Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

HET KERSTWONDER

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

HET KERSTWONDER

10 minuten leestijd

Lukas 2:6, 7: ‘En het geschiedde, als zij daar waren, dat de dagen vervuld werden, dat zij baren zoude. En zij baarde haren eerstgeboren zoon en wond hem in doeken en leide hem neder in de kribbe, omdat voor henlieden geen plaats was in de herberg.’

DE wereld viert spoedig weder Kerstfeest. Althans zoo joelt ze. Want zij moge op hare wijze feest vieren en zelfs een afgekapten spar tot kerstboom wijden en versieren met lichtjes en geschenken, maar Kerstfeest kent ze niet. Zoowel in de kerk als in de kroeg treft men het uiterlijk, oppervlakkig gejoel aan dat Kerstfeest heet, doch het niet is. Ik moet bij die z.g.n. kerstboomen dikwijls denken aan de kransen op een graf. Zoo men den dood onder bloemen zoekt te bedekken, zoo wordt Christus bedekt onder kerstboom en kerstlicht en kerstvroolijkheid.

O, arme wereldling; arme kerkganger! Hoe hol is u ‘t kerstfeest; hoe leeg uw vreugde. Niet zonder reden waarschuwden onze Hervormde Vaderen tegen de feestdagen. Zij wilden niet meer dan een gedenken van de heilsfeiten door de prediking van Gods Woord zonder vreugdejoel. Dat moge onder ons volk blijven voortleven. Voedt uw kinderen er in op. Zendt ze niet naar de Zondagsschoolfeesten, maar houdt ze bij de zoo strenge leer van Gods getuigenis. Het kerstfeest getuigt van het Kerstwonder; het is het feest van Immanuël: God met ons. Hij, die eeuwige Zone Gods, die waarachtig God was en is en blijft, Hij heeft onze menschelijke natuur aangenomen in den beestenstal. Hij kwam in de allerdiepste vernedering, om verloren zondaren zalig te maken, naar het getal der uitverkorenen, Hem van den Vader gegeven. Niets meer; niets minder ook dan dit wonder hebben wij dezer dagen in het bijzonder te gedenken. Maar wie zal zijn hart op dit wonder zetten? Neem al den uiterlijken luister weg en wat blijft er van het Kerstfeest voor de wereld en voor het oppervlakkig christendom dezer dagen over? Een kerstfeest zonder Christus! En werd het ooit meer voor ons, ook al schuwen wij die uiterlijke Christus-verloochenende kerstwoeling? Zal dit zoo zijn, dan zal het kerstwonder door God den Heiligen Geest aan onze zielen moeten worden ontdekt; dat wonder dat de Apostel aldus beschrijft: God geopenbaard in het vleesch.

Dat wonder is verheerlijkt in Bethlehem’s Stal. Op bevel van den wereld-gebieder, Keizer Augustus, is ook Maria, de nakomelinge van David, die met haar ondertrouwden Jozef, eveneens van David afstammende, in het hooge Noorden des lands, in Nazareth, woonde, opgetrokken naar Bethlehem. Tot zulk een reis ware de arme Maria nimmer, en zeker in hare omstandigheden niet gekomen van zichzelf. Doch het keizerlijk woord gebood haar. En zij ging, om beschreven te worden.

Zoo moest de gebieder der wereld dienen tot de vervulling van de profetie aangaande de geboorte van Christus te Bethlehem en ook daartoe, dat onwedersprekelijk blijken zoude, dat Hij, de Geborene uit Maria, naar het vleesch uit den zade Davids was. En zoo geschiedt nog. Hoewel zichzelf onbewust, dienen de vijanden, satan aan het hoofd, om Gods raad te volvoeren ten goede Zijner uitverkorenen. O, volk van God, zie meer naar Boven dan op uw tegenpartijders. In al hun woede en haat moeten zij dienen tot vervulling van Gods groote beloften aangaande de zaligheid in Christus.

In Bethlehem is het wonder Gods verheerlijkt in een beestenstal. Er was geen plaats voor Maria en Jozef en het onder Maria’s hart gedragen Kindeke in de herberg. Daar was plaats voor heel de wereld; niet voor henlieden. Voor Christus is in de wereld geen plaats. Ook in onze harten niet. Wij willen tot Hem niet komen om in Zijn naam het leven te hebben. Er moet plaats in onze ziele bereid worden. En dat geschiedt alleen in de onwederstandelijke ontdekking des Heiligen Geestes. Als wij aan ons zelf worden bekend gemaakt als gansch verloren zondaren, dan alleen komt er plaats voor Christus en anders nooit. Door genade alleen zullen wij zoo diep leeren bukken, dat wij toevlucht zullen nemen tot den geboren Sions-koning in den beestenstal, en aan Zijne voeten nedervallen, om Hem te aanbidden en te eeren, gelijk de herders uit Bethlehem’s velden.

