Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Besprekingen van de Heilige Oorlog

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Besprekingen van de Heilige Oorlog

7 minuten leestijd

34

Mensziel dacht: zo Immanuël ons liefhad zou Hij zeker vriendelijk tot ons spreken. En zo Hij ons haat, dan zal de stad verdelgd en tot een puinhoop gesteld worden. Zij wisten ook dat Prins Immanuël dit alles wist, want zij waren overtuigd dat Hij was een Engel Gods om te weten alles wat op aarde gedaan werd. En dat deed hen denken, dat hun staat zeer ellendig was en de goede Vorst hen allen verwoesten zou. Welke tijd is daartoe meer geschikt, dachten zij, dan deze, want nu heeft Hij de breidel van Mensziel als in Zijn hand. Maar dit heb ik in ’t bijzonder opgemerkt, dat de inwoners niettegenstaande dat alles, niets deden (o neen, zij konden ook niet anders) wanneer Hij door de stad ging, dan buigen en zich krommen. Ja zij waren bereid om als stof voor Zijn voeten neder te liggen. Duizend maal wensten zij wel dat Hij hun Vorst en Overste wilde worden en dat zij onder Zijn bescherming mochten leven. Spraken ook tot elkander van Zijn schoonheid die als voor de beminnelijke Vorst in heerlijkheid en voortreffelijkheid de groten van deze wereld ver te boven ging.

Tot de poorten van het kasteel genaderd, gebood Hij dat Diabolus voor de dag zou komen en zich in Zijn hand stellen. Maar hoe onwillig was dat beest om tevoorschijn te komen! Hoe vast hij zich echter ook hield en hoe hij zich ook wrong en boog, toch moest hij tot voor de Vorst naderen. Toen beval Immanuël dat men Diabolus in ketenen zou binden, wat men ook deed om hem des te beter te bewaren voor het oordeel, dat voor hem bereid was. Doch hij stond op om Immanuël te verzoeken hem toch niet naar de afgrond te zenden.

Toen Immanuël hem nu gegrepen en met ketenen gebonden had, leidde Hij hem af naar de markt en daar nam Hij hem ten aanzien van geheel Mensziel zijn wapens af waarop hij zo geroemd had. Het was één van de triomfen die Immanuël over Zijn vijanden behaalde. Zolang het uitstropen van de reus duurde, bliezen de gouden trompetten van de Prins een accoord, de kapiteins juichten en de soldaten zongen van vreugde. En dat gaf Mensziel heel wat te denken.

De inwoners van Mensziel worden nu geroepen het begin te zien van Immanuëls triumf over Zijn vijand, in wien zij zoveel vertrouwen stelden en die zij zo zeer roemden ten dage toen hij hen vleide.

Diabolus dus naakt uitgeschud hebbende voor de ogen van de burgers van Mensziel en voor die van Zijn bevelhebbers, beval Hij in de eerste plaats dat men hem met ketenen binden zou aan de raderen van Zijn wagen. Enigen van Zijn heir als kapitein Boanerges, kapitein Overtuiging liet Hij als een garde voor de poorten van het kasteel, opdat men tegenstand zou kunnen bieden, zo enigen dergenen die Diabolus volgden, het wilden ondernemen de stad te bezetten terwijl Hij in triumf recht door de stad reed en uit en voor de Oogpoort tot het plein, waar Zijn leger gekampeerd lag.

Maar ge kunt u de vreugde niet verbeelden (ten ware gij die mede gezien had) en het gejuich dat in Immanuëls leger opging toen de tiran, door de hand van hun edele Vorst aan de raderen van Zijn koets gebonden, in de legerplaats aankwam. Luid zongen de krijgers: „Hij heeft de gevangenis gevangen genomen en de overheden en de machten heeft Hij uitgetogen. Diabolus is aan de kracht van Zijn zwaard onderworpen en gemaakt tot een voorwerp van aller verachting.”

De vrijwilligers en degenen die gekomen waren van verre om de strijd te zien, juichten ook allen met een grote stem en zongen op zulk een muzikale en aangename wijs, dat zij, die in de hoogste plaats wonen, hun vensters opendeden en hun hoofden uitstaken om nederwaarts te zien, wat toch wel de oorzaak van deze heerlijkheid was. „Daar is blijdschap voor de engelen Gods over één zondaar die zich bekeert.”

