Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Let op ... !

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Let op ... !

12 minuten leestijd

Geliefde vrienden.

Let op!

Zo hoor ik het een meester zeggen tegen een jongen in de klas, die er met zijn hoofd niet bij is. Hij doet dat om hem wakker te schudden. Want als hij niet oplet, leert hij niets. En daar is hij tenslotte toch voor op school gekomen. Niet om niets te leren, maar om iets te leren, waar hij in het leven mee verder kan.

Let op!

Dat mogen we elkander ook wel toeroepen, nu we gekomen zijn aan het einde van deze “mooie” Bewaar het Panddag, en gereed zijn om straks huiswaarts te keren. Dan is “opletten” een geboden zaak. Want het verkeer is druk. Het gevaar is overal aanwezig. Wie in het verkeer niet oplet, brengt zich zelf in gevaar, en ook een ander. Ja, door niet op te letten, zou het iemand of meerderen, het leven kunnen kosten. Opletten is dus een geboden zaak. Niemand zal dat ontkennen.

Let op!

Dat woord zou ik u ook willen meegeven, en dan in geestelijk opzicht. Want we maken niet alleen een reis door de tijd. We zijn met elkander op reis naar de eeuwigheid. En dan is “opletten” zeer noodzakelijk, ook om die dingen te leren, die gekend moeten worden, niet om door dit leven te komen, doch om straks zonder verschrikking God te kunnen ontmoeten. Want daar zullen we toch allemaal eenmaal voor moeten verschijnen, om rekenschap af te leggen, van hetgeen in dit leven geschied is, het zij goed of het zij kwaad.

Daarom: Let op......!

Misschien vraagt deze of gene: Waar moet ik dan op letten? Zeg het mij, voor ik huiswaarts keer.

Ik wil u dat niet zeggen. Doch laat u door God gezeggen. Hij zegt het klaar en duidelijk in Zijn Woord. “Let op de vrome en zie naar de oprechte, want het einde van die man zal vrede zijn.” Psalm 37 : 37.

Er wordt in deze tekst gesproken over het “einde”. Wij zijn ook gekomen aan het “einde” van deze dag. En dat predikt ons dat aan alles eens een eind komt. Ook aan ons leven. Niemand weet wanneer. Doch dat het komt is zeker. Daar is niets zo zeker, als de dood. Want niemand leeft er die de slaap des doods niet eens zal slapen. En niemand redt zijn ziel van het graf.

Daarom: “Let op de vrome en zie naar de oprechte, want het einde van die man zal vrede zijn”.

Wat is dat voor een man? Hij is vroom en oprecht. Hij is geen schijnvrome. Dat is een vrome aan de buitenkant. Zo zijn er altijd wel geweest. En zo zullen er ook altijd blijven. Dat waren vanouds de farizeërs. En dat zijn in 1989 nog de farizeërs. Zij hebben de gedaante van Godzaligheid. Doch zij missen de kracht daar van. Zij zijn niet oprecht, oprecht voor God. Want daar gaat het om. De Heere toch ziet het hart aan.

De man die oprecht vroom is, daarvan wordt gezegd dat zijn einde vrede zal zijn. Zijn “einde”. Dat is een woord om over na te denken. Want dat wil ook zeggen dat er een begin is. Waar geen begin is, is geen einde. En hoe is nu het begin van die man geweest? Hij is als een natuurlijk mens geboren. Dat was geen best begin, doch een slecht. Want bij beis gezien, wordt elk mens als een zondaar geboren. Dat is als een verloren mens, die om der zonde wil allerhande ellendigheid onderworpen is, ja de verdoemenis zelf. Als er in het leven van zulk een mens geen wonder gebeurt, dan is het einde “eeuwig omkomen”. Doch in het leven van deze man is een wonder gebeurd. God is met hem begonnen. Goed onthouden hoor! Die man is niet met God begonnen. Maar God is met die man begonnen. God is altijd de Eerste. Als de mens zou moeten beginnen, zou er nooit iets van terecht komen. Doch als God begint staat het goed. Dan kan het aan het einde niet misgaan. Want Hij laat niet varen de werken Zijner handen. Hij zal het zeker voleinden. U, jij bent natuurlijk nieuwsgierig en vraagt jezelf af: Wat is dan dat begin van God? Antwoord: Gods begin is de wedergeboorte. Dat is een nieuwe geboorte. Dat is een geboorte uit God. En daardoor wordt men een kind van God.


Erenamen - Al te samen - Vorstentitels - niets dan schijn.
Er is niets zo heerlijk, - zo begeerlijk -
Dan om een kind van God te zijn.


Waar God begint, verandert men niet alleen van leger, maar ook van koning. Eerst diende men met lust de vorst der duisternis. Doch als God begonnen is dan krijgt men lust om de Heere te vrezen, Die is het allerhoogst en eeuwig Goed. Dat dienen van de Heere, dat vrezen van Hem, bestaat in een liefhebben van Hem. Dat is op zichzelf een bevredigende zaak. Doch dat is de vrede aan het einde nog niet.

