel voor kennisgeving worden aangenomen?

Voor een nieuwe of plaatsvervangende voorzitter kan het overigens handig zijn om dit gegeven gewoon te uiten, zonder daarbij afbreuk te doen aan het gezag dat je als (plaatsvervangend) voorzitter hebt of moet verwerven. Het gaat tijdens de vergadering niet om de voorzitter; alle deelnemers zijn namelijk verantwoordelijk voor en gebaat bij een goed verloop van de vergadering. een ‘onderwerp apart’ is het spreekrecht van burgers. Bij dit agendapunt bestaat het risico dat het geheel wat uit de hand kan lopen. Niet zozeer wat betreft de openbare orde, maar wel wat betreft de wijze hoe commissieleden ermee omgaan. Het is goed daar als voorzitter alert op te zijn. Na de inspraak, bijvoorbeeld maximaal vijf minuten, kunnen commissieleden vragen stellen. Hierbij is het wenselijk om de structuur ‘vraag-antwoord’ toe te passen en te voorkomen dat er een discussie ontstaat. een commissievergadering met een agendapunt spreekrecht leent zich daar niet voor. Voordat dit punt wordt afgesloten is het zuiver om ook de vertegenwoordiger vanuit het college de gelegenheid te geven aan de inspreker een vraag te stellen. Dikwijls wordt namelijk ingesproken naar aanleiding van een beleidsvoornemen of concreet besluit van het college dat op de agenda staat. Bij het ‘spreekrecht burgers’ moeten zowel de voorzitter als de raads- en commissieleden alert zijn dat er geen sfeer ontstaat van ‘schande’ of ‘dit had niet gemogen’, maar eerst neutraal aan het college om een toelichting vragen voordat er sprake is van meningsvorming en het trekken van conclusies.

mr. C.P.W. (Peter) van den Berg Gemeenteraadslid in Waddinxveen namens de Protestantse Combinatie Waddinxveen (PCW). Voorzitter commissie Samenleving, lid presidium.


Noten:
1 Artikel 125 lid 1 Grondwet.

2 Artikel 121 en 147 Gemeentewet. Verordeningen mogen overigens niet het belang van de eigen gemeente overstijgen, zie artikel 149 Gemeentewet.

3 Artikel 169 Gemeentewet, verantwoordings- en inlichtingenplicht college.

4 Zie de artikelen 147a, 155, 155a Gemeentewet.

5 Artikel 7 Gemeentewet.

6 Artikel 125 lid 3 Grondwet en artikel 9 Gemeentewet.

7 Bron: website Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

8 Artikel 26 Gemeentewet.

9 Artikel 82 lid 4 Gemeentewet.

10 Memorie van Toelichting, Kamerstukken II, 27 751 nr. 3.

11 Zie website Vereniging voor Griffiers: www.griffiers.nl

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 16 januari 2009

De Banier | 24 Pagina's

Voor de goede orde (1)

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 16 januari 2009

De Banier | 24 Pagina's

PDF Bekijken