Want het licht der ontdekking doet ons onszelven kennen, gelijk wij waarlijk zijn, schuldig aan alle Gods geboden en gansch onrein. Verdoemelijk en walgelijk voor God, onderworpen aan het oordeel geworden. Heiwaardige zondaren zijn wij geworden en de overtuiging des Heiligen Geestes doet ons dan ook hellediep bukken voor God. En voor dezulken nu wordt het diep buigen van den Zone Gods in een beestenstal het wonder, waarin behoudenis voor hen ontsloten wordt.

Voor den kleinste; den armste in de genade is hier toegang; terwijl de verstgevorderde in dit wonder meer en meer zijn eeuwige behoudenis door het geloof zich toeeigenen mag. Grooter, altijd grooter wordt ons deze verborgenheid: ‘God geopenbaard in het vleesch’, indien wij maar eenige oefeningen van ‘t oprechte geloof verkrijgen mogen. Dat geloof vereenigt ons met Christus en doet ons Hem kennen, zoo Hij van den Vader gegeven is, als de volkomen Zaligmaker, Wien alle aanbidding en dankzegging toekomt. Want Hij, Die geboren werd uit een maagd was eer Hij kwam in ons vleesch. Hij is de Zone Gods.

Dat is het groote Kerstwonder. God Zelf nam onze menschelijke natuur aan.

Hij is God, boven al te prijzen in der eeuwigheid. Met den Vader en den Heiligen Geest is Hij de eenige en waarachtige God. In den beginne was het Woord en het Woord was bij God en het Woord was God. Alle dingen zijn door Hetzelve gemaakt en zonder Hetzelve is geen ding gemaakt, dat gemaakt is. En zie nu het onbevattelijke wonder van Bethlehem. De

Schepper words als schepsel geboren, als kind,

diep afhankelijk; ons in alles gelijk, uitgenomen de zonde. Geen andere Verlosser was in staat Adams zonen en dochteren te behouden van den eeuwigen dood dan alleen Hij, Die waarachtig en eeuwig God is. De verlossing van zondaren was te kostelijk dan dat eenig schepsel deze zou kunnen volbrengen. Aan Gods recht moest volkomen worden genoeg gedaan en geen bloot creatuur was tot die voldoening in staat. Satan’s kop moest vermorseld worden en wederom die vermorseling ging de krachten aller schepselen te boven. De zonde moest ontkracht en nog eens, geen schepsel vermocht die ontkrachting teweeg te brengen. Alleen door God kan de zondaar met God worden verzoend. O, zie dan in Bethlehem’s stal den Middelaar Gods en der menschen. Gods eigen en natuurlijke Zoon is nedergedaald en heeft onze menschelijke natuur aangenomen. Dit wonder heeft de engelen, die op het verzoendeksel staarden om te mogen verstaan, doe Gods vloekende Wet tot zwijgen gebracht werd, in zulk eene verrukking gebracht, dat een menigte des hemelschen heirlegers in de velden van Bethlehem zong: ‘Eere zij God in de hoogste hemelen; vrede op aarde; in de menschen een welbehagen.’ En zou dan Gods volk van dit wonder niet zingen? Ja dat volk zingt hier bij beurte en zal eenmaal eeuwig zingen van het groote Kerstwonder: God geopenbaard in het vleesch.

In het vleesch is Hij geopenbaard. Hij was naar Zijne menschelijke natuur het eigen vleesch en bloed van Maria. De kracht des Allerhoogsten heeft haar overschaduwd en wat Maria onder haar harte droeg, was uit den Heiligen Geest. Hij heeft in haar scheppend gewrocht. Zoo moest het, opdat waar niemand een reine geeft uit een onreine, uit deze in zichzelf onreine maagd, het Heilige Gods geboren worden zou. Maar de geboorte was voorts zoo, dat hare dagen vervuld werden, dat zij baren zoude.

Onze Geloofsbelijdenis zegt dan ook zoo ten rechte, dat Christus voor zooveel het vleesch aangaat, de voldragen vrucht van Maria is; haar eigen vleesch en bloed. Tot ons geslacht moest Hij behooren om de zonden van Zijn uitverkorenen op Zich te nemen.

