Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

De droefheid naar God 1.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

De droefheid naar God 1.

13 minuten leestijd

Het is gebruikelijk dat na iedere ontmoetingsdag een samenvatting van de daar gehouden toespraken in "Bewaar het Pand” worden afgedrukt. Dit keer vond ik het moeilijk een samenvatting te geven. Dat ligt ook aan het onderwerp waar zo heel veel over te zeggen is. Daarom leek het me goed om in plaats van de toespraak in te krimpen tot een samenvatting haar uil te werken tot een kleine serie artikelen. Dat betekent tegelijk dat ik op een aantal dingen iets dieper kan ingaan dan me op de ontmoetingsdag mogelijk was.

Eigenlijk zou ik me kunnen voorstellen dat iemand bij het horen van deze titel zegt: Is er nu geen ander onderwerp om over te spreken? “De droefheid naar God” is toch eigenlijk een thema dat óverbekend is: We horen er zoveel over in de prediking van iedere zondag. Bovendien is pasgeleden het bekende boekje van Prof. Wisse weer opnieuw uitgegeven waarin de droefheid naar God uitvoerig behandeld wordt. Wat voor nieuws is er dan nog over zo’n onderwerp te zeggen?

Aan de ene kant hoop ik dat er velen zijn die zo reageren. Want dat zou in ieder geval betekenen dat de droefheid naar God uitdrukkelijk aan de orde wordt gesteld en dat een boekje als dat van Prof. Wisse onder ons niet slechts geprezen, maar ook nog gelezen wordt! Ik ben daar echter allerminst zeker van. Meer dan honderd jaar geleden zei de bekende engelse prediker C.H. Spurgeon in een avonddienst: “Vanavond wil ik spreken over de droefheid over de zonde. Ik hoop dat die droefheid nog niet helemaal uit de wereld verdwenen is. Ik vertrouw erop dat de bekering die met droefheid gepaard gaat nog steeds bestaat, al heb ik er de laatste tijd niet veel over gehoord. Mensen schijnen tegenwoordig wel erg snel het geloof binnen te springen....” Volgens Spurgeon is dit te wijten aan het feit dat men het geloof losmaakt van de bekering. Dat gaat tegen de Schrift in, want naar het Woord van God kunnen bekering en geloof niet van elkaar losgemaakt worden. Ze vormen een tweeling. En juist omdat de bekering gepaard gaat met de droefheid naar God, zegt Spurgeon niet veel te kunnen begrijpen van een geloof dat als maar droge ogen heeft. Zouden deze woorden - die een eeuw geleden klonken - in onze dagen achterhaald zijn?. Zou er in onze tijd zoveel echte geestelijke kennis zijn van de droefheid naar God? Ik heb daar mijn ernstige twijfels over.

Bovendien: Zelfs al zou u in de wekelijkse Woordbediening veel over dit onderwerp horen spreken, als u goed begrepen hebt waar het bij de droefheid naar God om gaat, zult u het niet erg vinden als we ook nü ons hiermee bezig houden. Want dan bent u er van overtuigd dat het hier gaat om een heel wezenlijk element in het geestelijke leven. Het zal duidelijk zijn dat we in deze enkele artikelen het onderwerp niet uitputtend kunnen behandelen. Het is heel eenvoudig de bedoeling om in enkele kanttekeningen de grote betekenis van de droefheid naar God te schetsen. Daarom moet u ook maar niet verwachten in deze regels veel “nieuwe” dingen te zullen vinden. We willen alleen maar wat mediteren over enkele bekende Schriftwoorden, waarin de droefheid naar God aan de orde komt. Daarbij denk ik met name aan Paulus’ woorden uit 2 Corinthe 7 : 10: Want de droefheid naar God werkt een onberouwelijke bekering tot zaligheid; maar de droefheid der wereld werkt de dood”. Laat het ons gebed zijn dat deze zo bekende woorden voor ons gaan léven, voor het eerst of opnieuw.

