Bekijk het origineel

De grootheid van Gods lankmoedigheid 1.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

De grootheid van Gods lankmoedigheid 1.

6 minuten leestijd

Een schoolklas zit gebogen over een repetitie. Opeens richten alle hoofden zich op. De leraar staat bij een jongen en trekt een boek van z’n knieën.

’t Is duidelijk, de jongen was aan het spieken. De klas houdt de adem in. Wat zal er nu gebeuren? Een uitbarsting van toorn en daaraan verbonden straf zouden begrijpelijk zijn. Echter de meester zegt alleen: “jongen nou toch”. Verder niets. Heel de klas is verwonderd dat er niets meer komt.

Zie, dat is nu lankmoedigheid. Terecht, volkomen terecht toornig kunnen worden en dan straffen en dat toch niet doen.

In de Bij bel maakt de Heere Zichzelf bekend als de Lankmoedige. Ik denk aan de Gods-verschijning aan Mozes op de berg Sinaï. ’t Is na zonde van Israel met het gouden kalf. Mozes ontvangt opnieuw twee stenen tafelen uit Gods hand, en dan komt de Heere neer in een wolk en roept ten aanhore van Mozes Zijn Naam uit. God spreekt: “HEERE, HEERE, God, barmhartig en genadig, lankmoedig en groot van weldadigheid en waarheid.”

Door de zondeval is er geen kennis meer van God. We tasten in het duister. Van binnenuit weten we niet meer wie God is. De Heere heeft Zijn Woord gegeven. Door het Woord is Hij kenbaar. In dat Woord openbaart Hij Zich als de Lankmoedige. Als geloofsreflex daarop vindt u ook bij de psalmdichters de belijdenis daarvan: de Heere is lankmoedig. De lankmoedigheid is een deugd van God precies als de heiligheid, de rechtvaardigheid en de barmhartigheid deugden van Hem zijn.

De Heere is lankmoedig. Dat is niet een stukje van God, neen, zo is Hij helemaal. Dat is Zijn wezen. God is de lankmoedige God.

We kunnen hier niet vergelijken met iets anders. Ook wat de lankmoedigheid van God betreft moet het gezegd worden: bij wie zoudt Gij Mij vergelijken?

Zeker, we worden door de Schrift opgeroepen om lankmoedig te zijn jegens allen. Door het genade- en herstellende werk van de Heilige Geest worden mensen weer het beeld Gods gelijk. Maar hoe zouden wij die lankmoedigheid kunnen vergelijken met de lankmoedigheid van God? Wat kunnen ook Gods kinderen spoedig kappen, de moed opgeven, het geduld verliezen. Het in praktijk brengen van zeventig maal zeven maal vergeven blijkt uitermate moeilijk. U kent de weg die Mattheüs 18 aanwijst als een broeder zondigt. U kent uit datzelfde hoofdstuk die knecht die zijn heer om lankmoedigheid vroeg. Hij had een grote schuld en zijn heer wilde de betaling ervan niet langer uitstellen. De knecht moest nu betalen. Maar zie vanwege zijn smeekgebed was zijn meester lankmoedig, en nog veel meer dan dat: hij schold hem al zijn schuld kwijt. Evenwel toen hetzelfde smeekgebed gedaan werd tot die knecht door een medeknecht vanwege een kleine schuld, was hij niet lankmoedig en liet zijn medeknecht terstond in de gevangenis werpen.

Och, hoe menigmaal vinden we onszelf hier getekend. Hoe zouden we dan onze lankmoedigheid kunnen vergelijken met Gods lankmoedigheid om het zo duidelijk te maken wat die lankmoedigheid van de Heere is. Die lankmoedigheid van God is zo groot, zo verbazend groot. Die lankmoedigheid moet mensenkinderen in verbazing zetten. We zouden in aanbidding moeten neervallen aan Zijn voeten om het daar te stamelen: Heere, wat bent U lankmoedig!

