Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Voor de jeugd

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Voor de jeugd

Nehemia 96

9 minuten leestijd

“Doch Gij, een God van vergevingen, genadig en barmhartig, lankmoedig en groot van weldadigheid, hebt hen evenwel niet verlaten....”.

Beste jongelui!

We gaan al weer naar het plein bij de Waterpoort te Jeruzalem. Mogelijk zegt deze of gene: Alweer! Ja, inderdaad. We hebben er al diverse keren verkeerd. Het is eigenlijk net als met het naar de kerk gaan. Daar gaan we ook iedere keer weer naar toe. En daar is het eigenlijk altijd hetzelfde. De gang van zaken is iedere kerkganger bekend. Misschien wel wat al te bekend. Want iets wat erg bekend is, zegt dikwijls niet zo veel meer. Dat is natuurlijk jammer. Je moet er steeds weer bijgebracht worden. Ik ga nu niet verder op de betekenis van het ”al weer” naar de kerk gaan in. Ik hoop dat julie me zullen begrijpen, wat ik bedoel met te zeggen, dat we al weer naar dat bekende plein gaan.

Daar is het goed. Want daar is een volk bezig met het belijden van schuld. En dat voor het aangezicht van een heilig God. Moeten we daar iedere keer weer bij bepaald worden? Ik dacht van wel. Want tegenover God hebben we altijd schuld. En die moet altijd beleden worden, willen we in de vergeving, die er bij God is, kunnen delen.

Schuldbelijden is geen kleine zaak. We kunnen dat met de mond doen, terwijl ons hart zich toch nog verre van de Heere houdt. Dan is het natuurlijk geen eerlijke schuldbelijdenis. God ziet het hart aan. Hij vraagt naar waarheid in het binnenste. Zal het waarheid in het binnenste worden, dan moet God er al weer aan te pas komen. Want van onszelf zijn we enkel leugen en bedrog. Zelfs tegenover God. Je zult zeggen: Hoe is het toch mogelijk? Inderdaad, dat mag je wel zeggen. Want het is een verschrikkelijke werkelijkheid. Een werkelijkheid, waarvan de waarheid wel op tegenspraak zal stuiten. Doch wie van Boven uit met zelfzelf is bekend gemaakt, zal het onderschrijven.

Wie oprecht schuld belijdt, zal zijn beeld terug kunnen vinden in hetgeen daar op dat plein plaats heeft gevonden. Het wordt gezegd dat God goed geweest is in verleden tijden voor dat “uitgeleide volk”. Het zou de Heere moeten dienen. Doch het deed dat niet. Het was wederspannig. Zij verlangden zelfs terug naar het diensthuis, naar Egypte. Dat was geen geestelijk begeren, gewerkt door de Heilige Geest, doch het was een vleselijk begeren, gewerkt door de boze geest. Het vlees begeert tegen de Geest en de Geest begeert tegen het vlees. Zo heeft Paulus het eens gezegd. Die twee staan tegenover elkander. Mogelijk dat jullie daar ook iets van kunnen begrijpen. Want als men uit de wereld gehaald is en “blijmoedig” uitgetrokken is, dan heeft de wereld zijn aantrekkingskracht nog niet verloren. Dan kan men door de “aanlokselen van de wereld nog bekoord worden”. Daar is de beste zelfs niet van uitgesloten. Denk maar aan David, toen hij wandelde op het dak van zijn paleis. Door hetgeen zijn oog zag, werd zijn vleselijk begeren opgewekt, met als gevolg de vreselijke zonden, die ik bij jullie allemaal bekend acht. Onthoud het maar dat een mens nergens te goed voor is. Zelfs de beste van Gods kinderen niet. Wanneer dit goed overdacht wordt, wordt het een wonder wat er in de tekst, hierboven, geschreven staat.

“Doch Gij, een God van vergevingen, genadig en barmhartig, lankmoedig en groot van weldadigheid, hebt hen evenwel niet verlaten”. God is een God van vergevingen. Het staat in het meervoud. Vergeet dat niet. Want alles heeft betekenis. Hij vergeeft niet slechts één keer, Hij doet dat iedere keer weer. Daar is bij de Heere veel vergeving. Wat een wonder! En als God vergeeft dan doet Hij dat radikaal. Dan doet Hij dat terwille van het offer, dat in het oude testament gebracht werd, en dat heenwees naar dat ene volmaakte Offer, dat God Zelf gegeven heeft in Zijn Zoon, Die ook Zichzelf gegeven heeft, om als een lam ter slachting te worden geleid, terwijl Hij als een schaap dat stemmeloos is voor het aangezicht zijner scheerders, Zijn mond niet opendeed. Daar wordt in de lijdensweken, waarin we nog verkeren, nu ik dit schrijf, steeds weer bijzonder aandacht een besteed. Dat gebeurt, opdat we zouden bedenken, dat het vergeven niet zo maar een zaak is. Neen, want de schuld is zwaar. Zij is van de mens uit gezien, onbetaalbaar. Wie kan die dure prijs der ziel, dat rantsoen; Aan God in Tijd, noch eeuwigheid voldoen? Niemand, niemand, niemand! Ja, toch Iemand! Die Iemand, is niemand anders dan de Heere Jezus Christus. Die heeft de prijs van Zijn leven er voor opgebracht. Wie dat verstaat, komt in verwondering van de vergevende liefde van God, die zó groot is, dat Hij Zijn Eniggeboren Zoon niet gespaard heeft, om verloren zonen en dochteren te kunnen sparen. Verder worden verschillende deugden van God geroemd. De in de tekst genoemde deugden van genade, barmhartigheid, lankmoedigheid en weldadigheid, worden ook wel “Wezensnamen” genoemd. Het zijn namen die ons iets te kennen geven van het Goddelijke Wezen. Van de grootheid en de oneindige goedheid van God. Daar zijn nog veel meer van die Wezensnamen dan de hier genoemde. Doch daar ga ik nu maar niet verder op in. Het is echter wel zaak, dat wij ze in gedachten hebben. Want het heeft te maken met het “kennen” van God en van “Zijn Zoon”. Daar is het eeuwige leven mee gemoeid. Want dit is het eeuwige leven, dat zij U kennen en Jezus Christus, Dien Gij gezonden hebt. Joh. 17 : 3. Wie prijs stelt op het heil van zijn onsterfelijke ziel, kan hier niet onverschillig aan voorbij gaan.

