Bekijk het origineel

Het rode en het zwarte paard 2.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Het rode en het zwarte paard 2.

9 minuten leestijd

2. Vervalsing. Nadat aan Johannes een rood paard was getoond, zag hij een zwart paard. Wat moet onder dat zwarte paard verstaan worden? Met het zwarte paard worden bedoeld de valse leringen en ketterijen, die de satan met zijn instrumenten tegen de zuivere leer van het heilig Evangelie van deze tijd aan heeft zoeken in te voeren. De kanttekening wijst dan verschillende ketterijen en dwalingen aan, die er in het verleden zijn geweest. Van deze dwalingen en ketterijen wordt tenslotte in de kanttekening gezegd dat zij allen eindelijk door de getrouwe leraars en rechtzinnige synoden ten onder zijn gebracht.

Wit is de kleur van de vrede, zwart is daar het tegendeel van. Het zwart ziet op de droeve toestand van inwendige onenigheid, twijfel en verdeeldheid in de kerken tengevolge van dwalingen en ketterijen. Daardoor wordt de kerk grotendeels beroofd van haar glans en zuiverheid.

Er wordt ons een toestand getekend van schaarste aan geestelijk koren: “en die daarop zat, had een weegschaal in de hand.” Velen verstaan onder deze weegschaal de Heilige Schrift, waarop de ketters zich beroepen hebben, maar die zij tot hun verderf hebben verdraaid en naar hun menselijk verstand hebben doen buigen.

Onder het beeld van schaarste aan voedsel wordt ons getekend hoe er schaarste zal zijn aan geestelijk voedsel: “Een maatje tarwe voor een penning, en drie maatjes gerst voor een penning”. De tarwe twaalf maal duurder dan gewoonlijk en de gerst acht maal duurder dan gewoonlijk. Hieronder wordt verstaan de duurte van Gods zuiver Woord, die van tijd tot tijd zou komen door de vervalsing en door de tyrannie van ketterijen en door de slapheid en vreesachtigheid van vele leraars. Het zwarte paard tekent de valse leer, de leugenleer en de ketterijen. Als we de kerkgeschiedenis nagaan zien we dit telkens weer. Wat een twist en strijd is er niet geweest omtrent de Goddelijke en de menselijke natuur van Christus en de verhouding van die beide naturen. Er valt ook te denken aan de onenigheden over het al dan niet goedkeuren van de beeldendienst. Aan het einde van de 5e eeuw was de leiding van de oosterse kerk onzuiver geworden. Gruwelijke ketterijen zijn bedektelijk ingevoerd. In veel gevallen waren er geen leiders, maar verleiders. Het meest gevaarlijke van de leugenleer is dat ze net doet alsof ze gegrond is op de Heilige Schrift. Er valt te denken aan de tijd van de Reformatie. Wat een leugenleer en dwaalleer, wat een ketterijen waren er toen in de kerk doorgedrongen. We kunnen ook denken aan de tijd van de Remonstranten.

Het werd bijvoorbeeld geleerd dat de mens een vrije wil ten goede had. De totale verdorvenheid van de mens en zijn volstrekte vijandschap werden ontkend.

Maar hoeveel dwalingen en ketterijen er ook geweest zijn of zullen komen, de Heere zal er voor zorgen dat de grondleer der zaligheid zal blijven, ook al kan ze zeer schaars worden. Want we lezen in vs. 6: “en beschadig de olie en den wijn niet.” Onder olie en wiin wordt de grondleer der zaligheid verstaan. Zij verkwikt en versterkt de harten van Gods kinderen. De Heere zorgt dat er altijd enige trouwe leraars zullen zijn, die de grondleer der zaligheid zullen verstaan en de harten van de uitverkoornen daarmee zullen verkwikken en versterken. De kerkgeschiedenis getuigt hiervan. Ondanks het woeden van de satan zorgt de Heere ervoor dat de Waarheid verkondigd zal worden en zal blijven. Hij staat boven die vervalsing, boven de satan en zijn trawanten, boven de leugenleraars en al hun listen en aanslagen. De Heere zorgt voor Zijn Kerk ook in een tijd van vervalsing en verdraaiing van de Waarheid.

Ook in onze dagen gaat het zwarte paard rond. Enkele zaken zullen wij noemen. We moeten dan niet alleen aan vrijzinnigheid denken, maar ook aan kringen waar Schrift en Belijdenis onderschreven worden. Kringen waarin men de Dordtse Leerregels wel onderschrijft met de mond, maar in de praktijk ontkent. Het komt immers voor dat er gezwegen wordt over de verkiezing. Het wordt dan wel niet ontkend, maar het komt ook niet aan de orde in de prediking. Hoe komt dat? Omdat de leer van de verkiezing innerlijke wrevel opwekt in het hart. Zij snijdt namelijk elke gerechtigheid en elk recht in de mens af. Er wordt in onze dagen veel gesproken over het geloof. Maar wordt ook gepredikt dat het ware geloof vrucht is van verkiezende genade? In onze dagen kan een verkeerde voorstelling van zaken beluisterd worden. Eenzijdig wordt benadrukt dat de mens moet geloven, dat hij moet aannemen, dat hij antwoord moet geven, dat hij het offer van Christus moet aanvaarden. Het wordt dan zo voorgesteld dat de reddingsboei op Golgotha is uitgeworpen. Nu komt de opdracht tot ons: Grijp die reddingsboei. Dit is een remonstrantse gedachte en voorstelling van zaken die duidelijk tegen de Dordtse Leerregels ingaat. Het wordt zo voorgesteld dat Christus alles heeft volbracht: Hij heeft de mogelijkheid tot verlossing verworven. De mens moet die mogelijkheid tot werkelijkheid maken. Dan zou het afhangen van de keus die je als mens al of niet maakt. De Dordtse Leerregels leggen er de volle nadruk op dat Christus niet alleen de mogelijkheid van de verlossing bewerkt heeft, maar ook dat Hij de werkelijkheid der verlossing tot stand brengt. De leer van de algemene verzoening, waarin het afhangt van de keuze van de mens, wordt door de Dordtse Leerregels duidelijk afgewezen.

