Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

De orde des heils 5

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

De orde des heils 5

Het geloof

6 minuten leestijd

Slechts één geloof

Na de roeping, de wedergeboorte, de bekering volgt in de orde des heils het geloof. Duidelijk tekent de Schrift het geloof als onmisbaar tot zaligheid.

„Zonder geloof is het onmogelijk Gode te behagen en die tot God komt moet geloven, dat Hij is en een beloner is dergenen, die Hem zoeken”.

De weg der zaligheid is de weg des geloofs! „Die in de Zoon gelooft, die heeft het eeuwige leven, maar die de Zoon ongehoorzaam is, zal het leven niet zien, maar de toorn Gods blijft op hem”.

Een zuiver kenmerk van de roeping, wedergeboorte en bekering is de openbaring van het ware zaligmakende geloof!

De werkmeester van dat geloof noemt de Schrift: de Heilige Geest! „Niemand kan zeggen Jezus de Heere te zijn, dan door de Heilige Geest”, 1 Cor. 12 : 3b, en in onze Cat. lezen wij: dat de Heilige Geest het geloof in onze harten werkt door de verkondiging des heiligen Evangelies. „Zo is dan het geloof uit het gehoor en het gehoor door het Woord Gods”.

Dit geloof, door Gods Geest in het hart gewerkt, heeft drie elementen: kennis, toestemmen en vertrouwen!

Daar komt een geheiligde kennis van God en Goddelijke zaken! Kennis van het Woord Gods, van de deugden Gods, kortom van heel de openbaring Gods.

Deze kennis brengt tot Godskennis, zelfkennis en Christuskennis.

Uit deze geheiligde kennis wordt geboren de toestemming. D.w.z. er komt een hartelijke erkenning van de waarheid Gods! Er komt een buigen onder de boodschap van Gods recht en wet in ware zielsvernedering. Er komt een buigen onder de boodschap van het Evangelie in ware zielsvertedering.

Deze geheiligde kennis, deze hartelijke toestemming wordt bij het ware geloof gecompleteerd met een vast vertrouwen, dat al is het, dat zonde en schuld aanklaagt, nochtans God, niet alleen anderen, maar ook mij vergeving der zonde, eeuwige gerechtigheid uit louter genade schenkt, alleen om der verdienste van Christus wille. (Zie zondag 7 Cat.).

Dit éne geloof kan alleen het ware zaligmakende geloof genoemd worden. Alle andere geloof is niet genoegzaam voor de eeuwigheid.

Zo spreekt men wel over een historisch geloof. Een geloof, dat alleen in het verstand zetelt. Over een tijdgeloof. Een geloof, dat alleen zetelt in verstand en gevoel. Over een wondergeloof. Een geloof, dat zetelt alleen in de wil. Wonderen kan men doen, wonderen kan men ondergaan, maar Het wonder van de schuldvergevende liefde in Christus wordt in de beleving niet gekend.

Slechts één geloof is daarom onmisbaar voor de eeuwigheid en dat is het geloof, waarvan de Schrift zegt: „Want u is uit genade gegeven, in de zaak van Christus, niet alleen in Hem te geloven, maar ook voor Hem te lijden”. Filip. 1 : 29.

Wezen en welwezen des geloofs

Omdat het ware geloof een levend geloof is te noemen, zo is dat geloof geen statisch begrip, maar spreekt men ook wel over standen in dat leven des geloofs.

Wij spreken over een zwak geloof, een toe- vluchtnemend geloof, een bestreden geloof, een klein geloof, een verzekerd geloof. Zo spreekt men ook wel over het wezen en het wel-wezen des geloofs!

Het wezen des geloofs is dan het geloof in zijn levenswortel.

Het wel-wezen des geloofs, is het geloof in zijn gerijpte vrucht.

Zo predikt zondag 7 van onze catechismus het wezen des geloofs in het vast vertrouwen op de belofte Gods. God schenkt niet alleen aan anderen, maar ook aan mij vergeving van zonden, gerechtigheid en het eeuwige leven uit louter genade, alleen om der verdienste van Christus wille.

Dit wezen des geloofs richt zich alzo op de persoonlijke schenking van de belofte Gods. Dit wezen des geloofs openbaart zich in de levende werkzaamheden des geloofs. De schenking moet deelachtigmaking worden. In de oefeningen van het geloof moet worden geleerd, onder de bediening des Geestes, de toeëigening des geloofs.

Hier liggen de verschillende standen des geloofs.

De worsteling tussen geloof en ongeloof, twijfel en zekerheid. Onze belijdenis spreekt over: „onderscheidene twijfelingen des vleesches, over zware aanvechtingen van het geloof”. Can. 5, 11.

Een kenmerk van het wezen des geloofs is echter, dat het staat naar het welwezen des geloofs.

Dit wel-wezen, of de gerijpte vrucht van het geloof, wordt ons voorgehouden in zondag 23 van onze catechismus.

Wat baat het u, zo is de vraag, dat ge dit alles gelooft?

Het antwoord is: „Dat ik in Christus voor God rechtvaardig ben en een erfgenaam van het eeuwige leven”!

Dit wel-wezen des geloofs wordt ook wel genoemd: de verzekering des geloofs. In nauw verband hiermede spreekt de Schrift over de verzegeling des geloofs. In Efeze 1 : 13 lezen wij: „in welke gij ook, nadat gij geloofd hebt, zijt verzegeld geworden met de Heilige Geest, die het onderpand is van onze erfenis, tot de verkregen verlossing, tot prijs Zijner heerlijkheid”.

Vermeerder ons het geloof

Daar het geloof in zijn gerijpte vrucht van grote betekenis is voor het geestelijk leven, zo zou de vraag van de discipelen ook in ons hart kunnen gaan leven: Heere, vermeerder ons het geloof!

Kan het geloof vermeerderd worden?

Is het geloof dan een kwestie van geringheid of hoeveelheid?

In het antwoord, door Christus aan zijn discipelen gegeven, kunnen wij duidelijk lezen, dat geloof geen kwestie is van geringheid of hoeveelheid, maar van oefening en daarom van kracht! „Zo gij een geloof had - zo lezen wij - als van een mosterdzaad, gij zoudt tegen deze moerbeziënboom zeggen: wordt ontworteld en in de zee geplant, en hij zou u gehoorzaam zijn”.

Zo gaat het dus niet om vermeerdering, maar om beoefening van het geloof. Deze beoefening moet worden geleerd op de school des Heiligen Geestes. Hellenbroek zegt, dat de Heere met Zijn Geest moet invloeien tot elke bijzondere daad des geloofs, daartoe opwekkende en medewerkende. „Werkt uws zelfs zaligheid met vreze en beven, want het is God, die in u werkt, beide het willen en het werken naar Zijn welbehagen”. Filip. 2:12 en 13.

Elke geloofsdaad, door Gods Geest geleerd, geeft ook geloofsvrucht!

Verlevendiging van het vertrouwen des geloofs ondanks alles. Vastheid van de hoop des geloofs, en die hoop beschaamt niet, omdat de liefde Gods in onze harten is uitgestort.

Eenmaal zal dat ware zaligmakende geloof overgaan in het volle aanschouwen van het heil, door God Drieënig bereid.

Zult gij ook tot die aanschouwers behoren of zult gij niet kunnen ingaan vanwege uw ongeloof?

Dit artikel werd u aangeboden door: Bewaar het Pand

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 september 1983

Bewaar het pand | 6 Pagina's

De orde des heils 5

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 september 1983

Bewaar het pand | 6 Pagina's

PDF Bekijken