Dat God genadig is en barmhartig, laten ons het innerlijk van God zien. Hij is genadig, wat zo van pas komt bij mensen, die de dood hebben verdiend. Ja echt, de dood hebben verdiend. Hij is barmhartig, dat is innerlijk met ontferming bewogen, ten opzichte van mensen, die van Hem afgevallen zijn. die tegen Hem opgestaan zijn. Het is eigenlijk onvoorstelbaar, dat God zó is, terwij 1 Hij van niemand van de mensen afhankelijk is. Denk daar maar eens over na.

Hij wordt ook gezegd “lankmoedig” te zijn en “groot van weldadigheid”. Zijn lankmoedigheid wijst op Zijn geduld. Hij is traag tot toorn. Hij straft niet dadelijk. Hij stelt de straf uit, zeer lang. Soms 80 jaren of nog langer. Vraag je maar eens af hoe oud je al bent. En bedenk dan dat elke zonde een strafwaardige daad is. Hoe groot is dan Zijn lankmoedigheid, als Hij tot nu toe niet gehandeld heeft naar je zonden? Als je daarover denkt, begint het je te duizelen. Veel mensen ontlenen aan de lankmoedigheid Gods een zekere vrijmoedigheid, of liever: Brutaliteit, om maar door te zondigen. Ja men komt zelfs zo ver, dat men gaat denken dat God niet straft, nooit straft. Dat Hij eigenlijk niet bestaat. Men kan door de lankmoedigheid van God zelfs in de problemen komen. Ik denk aan Asaf. Dat was een man die God kende. Doch hij begreep er niets meer van. Want de godelozen, die straf hadden verdiend, kregen het helemaal niet, terwijl hij, die, naar hij dacht, het niet verdiend had, toch iedere ker weer met Gods slaande hand te doen kreeg. Doch toen zijn ogen er voor open gingen, kreeg hij het anders te zien. Want al is de lankmoedigheid van God groot. Al stelt Hij de welverdiende straf uit, eenmaal komt het toch. En dan zal de straf des te zwaarder zijn, als men van de lankmoedigheid van God geen gebruik heeft gemaakt. Ja, deze heeft misbruikt, om maar door te zondigen. Want dan heeft men jaren de tijd gehad om zich te bekeren. En dan die tijd niet gebruikt te hebben, hoe vreselijk zal het dan zijn, terecht te moeten komen in de handen van God, Die wel lankmoedig is, doch Die ook rechtvaardig is. Dan zal men naar het rechtvardig oordeel Gods, om eigen schuld voor eeuwig moeten omkomen. Wanneer je dus nog onbekeerd bent, laat de lankmoedigheid Gods je dan dagelijks een wonder zijn. Want dan gaat er van Zijn lankmoedigheid elke dag een prediking tot je uit, namelijk dat Hij geen lust heeft, nog! geen lust heeft, in de dood van de goddeloze. Doch dat Hij daarin lust heeft, dat de goddeloze zijn weg verlaat, de brede weg namelijk, om zich vervolgens te bekeren tot de Heere, Die barmhartig en genadig is, en groot van goedertierenheid.

Ja, God is groot in alles. Dat zegt dat laatste woord in vers 17 ”en groot van weldadigheid”. Dat wijst er op dat God aan misdadigers weldaden bewijst. Hij doet elke dag goed aan slechte mensen. Wie zou het doen? God doet dat. Wie daar oog voor krijgt, wordt klein onder de weldaden, die God geeft in natuurlijk en geestelijk opzicht.

“Hebt hen evenwel niet verlaten”. Dat was wel verdiend. Niet ene keer, doch wel duizend keer en meer. God had het volk kunnen verlaten, voor goed, voor eeuwig. Dat was verdiend. Doch Hij deed dat niet. De grond hiervoor ligt in Zijn Zoon Die het heeft moeten ondervinden van ”God verlaten” te zijn. Dat heeft Hij uitgesproken in het vierde kruiswoord. Opdat zondaren door Hem zouden kunnen worden aangenomen. Dat is toch een wonder! Ik wenste wel het nog nader, indringender onder de aandacht van de lezers te brengen, opdat we daardoor alle goede gedachten omtrent onszelf zouden verliezen, en alleen maar goede gedachten omtrent God zouden overhouden. Looft de Heere, want Hij is goed.... Dat deed men daar op dat plein. Doen jullie dat ook? Misschien wel onder de dekens. Gelukkig, God is overal. Ook dáár, waar jij goed mag denken over God, al was het terwijl je ligt te sleutelen onder een auto.

Jullie aller vriend,

Dit artikel werd u aangeboden door: Bewaar het Pand

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 april 1990

Bewaar het pand | 6 Pagina's

Voor de jeugd

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 april 1990

Bewaar het pand | 6 Pagina's

PDF Bekijken