Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Van de enige voorbidding van Christus 4.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Van de enige voorbidding van Christus 4.

4 minuten leestijd

Moet Gods kind het niet toestemmen: “Zonder Mij kunt gij niets doen”? Hij heeft Christus nodig in alles wat tot het tijdelijke en eeuwige leven behoort. Leeft Hij immers niet om hetgeen Hij heilshistorisch verwierf, nu ook heilsbevindelijk toe te passen en uit te delen? Velen hebben aan het heilshistorische genoeg. Je moet geloven dat de Heere Jezus voor onze zonden gestorven is en klaar. Maar: ik moet van dood levend gemaakt worden. Door Woord en Geest. Het Woord van Chrisus en de Geest van Christus. Ik moet aan mijzelf ontdekt worden. Ik moet verlegen worden om God. De weg moet aan mij gewezen worden. Christus moet mij geopenbaard worden. Christus moet mij in mijn schuld en ongeluk gepast, dierbaar en noodzakelijk worden. Ik moet vrijspraak ontvangen. Ik moet van stonde af aan bewaard worden. Gedurig geleid worden. Vastgehouden worden. Helemaal en totaal zalig gemaakt worden. O nee, ik ben geen stok en blok. Ik ga het begeren. Ik ga er naar uit. Maar zelf vermag ik niets. Zelf werk ik krachtens mijn verdorven natuur slechts tegen. Als er niet een Zaligmaker was, Die Zijn hart had gezet op mijn behoud, ik was verloren!

Welnu, zulk een volkomen en bereidwillige Zaligmaker is er. O ja; ondanks Zijn werk verkeer ik zelf wel eens op satans zeef. “Maar Ik heb voor u gebeden dat uw geloof niet ophoude’. Ik dwaal nog zo menigmaal rond als een dwaalziek en eigenzinnig schaap. Maar dan toch inwendig o zo ongelukkig. De hemel maakt me dan ongelukkig. Anders gezegd: Christus neemt de smaak uit de zonde weg. O God, wat ben ik er toch voor één. Ik wist niet dat ik nog zó was. De hemel trekt; dwingt me weer - o zo liefelijk - op mijn knieën; ik ga weer schreien: O God, wees mij, zondaar, genadig.

Met het manna van gisteren kan ik het niet meer doen. Christus zendt er de wormen in. Hij ziet me zo gaarne arm en verlegen aan Zijn troon: O lieve Heere, geef mij wat. Och, dat zich Uw heil aan mij mocht openbaren. En als ik dan ooit nog eens mijn ogen zou mogen opslaan in het Vaderhuis daarboven, en ze zouden mij vragen: zeg, hoe ben jij hier gekomen? Dan zal ik zeggen: dat heeft de Heere Jezus zo gewild. En waarom wilde Hij dat? Dat weet ik niet, hoor. Ik weet wel dat ik eerst dood was en nu leef; eerst was ik blind en nu zie ik. Eerst zonder God en Christus. Nu voor eeuwig tesamen....

Er is niemand zo gelukkig als een kind van God, ook al voelt hij zich menigmaal ongelukkig. Hij valt voor rekening van Christus en in en door Hem voor rekening van God de Vader. Het kind van God staat in zichzelf schuldig; en heeft nergens recht op dan op de dood. En toch is er Iemand, Die hem liefheeft, al van eeuwigheid.

O nee; dat ziet hij niet terstond. Als God hem door Woord en Geest de ogen opent, dan ziet hij eerst andere dingen. Ik ga zien hoe nameloos ongelukkig ik ben; hoe schuldig ik sta tegenover de Heere. Ik ga wel aan ’t werk hoor, om het goed te maken; maar zelfs al mijn gerechtigheden worden een wegwer-pelijk kleed. En ik leer Christus kennen als Hij Zich aan mij wegschenkt. Ik ga iets zien van Zijn algenoegzaamheid. Hij moet het Fundament mijner zaligheid worden - anders is het eeuwig kwijt.

En soms zie ik iets van het nameloos geluk. Dan kan ik het niet op. Want ik kan maar niet vergeten wie ik ben en blijf.

En als ik dan mag zien dat mijn zaligheid vast ligt in Zijn handen, Zijn gevouwen, doorboorde Middelaarshanden, dan mag ik wel eens roemen: Zo God voor ons is, wie zal tegen ons zijn? Die ook Zijn Eigen Zoon niet gespaard heeft, maar heeft Hem voor ons allen overgegeven, hoe zal Hij ons ook met Hem niet alle dingen schenken? Wie zal beschuldiging inbrengen tegen de uitverkorenen Gods? God is het, Die rechtvaardig maakt. Wie is het die verdoemt? Christus is het, Die gestorven is; ja, wat meer is, Die ook opgewekt is, Die ook ter rechterhand Gods is, Die ook voor ons bidt. Wie zal ons scheiden van de liefde van Christus? Amen.

Dit artikel werd u aangeboden door: Bewaar het Pand

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 mei 1990

Bewaar het pand | 6 Pagina's

Van de enige voorbidding van Christus 4.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 mei 1990

Bewaar het pand | 6 Pagina's

PDF Bekijken