Want tussen het begin uit God en het einde van het leven, ligt een weg van strijd. Als men de Koning wil gaan dienen dan is daar een strijd aan verbonden. Dat is een “heilige oorlog”.

Daar zijn veel oorlogen in de wereld. Altijd geweest. Daar is ook veel oorlog in de godsdienstige wereld. Altijd geweest. Doch dat zijn geen “heilige” oorlogen. Wel het tegendeel. Als die onheilige oorlogen een ogenblik ophouden, dan spreekt men ook van vrede. Doch dat is de ware vrede niet. Het is een gewapende vrede, een schijnvrede. Het oorlogsvuur blijft smeulen. Er kan niets gebeuren, of de vlam slaat er weer uit.

Doch de oorlog, die de oprechte vromen moeten voeren, is een heilige oorlog. Als er oorlog gevoerd moet worden, zijn er ook vijanden. Waar geen vijanden zijn, behoeft geen oorlog gevoerd te worden. De geestelijke vijanden zijn zeer bittere vijanden. Het zijn zeer verschrikkelijke vijanden. Zo lang men in zijn natuurstaat aan de kant van de vijanden staat, heeft met er geen last van. Dan zijn het vrienden. Doch als men zijn stem gaat uitbrengen op de goede partij (stem S.G.P. = stem Gods partij), dan komen de vijanden op de been. Het is een driehoofdige doodsvijand. Een vijand dus met drie koppen. Zij vormen een driebond, een eenheid. Het is de grote tegenpartij van de Drieënige God, en al degenen die oprecht vroom voor God willen leven.

Deze vijandige driebond wordt gevormd door de duivel, de wereld en het eigen boze vlees, waarvan het bedenken vijandschap is tegen God. Zo zegt Paulus het. En die kon het weten. Hij heeft aan het geestelijke front gestaan. Hij heeft de goede strijd gestreden. Een zware strijd. Een strijd ten bloede toe. Want de duivel zocht hem te verslinden. Zijn listen waren Paulus niet onbekend. Hij probeerde op alle mogelijke manieren hem er onder te krijgen. De duivel had de ganse wereld aan zijn kant. Niet alleen de goddeloze, maar ook de schijnvrome wereld. En het eigen boze vlees dat stond ook al aan de kant van de vijand. Want dat wordt nooit bekeerd. Wie de vijand kent, er mee te maken krijgt, voert geen schijnoorlog. Het is geen oorlog uit een boekje, of zoals je die op een film kunt zien. Neen, het is een oorlog in werkelijkheid. Men dient dag en nacht op zijn hoede te zijn. De hoofdvijand heet niet voor niets de “vorst der duisternis”. Hij werkt graag in de duisternis. De strijd is menigmaal zo zwaar dat de oprecht vrome vreest nog eenmaal te zullen omkomen. En als er geen Drieënig Gods was, het zou ook zeker gebeuren. Doch die Drieënige God is een Toevlucht en Sterkte. Hij wordt krachtig bevonden een Hulp in benauwdheid te zijn. Hij is Israels God, Die krachten geeft. Van Wie al het volk zijn sterkte heeft. Hij volbrengt Zijn kracht in de zwakheid van die oprechte vromen. En dan zijn ze machtig. Zij krijgen van hun God en Koning ook een wapenrusting. Je kunt hem beschreven vinden in Efeze 6. Het is de moeite waard om van dat geestelijk tuighuis kennis te nemen. En dat niet alleen. Het is nog belangrijker de raad die er gegeven wordt, ter harte te nemen: “Doet dan aan de gehele wapenrusting Gods, opdat gij kunt staan tegen de listige omleidingen des duivels. Want wij hebben de strijd niet tegen vlees en bloed, maar tegen de overheden, tegen de machten, tegen de geweldhebbers der wereld, der duisternis dezer eeuw, tegen de geestelijke boosheden in de lucht.....”

