Bekijk het origineel

Schik U om God te ontmoeten’.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Schik U om God te ontmoeten’.

5 minuten leestijd

Daarom zal Ik u alzo doen, o Israël! Omdat Ik u dan dit doen zal, zo schik u, o Israël, om uw God te ontmoeten.

Wij weten niet veel meer van de profeet Amos, dan dat hij was onder de veehoeders van Tekoa. Misschien zou men juister vertaald hebben: veehandelaar of veebezitter. Hij woont in Tekoa, een plaatsje dicht bij Bethlehem. Zijn beroep bracht mee dat hij van tijd tot tijd de markten in Jeruzalem, Hebron, Bethel en Samaria moest bezoeken. En hij ziet in deze steden veel, dat hem tegen de borst stuit. En nu krijgt hij van Godswege de opdracht om de oordelen Gods aan te kondigen. Hij ziet daar ontzaglijk tegen op. Maar hij moet! De Heere Heere heeft gesproken, wie zou niet profeteren? (hoofdst. 3 : 8). Midden op de markt verheft hij zijn stem. Scherp legt hij de sociale misstanden bloot. Hij predikt in een tijd van grote weelde. Weelde voor sommigen, terwijl door anderen schreiende armoede wordt geleden.

En nu heeft God aan Israël al veel gedaan, om het tot inkeer tot bekering, tot wederkeer tot de Heere te bewegen. We lezen het duidelijk in hoofdstuk 4. God heeft honger gebracht, en oorlog, en aardbeving. Maar het bleek alles tevergeefs te zijn.

Nu blijft alleen het laatste nog over. Het laatste wat God aan zijn volk nog zal doen. Maar wat is dan dat laatste? Onze tekst (4 : 12) zegt er niet veel van. Er staat alleen: daarom zal Ik u alzo doen, o Israël! Alzo! Meer niet. Maar dat is juist het verschrikkelijke.

Het is alles waar: de Heere heeft hongersnood gegeven — Israël heeft zich niet bekeerd (vers 6). De Heere heeft droogte gezonden, toen het nog maar drie maanden voor de oogst was — Israël heeft zich niet bekeerd (vers 7). De Heere heeft Israëls jongelingen door het zwaard gedood en de stank van zijn legers in zijn neus doen opgaan (vers 10), Hij heeft een omkering, een aardbeving doen komen (vers 11). Maar als droevig refrein lezen we telkens weer: Nochtans hebt gij u niet bekeerd tot Mij, spreekt de Heere. Daarom blijft alleen het laatste over: daarom zal Ik u alzo doen, o Israël.

“Ik zal u” — zo sprak God. Dat zal dus het laatste oordeel worden, dat God over Israël zal brengen. Dat zal dan toch ook tevens het einde betekenen van Gods volk. “Daarom zal Ik u alzo doen”, zegt de Heere.

Ja, en toch is voor Israël de volheid des tijds aangebroken: de komst van de Beloofde der vaderen, de Heere Jezus Christus.

“Daarom zal Ik u alzo doen, o Israël”, zegt de Heere.

Ja, en toch heeft Christus aan Golgotha’s kruis Zijn bloed gestort, dat reinigt van alle zonde.

Maar dan kan er ook niet meer gebeuren. Dan heeft God alles gegeven. Dan is het kruis van Golgotha het ultimatum. Nu blijft voor alle eeuwen staan het laatste woord van God: “Zo schik u, o Israël, om uw God te ontmoeten”.

Deze God kan de wereld, kan de mens niet meer ontlopen. Op Golgotha heeft de mens het uiterste gedaan, wat hij tegen God kon doen: Hem doden! Op Golgotha heeft God het uiterste gegeven, wat Hij kon geven: Zichzelf! De wereld, de mens kan die goedertieren God niet voor de tweede maal kruisigen.

De Gekruisigde dwingt dan ook tot een beslissing: wie niet vóór Mij is, die is tegen Mij! Schik u om uw God te ontmoeten — dat is het laatste woord, dat God nu tot de wereld spreekt. Tot die ontmoeting geeft God nog altijd weer tijd tot voorbereiding, genadetijd. Hij komt met Zijn gerichten over de aarde. Honger en oorlog, aardbeving en revolutie en chaos. Maar het is toch alles een herhaling van wat geweest is. Het was er alles ook vóór onze tijd. Alleen wordt het alles radicaler. Wie met door de Heilige Geest geopende ogen het wereldgebeuren ziet bij het licht van Gods heilige Woord, kan alleen maar constateren, dat met vervaarlijke snelheid het ogenblik nadert, waarop de wereld God zal ontmoeten. Die God, Die in Zijn Zoon alles, Die Zichzelf heeft gegeven.

Wat zal die ontmoeting zijn voor de mens, die straks voor eigen rekening, met een onverzoende schuld staan zal voor Christus, Die kwam om te zoeken en zalig te maken, wat verloren was, maar Die dan als Rechter zal oordelen naar onkreukbaar recht. Dan zal Hij spreken: verknoeiers van de genadetijd, dwaze zorgelozen, vertreders van Mijn bloed, geveinsde vromen, onverschillige goddelozen: gaat weg van Mij in de buitenste duisternis!

Schik u om uw God te ontmoeten!

Wat zal die ontmoeting zijn voor de mens, die onder Gods recht leerde buigen, het doem-vonnis als verdiend leerde aanvaarden, maar de hoornen van het Altaar mocht vastgrijpen, de Vrijstad mocht binnenvluchten, in het geloof een schuilplaats mocht zoeken en vinden achter het bloed van het Lam, lust kreeg om de Heere te vrezen als het allerhoogst en eeuwig Goed!

Dan zal Christus tot dezulken spreken: komt binnen; gaat in in de vreugde uw Heeren. Ik heb u liefgehad met een eeuwige liefde, daarom heb Ik u getrokken met goedertierenheid. Uw naam stond op Mijn program. Ik heb u gekocht en betaald met Mijn eigen bloed. U bent van Mij, Mijn bruid. Ik wil u voor eeuwig bij Mij hebben.

Schik u om uw God te ontmoeten.

Voor u, die dit leest, is de genadetijd nog niet verstreken. Misschien wel heel spoedig. Haast u om uws levens wil!

Of mag het toch zo zijn: daarom verwacht ik die dag van de ontmoeting met groot verlangen, om tenvolle te genieten de beloften Gods, in Jezus Christus, mijn Heere?

Schik u om uw God te ontmoeten!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 juni 1989

Bewaar het pand | 6 Pagina's

Schik U om God te ontmoeten’.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 juni 1989

Bewaar het pand | 6 Pagina's

PDF Bekijken