Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

EEN BRIEF

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

EEN BRIEF

7 minuten leestijd

Geliefde Broeder in den Heere.

Zoo mag ik u met vrijmoedigheid noemen, daar de Heere een Broederband, een liefdeband heeft gelegd, en niet alleen aan u maar ook aan al Zijn oprechte volk. Uit uw schrijven, dat ik altijd blij ben te ontvangen, mag ik opmaken dat de groote Leermeester Christus u de tale Kanaans geleerd heeft. Dat is de rechte spraak, de reine spraak, die ze mogen spreken uit een geheiligd hart en met een geheiligde tong. De Heere formeert Zijn volk om Zijn lof te vertellen. O, wat een zegen als we dat in alle nederigheid mogen doen. Gedurig kan men het hooren en lezen, dat de mensch, met een ik-god in het hart, zoo gaarne zijn eigen lof verkondigt. Dat moet steeds in diepe vernedering en verootmoediging afgeleerd worden. Ik las onlangs weer eens bij vernieuwing de vijf nieten, door zeker schrijver genoemd: Ik weet niet; ik kan niet; ik heb niet; ik wil niet; ik deug niet. O, wat een zegen voor onze ziel, om door de onderwijzingen des Geestes die te verstaan, in te leven en te doorleven. Dan worden we en bjiven we ik-niet. Paulus moest getuigen: “Hoewel ik niets ben.” De Heere had hem op de rechte plaats gebracht. Abraham moet in oprechtheid belijden, stof en asch te zijn; en Job verfoeide zich, en had berouw in stof en asch.

Het trof mij toen ik enkele dagen geleden van zeker leeraar las, dat hij steeds met de koorden der veroordeeling om zijn hals moest loopen. Ik verstond de man. Ik moest getuigen: Gij zijt mijn metgezel. De zonde kleeft in alles aan; is menigwerf zoo levendig; wil niet sterven.

De Heere sprak eens van ouds: “Gij zult aan uwe wegen gedenken en u schamen.” Daar zorgt de Heere voor bij al Zijn volk. Dan zich schamen en verwonderen. Dan een biddende tollenaar: “O God, wees mij zondaar genadig!” De Heere doet mij den laatsten tijd veel aan mijne wegen gedenken. Dan kan ik niet anders dan mij schamen en verwonderen. Gij zult mij verstaan. Dat leidt ook zoo tot diepe vernedering voor den grooten God, tegen Wien zoo zwaar en menigmaal gezondigd. Dan die zoete en vrije genade geschonken aan een schuldige ziel in een weg van recht. O, dan dat onbegrijpelijke en zalige wonder: Mijne zondige en booze wegen verzoend door en op den weg van Jezus bloedig lijden en sterven; mijn dierbare Borg, Plaatsvervanger en Zaligmaker. In Zijn bloedige gerechtigheid een weg tot den Vader en Zijne gemeenschap en gunst; een weg voor zulk een groot zondaar naar en in den hemel, om daar eeuwig met al de verlosten aan te heffen: “Door U, door U alleen, om het eeuwig welbehagen!”

Ik begrijp u, als u schrijft, dat het drukkende kruis soms zoo moeilijk is te dragen. Ja, soms is het moeilijk, en soms is het makkelijk. Hoe zou dat komen? Denk daar maar eens over na. Heeft de Heere, Die juist weet welk kruis een ieder van Zijn volk het beste past, u ook niet eens toegeroepen: “Mijne genade is u genoeg; Mijn kracht wordt in zwakheid volbracht?” Geliefde Broeder en mijn metgezel in de verdrukking, in eigen kracht is het altijd moeilijk het kruis te dragen en kan het niet recht gedragen worden; maar in de kracht van Christus kan en zal het makkelijk en vruchtbaar gedragen worden. Dan kan en mag Paulus roemen in de verdrukking. Vergeet niet dat de Heere op meer dan één wijze, Zijn geliefde maar onreine kinderen zuivert en reinigt. Ze moeten immers bereid worden voor den zaligen en heiligen hemel? Als ze daar aankomen, gezaligd door het bloed des Lams, zullen ze zonder zonde en zonder druk, de Heere steeds prijzen en danken voor alle kruis hen hier ten goede opgelegd. Als ik mijn weg achteruit mag bezien, dan was het steeds een kruisdragend leven. Zoo houdt de Heere de Zijnen in deze wereld vreemdeling, en aan Zijn genadetroon gebonden. Ze moeten volgelingen van Christus zijn op het smalle hemelpad. Ach, waren ze ook in deze donkere tijden meer vreemdeling, meer los van het stof en het vleesch! De Heere mocht Zich over Zijn Sion ontfermen. Weinig wordt het beseft hoe donker en boos de tijden zijn, en welke donkere oordeelswolken zich over de volkeren samenpakken.

