Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Afscheid van Driebergen

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Afscheid van Driebergen

9 minuten leestijd

Donderdagavond 21 september j.l. nam Ds. P. van Zonneveld afscheid van de gemeente van Driebergen vanwege vertrek naar Scheveningen. Na het uitspreken van votum en zegenbede werd gezongen Psalm 74 de verzen 15 en 12. De Schriftlezing was Hebreeën 8. De tekst voor deze afscheidsdienst waren de verzen 1 en 2 van het voorgelezen hoofdstuk. Vervolgens werden er enkele woorden gericht tot de gemeente waarin naar voren werd gebracht dat afscheidnemen aangrijpt, dat het diep ontroert. Ook in een afscheidsdienst staat het Woord centraal. Het Woord Gods is de rijkdom van de gemeente. We zijn afhankelijk van de werking van de Heilige Geest, ie dat Woord doet verstaan. Door de diepe van in Adam kunen wij vanuit onszelf immers dat Woord nooit meer verstaan. Daarom is het gebed nodig. Na het uitspreken van het gebed werd gezongen Psalm 89 de verzen 7 en 8. Hierop volgde de preek. De dag van de intrede, 3 okt. 1984, was een vreugdedag voor de gemeente van Driebergen. Na 5 jaar is het moment van afscheidnemen gekomen. De Heere riep naar Scheveningen. Dit geeft wederzijds verdriet. Voor meerderen kon het eigenlijk niet en het moet toch. Het is een wonder dat 5 jaar het Woord bediend mocht worden. Het is niet zo dat een predikant een preek zomaar uit zijn mouw schudt en door een ieder geliefd zou zijn. De boodschap staat immers haaks op de mens. De mens wil omhoog, hij wil naar de hemel, hij wil niet omlaag. De boodschap van genade mocht ruim verkondigd worden: niemand is op zichzelf genomen te zondig en te goddeloos. Zonde en genade, Wet en Evangelie werden verkondigd. Bent u geworpen op de belovende God, Die het zegt in Zijn Woord: ”Doe uw mond wijd open en Ik zal hem vervullen”? Het Woord roept weerstand op want de mens is zo diep gevallen. Hij wil gronden zoeken in zichzelf, in zijn gestalten en gevoelens. Alle leunsels moeten weggeslagen worden opdat Christus gestalte krijge. In Hebr. 8 : 1 staat: ”De hoofdsom nu der dingen waarvan wij spreken”. Dat wil zeggen: Houdt dit vooral vast, hier komt het op aan. Dat geldt vanavond ook. Er is in 5 jaar veel gepreekt, vanavond krijgt u als het ware een samenvatting. We gaan nadenken over: CHRISTUS IN HET HEMELS HEILIGDOM.

1. Zijn heerlijkheid. 2. Zijn plaats. 3. Zijn bediening.

1. Zijn heerlijkheid. Dit wordt verwoord in vs. lb: ”Die gezeten is aan de rechterhand van den troon der Majesteit in de hemelen.” Letterlijk staat er: Is gaan zitten. Dit ziet op de hemelvaart. Christus is gaan zitten aan de rechterhand van de troon der Majesteit in de hemelen. God zit op die troon. Sterven is voor die troon verschijnen, betekent God ontmoeten. Kan het? Christus is na de weg van diepe vernedering uitermate verhoogd geworden. Na Gethsemané en Golgotha is Hij nu gezeten aan de rechterhand van de troon der Majesteit. Hij is de Koning der koningen. Misschien zijn er die zich afvragen: Hoe zal de toekomst zijn? Hoe zal het gaan met het nageslacht? Misschien bent u vreesachtig en kleingelovig? Christus regeert! Bent u onbekeerd? Christus maakt tot dienstknechten van God. Leeft er verzet tegen de Heere in uw hart? Is uw vraag: Hoe kom ik ooit tot God bekeerd? Zie eens naar Paulus! Zijn uw kinderen vijanden van God? Roep toch eens tot die Koning voor Wie niets te wonderlijk is. Die Koning regeert, daarom is er een Kerk en blijft die Kerk bestaan. Die Koning is van Israëls God gegeven.

