Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

EEN BRIEF

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

EEN BRIEF

7 minuten leestijd

Geliefde Broeder in den Heere!

Nog in het heden der genade! Wat een wonder, niet waar! Ja, dat is het als we, door Gods Geest belicht, gedurig mogen zien in de hemelsche en goddelijke spiegel. Wat kijken we toch veel in de natuurlijke spiegel om te zien hoe we er uitzien, maar hoe weinig behoefte om in de geestelijke spiegel te zien en steeds te ervaren: “Door de wet is de kennis der zonde.” Dan mogen we al ervaren hebben in de rechtvaardigmaking des geloofs met de volmaakte gerechtigheid en heiligheid van Christus bekleed zijnde, gansch schoon en zonder gebrek te zijn, God geen zonde ziende in Zijn Jacob en geen overtreding in Zijn Israel, maar in de dagelijksche beoefening der heiligmaking is het steeds: Onrein, onrein! En om daar rechte kennis van te krijgen is het steeds noodig dat Gods Geest ons de hemelsche spiegel voorhoudt en daarin mogen en zullen blikken. Dan in onze schuldigheid recht verootmoedigd voor den hoogen God. Dan gaat er gedurig een gena geroep op uit ons schuldige zondaarshart, en hoe zalig en troostrijk dan geleid te worden in het geloof naar de Heilfontein Christus Jezus. Die Fontein is toch geopend en wordt dan geopend, voor het Huis van David en de inwoners van Jeruzalem, tegen de zonde en onreinheid. Een schuldige zondares sprak eens: “Ik mag dicht gelegerd zijn bij de Fontein Christus Jezus.” En dan met de bede van den melaatsche aan Zijn voeten neer te vallen: “Heere, indien Gij wilt, Gij kunt mij reinigen!” En dan te mogen hooren: “Ik wil wordt gereinigd!” O, die heerlijke verlossende en vrijmakende genade in de wassching en reiniging door Jezus bloed en Geest!

Gelooft ge niet, broeder, indien er eens meer ontdekkende en overtuigende genade was in de harten van des Heeren volk, dit meer ondervonden zou worden? En dan verstaan worden wat Paulus zegt Rom. 5:20: “Maar de wet is boven dien ingekomen, opdat de misdaad te meerder worde; en waar de zonde meerder geworden is, daar is de genade veel meer overvloedig geweest.” Grooter zondaar, steeds grooter zondaar worden door ontdekking en geestelijk gezicht, dan minder zonde doen. Die de zonde meer leert kennen of zien in deszelfs ware gedaante, zal ze haten en in Godes kracht afsterven. Dan zal het in de geestelijke kruisiging zijn: Henen uit! henen uit! Dan kan men geen geliefde zonden meer in zijn boezem omdragen. En dan voor een steeds meer en meer zich schuldig kennende nietige aardworm, alles genade, vrije en zoete genade. O, die wonderlijke eenzijdige genade en ontferming! Dan wel een zoet en zalig inblikken in de volheid van genade in Christus en dat smeeken: Gena, o God, gena! Dan ook wel met Johannes te getuigen: “Ook hebben we allen uit Zijne volheid ontvangen, ook genade voor genade.” Dan een dienende Jezus voor al dat schuldige en helwaardige volk; bediend te worden, ja allen, uit één en dezelfde dierbare volheid, die nooit vermindert. Dan verstaan ze elkander zoo in den Heere. Dan worden ze in elkanders hart geopenbaard en verklaard. In zulk een weg verkrijgt Christus meer dierbaarheid en gepastheid, ja noodzakelijkheid, en is het in zelfverfoeiing, nietigheid en zielsbehoefte, zooals zeker dichter het uitdrukt:

O Jezus, goedertieren Heere!
Hier ligt een wormke voor U neer;
Met al zijn nood en zielsellenden,
Wil toch Uw hand tot zoo een wenden.
Ik stort voor U, o Heere, mijn klacht,
Ik heb geen licht, ik heb geen kracht;
Mijn ziel is in mijn neergebogen,
Ai sla op mij Uw liefde oogen.
Kom Jezus vat mijn rechterhand;
En red mijn ziel uit dezen stand,
Ai, trek mij Heere dan zal ik loopen,
Vermeerder mijn geloof en hopen.
En wend Uw hand en geef mij ‘t licht,
Ik heb zoo weinig zielsgezicht,
Ai, laat ik recht mijzelf beschouwen,
Mijn hart dat geeft al zucht op zucht,
Ach, stel mijn ziel in d’ open lucht,
Verruim mijn hart, verhoor mijn beden,
En spreek eens tot mijn ziel van vreden.

