Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

De profetische boodschap gaat door

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

De profetische boodschap gaat door

10 minuten leestijd

....en de Heere zeide tot mij: ga henen, profeteer tot Mijn volk Israël....

“Als er geen profetie is, wordt het volk ontbloot....”. Het is een bekend woord uit de Spreuken (hoofdstuk 29:18). In het Hebreeuws staat een woord voor profetie, dat “gezicht” betekent. Het zal niet alleen gaan over het gezicht, de openbaring, die de profeet van God ontvangt. We zullen ook mogen denken aan de prediking ervan tot het volk. De kanttekenaars schrijven bij “geen profetie”: “....geen verkondiging van Gods Woord, waardoor de wil Gods jegens ons en onze schuldige plicht jegens Hem ons aangediend en verklaard wordt....”.

Wanneer de profetische verkondiging gemist wordt dan is er geen vrede, geen welzijn voor het volk te verwachten. Er komt verwildering, wanorde. De profetische boodschap dient het tijdelijk én eeuwig welvaren.

Gaat het hier niet om één van de grote zorgen voor de Kerk des Heeren? We kunnen bij de ingang van 1991 bezig zijn met allerlei vragen rond ons persoonlijk welzijn, het welzijn van ons volksleven, van de kerk enz. Er zijn veel noden, die in onze tijd de aandacht mogen en moeten hebben. Maar laten we niet voorbijgaan aan déze nood, die tegelijkertijd van schuld spreekt, nl. dat de profetische boodschap in de samenleving en de kerk van vandaag zo weinig openbaar komt en erkend wordt.

Er is een tijd geweest, dat het profetische woord met meer kracht sprak tegenover de zonden en ontwikkelingen, die er waren. Op de kansel werd meer gewaarschuwd tegen de overtreding van Gods geboden, tegen de gelijkvormigheid der wereld. Binnen de samenleving klonk ook het Woord Gods meer door tegen de zonden en afmakingen en werd duidelijker tot wederkeer geroepen. Het is opmerkelijk vandaag dat we daar nog maar schaars van horen. Nog opmerkelijker is het, dat, wanneer het wél openbaar komt, zulke klanken gewoon voorbij worden gegaan. Men gaat er nauwelijks nog op in en zwijgt ze dood.

Moet het geïllustreerd worden? We kunnen het eigenlijk zelf wel zien en weten. In de brede samenleving zien we steeds meer het toelaten van de zonden in het openbare leven, die uiteindelijk gesanctioneerd worden. We kunnen denken aan de ontwikkelingen ten aanzien van het doden van het ongeboren leven. Men wil dat niet ongelimiteerd toelaten. Er is een wet gekomen met beperkingen. Maar het loopt er steeds meer op uit dat die beperkingen niets meer betekenen. Er zijn en blijven gelukkig protesten, maar is er ook niet een gewenningsperiode zelfs bij hen, die er aanvankelijk bezwaar tegen hadden? Steeds verder wordt het gebod des Heeren opzij geduwd, alsof het er niet is.

Hoe is het op het brede erf van de kerk? Eén soort “evangelie-prediking” wordt aangeprezen, waarin voor de eisen van Gods Woord geen plaats is. Van vele preken moet gezegd worden: waar is de Wet? De ernst van de zonde klinkt er nauwelijks of niet in door. De roepstem tot bekering wordt als een achterhaalde zaak beschouwd. De eenvoudigen voelen het vaak aan. Een ouderling in onze kerken, die al enige jaren overleden is, zei in zijn tijd al: als de waarschuwende stem op de kansel gemist wordt, is het mis. We zien het vandaag helaas steeds meer werkelijkheid worden.

Is het dan geen benauwende vraag: wat zal het worden met ons volk, met de kerk? Dan kunnen de omstandigheden moedeloos maken, maar toch....nee! Het profetische Woord zélf spreekt, de Heere daarin. Hij ontslaat niet van de opdracht om dat Woord te verkondigen. Hij geeft vooral uitzicht, dat de boodschap doorgaat, ook in 1991!

