Bekijk het origineel

Bethlehem, broodhuis, huis van zegen

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Bethlehem, broodhuis, huis van zegen

7 minuten leestijd

Zij had gehoord, dat de Heere Zijn volk bezocht had, gevende hen brood. Daarom ging zij uit.

Een hele werkelijkheid wordt ons getekend in het eerste hoofdstuk van het kleine boekje Ruth. Hongersnood in het beloofde land. In het land dat volgens Gods belofte zou overvloeien van melk en honing. Zelfs in Bethlehem, een mooie naam, broodhuis, was gebrek. Het broodhuis was nood-huis geworden. Dit nu kan op zich niet losgezien worden van de zonde en afwijking van de Heere. In Deuteronomium 28 wordt hongersnood genoemd een gericht van God. Die werkelijkheid trof het land. Maar er is meer. We worden gewezen op diepe smart. In Moab werden drie graven gedolven. Men stierf niet van de honger, maar door een ziekte Drie weduwen leven samen in smart en rouw. Wat niet vermoed werd, waaraan niet gedacht werd, is gebeurd. In de bloei van het leven stierven de drie mannen, eerst de vader en daarna de beide zoons. Moeder Naomi is van het drietal de diepstgetroffene. In de rouwnacht komt er licht. De Heere geeft licht. Wat Naomi hoort, vanuit Israël, wat de Heere gedaan heeft, is voor haar licht in de rouwnacht. En wat voor haar licht is moeten we op ons laten inwerken. Zij had gehoord, dat de Heere Zijn volk had bezocht, gevende hun brood. Waar honger was, kwam weer brood. Het koren groeide. Het gaf verwachting. Nu een misgewas, of een misoogst voorbij. Welk een vreugde voor het volk.

Het gebeuren werd verteld over de grenzen. Het werd gehoord in de woonplaats van Naomi. Hoe? dat weten we niet, maar de Heere deed het. Hij wilde, dat ook Naomi zou horen van de goedertierenheid des Heeren. De Heere had Zijn volk bezocht met hongersnood, maar nu met zegen. Er is weer brood, ook in Bethlehem, de vorige woonplaats van Naomi. En die gave van brood mag niet gezien worden als een gewoon natuurverschijnsel. Naomi hoort het goed. De tijding komt niet, verbasterd, over. De Heere heeft daarvoor gezorgd. Naomi hoort de Heere heeft Zijn volk bezocht. De Heere heeft naar Zijn volk omgezien.

Het woord bezoeken heeft namelijk de betekenis van: omzien naar. Welk een zaak is dat. Welk een werkelijkheid. De Heere heeft naar Zijn volk omgezien. Omgezien is genade en barmhartigheid. Het evangelielicht valt in het donker van Israëls volksbestaan. En dat uit genade alleen. De Heere is bewogen in Zichzelf. Echter denkt Hij ook aan Zijn verbond, wat van geen wankelen weet. De Heere komt steeds op Zijn verbondswoorden terug en handelt ernaar. En dat is genade, genade alleen, want in Israël is geen enkele reden aanwezig, waarom de Heere weer zou moeten komen met Zijn gunsten, zelfs niet bij Naomi. Zij is immers ook uit de weg gegaan. Maar wat wordt merkbaar, zij kan niet langer leven, buiten het omzien des Heeren. Waar geestelijk leven is, zoekt het leven, leven met de Heere. Leven in vrede, in gemeenschap, in ontferming en liefde. Nu daar zag zij naar uit. Daar was het haar om te doen temidden van haar verdriet en gemis. Verstaan we dat ? Wat is voor ons het voornaamste? Ons hoogst verlangen? Ook in deze laatste weken van het jaar? Wat zoeken we, wat wensen we op de kerstdagen, op de oudejaarsavond? Wat zouden we willen? Het bezoeken van de Heere? Nu het horen ervan, doet reeds veel bij Naomi. Het maakt haar zelfs gaande. De goede tijding deed haar vertrekken. Zij kan niet langer in Moab blijven. Maar die drie graven dan? Staat zij daar nu onverschillig tegenover? Is het zo: tijd slijt? Neen. Maar het omzien en aanzien des Heeren is levensverrijkend, levensversterkend en levensver-heffend.

