Bekijk het origineel

Van de enige voorbidding van Christus 1.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Van de enige voorbidding van Christus 1.

5 minuten leestijd

Er is niemand zo gelukkig als een kind van God, ook al voelt hij zich menigmaal ongelukkig. Er is ook niemand zo ongelukkig als hij die voor eigen rekening staat, ook al voelt hij zich menigmaal gelukkig. Een onbekeerd mens heeft Gód tegen - hij is het zich niet bewust. Als er geen verandering komt zal hij zich dat vroeg of laat bewust worden - en dan voor eeuwig het pijnlijk gevoel: ik heb Gód tegen.

Het kind des Heeren zal het licht opgaan; hier in beginsel en straks volkomen. Hij ligt voor rekening van een Drieënig God. Dat wordt hij op de school des Heiligen Geestes van lieverlee bewust. En het wordt een onuitsprekelijk wonder voor hem.

Eén der heilsgoederen voor degenen die God vrezen - en dat hen tot zulk een gelukkig volk maakt - is dat van de enige voorbidding van Christus. Gods volk heeft een hemelse Advocaat, een goddelijke Pleitbezorger, een machtige Voorbidder.

Dat betekent in ieder geval reeds dit: zij hebben Iemand Die aan hen denkt, voor hen zorgt, voor hen bidt. Ze staan niet alleen; niet in dit leven; niet in de ure van het gericht. We kunnen zelfs zeggen: van eeuwigheid tot eeuwigheid valt Gods volk voor rekening van een Ander; zij heeft een Middelaar; zij heeft Christus - en in Hem ligt zij voor rekening van de eeuwige God.

Laat ons samen mogen afdalen in deze goudmijn van vertroosting en zaligheid; het zal de wederliefde in het hart van al de Zijnen verlevendigen. En onbekeerden zou het tot jaloersheid mogen brengen!

Uitgangspunt is artikel 26 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis. U doet er goed aan dit artikel eerst rustig voor uzelf te lezen. Het kan geen kwaad er op te wijzen dat onze geloofsbelijdenis niet een zakelijke uiteenzetting is van de waarheid, maar hier spreekt het waar, zaligmakend geloof.

De eerste woorden van het artikel vallen als het ware met de deur in huis en raken de noodzaak van een Voorbidder: “Wij geloven, dat wij geen toegang hebben tot God, dan alleen door de enige Middelaar en Voorspraak, Jezus Christus, de Rechtvaardige”.

Als de Heere ons de ogen opent, leren wij zien, dat wij in onszelf geen toegang hebben tot God. Dit is niet aan God te wijten, alsof Hij streng en onredelijk en afstandelijk zou zijn. De oorzaak van dit ’verboden toegang’ ligt geheel en al bij de mens. Door de val in Adam heeft de mens zichzelf de omgang met de Heere onmogelijk gemaakt. Zie Jesaja 59:1 en 2. Daar lezen we: “Ziet, de hand des HEEREN is niet verkort, dat zij niet zou kunnen verlossen; en Zijn oor is niet zwaar geworden, dat het niet zou kunnen horen. Maar uw ongerechtigheden maken een scheiding tussen ulieden en tussen uw God, en uw zonden verbergen het aangezicht van ulieden, dat Hij niet hoort”.

De zonde maakt scheiding; God kan daar niet ’overheen’. Wel, daar heeft een natuurlijk mens geen hinder van; hij heeft niet zo’n last van zijn zonden; hij stapt er gemakkelijk overheen; of zijn oog is er in farizeïstische zin voor gesloten. Maar hier spreekt het ware geloof: Wij hebben geen toegang tot God vanwege de zonde.... Onze geloofsbelijdenis zet echter geen punt; geen toegang, dan alleen.... Er is door Gods genade tóch een toegang, een mogelijkheid van naderen. Die mogelijkheid ligt verklaard in Christus, de Weg. Hij is de Weg van God tot de mens: Hij moet ook worden: de Weg van mij tot God. Een andere weg is er niet.

Om Middelaar te kunnen zijn moest de Zoon van God Méns worden. Indien dit niet was gebeurd, zo ware ons de toegang gesloten. Nu is hij tegelijk God en Mens. Wij herinneren aan het onderwijs dat de Heidelberger hiervan geeft. Welnu, Zijn Godheid moet ons niet afschrikken. Waarom niet? Omdat Hij Mens werd.... en nóg is! Aan de rechterhand van Hem, Die een ontoegankelijk licht bewoont, is gezeten de Méns Christus Jezus. Hij Die opgevaren is, is naar Efeze 4 Dezelfde Die ook eerst is nedergedaald in de nederste delen der aarde.

Mag ik u een vraag stellen? Werd het al eens Kerst voor u? Hebt u wel eens in aanbidding mogen nederknielen voor het vleesgeworden Woord? Maar wie mag ook nú, nu Hij verhoogd is aan ’s Vaders rechterhand, wel eens aanbiddend neerknielen? Hij is Mens, en Hij overbrugt daarin de oneindige afstand tussen de hemel en de aarde. De Kerk komt niet tot Hém, maar Hij komt allereerst tot de Kerk. Hij overbrugt de afstand, Mens zijnde! Waarom is mij de evangeliebeschrij ving van het aardse leven van Christus zo dierbaar? Omdat ik daaruit niet alleen weet hoedanig Hij tóen was, maar ook weten mag, hoedanig Hij nú is! “Jezus Christus is gisteren en heden Dezelfde en in der eeuwigheid”. (Hebr. 13 : 8). Och, en wie was er ooit bang voor Hem? Zelfs kinderen naderden onbevreesd tot Hem. God werd Mens, een goed Mens, een liefdevol Mens, een Mens zonder enige zonde of karakterfout. Voor Hem kan een zondaar zijn hart uitstorten en zijn hartsgeheimen kwijt; aan Zijn voeten kunnen zondaren neerknielen, melaats van de hoofdschedel tot de voetzool; Hij zal hen niet van Zich stoten.

Daar, aan de rechterhand des Vaders, zit de Méns, Jezus, de Zaligmaker. O, als de Kerk in het geloof mag staren op dit wonder dan mag zij wel eens uitroepen (zoals onze belijdenis het dan ook doet): Er is niemand die ons liever heeft dan Jezus Christus! Maar er is nog meer te zeggen. Daarover een volgende keer.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 april 1990

Bewaar het pand | 6 Pagina's

Van de enige voorbidding van Christus 1.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 april 1990

Bewaar het pand | 6 Pagina's

PDF Bekijken