Bekijk het origineel

SAMENSPRAAK TUSSCHEN WAARHEID EN GERECHTIGHEID

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

SAMENSPRAAK TUSSCHEN WAARHEID EN GERECHTIGHEID

6 minuten leestijd

(vervolg)

Gerechtigheid: Dat is beknopt en duidelijk de leer van de onvoorwaardelijke en onveranderlijke verkiezing uitgedrukt, zooals die als een gulden draad door de gansche Heilige Schrift heenloopt. Waar een verkiezing is ‚moet ook noodzakelijk een verwerping zijn.

Hier zie ik schitteren en wordt verheerlijkt!

1. De deugd van Gods Souvereiniteit, daar Hij “voor de grondlegging der wereld, eene zekere menigte van menschen, niet beter of waardiger zijnde dan anderen, maar in de gemeene ellende met anderen liggende, uit het geheele menschelijke geslacht, van de eerste rechtheid door hun eigen schuld vervallen in de zonde en het verderf, naar het vrije welbehagen van Zijn wil, tot de zaligheid, uit louter genade, uitverkoren heeft in Christus, Dien Hij ook van eeuwigheid tot een Middelaar en Hoofd van alle uitverkorenen en tot een fundament der zaligheid gemaakt heeft.” (punt 7).

2. De deugd van Zijn rechtvaardigheid, waar Hij de uitverkorenen in Christus en Zijn Borggerechtigheid, waardoor voldaan is aan de Goddelijke greechtigheid en waarheid, in een weg van recht zal behouden, en de niet-verkorenen om hun vrij- en moedwillig zondigen en het volharden daarin, eeuwig zal straffen.

3. De deugd van Zijn liefde tot de verkorenen, want zegt de Heere van hen: “Ja, Ik heb u liefgehad met eene eeuwige liefde.” Alzoo zegt ook de Heere: “Ik zal ze vrijwillig liefhebben.” Dus geen beweeg-oorzaak om lief te hebben in den mensch en in zijn gelooven, dat hij alleen zal doen door den Geest des geloofs.

4. De deugd van Zijn wijsheid en vrije genade. Op dat eeuwige werk Gods ziende, moeten we met Paulus uitroepen: “O diepte des rijkdoms beide der wijsheid en der kennis Gods! Hoe ondoorzoekelijk zijn Zijne oordeelen, en onnaspeurlijk Zijne wegen!” De verkiezing van hel- en doemwaardige zondaren is uit loutere genade, zooals Paulus daarop doelt als Hij zegt: “Alzoo is er dan in dezen tegenwoordigen tijd een overblijfsel geworden, naar de verkiezing der GENADE.”

5. De deugd van Gods reddende en bewarende macht in en door Christus Jezus. Die God in eeuwige liefde heeft gekend en verkoren, zullen in der tijd verlost worden en ook bewaard in de kracht Gods door het geloof, tot de zaligheid, die bereid staat om geopenbaard te worden in den laatsten tijd.

Waarheid: Zij nu, die de Heere ter eeuwige zaligheid verkoren heeft, zullen in der tijd de heerlijke vruchten der verkiezing deelachtig worden, wanneer ze bij Geestes-licht God, Die hen verkoren heeft, van gansche hart kiezen in een onberouwelijke keuze, zooals we daarover lezen van Mozes: “Verkiezende liever met het volk Gods kwalijk behandeld te worden, dan voor een tijd de genieting der zonde te hebben, achtende de versmaadheid van Christus meerderen rijkdom te zijn dan de schatten in Egypte; want hij zag op de vergelding des loons.”

Wanneer ze door den heiligmakenden Geest in een heilig en godzalig leven God verheerlijken, niet WAAROM maar WAARTOE ze verkoren zijn, volgens Efeze 1:4: “Gelijk Hij ons uitverkoren heeft in Hem voor de grondlegging der wereld, opdat wij zouden heilig en onberispelijk zijn voor Hem in de liefde.”

Ger.: Zouden die uitverkorene kinderen Gods in dit leven ook tot de zekerheid hunner verkiezing kunnen komen, en zal die heilsweldaad hen niet tot diepe verootmoediging en verwondering leiden? Ik ontmoet thans menig levendgemaakt zondaar die in het onzekere verkeert omtrent zijn verkiezing en zaligheid, en met vele twijfelingen en slingeringen te kampen heeft.

