Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Europabeeld Groen van Prinsterer

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Europabeeld Groen van Prinsterer

8 minuten leestijd

Groen van Prinsterer (1801-1876) blijft wetenschapp ers boeien. Over zijn visie op kerk en staat, zijn geschiedbeschouwing en zijn gedachten over het onderwijs is veel geschreven. Vele proefschriften zijn aan hem gewijd.

Groens visie op de ontwikkeling van Europa kreeg nauwelijks aandacht. Dat terrein bracht Jelle Bijl, docent filosofie en geschiedenis aan de Guido de Brès te Rotterdam en de Christelijke Hogeschool De Driestar te Gouda (lerarenopleiding voortgezet onderwijs), met zijn proefschrift in kaart. Hij promoveerde 16 november 2011 op een lijvige studie aan de Vrije Universiteit te Amsterdam.

Wortels Europese eenheid

Hoe is de promovendus tot dit onderzoek gekomen? De belangstelling voor Groen is Bijl van huis uit meegegeven. Pas tijdens zijn studietijd is hij een directe relatie gaan zien tussen Groen en de buitenlandse politiek. Een opstel van H. Smitskamp over Groens opvattingen van de wereldhistorie en enkele werken van W. Aalders zetten Bijl aan tot nader onderzoek, dat een vervolg is op zijn doctoraalscriptie. “Ik ben gestruikeld over het begrip Europa bij Groen. Hij hanteert diverse typeringen: ‘statenverbond’, ‘de Europese Republiek’, ‘de Europese Statengemeenschap’, ‘de Europese Statenmaatschappij’; dat zijn begrippen die een eenheid veronderstellen. Dus vandaar dat ik dacht: welk verhaal zit hierachter? Ik wist bij het begin van mijn onderzoek al dat Groen van een bepaalde Europese eenheid uitging. Voor mij was de vraag: waar liggen de wortels van dit Europaconcept, hoe heeft het zich ontwikkeld mede in relatie tot zijn tijdgenoten (tekst én context!) en wie hebben Groen daarbij beïnvloed?”

Jeugdgeschriften

De onderzoeker stuitte op twee jeugdgeschriften van Groen uit 1825 en 1826 die “eigenlijk de kern vormen van het hele onderzoek”: een opstel over de Griekse opstand (1825) en een opstel over de toenadering van de Europese volken (1826). In hoofdstuk 1 bespreekt Bijl deze opstellen uitvoerig. “Uit die geschriften komt een helder Europabeeld naar voren: een statengemeenschap van onafhankelijke staten. Die eenheid komt ook tot uitdrukking in het staatsrecht.”

Groen gaat al heel vroeg uit van een christelijk Europa, zoals de meeste auteurs doen op wie hij zich beroept. “Samengevat: Groen houdt er in deze tijd een helder Europabeeld op na. Hij gebruikt regelmatig het begrip ‘statenmaatschappij’ en de Europese staten moeten zich aan een nader omschreven staatsrecht houden. Ze kunnen dat niet zomaar veranderen, want het is door de historie gegroeid en door het christendom gevormd. Groen heeft dat beeld conceptueel gezien altijd vastgehouden.” Bijl heeft geprobeerd aan te tonen dat Groen al in 1825 en 1826 antirevolutionair was. “Zijn antirevolutionaire gedachtegoed is betrokken op Europa. Groen legt een duidelijk verband tussen het Europese statenstelsel en de revolutie, want hij spreekt over de ‘valsche beginsels’ van de Franse ‘of liever van de Europesche omwenteling’ die de ‘heiligheid van het erkende bezit’ miskenden. Al in 1825-1826 nam Groen een antithetische positie tegenover de revolutiegeest in.”