Ten aanzien van andere deugden van God kunnen we niet zeggen: daar deelt ieder in. Dan zouden we onbijbels zijn, dan.zouden we een dwaalleer aanhangen. Maar van die ene deugd van God, van Gods lankmoedigheid kan dat wel gezegd worden. Gods lankmoedigheid is over ons allen. Of we bekeerd zijn of onbekeerd, of we kerkelijk of buitenkerkelijk zijn, of we christen zijn of heiden, van allen geldt het: Gods lankmoedigheid is over u.

Moeten wij ons niet verbazen over Gods lankmoedigheid? Moet u eens denken aan heel de wereld. Wat speelt zich al niet af op deze aarde? In Amsterdam, in Parijs, in Londen, in Tokio. En Gods ogen doorlopen de ganse aardbodem; niets is voor Hem bedekt. Wij weten niet alles. Maar voor Hem zijn alle dingen openbaar. Wat een zonde, wat een ongerechtigheid, wat een onreinheid, wat een Godonterende dingen. God is de heilige God. De serafs rond Zijn troon zingen het lied: heilig, heilig, heilig is de Heere. De heilige God vertoornt Zich zeer vanwege alle zonde. De vlammen van Zijn heiligheid zouden moeten uitschieten en verteren. Hoe blijkt toch Gods lankmoedigheid! Het Hebreeuwse woord dat wij met lankmoedig hebben vertaald, betekent letterlijk lang van toorn. God is lang van toorn. Dat wil zeggen: Hij houdt Zijn toorn lang in. En dat nu al zesduizend jaar lang. O zeker, daar is de openbaarwording van de toorn van God, het afbreken van Zijn lankmoedigheid. Er was de zondvloed. Slechts Noach en de zijnen bleven gespaard. Er waren de aardbevingen, de watersnoden, de epidemieën. Ook vandaag worden levens in de bloei der jaren afgesneden. En toch de aarde is nog niet ten onder gegaan. De dag van de toorn van God, van de wraak van God, de dies irae, is nog niet gekomen. Waarom niet? Waarom is die dag nog niet gekomen? Daar is maar één antwoord op, een Bijbels antwoord: dat is omdat God lankmoedig is.

Juist vandaag moet de lankmoedigheid van God ons verbazen. Immers de zonde komt op een hoogtepunt. De zonde is geen zonde meer. De zonde is geworden officieel. Óe vloeken worden de ether ingeslingerd, en allerlei zonden, worden op het televisiescherm aangeprezen. Bovendien God is aan de kant gezet. Er is geen God meer. God is dood. De mens tot God geworden.

Moet de lankmoedigheid van God ons juist vandaag niet verbazen? Vergeef me de menselijke uitdrukking als ik zeg: God moet Zich geweld aandoen om Zijn toorn in te houden. Ik denk aan Nederland. Wat hebben we in Nederland al niet? Ondanks het gebod: Gij zult niet doodslaan, worden er in ons land duizenden ongeboren levens vermoord. Abortusklinieken en ziekenhuizen krijgen een officiële sanctie daartoe. We zijn getuigen van al de ongerechtigheden van ons land. Moeten we ons niet verbazen dat Gods oordelen nog niet gekomen zijn over Nederland? Moeten we het niet uitspreken, wat bent u lankmoedig!

Nu kerkelijk. We zijn als kerkmensen altijd geneigd naar buiten te kijken, naar de wereld om ons heen en ons hoofd te schudden over die goddeloze wereld. Echter het oordeel begint vanuit het huis Gods. ’t Gaat om de kerk, waar het Woord van God, waar de wet van God is. De wereldlingen zondigen onwetend; ze weten waarlijk niet wat ze doen. Maar dat kunnen we niet zeggen van kerkmensen. Elke zonde daar is tegen beter weten in. De kerkmens met die geboden: geen andere góden voor Mijn aangezicht, Mijn Naam niet ijdel misbruiken, Mijn dag heiligen, de ouders gehoorzaam zijn, de echt niet breken, niet stelen en niet bedriegen.

(Wordt vervolgd)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 mei 1986

Bewaar het pand | 6 Pagina's

De grootheid van Gods lankmoedigheid 1.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 mei 1986

Bewaar het pand | 6 Pagina's

PDF Bekijken