Bekijk het origineel

Het belijden van de kerk

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Het belijden van de kerk

6 minuten leestijd

In Gods Woord komen we regelmatig persoonlijke belijdenissen tegen. Belijdenissen, die veelzeggend zijn. Rijk van inhoud. Ze getuigen van kennis, inzicht, ontmoeting. Er spreekt geloof en liefde in. Een willen belijden in een zondige, Gode vijandige wereld.

Dit alles is vrucht van de Heilige Geest in het hart. Nu heeft de kerk ook haar roeping en plicht. Israël moest komen tot belijden, de Nieuw-Testamentische kerk moet met haar belijdenis “pilaar en vastigheid der waarheid” zijn. I Tim. 3 : 15. Als draagster der waarheid moet zij staan in het midden van de wereld. Nu komen we in het Nieuwe Testament verschillende belijdenissen tegen. Sprekend is de belijdenis dat Jezus Heere is. Een korte belijdenis, maar van betekenis.

Tegenover de vele ‘heren’ die men kende, tegenover het belijden dat de keizer ‘heer’ is beleed men hartelijk dat Jezus alleen Heere is. De Koning, Die men wilde dienen en voor Wie men alleen wilde buigen. Velen wilden niet van afzweren weten en verkozen de dood boven het leven. Het belijden Jezus is Heere was de kracht en het leven van de kerk.

Krachtig worden in belijdenissen dwalingen bestreden en duidelijk weerlegd. Denk aan het rijke I Corinthe 15. Waar beleden wordt, dat Christus gestorven is en opgestaan is naar de Schriften.

Van betekenis is ook de doopformule. Vlak voor Zijn hemelvaart zei Jezus tot Zijn discipelen: “Gaat dan heen, onderwijst al de volken dezelve dopende in de Naam des Vaders en des Zoons en des Heiligen Geestes (Matt. 28 : 19). Deze belijdenis aangaande de Drieënige God, Vader, Zoon en Heilige Geest, heeft men al spoedig ‘opgevuld’ en zo is ontstaan de bekende Apostolische Geloofsbelijdenis, die een driedeling bevat, nl. ik geloof in God de Vader... en in Jezus Christus, Zijn eniggeboren Zoon... en in de Heilige Geest.

Van dit oudste belijdenisgeschrift van de kerk wil ik wat doorgeven. Wat het ontstaan betreft heeft men eeuwen gemeend, dat de Twaalf artikelen door de twaalf apostelen zijn opgesteld. Ieder van hen zou één artikel hebben geformuleerd. Zij zouden deze geloofsbelijdenis met het oog op hun zendingsreizen hebben samengesteld. Bij het verkondigen van het Evangelie wilden zij één blijven in belijden.

Petrus begon, zo stelde men, met het belijden: Ik geloof in God de Vader, de Almachtige Schepper des hemels en der aarde.

Vervolgens moeten Andreas, Jacobus, Johannes en al de anderen om de beurt een geloofsartikel uitgesproken hebben. Deze mening is echter niet historisch te staven. De oudste vorm van de belijdenis dateert uit het midden van de tweede eeuw na Chr. De inhoud luidde als volgt: “Ik geloof in God de Vader, de Almachtige. En in Christus Jezus, Zijn eniggeboren Zoon, onze Heere, Die geboren is uit de Heilige Geest en de maagd Maria. Die onder Pontius Pilatus is gekruisigd en begraven. Die ten derde dage opgestaan is uit de doden. Opgevaren ten hemel. Zittende aan de rechterhand des Vaders. Vanwaar Hij komen zal om te oordelen de levenden en de doden. En in de Heilige Geest, een heilige kerk, vergeving van zonden. Wederopstanding des vieses.

Deze kerkelijke belijdenis nu werd als regel des geloofs gebruikt tegen de opkomende ketterijen. Ook werd zij beleden bij de volwassendoop. Op de duur werden er nieuwe elementen aan toegevoegd, waardoor de hoofdzaken van het christelijk geloof vollediger werden uitgedrukt en de dwalingen nog duidelijker weersproken.

