Bekijk het origineel

DE KERKGESCHIEDENIS OP EENVOUDIGE WIJZE BESCHREVEN VOOR JONG EN OUD

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

DE KERKGESCHIEDENIS OP EENVOUDIGE WIJZE BESCHREVEN VOOR JONG EN OUD

8 minuten leestijd

Het is van groot belang dat jong en oud bekend is met de Geschiedenis van Gods Kerk, zooals die zich steeds na den val openbaarde in deze wereld. Die geschiedenis openbaart zich in den Bijbel en buiten den Bijbel. Het zal ieder duidelijk zijn, dat die geschiedenis verder gaat dan dat Gods Woord ze beschrijft. De geschiedenis der kerk begint na den val en eindigt eerst op het eind der eeuwen. Toch is in hoofdzaak in onzen Bijbel beschreven hoe die kerk door alle eeuwen zal voortbestaan, wie de leden zijn, wie de vijanden der kerk zijn, dat ze niet zal kunnen worden uitgeroeid, dat ze steeds triomfeerend zal zijn en de eind-triomf zal behalen over alle vijanden door haar verheerlijkt Hoofd aan de rechterhand des Vaders, zooals duidelijk beschreven in de Openbaring van Johannes.

Artikel 27 van onze Nederlandsche Geloofsbelijdenis, zegt het volgende van de algemeene Christelijke kerk: “Wij gelooven een eenige katholieke of algemeene kerk, dewelke is een heilige vergadering der ware Christ-geloovigen, allen hun zaligheid verwachtende in Jezus Christus, gewasschen zijnde door Zijn bloed, geheiligd en verzegeld door den Heiligen Geest. Deze kerk is geweest van den beginne der wereld af, en zal zijn tot den einde toe; gelijk daaruit blijkt, dat Christus een eeuwig Koning is, dewelke zonder onderdanen niet zijn kan. En deze heilige kerk wordt van God bewaard of staande gehouden tegen het woeden der geheele wereld; hoewel zij somwijlen een tijdlang zeer klein en als tot niet schijnt gekomen te zijn in de oogen der menschen; gelijk Zich de Heere, gedurende den gevaarlijken tijd onder Achab, zeven duizend menschen behouden heeft, die hun knieën voor Baal niet gebogen hadden. Ook mede is deze heilige kerk niet gelegen, gebonden of bepaald in een zekere plaats, of aan zekere personen, maar zij is verspreid en verstrooid door de geheele wereld; nochtans tezamen gevoegd en vereenigd zijnde met hart en wil in éénzelfden Geest, door de kracht des geloofs.”

Ook in onze Heidelbergsche Catechismus komt er een vraag en antwoord voor, over de kerk. Op de vraag: Wat gelooft gij van de heilige, algemeene Christelijke kerk? wordt geantwoord: “Dat de Zone Gods uit het gansche menschelijke geslacht Zich een gemeente, tot het eeuwige leven uitverkoren, door Zijn Geest en Woord, in eenigheid des waren geloofs, van het begin der wereld tot aan het einde vergadert, beschermt en onderhoudt; en dat ik daarvan een levend lidmaat ben en eeuwig zal blijven.”

Ziet, daar komt het steeds voor een mensch die de eeuwigheid tegemoet reist, op aan, of men een levend lidmaat is van de kerk des Heeren. Die zal het ook eeuwig blijven, want er is geen afval der heiligen. Het behoort tot het voorrecht en het onuitsprekelijk geluk van ieder lid dier kerk, wat Petrus getuigt: “Gij die in de kracht Gods bewaard wordt door het geloof, tot de zaligheid die bereid is om geopenbaard te worden in den laatsten tijd.”

De leden der levende kerk worden duidelijk genoemd en zalig gesproken in Mattheus 5. De groote Leermeester en Koning Zijner kerk spreekt, en zegt:

“Zalig zijn de armen van geest; want hunner is het Koninkrijk der hemelen.”

Zalig zijn die treuren; want zij zullen vertroost worden.

Zalig zijn de zachtmoedigen; want zij zullen het aardrijk beërven.

Zalig zijn die hongeren en dorsten naar de gerechtigheid; want zij zullen verzadigd worden.

Zalig zijn de barmhartigen; want hun zal barmhartigheid geschieden.

Zalig zijn de reinen van hart; want zij zullen God zien.

Zalig zijn de vreedzamen; want zij zullen Gods kinderen genaamd worden.

Zalig zijn die vervolgd worden om der gerechtigheid wil; want hunner is het Koninkrijk der hemelen.

Zalig zijt gij als u de menschen smaden en vervolgen en liegende alle kwaad tegen u spreken om mijnentwil. Verblijdt en verheugt u, want uw loon is groot in de hemelen; want alzoo hebben zij vervolgd de profeten die vóór u geweest zijn.”

De Kerk of Gemeente des Heeren wordt onderscheiden in een strijdende en een triomfeerende kerk. Zoolang de kerk in deze wereld is, is ze strijdend. De strijd is echter Godes, de overwinning zeker. Christus sprak: “De poorten der hel zullen haar niet overweldigen”, Matth. 16:18.

