Bekijk het origineel

Voor de jeugd

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Voor de jeugd

Nehemia 51

9 minuten leestijd

“Ook schudde ik mijn boezem uit, en zeide: Alzo schudde God uit alle man, die dit woord niet zal bevestigen, uit zijn huis en uit zijn arbeid, en hij zij alzo uitgeschud en ledig.

Beste jongelui!

De woorden die door Nehemia gesproken waren, waren zonder meer duidelijk. Het volk had goed begrepen wat hij bedoelde. Zij beloofden het ook te doen, wat hij hen had voorgehouden. Het werd zelfs met een eed bevestigd.

Je zou zo zeggen: Wat moest er nu nog meer gebeuren?

Nehemia heeft er nog een demonstratie bij gegeven. Jullie weten allemaal wel wat een demonstratie is. Wanneer iemand een nieuwe stofzuiger wil verkopen, zal hij graag dat apparaat demonstreren, laten zien hoe het werkt. De eventuele koper kan zich dan met zijn eigen ogen overtuigen wat hij aan die stofzuiger heeft, wanneer hij hem eventueel zou kopen. Zo iets zien we ook gebeuren in onze tekst. Nehemia schudde zijn boezem uit en zeide: Alzo schudde God uit alle man, die dit woord niet zal bevestigen, uit zijn huis en uit zijn arbeid, en hij zij alzo uitgeschud en ledig.

Ik kan mij voorstellen dat dit gebeuren niet voor iedereen dadelijk duidelijk zal zijn. We moeten hier wel in acht nemen de kleding die men in die tijd droeg. Nehemia had een mantel om, een opper- of overkleed. In het midden daarvan zat een riem of gordel, strak om de lenden. Zodoende vormde het bovendeel van dat kleed een soort vergaderplaats, dat dezelfde functie verrichtte als bij ons de binnenzak van een jas. Je kunt je handen schoon laten zien, terwijl er in die binnenzak heel wat aanwezig is, wat er eigenlijk niet in hoort. Daar kan zich natuurlijk ook veel in bevinden, wat er op een eerlijke manier in is terecht gekomen. Als Nehemia zijn boezem uitschudt, schudt hij dus eigenlijk zijn zakken uit. Hij keert ze eigenlijk om, binnenste buiten. Iedereen kon zien, dat hij zich niet had schuldig gemaakt aan datgene wat in strijd is met het achtste gebod: Gij zult niet stelen.

Dat is één kant van de zaak. Doch er zit ook nog een andere kant aan. Hij zegt het zelf heel duidelijk. Een ieder die zijn belofte niet na zou komen, die zou door God gestraft worden. Hij zou zelf leeggeschud worden. Met andere woorden: Alles wat hij bezat, zonder dat het op een eerlijke manier in zijn bezit was gekomen, zou hem door God ontnomen worden. Hij zou door God als ’t ware in het openbaar uitgeschud worden, hij zou door God in het openbaar ten toon gesteld woren. Het binnenste zou naar buiten gekeerd worden. Zijn huis, zijn arbeid, alles zou hem ontnomen worden. Hij zou alzo uitgeschud en ledig gemaakt worden, dat hij als ’t ware kaal aan de dijk zou komen te staan. Een duidelijker bewijs van Gods ongenoegen kon moeilijk worden gegeven.

Ik geloof dat in deze demonstratieve handeling voor ons ook wel lering zit. Want we kunnen aan een ander wel schone handen laten zien, doen alsof er niets aan de hand is. Doch de vraag blijft wat we in onze boezem, in ons binnenste meevoeren. Dat zijn dan niet alleen oneerlijk verkregen bezittingen, maar ook alle andere dingen die in strijd zijn met één van Gods geboden. We moeten met alles wat we hebben, eerlijk voor de dag kunnen komen. Wat tegen onze naaste misdreven is, moet aan God en ook aan hem worden beleden. En wat tegen God alleen bedreven is, moet tegen God alleen worden beleden. De Heere wil dat we ons ganse hart Hem laten zien. Beproef vrij van omhoog, Mijn hart dat voor Uw oog, Alwetende steeds open lag. Doorzoek mij, toets mijn gangen; Doorgrond als mijn verlangen en stel mijn oogmerk in de dag. En als ons geweten ons aanklaagt, belijdt het de Heere. Dat wil de Heere. En wie zijn zonden belijdt en laat, die zal vergiffenis ontvangen.

Wie het niet doet, zijn zakken dicht houdt, zijn hart gesloten houdt, God ziet het evenwel, en zal op zijn tijd de zodanigen in het openbaar ten toon stellen, als zij geheel zullen worden uitgeschud. Dan komt alles voor de dag. Als men dan gans ledig bevonden zal worden in dat grote oordeel, zal men zich zoeken te verbergen, doch het zal niet mogelijk zijn. Men zal dan in het openbaar veroordeeld worden, en gans ledig worden weggezonden naar de eeuwige rampzaligheid.

Ik kan mij voorstellen dat, wie bij Geestes-licht in zijn boezem heeft leren kijken, hem de schrik om het hart slaat. Want wie kan zeggen, rein van overtreding te zijn? Daar is er maar Eén geweest, Die dat gekund heeft, en Die was meer dan Nehemia, dat was de Heere Jezus Christus. En Die is geheel uitgeschud geworden. Hij hing gans naakt aan het kruis. Hij werd in het openbaar ten toon gesteld, tussen twee moordenaars in, als ware Hij de grootste. Hij heeft al het oordeel gedragen, opdat degenen die het zouden moeten dragen, het oordeel zouden kunnen ontgaan, door het geloof in de Zoon. Dat is dan niet verdiend. Doch dat is enkel en alleen uit genade. Daar krijgt men dan de zakken vol van. Daar wordt de boezem eerlijk mee gevuld. Daar loopt dan het hart van over. Beleefd is dan:


’k Beken, o HEER’ aan U oprecht mijn zonden,
’k Verborg geen kwaad, dat in mij werd gevonden.
Maar ik beleed na ernstig overleg,
Mijn boze dadn, Gij naamt die gunstig weg
......