Het willen doorgaan des Heeren met Zijn volk in het beloofde land, in Bethlehem drijft naar Bethlehem. Zij moet terug en wil terug. Ze kan het in Moab niet meer uithouden. Er is de trekking van Woord en Geest. Zo is het vandaag nog. Wie getroffen wordt door Gods bemoeienissen, wordt getrokken naar die bemoeienissen en wil er zelf in delen. Het Woord van de Heere, de dienst van de Heere gaan leven; gelijk als bij Ruth of herleven als bij Naomi. “Uw aangezicht in gunst tot mij gewend, schenkt mij in het kort verzadiging van vreugde”. Brood in het broodhuis doet opleven, doet herleven. Welk een gunst van de Heere. Brood in Bethlehem, door Het Brood, dat uit de hemel zou nederdalen. Het brood, dat de wereld het leven geeft. Het leven tot in eeuwigheid. Zalig hij, die door het omzien van de Heere getroffen, naar het Broodhuis, Bethlehem moet en daar wil eten en genieten van het Brood. En komt men er zelfs als een Mara, de Heere zal de weeklacht veranderen in een blijde rei. In Bethlehem, bij het brood, bij het Brood, bij het Kind moet de droefheid wegvallen, worden tranen gedroogd. En als er tranen komen dan alleen tranen van verwondering en aanbidding vanwege de gunsten des Heeren. De onverdiende gunsten, de verzondigde gunsten van de Heere, Liefde van één kant in Bethlehem. Nu is er nog een werkelijkheid waar we acht op moeten geven. Naomi en Ruth kwamen te Bethlehem in het begin van de gersteoogst. Ze zien met eigen ogen Gods begin. Het begint met de gersteoogst en het gaat over de tarweoogst. Die klimax spreekt van Gods gunst. De hand van de Heere is een milde hand. Maar laten we opletten, wat er gebeurt wanneer de oogst begint. Het koren wordt niet bij Naomi en Ruth in huis gebracht. Zij behoorden ook niet tot de stand derrijken. Arm waren zij. Zij moesten van genadebrood leven. Leven van het brood der armen. Voor Ruth was het niet te min om aren te gaan lezen en Naomi wilde buigen onder Gods armenwet. Ruth ging er op uit en Naomi bleef wachtend thuis. Welk een gezindheid, welk een houding bij beide. Zij schaamden zich er niet voor. Tegen hun leven, tegen hun levensgang verzetten zij zich niet. Zij gingen van gegeef leven. Elke dag moest Ruth erop uit. Het doet denken aan Israëls gang in de woestijn. Zo gaat het ook toe op de weg naar de hemel. Leven van genade alleen. Bukkend, aren lezend door het leven, maar niet tevergeefs.

Armen komen in Bethlehem, het broodhuis, niet om. Een arm leven wordt een rijk leven. Het wordt zelfs een verrijkt leven. Een leven van kennis. Boaz blijft niet onbekend. Hij wordt zelfs familie. Boaz één met Ruth, één met Naomi. Zo werd het in Bethlehem. Zo werd het na het omzien van de Heere. Zo werd door het willen leven in Bethlehem, als arme, maar als zoekende, als verwachtende. In Bethlehem werd het goed. Ook vandaag wordt het goed en dat door Hem, Die zegt: “Ik ben het Brood des levens”. Goed met Hem en door Hem Die is de Koning der heerlijkheid. En Hij schaamt Zich niet om armen te mijnen, te verzorgen. En zo gaat het worden in het broodhuis: arm, doch rijk. Arm in zichzelf maar rijk door Hem. Leven uit éénmans verdienste.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 december 1990

Bewaar het pand | 6 Pagina's

Bethlehem, broodhuis, huis van zegen

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 december 1990

Bewaar het pand | 6 Pagina's

PDF Bekijken