De onrust van Paulus

De bovengenoemde Schriftwoorden kunnen alleen goed begrepen worden tegen de achtergrond van de diepe onrust die Paulus geruime tijd had gekweld als hij aan de gemeente van Corinthe dacht. Wat was er namelijk gebeurd? In de gemeente van Corinthe waren ernstige problemen ontstaan. Die problemen waren van dien aard dat Paulus zich genoodzaakt zag een brief in heel scherpe bewoordingen naar Corinthe te sturen. Zelf zegt hij daarvan: ’Tk heb ulieden uit veel verdrukking en benauwdheid des harten, met vele tranen geschreven” (2 Cor. 2 : 4). Deze brief was naar alle waarschijnlijkheid door Titus naar Corinthe overgebracht. Het is ook mogelijk dat de brief op een andere wijze naar Corinthe was verzonden, maar in dat geval moet Titus kort nadat de brief was aangekomen de gemeente hebben bezocht. In elk geval had Paulus hem opgedragen om na te gaan wat voor uitwerking deze “bittere” brief in Corinthe zou hebben. De afspraak was dat Titus Paulus in Troas zou komen berichten hoe de brief in Corinthe ontvangen was. Paulus trof Titus in Troas echter niet aan (Vgl. 2 Cor. 2:12). Paulus werd daardoor hoe langer hoe onrustiger. Op een gegeven moment vertrok hij in zijn onrust zelfs uit Troas naar Macedonië, om Titus tegemoet te reizen. In die tijd - zo schrijft hij later -: “Had zijn vlees geen rust; Hij was in alles verdrukt, van buiten was strijd en van binnen vrees”. (Vgl. 2 Cor. 7:5). Waarom?, zo vragen we. Wel, Paulus was zich tenvolle bewust dat zijn brief iets zou uitwerken. Er zou droefheid en verslagenheid in de gemeente zijn over dit bittere schrijven. Maar wat zou de aard van die verslagenheid zijn? Zouden de gemeenteleden in Corinthe zich verbitterd van het Woord en van God afkeren, of zouden ze zich verslagen naar God en Zijn Woord toékeren? We kunnen het ook zo zeggen: Zou er in Corinthe een droefheid-van God-af aan het licht komen, of een droefheid-naar-God-toe? Zou het een droefheid der wereld zijn, of een droefheid naar God?

Laten we erop letten dat het de apostel dus niet allereerst te doen is om de vraag wat de Corinthiërs nu wel van hém zullen denken. In zijn onrust rond de mogelijke reacties op zijn brief gaat het niet in de eerste plaats om hemzelf! Het is hem in zijn rusteloze worsteling vooral te doen om het geestelijke welzijn van de gemeenteleden van Corinthe: Zal dit het gevolg van zijn schrijven zijn dat bij hen de droefheid naar God en de bekering zichtbaar worden? Daar is hij onrustig over. Daar worstelt hij mee aan de troon van Gods genade. Bovendien wordt in dit Schriftgedeelte duidelijk dat de apostel er diep van overtuigd is dat deze droefheid door de Geest bewerkt kan worden als vrucht van het gepredikte en geschreven Woord, maar dat dit beslist niet vanzelfsprekend is of automatisch gebeurt. Paulus gaat er niet vanuit dat nu het geschreven Woord toch aan de gemeente gericht is, het dus óók wel in geloof ontvangen zal worden! Paulus weet dat het Woord ook in bitterheid afgewezen kan worden, zelfs binnen de gemeente. Dat is geen twijfel aan de kracht van het Woord, maar het heeft te maken met de weerbastigheid van de harten van de gevallen zondaren die het Woord horen! Daarom worstelt de apostel met het Woord dat hij schreef én met de gemeente die het ontvangen heeft. Hij worstelt ook dat de Heere zijn woorden zó zegenen mag dat de uitwerking zal zijn: de droefheid naar God en de bekering. En tot blijdschap van Paulus blijkt dat ook de vrucht van zijn schrijven te zijn. In Macedonië is Titus eindelijk bij Paulus aangekomen en heeft het vreugdevolle bericht gebracht dat de droefheid die Paulus’ brief in Corinthe veroorzaakt heeft geen droefheid der wereld was die van God afvoert, maar een droefheid naar God die een onberouwelijke bekering werkt tot zaligheid.

