Bekijk het origineel

5 December

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

5 December

8 minuten leestijd

Een maand geleden stond deze welbekende datum ook in de krant. Het was toen toekomende tijd. Nu staat hij weer in de krant. Doch nu is het verleden tijd.

Wat er in de tussentijd is gebeurd, weet u allemaal. Althans u kunt het weten.

5 December was de dag waarop onze eind-redakteur Ds. G. Blom mocht gedenken dat hij 40 jaren het ambt van verbi divini minister mocht bekleden. Voor wie dit vreemde woorden zijn, zij ter verduidelijking gezegd, dat het betekent: Bedienaar van het Goddelijke Woord.

Velen waren van heinde en verre gekomen om de jubilaris met dit heugelijke feit te feliciteren. Hun aanwezigheid was op zichzelf al een felicitatie voor onze oude vriend en broeder. Het kerkgebouw te Meerkerk was nagenoeg geheel gevuld. In die veertig jaren dat hij te Meerkerk heeft mogen staan, is er veel gebeurd. Wij zijn getuigen geweest van het feit dat hij bevestigd werd door Ds. P. de Groot, zijn voorganger. We zijn ook getuigen geweest (wij: Ds. M.C. Tanis en ondergetekende) van zijn intrede. Het was toen nog in het oude kerkgebouw. Dat is in de loop der jaren vervangen door een nieuw kerkgebouw, dat er wezen mag. De gemeente is in die tijd ook gegroeid. Toen hij er begon telde de gemeente 206 leden en doopleden, terwijl het er nu 356 zijn. De groei is groter dan die van het landelijk gemiddelde. Velen zijn overleden. Velen geboren, getrouwd, vertrokken, overgekomen enz. Allemaal woorden die in een gedachtenisuur gehoord worden.

De avond werd geopend door oud. Scherpenzeel. Hij liet zingen Psalm 1 15:1 en 6. Daarna ging hij voor in gebed en las Psalm 71. Dat is de ou-dedagspsalm. Daarna sprak hij een gloedvol openingswoord. waarin de gemeente gefeliciteerd werd met het feit dat zij 40 jaren onder de bediening van Ds. G. Blom heeft mogen verkeren. Ook werd Ds. G. Blom gefeliciteerd met het feit dat hij 40 jaren de gemeente heeft mogen dienen. Dat het één predikant gegeven is zolang in een gemeente te staan, en dat het een gemeente gegeven is zolang door dezelfde Ds. gediend te worden, mag wel tot de uitzonderingen worden gerekend. God heeft ten deze Zijn weldaden groot gemaakt. Het is een groot voorrecht te noemen dat God aan verloren Adamskinderen nog de blijde boodschap wil laten horen van de weg der ontkoming, ontsloten in Christus Jezus Zijn Zoon. Die daar in delen zijn de uitverkorenen die in de tijd worden toegebracht naar Gods vrijmachtig welbehagen. Dat is wel zo ongeveer de inhoud van het openingswoord.

Na het zingen van Psalm 77:7 beklom Ds. G. Blom de kansel om zijn gedachteniswoord te doen horen. Hij had het allemaal opgeschreven om niet te veel en ook niet te weinig te zeggen, welk gevaar aanwezig is, wanneer het woord spontaan gesproken wordt. Eén uur lang werd aandachtig geluisterd naar hetgeen hij ons had te vertellen. Hij zette de deur van zijn levenshuis voor ons open en leidde ons van kamer tot kamer. Hij deed dit niet hooggevoelende, maar veeleer nederig en vrezende. Namelijk om te weinig van Gods grote daden te vermelden en te veel van zichzelf. De bescheidenheid is een grote deugd, die onze broeder altijd gesierd heeft. Om te beginnen kwamen we in de kinderkamer terecht. Na de lagere school kwam hij op gemeentehuizen te zitten en door het volgen van cursussen klom hij steeds hoger op en heeft jaren lang de positie van gemeentesecretaris in Zaandam mogen bekleden.

De begeerte om predikant te worden was hem al lang eigen. Doch van zijn bekering en roeping, die er naar zijn vaste overtuiging wezen moet, was hij voor zichzelf niet aanstonds voldoende overtuigd, om de grote stap naar het admissie-examen te doen. Toen na een eervol ontslag achter zijn positie in de maatschappij een punt werd gezet, is hij verder theologie gaan studeren aan de V.U. te Amsterdam. Hij heeft daar zijn kandidaatsexamen mogen doen, en meldde zich daarna te Apeldoorn. In de tweede ronde werd hij daar aangenomen en na een jaar beroepbaar gesteld in onze kerken. Uit de 7 beroepen die op hem uitgebracht werden, werd Meerkerk gekozen. Gods voorzienige leiding heeft hij in alle dingen duidelijk mogen opmerken.

Hij werd bevestigd met Ez. 3:17: “Mensenkind, Ik heb u tot een wachter gesteld over het huis lsraëls; zo zult gij het woord uit Mijnen mond horen en hen van Mijnentwege waarschuwen“.

