Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Het schriftberoep in artikel 36

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Het schriftberoep in artikel 36

Lezing

5 minuten leestijd

Geregeld wordt binnen de SGP gediscussieerd over de status, relevantie en toepasbaarheid van art. 36 NGB, in het bijzonder de ’21 woorden’ in dit artikel. Er zijn verschillende manieren waarop er met de noties van art. 36 wordt omgegaan. Kan dit artikel onverkort worden gehandhaafd of is dit artikel meer te verklaren vanuit de toenmalige historische context dan vanuit de Schrift? Deze vragen werpen ons terug op de Schrift.

Vorig jaar publiceerde hoofdbestuurslid Van den Belt een studie naar de taak van de overheid ten aanzien van de religie bij Calvijn, De Messiaanse kus. Hij verdiepte zich in het beroep op de Schrift bij Calvijn. De studie van Van den Belt heeft aan het licht gebracht dat er voor Calvijn enkele Bijbelteksten steeds meer doorslaggevend zijn geworden, zoals Ps. 2, Ps. 82, Jes. 49:23, Rom. 13:1-7, 1 Tim. 2:1-2 en 1 Petr. 2. Bij nader onderzoek naar dit schriftberoep blijkt dat het spreken over de overheid in het Nieuwe testament wordt ingevuld vanuit het spreken over de overheid in het Oude testament. De vraag dringt zich dan op of het verschil tussen Oude en Nieuwe testament genoeg in rekening wordt gebracht. Immers, koningen in het Oude testament waren een heenwijzing naar het koningschap van Christus.

Ik zou willen beargumenteren dat het schriftberoep van de gereformeerde traditie wel mogelijk is. In de gereformeerde theologie heeft men oog gehad voor het onderscheid tussen Oude en Nieuwe testament. Nochtans heeft men verwezen naar oudtestamentische koningen om de overheidstaak ten aanzien van de ware religie te onderstrepen. Men kon dat doen omdat de vervulling van de heilsgeschiedenis niet verabsoluteerd kan worden. Er zijn meerdere aanwijzingen in het Nieuwe testament dat de structuren en voorbeelden uit het Oude testament nog altijd van kracht zijn.

De galerij van geloofshelden in Hebreeën 11 laat ons zien dat oudtestamentische gelovigen een voorbeeld voor ons zijn. Zo noemt Paulus de geschiedenis van Israël in het Oude testament een waarschuwend voorbeeld voor de kerk. In de gereformeerde theologie zijn deze noties verwerkt. We zingen nog steeds de oudtestamentische psalmen. Ook de doop van kinderen gaat terug op fundamentele oudtestamentische noties en structuren.

We zien het ook in het huwelijk. Het huwelijk is ons in de schepping gegeven. In Christus vindt er een geweldige relativering van deze scheppingsorde plaats. Wie zijn vrouw niet haat om Christus’ wil, kan geen discipel van Christus zijn (Luk. 14:26). tegelijk zien we dat de huwelijksrelatie in gemeenschap met Christus wordt vernieuwd. De man heeft Christus lief zoals Christus Zijn gemeente heeft liefgehad (ef. 5). Aangezien in het huwelijk de basispatronen voor kerk en staat zijn gegeven, liggen hier belangrijke uitgangspunten voor het denken over de overheid.

Calvijn maakte onderscheid tussen de ceremoniële en zedelijk/natuurlijke aspecten van het oudtestamentische koningschap. Het eerste aspect is tot vervulling gekomen in Christus, het zedelijk/ natuurlijke aspect is geldig voor alle tijden. Dit laatste aspect gaat terug op de schepping en is daarom geldig in alle omstandigheden (Pred. 12:13 en Ps. 24:1). Gods wet heeft universele waarde. Deze kaders maken een beroep op het oudtestamentische koningschap voor de taak van de overheid vandaag mogelijk. De oudtestamentische koningen hebben op hun plaats in de heilsgeschiedenis God wel of niet gediend. Opmerkelijk genoeg worden niet alleen de koningen in Israël daarop aangesproken, maar ook de heidense koningen. Vanuit Gods wet en Gods schepping waren ook heidense koningen geroepen om God te dienen. De Kanaänieten zijn uitgeroeid omdat de maat van hun zonden vol was (Gen. 15:16; Lev. 18:24-30; Joz. 6). Heidense vorsten werden beoordeeld op hun houding tegenover Gods wetten en scheppingsordeningen (Dan. 5; Hand. 12).

Overigens zijn er ook nieuwtestamentische gegevens die deze oudtestamentische lijn bevestigen. In de puriteinse wereld had men oog voor teksten uit Openbaring. Johannes op Patmos noemde Christus de Overste van de koningen der aarde (Openb. 1:5, vgl. 17:14 en Joh. 19:11). Johannes noemt de koninkrijken van deze aarde de koninkrijken van Christus (Openb. 11:15, vgl. 21:24, 26). Dat brengt verantwoordelijkheid naar de hemelse Koning met zich mee. Kortom, de doorgaande lijn van de Schrift onderstreept dat een overheid niet neutraal kan staan tegenover de religie. Gods eer is hier in het geding en het heil van het volk. Een neutrale overheid geeft het volk vandaag prijs aan (gelijkheids) ideologie, de mammon, het hedonisme en de zelfbeschikking.

Theocratische politiek vanuit het Oude Testament leert ons belangrijke lessen over de sociale structuren in de samenleving, de zorg voor het milieu en de economie van het genoeg. Profeten in het Oude Testament hebben gefulmineerd tegen de uitbuiting van de armen en het onrecht door de rijken. Theocratische politiek is tot welzijn van het gehele volk.

Tegelijk weet de theocraat dat het hier ‘hier beneden’ niet is. We hebben door het geloof een wandel in de hemelen. We lijden mee in politieke, economische, morele en ecologische crises. We zuchten in onszelf, verwachtende de aanneming tot kinderen, namelijk de verlossing van ons lichaam, de vernieuwing van de aarde (Rom. 8:23). Dan zal een rijk doorbreken waarin alleen maar gerechtigheid woont.


(Dit artikel vormt een samen vatting van een lezing die 24 juni jl. is gehouden voor de Groen van Prinstererkring, zoals die twee maal per jaar wordt georganiseerd door de SGP-fractie in de Tweede Kamer)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 9 juli 2010

De Banier | 20 Pagina's

Het schriftberoep in artikel 36

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 9 juli 2010

De Banier | 20 Pagina's

PDF Bekijken