De tegenstelling

Hiermee heeft Paulus nadrukkelijk uitgesproken dat er tweeërlei droefheid is: De droefheid der wereld en de droefheid naar God. Waar ligt het verschil tussen die beide? Er wordt weleens gedacht dat het hier gaat om het verschil tussen aardse en hemelse droefheid. Dan wordt heel gemakkelijk de indruk gewekt dat met het woord over de droefheid der wereld alle aardse droefheid wordt afgewezen. Dat zou betekenen dat ouders niet bedroefd mogen zijn over het pijnlijk verlies van een van hun kinderen, of dat een weduwe niet verdrietig mag zijn over de eenzaamheid na het overlijden van haar man. U begrijpt wel dat die droefheid door de Schrift niet wordt afgekeurd. Daarvoor spreekt Gods Woord veel te gevoelig over de pijn die veroorzaakt wordt door de bittere werkelijkheid van de dood. Het meest ontroerende voorbeeld daarvan is toch wel dat ook de Heere Jezus bedroefd is geweest toen Hij stond bij het gaf van Zijn overleden vriend Lazarus. De evangelist Johannes laat ons met enige nadruk weten dat de Heere Jezus weende (Vgl. Joh. 11 : 35). Daarom kan de afwijzing van de droefheid der wereld zeker niet betekenen dat alle aardse droefheid verkeerd is.

Het gaat dan ook bij de tweeërlei droefheid niet om de tegenstelling tussen hemel en aarde, maar tussen zonde en genade! De droefheid der wereld is de zóndige droefheid! Dat wordt heel duidelijk als we de woorden “de droefheid der wereld werkt de dood“ vergelijken met een uitdrukking die vrijwel gelijk luidt. We doelen op wat Paulus zegt in Rom. 7 : 13. nl. dat de zonde de dood werkt. Hier gebruikt de apostel precies dezelfde woorden als in 2 Cor. 7 wanneer hij spreekt over de droefheid der wereld. Deze droefheid staat dus op één lijn met de zonde: De volle uitwerking van beide is ook hetzelfde, nl. de dood! Om het kort samen te vatten: Het gaat in de droefheid der wereld om een zondige droefheid die van God afvoert.

Misschien vraagt iemand zich af wat we nu concreet onder deze droefheid der wereld moeten verstaan. Een uitdrukking die Luther met enige voorliefde gebruikt, kan ons hierbij helpen. Als Luther namelijk over de zonde spreekt benadrukt hij nogal eens dat de mens zich door de zonde van God heeft afgekeerd en nu “over zichzelf is gebogen”. Dat betekent dat hij zichzelf zoekt: Zijn zondig “ik” staat in het middelpunt. Alles moet daaraan dienstbaar gemaakt worden. We zouden als illustratie het beeld kunnen gebruiken van een man die als hobby heeft het bouwen van model-schepen. U ziet hem haast voor u, als hij ’s avonds onder het licht van een heldere lamp zit te werken. Hij is gebogen over zijn werkstuk-in-wording. Hij gaat helemaal in zijn werkstuk op. Alles wat rondom hem op tafel ligt gebruikt hij voor dat éne doel: Het bouwen van zijn scheepje. Zó is de zondaar gebogen over zichzelf. Opgesloten als het ware in de ongebroken cirkel, in de luchtdichte stolp van schuld en zelfhandhaving. Hij leeft voor zichzelf alleen en is ook alleen mét zichzelf! En als dan door de gebrokenheid van dit leven alles niet gaat zoals hij wil, als er slagen of verdriet komen, zoekt hij dat verdriet zelf te verwerken. Hij is gebogen over zichzelf, alléén met zijn verdriet. Hij denkt het in zijn verdriet alleen - of eventueel met behulp van deze wereld - te kunnen klaren. Dat is ten diepste de “droefheid der wereld”!