Ik weet, broeder, dat dit de taal van uwe ziele was, en wellicht ook nu. Ik hoop het. Dat is het achteraanklevende geloof dat we zoo wonderlijk en heerlijk zien, en spoedig overwinnend en verblijdend, in de Kananeesche vrouw, Matth. 15. O, wat is het toch nuttig en vruchtbaar om een dierbare Jezus achteraan te mogen kleven in alle nood en ellende, in alle armoede en behoefte. Laat de duivel maar probeeren met al zijn kracht, maar hij is niet sterk genoeg om zulk een ziel los te maken van Jezus.

En wat nu de taal was van voornoemden dichter, is de taal bij tijden van den bekommerde over zijn staat voor de eeuwigheid, maar ook bij den bevestigde in de genade, maar bekommerd over de stand der genade. Ik hoop dan ook van harte, als de genadige en getrouwe God, Die nooit zal laten varen het werk Zijner handen, het behagen mocht u te bevestigen in den staat der genade door het geloof, dat ge maar veel moogt verkeeren in de arme behoeftige zondaarsgestalte en zondaarsleven, zooals de groote maar toch kleine, de hooge maar toch lage, de rijke en toch rijke Paulus, het mocht beoefenen.

Zeker stervende Christin sprak juist voor haar heengaan: Het niets in mij, maar het al in Hem, zoo kom ik in Jeruzalem.

Chrisus zij maar onze Leermeester bij dagen en nachten, dan gaat het goed en anders gaat het niet goed. En zij het maar veel onze bede: Heere, regeer ons altijd door Uw Woord en Geest. Wij willen zoo gaarne onszelven regeeren en besturen, maar dan gaat het mis en komen we in de hel terecht. David bad: “Ach, dat mijne wegen gerecht werden om Uwe inzettingen te betrachten.”

Als ik nu thans door het raam naar buiten kijk, dan zie ik duidelijk teekenen dat de winter voorbij is en de lente genaakt. Ach, wat is het veel winter bij Gods volk. Zoo koud, zoo droog en onvruchtbaar, en dikwijls zoo gevoelloos onder dat alles. Ach, geve de Heere verandering. Wij zijn machteloos, maar Hij is almachtig. Ik denk thans om de woorden uit Hooglied 2, waar we lezen: “Mijn Liefste antwoordt, en zegt tot mij: Sta op, Mijne Vriendin mijne schoone, en kom!

De Heere schenke ons met al Zijn volk en knechten in deze veelbewogen tijden maar veel onze plaats te mogen innemen in ons bidvertrek en daar met Daniël te smeeken: “Neig Uw oor, mijn God! en hoor, doe Uwe oogen op, en zie onze verwoestingen, en de stad, die naar Uwen Naam genoemd is; want wij werpen onze smeekingen voor Uw aangezicht niet neder op onze gerechtigheden, maar op Uwe barmhartigheden, die groot zijn. O Heere, hoor! o Heere, vergeef! O Heere, merk op en doe het, vertrek het niet! Om Uws Zelfs wil, o, mijn God! Want Uwe stad, en Uw volk is naar Uwen Naam genoemd.” Daar gaf de Heere nog over te spreken met den biddag. O, was het steeds biddag, het zou meer dankdag zijn ter eere Gods.

Ik gevoel me thans in de smeltkroes der ellende. Ik wil me er gedurig uitwerken, maar ik ben machteloos en de groote Louteraar is almachtig. Ik moet door het vuur heen. Hoelang weet ik niet. Ik vrees soms geheel te verteeren. Dan is het bange. Soms is het goed en zoet. Veel is al verteerd, maar ik, denk, nog niet genoeg. De Heere is wijs en ik ben dwaas. Het gaat door lijden geheiligd, de heerlijkheid binnen. O, om Christus meer gelijkvormig te worden!

Ik moet eindigen. Dat we maar veel verwaardigd mogen worden om Christus te zien zitten ter rechterhand Gods, en getrouwe getuigen bevonden te worden. De Koning zegt: “Zijt getrouw tot den dood, en Ik zal u de kroon des levens geven.”

Zijt hartelijk gegroet met allen die den Heere Jezus in onverderfelijkheid liefhebben.

Uw liefhebbende dienaar en br.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 mei 1952

The Banner of Truth | 16 Pagina's

EEN BRIEF

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 mei 1952

The Banner of Truth | 16 Pagina's

PDF Bekijken