2. Zijn plaats.

Christus is in het hemels heiligdom, in de war tabernakel. De tabernakel in het Oude Testament was daar een afschaduwing van. In de tabernakel en later in de tempel woonde God. Het voorhangsel tekende de zondaarspositie van Israël. De tabernakel in het Oude Testament was schaduwachtig, de ware tabernakel is Boven. Daar is de Priester Jezus Christus. Bij de hemelvaart is Hij Bedienaar van het hemels heiligdom geworden. De tabernakel en later ook de tempel waren als op tekening gegeven en zo naar het gebod Gods door mensen gemaakt. De ware tabernakel is niet door mensen gemaakt, maar door God Zelf. God heeft Christus daar geplaatst. Het zou niet onrechtvaardig zijn wanneer het gehele mensdom verworpen zou zijn. Christus is neergedaald en opgevaren om Priester te zijn in het hemels heiligdom. Vindt u het jammer dat Christus niet meer op aarde is? Bedenk dan dat hemelvaart vooruitgang betekent. Er staat immers: ”Wij hebben zodanigen Hogepriester” Dat leidt tot de derde gedachte:

3. Zijn bediening.

In het Oude Testament werden er dieren geofferd. Eenmaal per jaar op de Grote Verzoendag ging de Hogepriester bloed sprengen in het heilige der heiligen vanwege de zonde. Tot het werk van de priester behoorde ook het bidden en het zegenen. Zo is Christus in de hemel tot vandaag toe. In het Oude Testament moest steeds opnieuw geofferd worden. Het offer van Christus is eenmalig. Hij heft Zijn doorboorde Handen op en bidt voor Zijn volk. Door Zijn gebed houdt hun geloof niet op. Simon is zalig geworden door de bede van deze Hogepriester. Er komt niets van de mens in aanmerking. Het is niet zo dat eerst een bepaald iets bereikt dient te worden, een bepaalde mate van vroomheid of bekering. De Heere leert Zijn Kerk juist dat het voor eeuwig verloren zou zijn als het van hen zou afhangen. De zaligheid is alleen door het werk van Christus. Werkheiligheid komt niet in aanmerking. De Heilige Geest snijdt af, doet verlorenheid, onmogelijkheid en onwaardigheid inleven. Alleen door Christus wordt de rechtstroon een genadetroon. Het behoorde ook tot de taak van de priester om te zegenen. Christus zegent met alle geestelij ke zegeningen. We hebben hierbij te denken aan de Pinksterdag. Christus is zegenend opgevaren. Wat is het gemakkelijk om zalig te worden: er komt geen zucht van de mens in aanmerking. Weet u dat er verzoening noodzakelijk is? Vijf jaren heb ik u willen bewegen tot het gebed: O God, wees mij de zondaar genadig. Wie daarmee te doen krijgt maakt zich niet meer zo druk om anderen. Hij maakt zich er niet meer zo druk over of een ander al of niet terecht aangaat aan de bediening van het sacrament van het Heilig Avondmaal. Daar probeert de duivel u mee bezig te houden. De vraag gaat leven: ”Wat zullen wij doen, mannen broeders?” Dan word ik de persoon die Christus heeft uitgeworpen. Misschien zijn er die zeggen: Ik wacht al zolang op bekering. God moet het doen, wij zijn vijanden en willen niet. Uw bede zij: Heere, dat U Uw zegenende handen over mij en mijn kinderen zou uitbreiden. We hebben vandaag zoveel. Maar bedenk wel dat het voorwerpelijke onderwerpelijk moet worden. De dienaar kan weg, maar de zegenende Handen blijven.

Kleinen, ik weet van uw begeerte. Zie niet in uzelf, zie naar Boven, waar de Koning-Priester is. Christus verlaat Zijn Kerk nooit. Hebt u zorgen? Christus zal het u aan niets doen ontbreken. Op een avond als deze geldt: Gods weg is in het Heiligdom. Bedenk dat niemand Christus van Zijn plaats kan krijgen. Christus is Koning-Priester. Aan Hem mogen we elkaar vanavond overgeven. Hij zal nooit beschamen, die het van Hem verwachten. Amen.