Vaak is daarom deze droefheid vol van bitterheid. In 2 Cor. 7 : 10 wordt van de goede droefheid, de droefheid naar God gezegd dat zij onberouwelijk is. Dat betekent datje van deze droefheid nooit spijt krijgt. Spijt en verbittering zijn in deze droefheid namelijk niet te vinden. Maar let nu eens op het verdriet van de zichzelf zoekende, over zichzelf gebogen mens: Dat is vol van bitterheid en onvrede! Het zou niet moeilijk zijn om van deze droefheid allerlei voorbeelden te geven uit onze moderne samenleving. De “droefheid der wereld” is er soms met handen te tasten. We beperken ons nu maar tot een enkel voorbeeld uit de Bijbel. We lezen dat Ezau eens bedroefd geweest is. Ook al had hij zijn eerstgeboorterecht verkwanseld voor een schotel linzemoes, toch wilde hij de eerstgeboortezegen zo graag ontvangen toen het er echt op aankwam! “Vader”, zo zei hij tegen Izak, “Geef mij toch de zegen! Hebt u aan mij niets meer te geven7 Is er voor mij geen zegen meer?“ Het is onmiskenbaar dat Ezau deze woorden sprak vanuit een heftige bewogenheid. Maar die bewogenheid was toch een droefheid der wereld. Het ging Ezau namelijk niet om God, maar om de zegen.de gave. Als hij die zegen maar zou ontvangen, zou hij daaraan genoeg hebben. Het ging hem ten diepste om zichzelf. Daarom was zijn hart ook zo bitter: Dat hij die zegen nu niet kreeg! Dat hij nu zijn verwachting aan scherven zag vallen! Ja, in zijn verbitterde droefheid zon hij erop zijn broer te doden. Een iets ander voorbeeld vinden we in de levensgeschiedenis van koning Achab. Deze koning was zo bedroefd omdat hij de wijngaard van Naboth niet kon krijgen. Hij ging zo ver in zijn verbittering dat hij zich op zijn bed neerwierp, ophield met werken, niet meer at en niet meer dronk. Hij leefde alleen nog voor zijn ziekelijk verlangen naar dat stuk land van zijn buurman. Dat was heel duidelijk een droefheid der wereld. Want het ging Achab helemaal niet om God, of om Zijn wet, integendeel! Het ging hem slechts om die wijngaard die hij zo graag wilde bezitten en daarmee ging het ten diepste om zichzelf. Er kan ook een soort godsdienstige bewogenheid zijn die toch niets anders is dan “droefheid der wereld“. Een voorbeeld daarvan is de rijke jongeling. We lezen in het evangelie dat hij tot de Heere Jezus kwam met geestelijke vragen. Zijn belangstelling voor de dingen van het koninkrijk van God was zeer zeker ernstig gemeend. Maar toen hij hoorde dat hij om de Heere Jezus te volgen alles moest verkopen ging hij bedroefd weg. De evangelist Lukas tekent daarbij aan dat hij “geheel droevig” werd, want hij was zeer rijk (Luk. 18 : 23). Toch was ook dit een droefheid der wereld. Het was deze man niet werkelijk om de Heere begonnen, al leek dat eerst wel zo. Hij had - ondanks zijn interesse voor het koninkrijk Gods - zichzelf te lief. Daarom volhardde hij ook in zijn zelfhandhaving en eigengerechtigheid. Geef aan Ezau de zegen waarnaar hij zo verlangt; Geef aan Achab de akker van Naboth die hij zo graag wil bezitten; Laat aan de rijke jongeling zijn eigenrechtigheid en zijn geld.... en ze zijn tevreden met zichzelf!

Daarom kunnen we het bovenstaande zo samenvatten: Het gaat bij de droefheid der wereld om een verdriet en een verbittering waarin men met God niet rekent en zich van Hem afkeert. Maar bij de droefheid naar God keert men zich juist - ootmoedig - naar God toe.

(wordt vervolgd)

Middelharnis

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 april 1989

Bewaar het pand | 6 Pagina's

De droefheid naar God 1.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 april 1989

Bewaar het pand | 6 Pagina's

PDF Bekijken