Waarh.: Gij doet goed, Broeder, hierover te spreken. ’s Heeren kinderen kunnen niet alleen komen tot de zekerheid hunner verkiezing en zaligheid, maar ze worden allen in de H. Schrift opgewekt en vermaand er naar de staan om roeping en verkiezing vast te maken, en zoodoende nimmer meer te struikelen. O, dat Gods lieve Geest al zulke zielen inwendig aanvuurde om in dezen heilig werkzaam te zijn en ze niet deed rusten voor en aleer ze de zekerheid hunner verkiezing en zaligheid deelachtig waren. Het zou hart en mond openen, om in verwondering en blijdschap steeds te getuigen:

Waarom was ’t op mij gemunt,
Daar zoovelen gaan verloren,
Die Gij geen ontferming gunt?

Nu wil ik ook nog iets aanhalen uit voornoemde artikelen tegen de Remonstranten, dat bijzonder betrekking heeft op uw nuttige vraag: “Van deze hun eeuwige en onveranderlijke verkiezing ter zaligheid worden de uitverkorenen te Zijner tijd, hoewel bij verscheiden trappen en met ongelijke mate, verzekerd; niet, als zij de verborgenheden en diepten Gods curieuselijk doorzoeken, maar als zij de onfeilbare vruchten der verkiezing, in het Woord Gods aangewezen, (als daar zijn: het ware geloof in Christus, kinderlijke vreeze Gods, droefheid, die naar God is over de zonde, honger en dorst naar de gerechtigheid, enz.) in zichzelven met eene geestelijke blijdschap en heilige vermaking waarnemen, 2 Kor. 13:5.

Uit het gevoelen en de verzekerdheid van deze verkiezing, nemen de kinderen Gods dagelijks meerder oorzaak om zichzelven voor God te verootmoedigen, de diepte Zijner barmhartigheden te aanbidden, zichzelven te reinigen, en Hem, die hen eerst zoo uitnemend heeft liefgehad, wederom vuriglijk te beminnen. Zoover is het van daar, dat zij door deze leer der verkiezing en door de overlegging daarvan in het onderhouden van Gods geboden vertragen, of vleeschelijk zorgeloos zouden worden. Hetwelk door Gods rechtvaardig oordeel dengenen pleegt te gebeuren, die, of zichzelven van de genade der verkiezing lichtvaardiglijk vermetende, of ijdel en roekeloos daarvan klappende, in de wegen der uitverkorenen niet begeeren te wandelen.”

Ger.: Hoewel onze samenspraak over het leerstuk der verkiezing reeds lang is geworden, denk ik het toch nuttig het volgende te moeten aanmerken: Voorzichtigheid is noodig, om met het leerstuk der verkiezing recht werkzaam te zijn. Het moet in de prediking, wanneer het woord gericht wordt tot ongebenadigden niet voorop geplaatst worden, maar wel wat God naar recht van den zondaar eischt, hoe Hij hem laat noodigen en waarschuwen voor de gevaren die dreigen. Steeds moet het woord overtuigend en ontdekkend zijn, opdat zondaren tot de ontdekking zullen komen wat hun ziel noodig heeft om welgetroost te leven en zalig te sterven; wat de Heere zal geven aan hen die met al hun armoede en ledigheid tot Hem in oprechtheid de toevlucht nemen, enz. Zoo hebben de Profeten en Apostelen werkzaam geweest.

Het is een list van den duivel om het bedorven hart van een mensch, meer te doen rekenen met de verkiezing voor de bekeering, dan hetgeen hij noodig heeft ter zaligheid. Ze zijn bevoorrecht, die in nood en ellende der ziel uitroepen: Wat moet ik doen om zalig te worden! Ja:

Welzalig, dien Gij hebt verkoren,
Dien G’ uit al ’t aardsch gedruisch
Doet naad’ren, en Uw heilstem hooren,
Ja, wonen in Uw huis.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 november 1937

The Banner of Truth | 6 Pagina's

SAMENSPRAAK TUSSCHEN WAARHEID EN GERECHTIGHEID

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 november 1937

The Banner of Truth | 6 Pagina's

PDF Bekijken