Europese werken

“De hoofdwerken van Groen zijn Europese werken. Daarin komt zijn Europese antirevolutionaire gedachtegoed kernachtig tot uitdrukking. Dat liegt er niet om. Zelfs de Archives (de briefwisseling van de stadhouders die hij uitgaf) overtuigden hem van het feit dat Willem van Oranje en Willem III Europese stadhouders zijn geweest. En dat ligt weer ten grondslag aan het Handboek, want dit vloeit voort uit de Archives. Groen kijkt met een dubbele blik: hij kijkt als Nederlander én Europeaan naar de geschiedenis en de actualiteit. Dat is de nieuwe en verrassende kijk op Groen. Deze kijk moet niet worden verstaan als aanvulling op, maar als nieuwe invulling van het bestaande Groenbeeld.”

A.H.L. Heeren

Groen van Prinsterer was in 1825-1826 diepgaand beïnvloed door de destijds beroemde Göttinger historicus A.H.L. Heeren. Terwijl deze op zijn beurt weer invloeden had ondergaan van Burke. Heeren had, evenals Burke, “een duidelijke Europavisie. Daar stond hij in zijn tijd om bekend. Hoewel de bewijsstukken van een nog vroegere verwantschap ontbreken, kan worden verondersteld dat Groen reeds op de Latijnse school in Utrecht goed op de hoogte was van Heerens studies. Hier kreeg hij namelijk privéles van G. Dorn Seiffen, die als adept van Heeren diens werken in het Nederlands vertaalde.” Heerens invloed komt ook treffend tot uiting in Groens geschiedenismethode. Aan het bekende Handboek van Groen heeft Heerens Handbuch over het Europese statenstelsel ten grondslag gelegen. “Deze historicus was geen orthodox gelovige, zoals Groen na zijn geestelijke verandering. Hij hield echter wel vast aan de historische wortels van Europa en werd door Groen als de ‘stichter’ van de antirevolutionaire partij in Europa gezien. Heerens invloed – in de Groenliteratuur een nagenoeg onbekend figuur – is tot het einde van zijn leven toe aantoonbaar.”

F.J. Stahl

Naast Heeren is ook F.J. Stahl van grote betekenis geworden. Bijl typeert Stahl als de ‘Pruisische conservatieve denker’. Het begrip ‘conservatief’ kan bij Groen echter ook een negatieve klank hebben. “Hij spreekt in zijn Handboek over een conservatief stelsel, als men wil bewaren wat wezenlijk van een revolutiegeest is doorademd. Dit conservatief-revolutionaire stelsel ontwikkelt zich in zijn ogen vanaf 1830, want dan aanvaarden de mogendheden revolutionaire staten zoals Frankrijk en België als leden van de Europese statengemeenschap. Het antirevolutionaire stelsel strijdt juist tegen de geest die achter de revolutionaire ontwikkelingen schuilgaat. En nu is Stahl, door wie Groen vanaf 1848 diepgaand beïnvloed is, wel iemand van de Pruisische conservatieve partij. Maar bij die partij gaat het niet zozeer om het bewaren van de toestand waarin de revolutie haar gang kan gaan, maar om het vasthouden aan de christelijk- historische beginselen.” Groen moet daarom niet als een conservatieve, maar als een antirevolutionaire Europeaan worden geduid. “Hij is bereid veranderingen te aanvaarden, mits ze niet in strijd zijn met de antirevolutionaire beginselen.”

Ultramontanisme

Groen gaf de voorkeur aan de uitdrukking ‘het Christelijke Europa’, boven ‘het Protestantsche Europa’. Hoe is zijn verhouding tot de Rooms-katholieke Kerk? “In zijn strijd tegen ‘het liberale Europa’ acht hij kerkelijke geschillen van ondergeschikt belang. Vanaf de jaren vijftig krijgt Groens Europabeeld echter ook een anti-ultramontaanse dimensie. In Frankrijk prezen hoge roomse geestelijken Napoleon III als de uitverkorene Gods. Groen vraagt dan: wat gebeurt hier? Napoleon III is een revolutionaire keizer en de Rooms-katholieke Kerk geeft hem haar zegen! En is dat ultramontanisme – waarin men het gezag van de paus ook politiek wil vertalen – niet even gevaarlijk als de revolutie? De vrees voor het ultramontanisme wordt dan bij Groen al flink aangewakkerd. In 1870 wordt de paus onfeilbaar verklaard. En dan zegt Groen: dit is niet alleen een kerkelijke, maar ook een politieke uitspraak.” Groen ziet in die tijd drie grote gevaren voor Europa: het staatsliberalisme, het ultramontanisme en het socialisme. “Deze drie geesten dreigen het huis van Europa in zijn ogen te gaan bevolken. De hand uitsteken naar Rome om gezamenlijk de revolutie te bestrijden, begint Groen dan als een toenemend probleem te ervaren. Dit blijkt onder andere uit zijn geschrift Maurice et Barnevelt (1875), dat in een ultramontaans kader moet worden geplaatst.”

