Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

De waarborg van het einde

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

De waarborg van het einde

9 minuten leestijd

“En Het kwam, en heeft het boek genomen uit de rechterhand Desgenen, Die op de troon zat”.

Johannes, de balling op Patmos, heeft gezien een deur geopend in de hemel. Toen heeft hij gehoord een geluid als van een bazuin. Het is een stem, de stem, die ook eerder tot hem gesproken had, de stem van de Alpha en de Omega, van de verheerlijkte Koning, Jezus Christus. Deze nodigt Johannes binnen te treden in de heilige tempel van de hemel.

Johannes ziet een troon in de hemel. De troon is niet ledig. Iemand is erop gezeten. Hij, Die daarop zit heeft de heerschappij. Hij regeert hemel en aarde.

In de handen van de zittende op de troon bemerkt Johannes een boekrol. Dat is het boek van de raadsbesluiten van God. Daarin staat alles beschreven. In het bijzonder Gods heilsraad en heilsplannen met Zijn kerk.

Hier is niet te denken aan onze geschied-boeken. Die beschrijven wat gebeurd is. Dit boek vermeldt wat gebeuren gaat. Het slot van dit boek geeft aan het zesde en het zevende heilsfeit: de wederkomst van de Heere Jezus én de nieuwe hemel en aarde.

Het boek is verzegeld. ’t Is als een oude Statenbijbel met sloten. ’t Is verzegeld met zeven zegelen. Daarom spreken we van het boek met de zeven zegelen. En die zegelen zeggen ons dat het boek is gesloten.

We zien opeens Johannes in tranen uitbarsten. Ontzetting grijpt Johannes aan. Tot diep in zijn ziel wordt hij bewogen. Hij weent zeer.

Nu zijn tranen vooreen dienstknecht van de Heere niet zeldzaam. Als hij naar de opdracht hem gegeven komt met het kostelijke Evangelie en hij geplaatst wordt voor de hardigheid van harten, als hij ziet het wegslaan van de liefdehand van de Heere, als hij bemerkt het zoeken van allerlei vonden om onder de klem van het Woord uit te komen, als hij geplaatst wordt voor allerlei geredeneer, als hij konstateert de triomf van het Gode vijandige vlees, de kracht van het ongeloof en de macht van satan om zielen te verderven, dan weent hij zeer. Evenwel — Johannes is niet op aarde, niet in een gemeente. Hij is opgetrokken in de hemel.

Tranen, droefheid in de hemel hoe kan dat? ’t Zijn misschien tranen van vreugde, van blijde ontroering nu hij zijn God in alle heerlijkheid aanschouwt? Neen —, het zijn tranen van grote droefheid. Wat is daarvan de oorzaak?

Er is een sterke engel naar voren getreden, en deze roept uit met luider stem: wie is waardig het boek te openen, en zijn zegelen open te breken? Die stem is luid, daarom luid omdat hij moet doordringen door de hemel en over de aarde, ja, in de diepte der zee. Als die stem heeft gesproken dan valt er een angstig stilzwijgen in de hemel, op de aarde en in de diepte der zee. Er is niemand die komt. Geen mens, geen dier, geen engel kan, is in staat om het boek te openen. Er is niemand die waardig is de zeven zegels te verbreken. Wat dit betekent? Wel — er komt geen voleinding. De dingen blijven zoals ze zijn. Er komt geen nieuwe hemel en geen nieuwe aarde. De draak blijft de vrouw vervolgen. De troon van satan blijft op aarde, en moeite en gebrek en lijden en strijd en bloed. Geen volmaaktheid, blijvend zondigen. Geen uitzicht, geen nieuw Jeruzalem, waar God alles is en in allen. Kunt u nu Johannes’ tranen begrijpen?

Wie leven heeft uit de hemel, weent nu met Johannes. Kunt u het verdragen, smart het u niet zeer als alles blijft zoals het is? En dan denk ik niet slechts aan alle lijden en sterven op de aarde, maar te meer aan al het Godonterende op de aarde. En nog meer denk ik aan de oude mens, het overgebleven vlees, dat zich Gode niet onderwerpt. ’t Wordt toch juist het blij vooruitzicht voor Gods kind eens daarvan verlost te zijn. Omdat God het zo waard is om met ziel en lichaam Hem volmaakt te verheerlijken. En nu dat boek gesloten, verzegeld met zeven zegelen. Niemand waardig, niemand bevoegd om dat boek te openen, om de zeven zegelen te verbreken. Waarlijk — de wedergeboren mens weent nu, weent nu zeer.

Echter er is troost, onuitsprekelijke troost, rijke troost voor wenenden. Want het boek blijft niet gesloten. We zien dat eén in de hemel het boek neemt uit de hand van God. Dat gesloten boek wordt genomen.

De troost wordt gegeven door één van de ouderlingen. Dus niet door een engel of door een van de dieren. Door een ouderling. Dat wil zeggen door een, die behoort tot de kerk van Jezus Christus, een medebroeder van Johannes. Een die heeft leren kennen de grote kracht van Christus. Hij heeft het niet van horen zeggen, hij heeft zelf die kracht ervaren. Hij roept Johannes toe: “ween niet; zie.de Leeuw, Die uit de stam van Juda is, de Wortel Davids, heeft overwonnen, om het boek te openen, en zijn zeven zegels open te breken”.

