Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

De tabernaKer

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

De tabernaKer

Vierde les.

7 minuten leestijd

Haar bouw.

Zo zijn wij gekomen tot het bezien van de bouw van de tabernakel en hoe dat in zijn werk is gegaan.

Wij moeten hierbij weer erop wijzen, dat heel deze bouw zeer nauwkeurig is geschied, ja, tot in de kleinste zaken toe, overeenkomstig de voorschriften, welke de Heere gaf. Zo wil God gediend worden overeenkomstig Zijn heilige wil en niet naar wat de mens zèlf wil! God Zèlf maakt uit, hoe Hij gekend, gevreesd en gediend wil worden. En dat blijft ten alle tijde van kracht. Dus ook nu, in deze tijd, waarin de mens zèlf de dienst wil uitmaken tot het dienen van God! Ach, wat een openbaring van eigenwillige godsdienst, zowel van onrechtzinnige als van rechtzinnige kant! Geve de Heere ware bekering en te doen vragen:„Heere, wat wilt Gij, dat ik doen zal?” En: „Leer mij naar Uw wil te hand’len; ’k Zal dan in Uw waarheid wand’len.”

Maar keren we tot ons onderwerp terug.

Het is opmerkelijk, dat de bouw van de tabernakel plaats had, toen het volk gelegerd was bij de Sinai en wel bij de WETGEVING, welke geschiedde onder de openbaring van de majesteit Gods met de machtige tekenen van vuur en donder.

Daarom was ook ’t wonder zo groot, dat de heilige God wilde wonen bij zulk een onheilig en zondig volk!

En, zoals wij al opgemerkt hebben, heeft God Zijn wet en wetten evenwel nièt gegeven als een ondraagbaar juk. maar als een tuchtmeester tot Christus, naar Wie heel de tabernakelbouw en haar eredienst heenwees.

Wanneer Mozes van de Heere de opdracht kreeg tot de bouw van de tabernakel, was dit anderhalf jaar na de Uittocht uit Egypte. Volgens Exodus 19:1 zijn de Israëlieten in de derde maand na de uittocht gekomen in de woestijn Sinaï. Dus nog geen 9 maanden geleden. Van deze 9 maanden gaan dan nog af de 40 dagen, toen Mozes op de berg Sinaï heeft vertoefd.

Volgens deze berekening moet dan de bouw van de tabernakel een half jaar geduurd hebben. En wanneer de oprichting van de tabernakel plaats had, waren reeds al de voorwerpen en kunststukken klaar gemaakt. In hoofdstuk 39:33 e.v.v. lezen we, dat men de tabernakel en al haar gereedschap tot Mozes bracht. En toen zag Mozes, (dat zij zeer zeker de Levieten waren, die door Mozes werden geïnstrueerd tot het maken ervan) alles gemaakt hadden, gelijk als de Heere geboden had. (Exod. 39:43).

Ja, zo is de tabernakel in alles vervaardigd naar........ het bestek Gods, zoals óók psalm 89:1 spreekt van: „Het gebouw van Gods gunstbewijzen, dat naar Zijn gemaakt bestek in eeuwigheid zal rijzen.”

’t Is ook opmerkelijk, dat de arbeid aan de tabernakel niet op de Sabbath verricht werd, naar Goddelijk bevel verricht werd, maar op Goddelijk bevel in Exod. 31:13. Er mocht immers aan zulk een heilig gebouw geen enkele vloek-smet kleven! En heeft God Zèlf niet gerust na Zijn scheppingswerk op de zevende dag?

Wat is dàn de roeping voor de Nieuw- Testamentische kerk gewichtvol, de Sabbath als de eerste dag der week te heiligen en af te zonderen voor Zijn dienst. De „eerste dag der week? Ja, want Christus heeft de „schaduwachtige sabbath” vervuld, waardoor de orde thans geldt: vanuit de „rust” volgt de arbeid.

Waar wij nu nog even op willen wijzen is de vraag: wààr haalde men al die bouwstoffen voor de tabernakel-bouw vandaan? Zoals het goud, het zilver, het purper en scharlaken, het fijne linnen, het hout, de specerijen en al de stenen voor de borstlap van de hogepriester? Hebt u daar wel eens bij stil gestaan?