De edele Vorst, dit deel van Zijn triomf over Zijn vijand Diabolus voltrokken hebbende, stelde hem in deze smaadheid en verachting openbaar ten toon en gaf hem bevel Mensziel te verlaten. Hij ging hierop van Immanuël weg en uit het midden van Zijn leger om de woeste en onbewoonde plaatsen in te nemen, zoekende rust, doch hij vond die niet.

De Vorst trok Zich terug in Zijn koninklijke tent bij het leger en in het midden van Zijns Vaders macht. Op zeker gelegen tijd zond Hij vandaar een bijzondere last aan kapitein Boanerges, om al de inwoners van Mensziel te bevelen dat zij in het voorhof van het kasteel zouden verschijnen.

Om alsdan voor aller oog de heer Verstand, de heer Consciëntie en de voorname heer Wil gevangen te nemen. En ze alle drie in bewaring te zetten met een sterke wacht er bij, totdat Hij hen zijn welgevallen verder bekend zou maken. Deze last aan de kapiteins, die vertrouwelijk uitgevoerd werd, vermeerderde de vrees in de stad Mensziel niet weinig, want nu zou de vrees met betrekking tot het verderf van de stad Mensziel hun zeker overkomen.

’t Geen nu hun hoofd en hart het meest ontstelde en beroerde, was de vraag, welke dood zij zouden moeten sterven. Ja, zij waren bekommerd dat Immanuël hun zou gelasten naar de afgrond te varen, want zij wisten dat zij het verdiend hadden. De burgers waren ook zeer ontroerd om degenen, die volgens het bevel bewaard werden want die waren hun leidslieden. En zij geloofden, zo deze werden afgesneden, hun terechtstelling maar ’t begin van de ondergang van Mensziel wezen zou. Dus konden zij niet anders dan met de lieden die in de gevangenis waren een request aan Immanuël zenden. Het verzoekschrift luidde als volgt:

Grote en wonderbare Koning, Overwinnaar van Diabolus en van de stad Mensziel, Wij, de ellendigste inwoners van de allerbehaaglijkste plaats, smeken en bedelen ootmoedig, dat wij genade mogen vinden in Uw ogen. Gedenk toch onze vorige overtredingen niet, noch de zonde van de groten onzer stad, maar spaar ons naar de grootheid Uwer goedertierenheid en laat ons niet sterven, maar voor Uw aangezicht leven, zo zullen wij gewillig wezen om Uw knechten te zijn en om, zo ’t U gevallen zal, de kruimkens onder Uw tafel op te lezen. Amen.

Wel werd het request door Immanuël in ontvangst genomen, maar daar volgde geen antwoord, geen verhoring op. En dat kwelde de stad Mensziel zeer. Zo beraadslaagden de stedelingen bij vernieuwing met een request tot de Koning te gaan.

Om niet weer teleurgesteld te worden, terwijl de nood zo groot was, werd het kapitein Overtuiging als gunsteling van de Koning gevraagd het request aan de Prins te overhandigen. Maar hij durfde noch wilde aan Immanuël een request te overhandigen voor verraders; of bij de Vorst zich als de advocaat stellen voor rebellen. Niettemin, zo zeide hij, is onze Prins goedertieren, gij kunt het licht wagen, het door de hand van iemand uit uw stad af te zenden. Mits hij tot Hem heenga met een koord om de hals en op niets pleit dan op genade.

Ja, het komen tot Koning El-Schaddai met de bekentenis straf en doemwaardig te zijn en dat door de genade van Zijn Zoon Prins Immanuël is van grote betekenis. Want bij Hem is verzoening door voldoening.

Hiertoe heeft men de eenvoudige man Ontwaakte-Begeerte bereid gevonden. Het is een man met een nederige gestalte. Deze bede: „Heere, voor U is al mijn begeerte, en mijn zuchten is voor U niet verborgen,” is hem bijzonder dierbaar. Voorts is het een man wiens klachten en kwalen hem tot bemoediging vertolkt worden door de dichter van psalm 38. Vanwege de innige drang van zijn hart met een smeekbede te gaan tot de Prins om ontferming, was hij bereid bevonden dat te doen.

Nijkerk.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 oktober 1972

Bewaar het pand | 4 Pagina's

Besprekingen van de Heilige Oorlog

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 oktober 1972

Bewaar het pand | 4 Pagina's

PDF Bekijken