Hoe zou de zonde Adams, die al diens nakomelingen toegerekend wordt, op Hem kunnen geladen zijn, indien Hij tot ons geslacht niet behoord hadde. Zie Hem dan, mensch uit de menschen, God en mensch tezamen. Die in de plaats van Zijn volk treedt. Och, dat onze oogen geopend werden om den Geborene in Bethlehem te aanschouwen. Wij kennen noch begeeren Hem van nature. Maar ook Gods volk ziet maar al te weinig Hem, Die hun in alles gelijk gewordden is, doch zonder zonde. Te veel zoeken wij het leven buiten Hem. Het is wel een kenmerk van donkerheid, die over Gods kerk hangt, dat wij al te zeer Christus kunnen missen. En toch is geen rust en vrede buiten Hem. O, verdrukten, door onweder voortgedrevenen en ongetroosten, dat in dezen Kersttijd Bethlehems stal u geopend worde en gij dien eenigen en volkomen Zaligmaker door het geloof mocht aanschouwen. Gunt uw ziel geen rust voor u die verzekering gegeven worde, die den herders werd geschonken, dat n.l. hun geboren was de Zaligmaker in de stad Davids. Want in Hem is alles wat tot onze verzoening en verlossing van noode is. Om de zaligheid te verwerven boog Hij zoo diep, gelijk Hij deed reeds in Zijne geboorte. In doeken gewonden werd Hij nedergelegd in de kribbe.

Ligt in die nederige geboorte alreeds niet de geheele vernedering van den Heere Jezus? Kan Hij lager bukken, dan Hij deed? En waartoe werd Hij in zulk een armoede, uit een geringe maagd geboren? Opdat Hij Zijn diep gevallen volk de eeuwige gelukzaligheid aanbrengen zou. Dat volk wordt door Hem behouden. Hij trekt het uit den diepen kuil der ellende en herstelt het in Gods gunst en gemeenschap.

O, onbekeerden van harte, hoe menigmaal hebt gij reeds Kerstfeest gevierd, zonder ooit nog iets van het Kerstwonder te verstaan. Ik bid u, geeft al uw kestboomen en geschenken prijs; keert u van al wat schijn en geen wezen is af. God mocht u een Kerstfeest bereiden, waarop gij in belijdenis uwer zonden buigen mocht in het stof en uw Rechter om genade bidden. Indien wij aan deze zijde van het graf niet leeren komen tot dien diep vernederden Immanuël, zullen al die Kerstdagen en predikingen eens tegen ons getuigen. Het woord moge door Gods genade in uwe ziel ingaan eer het u zijn zal een reuk des doods ten doode.

En zoo u de ruste in de wereld werd opgezegt, en uw ziel geen voldoening vinden kon in uw verandering en zielsgestalten, o! dat gij op dezen Kersttijd tot Bethlehem gevoerd worden mocht, om Hem te kennen Die is de weg, de waarheid en het leven. Geen zondaar is te slecht; niet een te arm om tot den beestenstal te komen. Laat uwe ziel naar Christus uitgaan meer dan naar de zoetste vruchten. Het worde om den Persoon te doen. Die tot Hem komt, zal Hij geenszins uit werpen. Dat heeft Hij Zelf betuigt. Waarom zoudt gij dan langer buiten Hem omzwerven Wilde Hij Zijn beloften aan uw harte toepassen weet toch, dat Hij Zijn woord niet breken zal. Hoe groot zou de Kersttijd zijn, zoo gij Hem door het geloof als uw Zaligmaker mocht toeeigenen. Verlaat dan alles wat u van Christus aftrekt. Dwingt Hem met een van uw oogen en met een keten uwer hals. Houdt bij Hem aan. Hij doe u uw leven verliezen, opdat gij het .in Hem vinden moogt.

En geve de getrouwe Jehovah ook Zijn meer geoefend volk, uit de diepte van ware zelfkennis en zelfverfoeiing, bij verniewing in de dadelijke oefeningen van het geloof, dien Heere en Zaligmaker te aanschouwen, Die onzer een geworden is, opdat Hij Zijn volk tot eeuwige heerlijkheid leiden zou. Hij is de Fontein des levens; in Zijn licht zien wij het licht. Hij doet overblijven een ellendig en arm volk, maar dat rijk is in Hem. Uit zijne volheid doe Hij ons ontvangen genade voor genade tot roem en heerlijkheid van Zijnen Naam.

Overgenomen uit ‘Saambinder’

van 24 December, 1936.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 december 1946

The Banner of Truth | 16 Pagina's

HET KERSTWONDER

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 december 1946

The Banner of Truth | 16 Pagina's

PDF Bekijken