Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

De Hebreeuwse staat

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

De Hebreeuwse staat

4 minuten leestijd

Vorig jaar schreef Eric Nelson, hoogleraar aan Harvard, een interessant boek. Het gaat over de opmerkelijke aandacht die in de zestiende en zeventiende eeuw besteed werd aan de oudtestamentische staat. In de tijd van de apostelen had Flavius Josephus die joodse staat als eerste de beroemde omschrijving van theocratie gegeven.

In de tijd na de Reformatie hielden theologen en politieke denkers zich intensief bezig met die theocratie van het Oude Testament en wat de rabbijnen erover zeiden. Nelsons stelling is dat een aantal politieke ideeën die vaak gezien worden als de moderne producten van secularisatie, in feite voortkomen uit de studie van de oudtestamentische staatkunde.

De reeks van werken over de Hebreeuwse staat en de ‘Mozaïsche politiek’ begon bij de Geneefse calvinist Bonaventura Cornelius Bertram in 1574. Ook andere calvinisten, zoals Franciscus Junius uit Leiden (1593) en Wilhelm Zepper uit Herborn (1604), schreven in dit genre. De Nederlandse sympathisant van de Arminianen, Petrus Cunaeus, schreef in 1617 een veelvuldig herdrukt en vertaald boek. In Engeland schreven Thomas Goodwyn, John Selden en anderen over de Hebreeuwse staat.

Monarchie is afgoderij

Nelson verbindt drie bijzondere opvattingen met deze hebraïstiek. De eerste is de gedachte dat het koningschap geen goede staatsvorm is. Deze visie knoopt aan bij 1 Samuël 8 vers 7: “Doch de HEERE zei tot Samuël: Hoor naar de stem van het volk in alles wat zij tot u zeggen zullen; want zij hebben u niet verworpen, maar zij hebben Mij verworpen, dat Ik geen Koning over hen zal zijn.” Dit vers werd traditioneel op verschillende manieren uitgelegd. Maar tot in de zeventiende eeuw is er geen christelijke uitlegger bekend die er een veroordeling in las van het koningschap als zodanig. Wel bestond er een midrash die het koningschap als zodanig zag als een opstand tegen God die leidde tot Israëls ondergang. De eerste christelijke schrijver die in die lijn dacht, lijkt de lutherse theoloog Wilhelm Schickard te zijn. Hij publiceerde in 1625 een boek over het Hebreeuws koningsrecht. Schickard zag, mede op basis van 1 Samuël 8, in het koningschap een vorm van afgoderij: alleen aan God komt de regeermacht toe. Diverse zeventiendeeeuwse Engelse schrijvers dachten in dezelfde lijn.

Herverdeling

Herverdeling van land is volgens Nelson een tweede idee dat onder invloed van de hebraïstiek draagvlak won. Klassieke auteurs verfoeiden de zogenoemde ‘agrarische wetten’, waarbij Romeinse volkstribunen publieke grond die door patriciërs was aangekocht weer onteigenden en herverdeelden onder wie het wilden hebben. De sterke traditionele afwijzing van die herverdeling van grond werd minder vanzelfsprekend voor geleerden die het Oude Testament bestudeerden. Zij lazen daarin immers de wetten voor het jubeljaar, waarbij grond weer terugkwam bij aanvankelijke eigenaren.

Verdraagzaamheid

Tolerantie is het derde element. Wie tolerantie beschouwt als een uiting van secularisatie, ziet over het hoofd dat diverse zeventiende-eeuwse schrijvers tolerantie juist verdedigden op grond van wat zij zagen als de oudtestamentische staatsregeling. Nelson verwijst naar schrijvers uit de Erastiaanse traditie die de staat zeggenschap gaven over de kerk. Hugo de Groot schreef bijvoorbeeld dat Israël volgens de Talmoed steeds gastvrijheid betoonde aan rechtvaardige vreemdelingen. Deze hoefden zich niet aan alle geboden te houden. Dit lichtere regime ziet Nelson dus als een uiting van tolerantie. Dat je niet, zoals De Groot, een remonstrant hoefde te zijn om in deze lijn te denken, bewijst John Selden. Ook Selden, die nog lid van de Westminster Synode is geweest, stelde vast dat Mozes’ wetten aan vreemdelingen een verblijfrecht gaven zonder dat zij alle wetten hoefden te onderhouden. Hij verwijst naar rabbijnen die in later tijd verklaarden dat deze vreemdelingen zich alleen aan een zevental Noachitische geboden moesten houden. Deze zeventiendeeeuwse schrijvers zagen een bepaalde vorm van tolerantie als inherent aan de Hebreeuwse theocratie. Overigens betekende dit geen vrijbrief op godsdienstig gebied. Het feit dat de Noachitische geboden ook blasfemie (gebod 2) en afgoderij (gebod 3) veroordelen, zegt genoeg.

Nelson vestigt de aandacht op weinig gelezen boeken over de oudtestamentische staat. Over zijn interpretatie is uiteraard discussie mogelijk, evenals over de betekenis voor vandaag. Zijn geschiedschrijving doorbreekt in elk geval stereotypen over theocratie, moderniteit en tolerantie. Wie agendapunten zoekt voor hedendaagse christelijke bezinning wordt hier geattendeerd op de politieke betekenis van het Oude Testament en op de politieke dimensie van afgoderij.

Aza Goudriaan Bestuurslid Guido de Brès-Stichting (WI-SGP)

N.a.v. The Hebrew Republic. Jewish Sources and the Transformation of European Political Thought Eric Nelson Harvard University Press Cambridge MA, 2010

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 23 december 2011

De Banier | 24 Pagina's

De Hebreeuwse staat

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 23 december 2011

De Banier | 24 Pagina's

PDF Bekijken