Men wordt dan niet uitgekleed, maar aangekleed. Men krijgt dan een lang wit kleed, een feestkleed, om daarin eeuwig te wandelen voor het aangezicht van God. Zo rein, zo vlekkeloos, zo volkomen, als had men nooit gezondigd. Hebben jullie daar ook uitzicht op? Het lijkt mij wel de moeite waard om daarover na te denken. De geschiedenis van Nehemia kan ons heel wat leren.

En de ganse menigte zeide: Amen! Dat wil zeggen: Men was het roerend met hem eens. Niemand had nog behoefte om één woord tegen te spreken. Men aanvaardde, als men het woord van Nehemia niet na zou komen, het oordeel dat dan over hen zou komen. Men was het dus niet alleen met Nehemia eens, doch men was het ook met God eens. Het is geen kleine zaak om het eens met God te zijn, niet alleen als Hij met beloften ons tegentreedt, maar ook als Hij dat met Zijn straffen doet. Dan zal men niet licht de zonden bedrijven. Dan zal men in de vreze des Heeren zoeken te wandelen.

En zij prezen de HEERE. Wie het met de HEERE eens is, kan niet anders doen dan de Heere prijzen. Men zal het dan doen, door te zeggen dat Hij recht is in al Zijn weg en werk, en dat Zijn goedheid in het gans heelal geen perk kent. Want men gaat het dan als een bewijs van Gods goedheid zien, dat Hij Zijn volk nog niet aan hun lot overlaat, maar dat Hij hen nog laat waarschuwen, waardoor zij weerhouden worden om voort te gaan op de ingeslagen weg, die uit loopt op het eeuwige verderf.

Hebben jullie zo ook wel eens de HEERE geprezen? Want niemand die dit leest, kan zeggen, dat hij niet gewaarschuwd is. En dat gebeurt niet alleen bij dezen. Want het is al zo menigmaal gebeurd. De bijbel staat vol met oproepen tot bekering, en met waarschuwingen voor het bewandelen van eigen gekozen wegen, om zijn schreden te zetten op des HEEREN wegen. Dat is om te wandelen in Zijn geboden, die heilig zijn en goed.Niet om daar wat mede te verdienen, doch omdat de Heere het zo waardig is.

En zij prezen de HEERE. Er staat niet dat zij Nehemia prezen. Dat komt helaas ook voor. Niet zelden worden mensen geprezen. Laat ik maar zeggen: dominees. Doch als men mensen de eer geeft, wordt God onteert. Want Hij zegt: Mijn eer zal Ik aan geen ander geven, noch Mijn lof aan de gesneden beelden. God is jaloers op Zijn eer. Vrienden, onthoudt dat altijd.

En zij prezen de HEERE. Dit zullen zij wel gedaan hebben vanwege het feit dat Hij hen in Nehemia zulk een getrouwe dienstknecht had gegeven, die hen eerlijk had behandeld. Ik geloof dat zo iets een dankzegging waard is. Als je mag verkeren onder de zuivere bediening van het woord van God, dank er dan God voor. En leg de woorden die uit zijn mond komen, wat deze HEEREN woorden zijn, dan niet naast je neer.

Dat deed het volk op de muur ook niet. Want, het volk deed naar dit woord. Op doen komt het aan. Toen en ook nu. Wat heeft Jezus ook weer gezegd?

“Een iegelijk dan, die deze Mijne woorden hoort en dezelve doet, dien zal Ik vergelijken bij een voorzichtig man, die zijn huis op een steenrots gebouwd heeft; en er is slagregen nedergevallen en de waterstromen zijn gekomen, en de winden hebben gewaaid, en zijn tegen hetzelve huis aangevallen; en het is niet gevallen, want het was op de steenrots gegrond. En een iegelijk, die deze Mijne woorden hoort en niet doet, die zal bij een dwaze man vergeleken worden, die zijn huis op het zand gebouwd heeft; en de slagregen is nedergevallen en de waterstromen zijn gekomen en de winden hebben gewaaid en zijn tegen het huis aangeslagen; en het is gevallen, en zijn val was groot”. Matth. 7 : 24-27.

Toon uw geloof uit uwe werken. Want een geloof zonder de werken, is een dood geloof. Ik dacht dat dit wel duidelijke taal was.

Nu nog even wat anders

Jullie weten natuurlijk dat het zaterdag 9 april weer ontmoetingsdag is te Sliedrecht. Die plaats is de meeste van onze lezers wel bekend. Als je er nog nooit geweest bent, moet je er beslist eens naar toe gaan. Een ontmoetingsdag van vrienden van Bewaar het Pand, is een belevenis apart. Je zult er vast geen spijt van hebben. God geve ons in Zijn gunst, met elkander een goede dag. Tot ziens D.V.

Jullie aller vriend,

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 31 maart 1988

Bewaar het pand | 6 Pagina's

Voor de jeugd

Bekijk de hele uitgave van donderdag 31 maart 1988

Bewaar het pand | 6 Pagina's

PDF Bekijken