Zo zijn de woorden “Schepper des hemels en der aarde”, in het eerste artikel bijzonder gericht tegen de dwaalleer, dat de wereld niet door God de Vader maar door een ander wezen gemaakt is. Omstreeks 500 vinden wij de belijdenis geformuleerd, zoals wij die hebben in de bekende Twaalf artikelen. In deze vorm is zij in Zuid-Frankrijk ontstaan. En later door de kerk van Rome aanvaard. En tenslotte door heel de Westerse kerk overgenomen.

Zeer hartelijk hebben de Reformatoren hun instemming betuigd met deze belijdenis. Daarmee gaven zij blijk van hun verbondenheid met de oude christelijke kerk.

Nu kan de vraag gesteld worden, maar waarom blijven we toch spreken van de apostolische belijdenis, daar we weten, dat de apostelen de Twaalf artikelen niet hebben opgesteld? Wanneer we letten op de inhoud hebben wij zeker alle recht om deze belijdenis apostolische belijdenis te noemen, want de inhoud is volledig in overeenstemming met het Evangelie van Christus, dat de apostelen verkondigd hebben. Calvijn merkt op, dat hierin de gehele beschrijving van ons geloof in het kort en in duidelijke orde verhaald wordt en dat het niets bevat, dat niet door vaste getuigenissen der Schrift bevestigd is. Institutie. II. 16.

Naast deze belijdenis bezit de oude kerk ook de geloofsbelijdenis van Nicea en de geloofsbelijdenis van Athanasius.

Ook voor ons zijn ze van fundamentele betekenis. Door ze onverkort te handhaven, bewaren wij de band der eenheid met de oude kerk. Haar belijden moet ons belijden zijn. Wie zich er van losmaakt, stelt zich in feite buiten het Christendom. De kerk heeft er nog een schat bijgekregen. De drie formulieren van enigheid. De drie reformatorische belijdenisgeschriften. De bekende: Heidel-bergse Catechismus, de Nederlandse geloofsbelijdenis en de Dordtse Leerregels. Alle belijdenissen der kerk zijn oud, maar niet verouderd. We moeten ze steeds gebruiken. Allereerst als een sleutel. Om de Heilige Schrift te verstaan. Iemand heeft eens gezegd: “Ik voel me niet schuldig als ik erken, dat ik de Bijbel met behulp van de oude belijdenissen lees. Ik wens namelijk een kerkelijk christen te zijn, ik wil leven in gemeenschap met hen die de weg reeds hebben afgelegd en de eindstreep hebben gehaald, de profeten, de apostelen, de kerkvaders en reformatoren. Niemand komt onbevooroordeeld tot de Bijbel. Wij hebben allemaal wat achter ons en wij hebben allemaal wat bij ons. Welnu, laat mij dan de kerk achter mij hebben”.

Ik hoop, dat u het hiermee hartelijk eens bent. Ook als kerk moeten we vasthouden aan het belijden der vaderen. We kunnen en moeten zelfs zeggen: de Heere heeft het belijden in het verleden gegeven. Hij heeft er toe geleid door Zijn Heilige Geest. De band, de hartelijke band aan de belijdenis, aan het belijden betekent band aan het Woord van de Heere. De fakkel van het belijden dient ook overgegeven te worden aan het nageslacht. Dit is heilige roeping en er straalt ook liefde in uit wanneer het gebeurt. Liefde tot de kerk van morgen.

Dit doorgeven, dit overleveren is ook beloofd. Toen de afgevaardigen van de Gereformeerde kerken in het buitenland, die deel uitmaakten van de Dordtse Synode, hun instemming hadden betuigd met onze Nederlandse Geloofsbelijdenis, voegden zij er de vermaning aan toe, dat de Nederlanders bij deze rechtzinnige, godzalige en eenvoudige confessie des geloofs standvastig zouden volharden, deze onvervalst zouden overleveren aan de nakomelingen en bewaren tot de komst van Jezus Christus. Toen hebben onze vaderen plechtig beloofd, dat zij dit door Gods genade na zouden komen. Die belofte worde vandaag niet afgeschreven. Gebeurt het, dan is men geen kerk meer van gereformeerd belijden. En echt gereformeerd belijden en leven is voluit Bijbels.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 juni 1989

Bewaar het pand | 6 Pagina's

Het belijden van de kerk

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 juni 1989

Bewaar het pand | 6 Pagina's

PDF Bekijken