We willen daarom op enkele zaken de aandacht vestigen.

Allereerst bij de Uittocht van Israël uit Egypte.

We lezen daarvan in Exodus 3:22:

„Maar elke vrouw zal van haar naburin en van de waardin haars huizes eisen zilveren vaten en gouden vaten en klederen: die zult gijlieden op uw zonen en op uw dochteren leggen, en zult Egypte beroven.”

Men heeft ook gewezen op de wapens, welke gevonden waren, afkomstig van lijken der verdronken Egyptenaren. Hun wapens waren wel eens afgezet met edelstenen. Aldus Flavius Josephus in zijn „Joodse oudheden” Dan hebben we zeker ook te denken aan de nalatenschap van Jozef als „heer over gans Egypteland.”

Zonder Israël te beschuldigen van afgodische elementen ten deze, is het zeker niet onmogelijk aan te nemen, dat nakomelingen van Jozef van diens schatten hebben bezeten. Een gedachte van wijlen Ds. L. Schouten Hzn. in zijn boek „De Tabernakel”.

Dan nog iets over het hout, dat tot de bouw nodig was. Hoe kwam Israël hieraan?

De kerkvader Hieronymus uit de vierde eeuw, heeft geruime tijd in Kanaän gewoond, dat in zijn tijd nog hout gevonden werd in de landstreek van Sinaï. En dat is niet onmogelijk. Want de woestijn is niet te stellen als een alleen dorre en onvruchtbare vlakte, maar daarin komen ook voor oasen met struiken, bomen en waterfonteinen. Denk aan de legerplaats van Israël bij Elim!

We denken ook aan al datgene, wat men tot de bouw van de tabernakel als een „hefoffer” bracht, zoals ook goud en zilver, purper en scharlaken, specerijen enz. enz. Ja, zóveel zelfs iedere morgen, dat we lezen over Aholiab en Bezaleël, met alle man die wijs van hart was, in wiens hart God wijsheid gegeven had, al wiens hart hem bewogen had, dat hij toetrad tot het werk om dat te maken en wel in vers 5 van Exodus 36:

„En zij spraken tot Mozes, zeggende: Het volk brengt te veel, meer dan genoeg is ten dienste des werks.”

O, met welk een grote liefde was Israël vervuld tot de totstandkoming van de tabernakel!

Vloeide die liefde voort uit het hart van èlke Israëliet?

Och, er zullen ook Israëliërs zijn geweest, die deze liefde hebben opgebracht als algemene gaven des Geestes. En dat is wel een groot voorrecht op zichzelf.

Daarom de vraag: wat hebt ù voor de dienst des Heeren over? Helaas! Wat is er een liefdeloosheid in de kerken. Nu diene men zichzelf ernstig af te vragen: hòe geef ik ’t? „God heeft de blijmoedige gever lief”, zo lezen we.

Een „blijmoedige gever” is iemand, die ook met ’t hart mag geven. Zulk één horen we zingen:


„’k Zal liefd’ en lof voor U ten offer mengen,
In ’t heiligdom, waar ’t volk vergaderd is.” (Ps. 116:10b)


Wel, dat zijn „hefoffers”, welke uit de diepte van een verbroken hart oprijzen, als vrucht van Hèm, de Heere Jezus Christus, Die Zijn ziel liet opheffen BOVEN het kruis van Golgotha, beladen met de schuld en straf van Zijn volk! Daarvan mag dat volk wel eens getuigen:

„Wij hebben Hem lief, omdat Hij ons èèrst heeft liefgehad!”

Ja, dat wordt een kostelijk geven, wanneer zulks mag voort vloeien uit ’t verbroken hart! O, kent u het, lezer(es)?

De Heere storte Zijn liefde uit in onze harten, door de Heilige Geest!

We willen D.V. volgende keer dan komen tot de BOUW van de tabernakel zelf, het eigenlijke „huis”, bestaande uit het „Heilige” en het „Heilige der Heiligen” met het „voorhof” vòòr het „Heilige”.

Dr.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 juli 1982

Bewaar het pand | 6 Pagina's

De tabernaKer

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 juli 1982

Bewaar het pand | 6 Pagina's

PDF Bekijken