Dwaalleer valt ook te beluisteren als het zo wordt voorgesteld alsof het geloof een vanzelfsprekende zaak is. We gaan naar de kerk, we zijn gedoopt, hebben belijdenis gedaan, gaan aan het Heilig Avondmaal, leven netjes, hebben echt wel wat over voor een ander en zijn actief in het kerkelijke leven. Als de vraag gesteld wordt of men het ware geloof deelachtig is valt als het ware van het gezicht af te lezen: Hoe kom je erbij zo’n vraag te stellen, natuurlijk geloof ik. Het wonder van het geloof wordt niet beluisterd en de verwondering over de genade die de Heere geeft klinkt niet door. Dat wonder en die verwondering leren al Gods kinderen kennen en al meer kennen. Deze vanzelfsprekende gelovers zien meewarig meer op al diegenen die steeds maar weer hebben te worstelen aan de troon der genade om te mogen delen in het geloof in het volbrachte Borgwerk van Christus. Er wordt neergezien in onze dagen op die tobbers, zuchters en worstelaars. Misschien is het ook uw ervaring wel.

Er wordt tegenwoordig ook wel gesteld dat het geloof zich richt op de beloften Gods. Dat is wel waar, maar het is een halve waarheid. Als je goed luistert wordt er namelijk vanuit gegaan dat de mens van zichzelf er toe in staat is om de vaste beloften Gods in het geloof te omhelzen. Maar er wordt niet gezegd hoe het geloof in de beloften Gods ontvangen wordt, hoe een mens daar deel aan krijgt. Het is niet zo dat de Heilige Geest automatisch door het Woord werkt, zodat daar waar het Woord wordt gepredikt als vanzelf het geloof gewerkt zou worden. Calvijn gebruikte de volgende omschrijving: de Heilige Geest werkt met het Woord. Deze omschrijving voorkomt misverstanden. De Heilige Geest overtuigt naar het welbehagen Gods van zonde, Hij maakt zondaar in de beleving voor God. Tevens overtuigt de Heilige Geest verslagen harten van de goedertierenheden des Heeren. Daar waar ingeleefd wordt dat het recht is dat de Heere voor eeuwig zou verstoten, schenkt de Heilige Geest oog voor de beloften Gods en de werkzaamheden met die beloften. De Heilige Geest doet de hand des geloofs op de beloften leggen. Dus die hand des geloofs heeft de mens niet van zichzelf, maar deze wordt gegeven, geleid en bestuurd door de Heilige Geest.

Wee hen die valse leringen verbreiden. Wee hen die valse leringen geloven en voorstaan. Zij zullen het oordeel Gods niet ontgaan. Hoe komt het toch dat ketterijen de eeuwen door zoveel aanhang hebben gehad en dat ook in onze dagen valse voorstellingen van zaken zoveel aanhang hebben? Dat komt omdat het hart in Adam de vader der leugenen is toevallen. Dat hart van de gevallen mens is vatbaar voor dwaalleer en ketterij. Het zwarte paard van de vervalsing gaat ook in onze dagen rond. Dat we er bevreesd voor zouden zijn. Maar dat er ook oog voor zou mogen zijn dat de Heere boven alles staat. Hij draagt er Zelf zorg voor dat in tijden van ketterij en leugenleer de Waarheid nog verkondigd zal worden. Al zal het dan spaarzamelijk zijn, zij zal verkondigd worden. Al zijn er tijden dat de Heilige Schrift en de geschriften daarop gegrond verbrand worden, nochtans zal de Heere voor Zijn Kerk zorgen. Mag u daarbij behoren? Als uw antwoord ontkennend is, dat deze woorden op u in zouden mogen werken: Bekeert u toch, bekeert u toch, want waarom zoudt gij sterven? U bent nog in het heden der genade. De Heere ziet zo gaarne dat schuldverslagenen vergeving van Hem afsmeken. Zou iets voor Hem te wonderlijk zijn? Hij heeft maar te spreken en het is er, te gebieden en het staat er. Het is tot troost voor Gods Kerk dat er staat: “En beschadig de olie en den wijn niet.” Het geestelijke leven dat de Heere heeft gewerkt, wordt door Hem in stand gehouden. Eenmaal zullen Gods kinderen ten volle mogen delen in de overwinning die Christus heeft behaald op Zijn vijanden. Delen in de overwinning van de Ruiter op het witte paard. Bekleed worden met lange witte klederen.

Samenvatting toespraak Kampen, 29 augustus 1987.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 oktober 1987

Bewaar het pand | 8 Pagina's

Het rode en het zwarte paard 2.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 oktober 1987

Bewaar het pand | 8 Pagina's

PDF Bekijken