Nauwelijks heeft deze ouderling zijn woorden uitgesproken of er komt beweging in de hemelse legerscharen. Nu treedt Christus naar voren. Maar niet als een leeuw, niet als een gepantserde held, maar als een lam, als geslacht, met zeven horens en zeven ogen. Als een Lam, als geslacht. Dat betekent dat Hij nog heeft de tekenen van Zijn lijden, van Zijn kruisdood. Hij Die de gestalte van een dienstknecht had aangenomen, Die Zichzelf had ontledigd, Die Zichzelf had gegeven, Die Zijn bloed had gestort.

Hij draagt zeven horens. De horen is beeld van macht. Zeven horens, dat wil zeggen: er is een volheid van macht bij Hem. Hij is de Leeuw uit de stam van Juda. Hij is de Sterke, de Machtige. En dat komt daarin uit dat Hij overwonnenheeft. Neen — niet als Leeuw, maar als Lam. Hij is Leeuw omdat Hij Lam was, omdat Hij Zich als een lam liet slachten. Zo heeft Hij getriomfeerd. Zo heeft Hij getriomfeerd over satan, heeft Hij de kop van satan vermorzeld. De Leeuw uit Juda’s stam, aan Wie gegeven is alle macht in hemel en op aarde. Hij aan Wie alle dingen zijn onderworpen, gevaren boven alle macht en kracht, de almachtige Koning.

Hij heeft ook zeven ogen. Die zeven ogen verzinnebeelden de zeven geesten van God. De volheid van de Geest woont in Hem en straalt van Hem uit.

Het Lam met die horens en met die ogen treedt naar de troon van God, en Het neemt het boek met z’n zegels uit de hand van God. Met welk een verrukking zal Johannes dit hebben gadegeslagen. Het Lam neemt het boek, en Hij Die op de troon zit, geeft het boek. Blijft God nu wel God? In dat boek gaat het toch om de volkomen zaliging van zondaars, van gevallen mensenkinderen? Waar blijft God nu met Zijn deugden van rechtvaardigheid en heiligheid en waarachtigheid?

Maar God heeft het Lam waardig, bevoegd gevonden om het boek te nemen. Geen van Gods deugden worden geschonden. Het Lam heeft de losprijs, de zoenprijs betaald.

Kunt u niet meer zalig worden? Wordt het aan uw kant een onmogelijkheid? Zie nu toch eens naar het Lam Gods Dat naar voren treedt. Hij neemt het boek. Hij kan en Hij mag. Hij als de Enige. U zelf niet en niemand en niets. Dat Lam als de Enige!

Dat boek nu wordt genomen én het wordt geopend.

Let u er goed op. Het boek met z’n zeven zegels wordt niet weggelegd. Zodra het Lam het boek genomen heeft, begint Het het boek te openen, begint Het de zeven zegels te verbreken. Dat betekent: de dingen in dat boek vermeld, liggen niet in een ver verschiet. Het Lam begint terstond met alles wat in dat boek vermeld staat, Het begint terstond met de afwikkeling van de geschiedenis. Met dat grote einde: Zijn wederkomst en de nieuwe hemel en aarde. Een voor een worden de zegels verbroken. Door niets tegen te houden. Totdat het laatste zegel verbroken zal worden, en dat houdt in de nederdaling van het nieuwe Jeruzalem van God uit de hemel. ’t Is geen twijfelachtige zaak. Al zijn de spotters regoi. Al haalt men de schouders op. ’t Is vas en zeker. God zal zijn alles en in allen. Zij die door het bloed van het Lam gekocht zijn, die door dat bloed verzoend zijn met God, die door dat bloed gewassen en gereinigd zijn, zij zúllen straks volmaakt zijn, zonder smet en zonder rimpel, om Hem Die op de troon zit eeuwig groot te maken.

Wanneer het Lam het boek genomen heeft, komt heel de hemel in beweging. Alle machten in de hemel breken uit in gejubel. De vier dieren en de vierentwintig ouderlingen vallen voor het Lam neer, en zingen een nieuw gezang: “Gij zijt waardig dat boek te nemen, en zijn zegelen te openen; want Gij zijt geslacht, en hebt ons Gode gekocht met Uw bloed, uit alle geslacht, en taal, en volk, en natie. En Gij hebt ons Gode gemaakt tot koningen en priesters en wij zullen als koningen heersen op de aarde”.

Die lofzang wordt overgenomen door engelenkoren: “Het Lam, Dat geslacht is, is waardig te ontvangen de kracht, en rijkdom, en wijsheid, en sterkte, en eer, en heerlijkheid, en dankzegging”.

Zodra die twee lofzangen zijn uitgeklonken, gaat alles zingen. Alles stemt samen in dat ene lied: “Hem, Die op de troon zit, en het Lam, zij de dankzegging, en de eer, en de heerlijkheid, en de kracht in alle eeuwigheid”.

Het boek met z’n zeven zegels gesloten, genomen en geopend. Gods heilsraad wordt vervuld. Het wordt weldra nieuw, alles nieuw. Hier begint het lied en de aanbidding.

Straks is het volkomen. “Gij hebt ons Gode gekocht met Uw bloed”.

Bent u Gode gekocht met het bloed van het Lam?

Zonder dat bloed geen beschutting. God een verterend vuur.

Zoek toch dat bloed. Nu, in het heden der genade.

Door dat bloed nu reeds het lied. Weldra wordt het laatste zegel van het boek verbroken, en dan zullen alle gekochten volmaakt zingen.

Dat einde komt zeker.

Het ligt gewaarborgd in Hem Die Leeuw en Lam is.

Dit artikel werd u aangeboden door: Bewaar het Pand

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 augustus 1989

Bewaar het pand | 6 Pagina's

De waarborg van het einde

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 augustus 1989

Bewaar het pand | 6 Pagina's

PDF Bekijken