Nationalistisch?

Groen was klaarblijkelijk niet ‘eng nationalistisch’. Zijn sommige politieke partijen dat nu niet te veel? “Wie zich op Groen beroept, moet betrokken zijn op de tijd en de tijdgeest weerstaan waar en wanneer dat nodig is. Hij voerde niet alleen een antirevolutionair gevecht in eigen land. Groen zei met zoveel woorden: zij zullen het niet hebben, ons Europa, het christelijk Europa dan welteverstaan. Om die reden adresseerde hij enkele brochures aan een Europees publiek en appelleerde daarin aan het geweten van de Europeaan. Europa was in Groens ogen van hoge komaf. God had het kruis van het Evangelie in het bijzonder in Europa geplant. De Reformatie karakteriseerde hij als een goddelijke scheppingsdaad (‘er zij licht’) en tekende hij als een Europees ‘heilsfeit’. Door de revolutie werd het christelijke huis van Europa met bezemen gekeerd. De ideologieën namen hierin nu hun intrek.” Een democratie of een federaal Europa, zoals in de Verenigde Staten, zag Groen als revolutionair en antihistorisch. Europa was Amerika niet. “Hij wilde vasthouden aan Europa als een geheel van onafhankelijke staten. Er bestond volgens hem echter wel samenhang. Die typeerde hij in navolging van Heeren als een ‘Europese nationaliteit’. Het van oorsprong christelijke Europa mocht daarom niet door vreemde geesten als het radicalisme en het nationalisme worden beheerst.”

Geestelijke strijd

Bijl is ervan overtuigd dat Groenianen betrokken moeten blijven op Europa, gezien de geestelijke strijd die Groen voerde. De Europese geschiedenis was volgens Groen allereerst een strijd tussen geloof en heidendom, daarna tussen het reformatorische geloof en het roomse bijgeloof en ten slotte tussen geloof en ongeloof oftewel de revolutie. “Neem van Groen mee dat we Nederlander én Europeaan moeten zijn.” Nationaal-christelijke partijen die in de geest van Groen willen optreden, hebben een Europese verantwoordelijkheid en moeten ook appelleren aan het Europese geweten! “God heeft volgens Groen door de vroegmiddeleeuwse kerstening en de Reformatie een bijzondere geschiedenis in Europa geschreven. Puur het Evangelie maakte dit onderscheid. Dat kunnen we niet zomaar opgeven. Opkomen voor de christelijk-historische beginselen is een grens overstijgende zaak en blijft om die reden noodzakelijk.”

N.a.v. Een Europese antirevolutionair. Het Europabeeld van Groen van Prinsterer in tekst en context Jelle Bijl VU University Press Amsterdam, 2011 614 pag. Prijs: € 34,95


“Het Christendom had Europa gevormd. De Staten waren deelen eener Christen-republiek, zoodat Volkeren- en Staatsregt, wetten, instellingen, zeden en gebruiken uit het Christendom ontsproten of daarmede in verband en overeenstemming waren gebragt.” Groen van Prinsterer, Nederlandsche Gedachten, III (1831)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 18 februari 2012

De Banier | 24 Pagina's

Europabeeld Groen van Prinsterer

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 18 februari 2012

De Banier | 24 Pagina's

PDF Bekijken