Bekijk het origineel

Christus de Levensbron

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Christus de Levensbron

6 minuten leestijd

“Maar de rechlvaardige zal uit het geloof leven”.

In veel huizen zijn trappen. Een naar beneden: de keldertrap, en een naar boven. Elke trap heeft treden, en elke trede brengt of meer naar beneden of meer naar boven.

In de Hebreeënbrief leest u over twee trappen. De een brengt naar beneden, de ander naar boven. Elke trede heeft een naam. De trap naar beneden heeft de treden van ongeloof, ongehoorzaamheid, traagheid, afval, verharding. Die naar boven de treden van geloof, horen, volharden, toegaan, zaligheid.

De Hebreeën waren op de trap naar beneden, en zij bevonden zich reeds op de een na laatste trede: die van afval. Toen is die brief gekomen geschreven vanuit pastorale bewogenheid.

In die brief wordt duidelijk gezegd dat het op geloof aankomt. In de grondtekst ontbreekt het lidwoord. Daardoor valt alle nadruk op geloof. Het is de spil van alles. Er is geen andere weg; het is de enige weg. Wie geloofd zal hebben, zal zalig worden. Wie niet geloofd heeft, wordt verdoemd.

Hier is de leer van de Schrift. En deze is door de reformatie weer in het licht gesteld. Sola fide - alleen door het geloof. Laten we de Heere dankbaar zijn dat we dit mogen weten. Toch - al zijn we kinderen van de reformatie - ons bedreigen gevaren. Grote gevaren zelfs. Als de Schrift ons plaatst voor de noodzaak en voor de eis van het geloof dan betekent dat niet dat wij het vermogen hebben om te geloven. ”U moet geloven, aannemen” zegt men, maar men zegt dit in onbijbelse zin. De natuur laat men geloven en zegt dan een gelovige te zijn. Niets daarvan. Onze natuur is afkerig van God en van Christus. Het geloof is genadegave, gewerkt door de Heilige Geest.

Het geloof is ook niet het geloof van spekulatie of verstandelijke overlegging. Ook geen geloof, dat leeft bij en uit redenatie, dat leeft bij allerlei beschouwingen over verbond, verkiezing, doodstaat van de mens en nog veel meer.

Het geloof leeft ook niet voor het geloof. Dan wordt het verzelfstandigd. Het wordt getroeteld, het wordt versierd. Het geloof zelf is dan de zaligmaker en schat.

Het geloof leeft ook niet op het geloof. Dan wordt het een soort voorraadschuur. Men leeft dan op zijn geloof, omhelst eigen geloof en vereert het afgodisch. Het geloof wordt dan een afgod, ja zelfs een antichrist.

U moet er terdege acht op geven dat er niet staat: de mens zal uit geloof leven. Wie dat zo stelt, verdraait de Schrift, en hangt leugenleer aan. Er staat: de rechtvaardige zal uit geloof leven. Dus geloof wordt bepaald door rechtvaardige.

Het ware geloof dat noodzakelijk is, vindt u bij de rechtvaardige. Daar kunt u zien wat het karakter is van het ware geloof.

Het woord rechtvaardige moet u niet de betekenis geven van gerechtvaardigd of van zondeloos. Wie dat doet - ik zeg het wederom -, verdraait de Schrift.

De schrijver van de brief aan de Hebreeën citeert woorden uit het boek Habakuk. De rechtvaardigen ten tijde van de profeet Habakuk waren mensen die verkeerden in uiterst moeilijke omstandigheden. De goddelozen verdrukten hen. In hun nood beriepen zij zich op hun Verbondsgod, op Zijn gerechtigheid, op Zijn handelen overeenkomstig Zijn Verbond. Hij Zelf had toegezegd, dat Hij de verdrukten recht zou doen. Daarom was hun beroep terecht en met recht. Daarin waren ze rechtvaardig.

Evangelieprediking is belofteprediking. De Heere komt tot ons met Zijn belofte. We spitsen het toe op die twee beloften: de vergeving der zonde en het eeuwige leven. Van nature is er bij ons geen plaats voor die beloften. We doen er niets mee. Het is de Heilige Geest Die ervoor plaatsmaakt. Hij ontdekt aan de zondestaat en aan de doodstaat. Hij maakt ruimte voor het geloof, en in die nood werkt Hij het geloof, dat geloof dat zich uitstrekt naar de levende en belovende God. Dat geloof grijpt dus vanuit de nood de Heere aan in Zijn beloften.

Zulk een nu wordt rechtvaardig genoemd. Neen - niet omdat hij rechtvaardig is in zichzelf, maar juist omdat hij zich richt vanuit zijn nood op ’s Heeren beloften. Hij wordt rechtvaardig genoemd omdat hij in dat zich richten op de beloften, handelt overeenkomstig Gods wil.

Dat geloof van de rechtvaardige heeft rijke vrucht. Het is de vrucht van leven. De rechtvaardige zal uit geloof leven. Het geloof geeft de verbinding met de Bron des levens, Christus. In Hem zijn al de beloften Gods ja en amen. Het geloof is het kanaal waardoor het leven toevloeit. Dus het geloof is geen grond, maar middel. Door middel van het geloof vloeit het leven toe.

Leven niet in de betekenis van wat wij onder leven verstaan. Maar in de betekenis van hét leven, het eeuwige leven, het leven dat nooit sterft. Het leven dat Jezus Christus verwierf door Zijn dood.

Nu staat er in de grondtekst bij rechtvaardige het woordje mijn: Mijn rechtvaardige zal uit geloof leven.

De rechtvaardigen zijn de verkorenen door God. Verkoren vanwege welbehagen. Gegeven aan Jezus Christus. Hij heeft ze gekocht voor de dure prijs van Zijn bloed. Alzo tot Zijn eigendom geworden. Daarom dat woordje mijn. Ze zijn niet meer van zichzelf, van de zonde, van de wereld, van de duivel, ze zijn van Hem. Dat is hun troost temidden van aanvechting en benauwing. Niemand zal Zijn schapen uit Zijn hand rukken.

Hangt objectief alles aan het offer van Christus, subjectief hangt alles aan het geloof. Het geloof is de enige mogelijkheid tot leven.

Op welke trap staat u? Op die naar beneden of op die naar boven?

Wantrouwt u de Heere? Wantrouwt u Zijn belofte? Misschien vraagt u u af of de beloften wel voor u zijn. Weet u - dan hebben we nog nooit onze nood leren verstaan. Blinde mens, hoor toch, Hij, Jezus Christus, raadt u om van Hem te kopen ogenzalf. Door die ogenzalf gaan we zien: zonder God, God kwijt, gezondigd tegen een heilig en goeddoend God, een hemelhoge schuld, de dood verdiend, midden in de dood, en straks de eeuwige dood. En dan die belovende Heere. O neen - ik kan niet leven bij: ik heb de belofte en dat is genoeg. Daarmee blijf ik midden in de dood. Door de Geest word ik pleiter, komen er worstelingen aan de troon der genade. En zo een zal leven. Want God is een Waarmaker van Zijn woord.

Mijn rechtvaardige zal uit geloof leven. Het is het geloof dat zich richt op de beloften in Christus. Het richt zich dus op Christus. Daarom: Mijn rechtvaardige zal uit Mij leven. Hij, Christus, is alleen de Bron waaruit het leven, het eeuwige leven komt.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 oktober 1988

Bewaar het pand | 6 Pagina's

Christus de Levensbron

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 oktober 1988

Bewaar het pand | 6 Pagina's

PDF Bekijken