Ik las gisteren een korte voorrede in een boekje van Ds. Fransen, die al vele jaren den strijd te boven is. Hij was een getrouwe getuige in donkere tijden; een ware ziener in ons oude vaderland. Ik wil een en ander uit die voorrede overnemen, omdat mijne ziel hetzelfde moest getuigen en ik er onderwijzing en bemoediging uit mocht ontvangen. Het mocht ook nog een arm en ellendig zondaar ten zegen zijn; en is de liefde niet mededeelzaam?

Hij schrijft als volgt: “In de wereld zult gij verdrukking hebben.” Uitwendig heb ik ook het pad van verdrukking en kruis moeten bewandelen; en inwendig van zielsbestrijding, satanslisten, aanvallen en verleidingen veel moeten lijden. Wat aan het leeraarsambt verbonden is, n.1. die het vrije Godswerk prediken van de souvereine toerekening van Christus gerechtigheid en de toepassing door God den Heiligen Geest, kan een opmerkend onderzoeker in Gods Woord lezen. De Profeten zijn aan vele beoordeelingen, haat en vervolging onderworpen geweest.

Van de Zone Gods, de volmaakte Leeraar der gerechtigheid zeiden de Parizeen, wet- en schriftgeleerden : Hij verleidt de schare. En van Zijne volgelingen, luidt het: Maar deze schare, die de Wet niet en weet, is vervloekt.

De Heilige Geest heeft door Paulus laten beschrijven de kenmerken van Gods dienstknechten; “Wij worden gescholden, vervolgd, gelasterd, uitvaagsel der wereld, aller afschrapsel.” De miskenning van de vrije werking van God den Heiligen Geest gaat in deze dagen zeer verre, terwijl het menschenwerk ten hoogste wordt geëerbiedigd.

Een Babel van verwarring omringt ons, de uiterlijke belijders ijveren voor letterschors en kerkvormen en zijn geheel doortrokken, door dien alles besmettenden zuurdeesem van bijeinden, menschenbehagen, eer, lof en gewin. En de kostelijke kinderen Sions zijn in onze geestelooze dagen den aarden flesschen gelijkvormig geworden. Zij gaan met den tijdgeest mede, hebben de liefde der waarheid veelal verloren, hooren lijdelijk aan uit zondige toegevendheid dat Koning Jezus wordt ontkroond, en het doodgevallen Adamskind gekroond.

Door alle eeuwen heeft de waarheid die naar de Godzaligheid is, een kleine getal standvastige volgelingen. Wat stal Absalom door zijn gemaakte vriendelijkheid het harte van Israëls volk, daar den Godvruchtigen David maar een klein overblijfsel aankleefde.

Hoe haastelijk werden de gemeenten na ’t vertrek van Paulus verleid door ijvervolle wetpredikers, tot den ouden zuurdeesem van ’t verbroken werkverbond. Het voorpeld een zeer donkere toekomst dat in gemeenten daar jaren lang de oude beproefde waarheid geleerd is, het meerendeel tegenwoordig zoo spoedig verleid worden tot een lichte, voorwerpelijke en nieuw-modische verbondsleer. Daar Christus bevindelijk en onderwerpelijk gepredikt en kaf en koren duidelijk onderscheiden heeft, tot een exempel van navolging, enz.

Ach, dat de Heere in deze veelzeggende tijden, vele weenende, biddende en zuchtende Jeremia’s mocht verwekken, om klaagliederen van de puinhoopen te doen hooren. De taal van den dichter moge de onze zijn:

Wij hebben God op ’t hoogst misdaan;
Wij zijn van ’t heilspoor afgegaan;
Ja, wij en onze vaad’ren tevens
Verzuimend’ alle trouw en plicht,
Vergramden God, den God des levens,
Die zooveel wond’ren had verricht.

Geliefde Broeder, ik eindig mijn brief, met de bede van de kerk in banden van ouds: “Laat het gekerm der gevangenen voor Uw aanschijn komen; behoud overig de kinderen des doods, naar de grootheid Uws arms. Zoo zullen wij, Uw volk en de schapen Uwer weide, U loven in eeuwigheid, van geslacht tot geslacht; wij zullen Uwen roem vertellen.”

“O HEERE, God der heirscharen! breng ons weder; laat Uw aanschijn lichten zoo zullen wij verlost worden.”

Hartelijk gegroet en den Heere bevolen en dat met al dat volk, dat ook in deze donkere en drukkende tijden wel eens geloovig mag zingen:

Wij steken ’t hoofd omhoog,
en zullen d’ eerkroon dragen,
Door U, door U allen,
om ’t eeuwig welbehagen.
Uw welbekende en liefhebbende dienaar en broeder.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 februari 1948

The Banner of Truth | 16 Pagina's

EEN BRIEF

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 februari 1948

The Banner of Truth | 16 Pagina's

PDF Bekijken