De volgende dag deed hij intrede met 2 Kron. 20:12b: “Want in ons is geen kracht tegen deze zo grote menigte, die tegen ons komt, en wij weten niet wat wij doen zullen; maar onze ogen zijn op U“. Echt een tekst, typerend voor onze broeder. Hij heeft veel gestudeerd, weet veel en heeft altijd hard gewerkt. Zijn stem is wel eens een handicap geweest, doch door spraaklessen is daar veel in verbeterd. 40 Jaren heeft hij met de gemeente Meerkerk lief en leed mogen delen. Vele malen is er een beroep op hem uitgebracht. Doch nimmer vond hij vrijmoedigheid om op een uitgebracht beroep in te gaan.

De wederwaardigheden van het leven zijn hem niet bespaard gebleven, mede gezien het feit dat hij in 1968 door een droevig ongeval zijn vrouw moest verliezen. Ernstige ziekten zijn ook in zijn leven voorgekomen. Donkere wolken hangen nog over zijn door de jaren heen uitgebreide familie. Daar er ook nu nog ernstige zieken zi jn, gedachtig aan een kleinzoon en een schoonzoon. De kinderen wonen zo ongeveer over de gehele wereld verspreid.

Na zo het een en ander van zijn gemeentelijke arbeid te hebben verhaald, alsook van de arbeid op andere plaatsen door hem verricht, werden we ook toegelaten in de kamer van zijn persoonlijk geestelijk leven. Dat is van het ambt niet te scheiden al is het daarvan wel onderscheiden. Zijn persoonlijk leven heeft zich gekenmerkt door hoop en vrees. Twijfel en zekerheid. Droeve en ook blijde dagen zijn hem gegeven. Doch de

Heere liet, ondanks zijn afmakingen, niet varen de werken Zijner handen. Daarom mocht hij staan tot op deze dag.

Ook het kerkelijke leven heeft hem zorgen gegeven. Niet bij een ieder vindt het Woord gerede ingang. Bij de jeugd is vaak veel onverschilligheid, wat de toekomst donker kleurt. Doch ook hier zal de Heere er voor instaan dat Zijn koninkrijk zal blijven komen, totdat de laatste uitverkorene zal zijn toegebracht.

Aan het einde van zijn betoog kon hij niet anders doen dan roemen in de goedertierenheden des Heeren, waarom ten besluite gezongen werd Psalm 118:1

“Laat ieder des HEEREN goedheid loven enz”. Daarna kreeg Ds. v.d. Ent gelegenheid om, mede namens de vrienden van Bewaar het Pand, de jubilaris te feliciteren. Hij deed dit op de hem eigen wijze. Elke vogel zingt tenslotte weer zoals hij gebekt is.

Na de nodige felicitaties aan jubilaris, de kinderen en de gemeente, met de beste wensen voor de toekomst, wat zijn persoon en familie betreft, voornamelijk zijn dochter Corrie, die met haar vader samenwoont, werd gewezen op wat de dichter van Psalm 103 zegt (ber.): “Vergeet geen van Zijn weldadigheden, Vergeet ze niet, het is God, Die ze u bewees”.

Vooral de woorden “God” en “u” werden er uitgehaald. God heeft niemand nodig. Nochtans wil hij “u”, een mens gebruiken. Met weldaden overladen, terwijl die mens toch niets anders dan een misdadiger is. Het woord “misdadiger” wordt meestal niet gereserveerd voor een dominee. Het is meer toepasselijk op terroristen en meer van dat soort. Doch wie met God in aanraking komt, leert zichzelf er niet te goed voor achten, gelijk die dichter moest belijden “’k Wil mijn “misdaan” die U tergen. Niet verbergen, Daar Gij alles ziet en weet”.

Dit maakt juist Hem zo dierbaar die met de “misdadigers” is gerekend, met Wie voor “misdadigers” is afgerekend. Dit maakt het ambt juist zo dierbaar, om van Hem te getuigen. Die als een “misdadiger” is gestorven, opdat “misdadigers” het eeuwige leven zouden kunnen beërven. Er schiet dan maar één naam over, waarvan getuigd moet worden. Dat is de naam van Jezus! Wie door het geloof in de prediking, het oog op Hem geslagen mag hebben, ziet niemand meer dan Jezus alleen.

Ds. Blom werd toegewenst, zolang als het God behaagt deze 85 jarige broeder nog te doen leven, daarvan rijk te getuigen.

Als bewijs van waardering werd hem door het stichtingsbestuur van Bewaar het Pand een boekenkast aangeboden met een daarbij behorende bureaulamp. Het was echter alleen nog maar per foto aanwezig.

Ds. G. Blom dankte hartelijk voor de gesproken woorden, die van hechte vriendschap getuigden en voor het hem aangeboden cadeau.

Oud. Scherpenzeel liet nog zingen Psalm 134:1 en

3. Het laatste vers staande.

Hierna ging Ds. v.d. Ent voor in dankgebed, waarna de aanwezigen gelegenheid kregen om de jubilaris persoonlijk te feliciteren. Daarna kon in de zaal ter afsluiting een kopje koffie worden gedronken met de nodige toebehoren. Het was nog een ogenblik van gezellig intiem samenzijn. Het was al met al een goede avond.

Soli Deo Gloria

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 december 1990

Bewaar het pand | 6 Pagina's

5 December

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 december 1990

Bewaar het pand | 6 Pagina's

PDF Bekijken