Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

EEN BRIEF

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

EEN BRIEF

6 minuten leestijd

Rotterdam, 7 Dec, 1937

Zeer geliefde Oom:—

Dat ik zoo lang wachtte met schrijven vloeit niet uit betrekkeloosheid of liefdeloosheid, maar mijn zwak en vermoeid lichaam ziet overal tegen op. Mijn tijd is verdeeld tusschen een beetje bezigheid in mijn huishouden en dan weer wat rusten. Ach! de zorgvuldigheden van dit ondermaansche leven nemen zooveel tijd in beslag. Maar in mijn gedachten ben ik nog al eens bij u, daar gij in dezelfde weg zijt waar mijne ziel van den Heere is uit- en doorgeholpen. De Heere zeide tegen Zijn oude Bondvolk: “Gij kent het gemoed van den vreemdeling, dewijl gij vreemdelingen geweest zijt in Egypteland.” Zoo mag ik wel eens gemeenschap met u hebben in uw lijden; want als de Heere met ons een weg inslaat om daarin alle gronden van ons weg te nemen buiten Dien eenen Grondsteen Christus, door den Vader in Sion gelegd, dan wordt het ons bange; want dan schiet or niets over dan een verdoemelijk schepsel zooals wij in Adam gezonken liggen. Nu is dit wel het ergste van alles, dat in zulk een weg de grootste vijandschap zich in ons hart openbaart; want ons bedorven vleesch onderwerpt zich aan de wet en wil van God niet. Dit is toch de wet en wil des Heeren, dat de ziel die zondigt zal sterven. Nooit heeft de Heere dat woord herroepen; er moet aan het recht Gods worden volaan, door onszelven of door een ander. Maar aangezien wij de principale schuldenaars zijn, komt de Heere het van ons te eischen tot den laatsten penning toe, want God doet geen afstand an Zijn recht. Nu moet immers ook Gods volk in dezen afbrekenden en afsnij denden weg ondervinden, dat de belofte geen schuld wegneemt, hoe zoet die belofte ook was wanneer geschonken en dat met al zijn vruchten voor de ziel, in dien toestand waarin ze die ontving. Nu wordt deze waarheid ook bevestigd, dat zonder bloedstorting geen vergeving geschiedt, en hoeveel kennis een mensch daarvan ook heeft uit de Schrift, dat kan niet baten. Zoolang het bloed niet aan den bovendorpel en beide zijposten van de deur van de huizen der Israelieten gestreken was, kon de verderfengel hen treffen; en dat is nu geestelijk ook zoo. Ik bedoel niet aan de zijde Gods. O neen! dan ligt de zaligheid vast in Christus voor al Zijn uitverkorenen; maar hoe is het nu aan onze zijde?

Daarom zegt de profeet Maleachi van den Engel des Verbonds, dat Hij tot Zijnen tempel zou komen, en dat Hij zou zitten louterende en reinigende als het vuur van den goudsmid en als de zeep des vollers. Als dan dat louteringswerk in onze zielen begint en de Heere ook Zijn eigen werk gaat beproeven, zoo komt ons gansche bedorven bestaan aan het licht, ons vuile schuim komt naar boven en wij zien niets van dat goud deigenade bij tijden. Het is juist zooals u schreef Nu wordt hij goddeloozer dan ooit door ontdekking en zelfkennis, want voorheen lag het bedekt Daarom zegt ook de profeet: “Wie zal den dag Zijner toekomst verdragen?” De Heere zegt Zelf: “Ik zal het gericht stellen naar het richtsnoer, en de gerechtigheid naar het paslood.” O geliefde Oom! hier begint het levendgemaakte volk er buiten te vallen me’ hun-elven en al het hunne. ondat zij door eigen ondervinding zouden leeren bekennen: Alle roem is uitgesloten, en dat niet alleen bij aanvang maar ook bij voortgang, ja tot het einde toe. Om in dien weg te mogen betrachten: “Die roemt, roeme in den Heere.” O, dat roemen in vrije gunst alleen! Hoewel nu de vraag van afbreking in onszelven smartelijk is voor ons hoogmoedig vleesch; ze is nochtans zoo nuttig en God verheerlijkend. Wij zouden niet in de voetstappen der schapen zijn, als wij van zulke bevindingen vreemd bleven. David, de man naar Gods hart, moest er van getuigen: Ik lag gekneld in banden van den dood, daar hij geen enkele verwachting had in zichzelf. De angst der hel deed hem alle troost missen en hij was benauwd omringd door droefenissen. Zie hier echter het onderscheid tusschen Judas en David: Hij zeide: Maar riep den HEER’ dus aan in al mijn nood: “Och HEER’, och, wierd mijn ziel door U gered.” En zegt de kerk er van: Biddende werden zij van druk bevrijd. Zij gaan biddende verloren met al het hunne, en krijgen het recht Gods zoo lief, ja liever dan hunne eigene zaligheid. De Heere leidt Zijn volk uit zichzelf. en wint ze in voor Zijn Heilig recht; want waar God aan Zijn eer komt, daar verkrijgt de gezaligd wordende zondaar, de zaligheid.

Dat de Heere u nog al eens bij oogenblikken voedsel toereikt, dat is opdat de weg voor u niet te veel zou zijn, en opdat gij een eerlijken dood zoudt sterven. Het is ook zoo noodig om aan het einde te komen van onszelven. Er is zoowel in het natuurlijke als in het geestelijke, een tijd om geboren te worden en een tijd om te sterven. Alles heeft zijn bestemden tijd op aarde, en dien tijd kunnen wij niet verhaasten.

Ontvangt nu mijne hartelijke groette met al Gods volk daar gij mede verkeert, en zijt ook hartelijk gegroet van hen die u hier hebben leeren kennen. Ze vragen nog al eens naar u. Het zieke meisje uit het winkeltje zal wellicht niet lang meer leven. Ze is zoo maar uitgeteerd, en dan met een open geweten de eeuwigheid tegemoet. Wat zijn ze toch welgelukzalig wien ‘t mag gebeuren, dat God naar recht hen niet wil schuldig keuren. Geliefde Oom! daar zal de eeuwigheid toe noodig zijn, om dat wonder van vrije genade eeuwig te bezingen, en Hem Die op den troon zit daarvoor eeuwig te loven en te prijzen, zeggende: Door u, door U alleen, om het eeuwig welbehagen.

Nogmaals hartelijk gegroet; ook alle neven en nichten. Mocht de Heere Zich over ons zaad ontfermen.

Uw liefhebbende night in den Heere,

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 februari 1947

The Banner of Truth | 16 Pagina's

EEN BRIEF

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 februari 1947

The Banner of Truth | 16 Pagina's

PDF Bekijken