Bekijk het origineel

Met vakantie

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Met vakantie

5 minuten leestijd

Als dit nummer van ons kerkblad bezorgd wordt, zijn er van de gemeente al verschillenden met vakantie en anderen zullen volgen. De komende weken kunnen b.l.e.w. velen buiten eigen plaats zijn en elders een aantal dagen of weken doorbrengen. Op zich zelf geen verkeerde zaak. Verschillende omstandigheden nopen er zelfs toe. Nu moeten we echter op enkele dingen attent zijn. Vakantietijd mag niet de tijd van het jaar zijn. Voor velen in ons land is dit het geval. Men leeft en werkt voor vakantie. Vakantie niet alleen in de zomer, maar ook in andere tijden van het jaar. Dat dit alles gevolgen met zich meebrengt voor het gezinsleven, voor de opvoeding van de kinderen, wordt ook in onze kring onderschat.

Welk levenspatroon wordt de kinderen meegegeven en voorgehouden? Om de zoveel weken met vakantie. Weg naar plaats X in eigen land, of ver over de grens. Nu wordt weleens gehoord: “Maar het kan”. We moeten echter weten: wat kan, is niet altijd geoorloofd. Geoorloofd naar het Woord van de Heere. Onze kinderen te leren omgaan met geld en goed en dat naar de Schrift, is een geboden zaak.

En komen we tot iets extra’s dan behoren kinderen te weten het “waarom”. Ook moet hen goed bijgebracht worden, dat vakantie houden een gunst is. Een gunst? Jazeker. Niet een vanzelfsheid. In hoeveel landen ontbreekt het. In hoeveel gezinnen is het uitgesloten.

Vervolgens moet door ons allen beseft worden, dat de weken van werkonderbreking geen andere gezindheid en leefwijze mogen laten zien. We blijven overal gebonden aan. In het gewone leven is dat reeds het geval. Om één zaak te noemen: Overal, in welk land men ook komt, zijn verkeersregels. Men is gebonden aan de maximumsnelheid. Wie daar geen rekening mee houdt, loopt een risico. Over de grens, al is het ver van huis, kan niet gewerkt worden met de opmerking: “Maar ik ben een Hollander”. Men behoort te weten, men kan weten. Zo zijn bekend de geboden des Heeren. En die geboden des Heeren zijn niet plaats of streekgebonden. Er is één wet voor heel de wereld. En die wet is ons allen bekend. En die wet van de Heere raakt ons gehele leven. Ons leven van elke dag. Nu kan gezegd worden: “Over de wet wordt verschillend gedacht en de accenten worden verschillend gelegd”. Dat is waar, maar ik moet niet acht geven op wat mensen kunnen zeggen en voor waar en zelfs voor mogelijk achten, maar wat zegt de Heere in Zijn Woord. Nu denk ik aan een man, die goed zijn weg ging. In de eerste plaats bekleed hij: “Ik ben een vreemdeling op de aarde. Ik ben hier niet thuis. Ik leef hier en woon hier. Ik werk hier, maar mijn Vaderland is elders“. Niet wereldvreemd, ook niet beter dan de wereld, maar een vreemdeling op de aarde. Zo gaat het goed en zo komt het goed. Eeuwig goed. Dit geloven we toch?

Daarbij werden we en worden we kerkelijk opgevoed. Wie vreemdeling op de aarde is, leeft in gezelschap met de aartsvaders. Van hen staat geschreven, dat zij beleden, gasten en vreemdelingen te zijn op de aarde. Zij hebben geen renteniersleven geleid, zij zaten niet in een rusthuis, zij leefden niet op een eenzaam eiland. Zij kenden een werkzaam leven. Hoe is de gang van Jacob niet geweest. Zelfs tot het eind van zijn leven. De partriarchen stonden in de wereld van hun tijd. Levend tussen afgodendienaars. Maar vreemdeling met en voor de Heere.

Wie nu vandaag vreemdeling op de aarde is, leeft ook in de levende relatie met de Vreemdeling op de aarde, Jezus Christus. En wat was nu de hartelijke vraag van de vreemdeling David? “Verberg Uw geboden voor mij niet“. In een vreemd land moet men niet alleen weten de verkeersregels, maar ook de wegen. De weg, die men moet gaan. De juiste weg. Geen verkeerde weg, geen dwaalweg. Zo nu de vraag, de hartelijke vraag: het weten van Gods wil en vanzelf daar de betrachting van. Wie naar de weg vraagt, wil de weg gaan. Anders vraagt men niet naar de weg. Wie aan de Heere vraagt: “Verberg Uw geboden voor mij niet”, wil ook weten en gaan. Nu komt het in het leven voor, dat een wegwijzer zegt: “Ik zal u voorgaan, of: ik ga met u mee om u er te brengen“. Men wordt op de gevraagde weg gebracht en men komt op de begeerde weg. Men komt op het adres waar men komen wil. De Heere wijst Zijn weg, leidt op Zijn weg en brengt naar het weg-doel. De eindbestemming. In psalm 84 staat het: “Zij gaan van kracht tot kracht; een iegelijk van hen zal verschijnen voor God in Sion”. En wie bidt: “Heere, God der heir-scharen! Hoor mijn gebed; neem het ter oren, o God van Jacob”, komt op de weg, blijft op de weg en bereikt het eind van de weg. Men komt te Sion! Dat we toch van de reis daarheen geen vreemdeling blijven. De Heere maakt wereldburgers tot vreemdelingen op de aarde. Is ook uw vraag: “Heere, maak mij tot een bijbelse vreemdeling?” Maar dan hoort er bij: “En verberg Uw geboden voor mij niet”.

Uit: Kerkblad van Sliedreeht-Centrum.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 juli 1988

Bewaar het pand | 6 Pagina's

Met vakantie

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 juli 1988

Bewaar het pand | 6 Pagina's

PDF Bekijken