Op uitdrukkelijk verzoek Ds. van Zonneveld werd hij alleen toegesproken door oud. Maasse van de kerkeraad van Driebergen. Hij sprak ervan dat banden wel kunnen rekken, maar niet verbroken kunnen worden. Hij gewaagde ervan dat de prediking voor hem niet zonder vrucht was gebleven. Als arm zondaar was hij verwaardigd geworden een rijke Christus te mogen zien. Dan kan het weleens leven in het hart: O Heere, wanneer komt die dag dat ik bij U mag wezen en zien Uw aanschijn geprezen. Weleens blijdschap dat die dag al naderbij komt. Het is bedroevend dat de Kerk zich vaak zo vermaken kan in de wereld. Oud. Maasse sprak van predikanten die in het verleden het Woord Gods verkondigd hebben in Driebergen en nu al in de eeuwigheid zijn. Het zal wat zijn als al die prediking tegen ons zou moeten getuigen. Dan zou het Sodom en Gomorra verdraaglijker zijn danulieden. Hij sprak de wens uit dat er in Scheveningen vele paarlen gehecht zouden mogen worden aan de Middelaarskroon van Christus. Hij wenste Ds. van Zonneveld veel bediening en overname toe. Wat is het groot wanneer een arme hond een kruimeltje genade mag ontvangen. Indien er honger mag zijn in de bank, dan zal er voedsel zijn op de preekstoel. Ook Mevr. van Zonneveld en de kinderen werden hartelijk dank gezegd. Mevrouw van Zonneveld is haar man tot steun geweest. Ook de gemeente werd aangesproken door Oud. Maasse. Wat hebben wij met het Woord gedaan? De Heere geve gebed aan gemeente en kerkeraad om een eigen Herder en Leraar. De gemeente werd opgewekt ook de ’leesdienst’ trouw te bezoeken. De predikant werd toegezongen Psalm 121 : 3 en 4.

Vervolgens sprak Ds. van Zonneveld een dankwoord uit. Er waren banden gevallen om des Woords wil. Het was bemoedigend te horen spreken vanuit de volheid van het gemoed. Hij wenste de kerkeraad wijsheid en liefde toe. Er waren Aärons en Hurs in de gemeente. Daardoor kreeg ik kracht van Boven om het werk te mogen doen. Zijn Naam moet eeuwig eer ontvangen. Ik hoop dat u spoedig weer een eigen Herder en Leraar zult hebben. Catechisanten, zondagsschool en Bijbelkring werden toegesproken. De koster en de organisten hartelijk dank gezegd. De consulent Ds. Vlietstra, die niet aanwezig kon zijn vanwege de Generale Synode, werd Gods zegen toegewenst. De Heere zegene ook de classis Utrecht. Weldra zal ik in Scheveningen het Woord mogen bedienen. De Heere heeft mijn hart overgebogen. Ik zal geen dienstknecht van mensen zijn. De prediking is altijd een ergernis en een dwaasheid. De Heere brenge ons te zijner tijd bijeen.

Na deze woorden werd het dankgebed uitgesproken. Gezongen werd Psalm 33:11 waarna voor het laatst als eigen Herder en Leraar de zegen werd uitgesproken.

Na het uitspreken van de zegen werd een afscheidscadeau aan de fam. van Zonneveld overhandigd. Ds. sprak enkele woorden van hartelijke dank.

Ds. A. van Heteren

Het verslag van de bevestiging en intrede van Ds. P. van Zonneveld te ’s-Gravenhage-Scheveningen, zal in het volgende nummer worden opgenomen.

Dit artikel werd u aangeboden door: Bewaar het Pand

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 oktober 1989

Bewaar het pand | 6 Pagina's

Afscheid van Driebergen

Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 oktober 1989

Bewaar het pand | 6 Pagina's

PDF Bekijken