De kerk in den hemel is triomfeerend. Daar is ze alle strijd te boven; daar is een heerlijke rust, een eeuwige rust voor het volk van God. Hoe kunnen de hemelreizigers en geestelijke strijders naar die rust verlangen; om dan eeuwig bij hun triomfeerend en verheerlijkt Hoofd te zijn! Na volbrachten strijd ontvangen ze allen de hemelkroon. Dat was tot groote blijdschap van Paulus zeggende: “Ik heb den goeden strijd gestreden, ik heb den loop geëindigd, ik heb het geloof behouden; voorts is mij weggelegd de kroon der rechtvaardigheid, welke mij de Heere, de rechtvaardige Rechter, in dien dag geven zal, en niet alleen mij, maar ook allen die Zijne verschijning liefgehad hebben.” Nietige, onwaardige en onreine wormen, voor eeuwig de hemelkroon dragen! Onbegrijpelijk wonder! zalig wonder! Het is zoo zeker. Op aarde zingen ze soms in het geloof:

Wij steken ‘t hoofd omhoog,
en zullen d’ eerkroom dragen,
Door U, door U alleen,
om ‘t eeuwig welbehagen.

De kerk in deze wereld openbaart zich weer in een uitwendige of zichtbare kerk. Door de prediking des Woords wordt ze vergaderd, en wordt ze vergeleken bij een “akker”, waar zoowel onkruid op groeit als goed zaad, Matth. 13. Ook bij een “dorschvloer”, waarop kaf en koren zich bevindt. Christus heeft de wan in Zijne hand, en Hij zal Zijnen dorschvloer doorzuiveren, en Zijne tarwe in Zijne schuur samenbrengen, en zal het kaf met onuitblusschelijk vuur verbranden, Matth. 3:12.

Vervolgens openbaart de kerk zich op aarde als een inwendige of onzichtbare kerk, welke vergaderd wordt door Woord en Geest. Dat is de uitverkoren kerk en allen die daartoe behooren worden zalig, want “die Hij tevoren verordineerd heeft, dezen heeft Hij ook geroepen; en die Hij geroepen heeft, dezen heeft Hij ook gerechtvaardigd; en die Hij gerechtvaardigd heeft, dezen heeft Hij ook verheerlijkt”, Rom. 8:30. Deze is de Gemeente Gods, die Christus gekocht heeft door Zijn dierbaar bloed. Ze is de Bruid en het verborgen lichaam van Christus. Deze kerk is ook weer zichtbaar door haar belijdenis en godzaligen wandel. Ze zal als een licht schijnen in de duisternis dezer wereld. Christus sprak: “Gijlieden zijt Mijne getuigen.”

De kenmerken der ware kerk zijn: De zuivere verkondiging des Woords, waarin God op het hoogst wordt verhoogd, en de zondaar op het diepst vernederd; de bediening der Sacramenten overeenkomstig de instelling van Christus; de uitoefening der Christelijke tucht door de sleutelen des hemelrijke. Waar die gevonden worden, begeeren de schapen van den goeden Herder Christus, gelegerd te zijn. Daar wil Hij ze leiden en weiden. Menig afgezonderd schaapje bad met de Bruid en werd verhoord: “Zeg mij aan, Gij dien mijne ziel liefheeft, waar gij weidt, waar gij de kudde legert op den middag; want waarom zou ik zijn als eene die zich bedekt bij de kudden Uwer metgezellen?” Hooglied 1.

Hoeveel wordt in de Heilige Schrift gezegd van de Oud Testamentische en van de Nieuw Testamentische kerk. Van de Oud Testamentische kerk, slechts het volgende:

Ze openbaarde zich dadelijk na den val des menschen. We gelooven dat Adam en Eva de eersten waren die toegebracht werden. Abel werd het eerst van de strijdende in de triomfeerende kerk overgebracht. Toen Enos geboren was, begon men den Naam des HEEREN aan te roepen, Gen. 4:26. Hoe klein maar wel bewaard, was de kerk in de ark Noachs. Daarna openbaarde ze zich in de tenten der Aartsvaderen, Abraham, Izaäk en Jacob. Voor zekeren tijd in Egypte, in de woestijn en toen in Kanaän; waar de Heere Zijn Bondvolk de beloofde erfenis gaf, en onder hen woonde en werkte. Hoe ontrouw ook, de getrouwe VerbondsGod bleef getrouw en verstoote Zijn Bondvolk niet. In Babel, zwaar getuchtigt, sprak hij: “Is niet Efraim mij een dierbare zoon ? is hij Mij niet een troetelkind ? Want sinds Ik tegen hem gesproken heb, denk Ik nog ernstiglijk aan hem; daarom rommelt Mijn ingewand over hem; Ik zal Mij zijner zekerlijk ontfermen, spreekt de HEERE “ Jer. 31:20.

De Oud Testamentische kerk bleef beperkt tot Israëls volk, tot de komst van Christus en de uitstorting des Heiligen Geestes. Wel bracht de Heere nu en dan een enkele of enkelen uit de heidenen tot de kennis van den waren God en waarachtige bekeering (dan denken we ook vooral aan Ruth de Moabitische), maar dat “Jafeth in Sems tenten zou wonen”, zou eerst z’n vervulling krijgen na de uitstorting des H. Geestes op den doorluchtigen Pinksterdag en de heerlijke stichting van de Christelijke gemeente te Jeruzalem. Christus had tot Zijne volgelingen gesproken: “Gaat dan henen, onderwijst al de volkeren, ze doopende in den Naam des Vaders en des Zoons en des Heiligen Geestes, leerende hen onderhouden alles wat Ik u geboden heb.”

(Wordt vervolgd)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 april 1948

The Banner of Truth | 16 Pagina's

DE KERKGESCHIEDENIS OP EENVOUDIGE WIJZE BESCHREVEN VOOR JONG EN OUD

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 april 1948

The Banner of Truth | 16 Pagina's

PDF Bekijken