Alleen in die wapenrusting kan men staande blijven, en de overwinning behalen. Niet een keer, doch iedere keer weer. Want als de vijand eens wordt afgeslagen, dan is hij nog niet verslagen. O zeker, het is een overwonnen vijand. Doch in de aftocht, en daardoor des te venijniger. De strijders weten er van. Elke oprechte vrome maakt er kennis mee. Het is waar, de een meer dan de ander. Doch zonder strijd is niemand. Zonder strijd wordt ook de kroon niet verkregen. Die wordt alleen uitgereikt aan hen die wettig hebben gestreden. Dat is overeenkomstig de regels, die in het strijdperk van dit leven gelden. En dat is, dat men het nooit van eigen krachten moet verwachten. Die moet men verachten. Zo wordt het op Jezus school, de krijgsschool geleerd. En wie het van de Heere alleen verwacht, die wordt niet beschaamd. Hoe lang de strijd ook duurt. Hoe bang die strijd ook is, het einde van die man zal vrede zijn. Dat wil zeggen: Aan die geestelijke strijd komt eens een einde. En dat is er als de strijder de laatste adem uitblaast. Dan blaast de vijand de aftocht. En dan voor goed. Dan kan de duivel zulk een oprechte vrome nooit meer aanvallen, nooit meer benauwen. Dan kan de wereld nooit meer met haar aanlokselen bekoren. Dan zijn zelfs de vijandige huisgenoten - en dan in dubbele zin - uitgestreden. “In dubbele zin”, wat betekent dat? vraagt iemand. Het betekent enerzijds de natuurlijke huisgenoten. Dat kunnen ouders, kinderen, broers en zusters zijn. Doch anderzijds zijn het de huisgenoten die zich schuil houden binnen de wanden van het eigen hart. En die huisgenoten kunnen van binnen geweldig te keer gaan. Het is het boze bestaan dat elke oprechte vrome met zich mee moet blijven dragen tot zijn dood toe. Doch in het uur van de dood, het einde op deze aarde, wordt men ook daarvan verlost.

”Let op de vrome en zie naar de oprechte, want het einde van die man (vrouw, jongen of meisje, gelukkig is er voor dat strijdend leger geen leeftijd aan gegeven), zal vrede zijn.

Eeuwig vrede. Dan wordt de wapenrusting afgelegd. Die is dan niet meer nodig. Dan wordt het feestkleed aangetrokken, de palmtak van de overwinning in de hand gegeven en de kroon op het hoofd gezet. Om dan eeuwig met de Koning te zitten in Zijnen troon, om dan met Hem als koning te heersen. “Vrede”. Welk een woord! Het is een vrede die alle verstand te boven gaat. Het is een vrede die de wereld niet kent, heeft noch geeft. Het is de eeuwige vrede die de oprechte vrome ten deel valt. Zij wordt beleefd in het eeuwige vrederijk, waar de Vredevorst eeuwig de scepter zwaait. Het is daar waar de leeuw met het lam verkeert. Waar de berin en de koe te samen nederliggen. Waar een klein kind zich vermaken zal in het hol van de adder. Het is die nieuwe aarde onder die nieuwe hemel. Daar zal niemand iemand enig leed doen. Daar kan de duivel niet komen. Daar is de wereld buitengesloten. Daar heeft het boze vlees alle macht en kracht voorgoed verloren. Daar zijn geen nachten meer, die wakend moeten worden doorgebracht. Daar zijn geen ziekten en geen pijnen meer. Daar is niets anders dan eeuwige vrede, eeuwige vreugde, eeuwige blijdschap. Daar is volmaakt waar, waar profetisch van is getuigd in Ps. 72 : 2, 4:


De bergen zullen vrede dragen,
De heuvels heilig recht;
Hij zal hun vrolijk op doen dagen
Het heil. hun toegezegd.
’t Ellendig volk wordt dan uit lijden
Door Zijnen arm gerukt;
Hij zal nooddruftigen verblijden; Verbrijz’len.
wie verdrukt.


’t Rechtvaardig volk zal welig groeien; Daar twist en wrok verdwijnt.
Zal alles door de vrede bloeien,
Totdat geen maan meer schijnt.
Van zee tot zee zal Hij regeren.
Zover men volken kent;
Men zal Hem van d’Eufraat vereren. Tot aan des aardrijks end.


Als we aan het einde van deze ontmoetingsdag zo naar huis mogen gaan, kunnen we in vrede heengaan.

Het is dus wel de moeite waard: “Let op de vrome, en zie naar de oprecht, want het einde van die man zal vrede zijn.”

P.S.

Daar vanwege tijdgebrek niet alles gezegd kon worden, wat we zo ongeveer overdacht hadden, geven we het hier maar wat uitgebreider weer, ten gerieve van de bezoekers en mocht het zijn tot stichting van allen.

We mochten aan het einde van de dag nog verschillende nieuwe abonnees noteren. In de lijn van het geschrevene mogen we dit een bevredigend resultaat noemen.

Het is heel eenvoudig. U stuurt maar een naamkaartje naar de heer A. Beukers, Toussaintplein 20, 2406 XL Alphen a.d. Rijn. Je schrijft er bij datje abonnee wilt worden. En alles komt voor elkaar. Je zult er vast geen spijt van hebben.

Uw aller vriend,

Dit artikel werd u aangeboden door: Bewaar het Pand

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 31 augustus 1989

Bewaar het pand | 6 Pagina's

Let op ... !

Bekijk de hele uitgave van donderdag 31 augustus 1989

Bewaar het pand | 6 Pagina's

PDF Bekijken