Gij, ziener, ga weg

We lezen een historisch verhaal tussen de profetieën van Amos in. Het behoort er echter helemaal bij. Juist de profetische verkondiging van Amos is er aanleiding, oorzaak toe.

Amos heeft de boodschap des Heeren ook in Beth-El gebracht. Bij het heiligdom van Israëls eigenwillige godsdienst heeft hij de zonde van het volk bekendgemaakt en Gods gericht in bewogenheid, maar toch onomwonden, gepreekt. God had hem gezichten gegeven over het komende oordeel. Het was uitgelopen op het gezicht van het paslood. De Heere stelt het paslood bij de muur van de stad. Ontstellend scheef is die muur. Het sprak van de ongerechtigheden. Het kan niet uitblijven of de Heere gaat met Zijn oordeel door. Zo zal het met Israël gaan: “....Izaks hoogten zullen verwoest worden en Israëls heiligdommen zullen verstrooid worden; en Ik zal tegen Jerobeams huis opstaan met het zwaard”.

Weet u wie het hoort? Amazia, de priester van Beth-El. Hij is niet de eerste de beste. Hij is in het midden van Israël een man met gezag. Een alleszins godsdienstig iemand. De hoofdpriester van het heiligdom, de rijkstempel van het tienstammenrijk. Hij hoort dat woord niet alleen. Hij moet er niets van hebben. Hij stelt zich er zich lijnrecht tegenover.

Eerst probeert hij de profeet weg te krijgen door een valse beschuldiging bij de koning. Amos is iemand die oproer wil verwekken. Hij heeft een verbintenis tegen Jerobeam gemaakt! En als hij het beoogde doel niet bereikt, dan spreekt hij rechtstreeks tot Amos: “Gij, ziener, ga weg”. Vlucht maar naar het land van Juda, dat is tenslotte uw vaderland. “Eet daar uw brood en profeteer aldaar”!

Waarom het gaat

Amazia wil dus Amos weg hebben uit Beth-El. Ongetwijfeld zal daarin meegesproken hebben, dat Amazia zijn eigen positie ziet bedreigd. Hij wil het heiligdom van Beth-El niet afgebroken zien door Amos’ boodschap. Dat zal hem zijn baantje kosten. Hij heet immers priester, maar is in wezen niet anders dan een ambtenaar in dienst van het koninklijk heiligdom. Hij spreekt het woord naar de geest van Israëls eigenwillige godsdienst. Daarmee verdient hij zijn brood. Hij waarschuwt niet tegen de zonden. O, hij wil in zekere zin nog wel vriendelijk zijn tegen de profeet. Hij mag wat hem betreft zo preken als hij zelf wil, maar dan niet in Beth-El, maar in zijn eigen vaderland. Hij doet eigenlijk net alsof Amos door dezelfde geest wordt beheerst, als hijzelf. Zoals de waard is, vertrouwt hij zijn gasten.

Hier spreekt het meest, dat het profetische woord uit Beth-EI verdwijnen moet. Daar gaat het ten diepste om. God wil, dat Zijn Woord overal klinkt. Het is Zijn Goddelijke recht. Het moet geboodschapt worden in Juda en in Israël. Dat Woord gaat in tegen (e aangepaste godsdienst van Beth-El. Het laat de zonde niet met rust. Het roept tot bekering.

Amazia wil er niet onder buigen. Hij is op zijn manier nog wel ruim, een liberaal denkend mens. Hij wil verdraagzaam zijn. Amos mag het in eigen plaats gerust preken. Maar uiteindelijk is hij een vijand van dat Woord, van de ontdekking erdoor. Hij voelt het wel dat het profetische Woord niet verdraagzaam is tegen de zonde.

De geest van Amazia is niet vreemd vandaag. Men zoekt een aangepast evangelie. Het recht Gods moet vooral niet scherp gepreekt. Wat God is Zijn Woord zonde noemt wordt verbloemd. Ongetwijfeld komen we steeds meer terecht in een samenleving, die van de zonde geen weet meer heeft en waarin bepaalde zaken als samenwonen en wat voor vormen van samenleving er ook gevonden worden buiten het huwelijk, als normaal worden beschouwd. Het kan een diep verdriet voor ouders zijn, die er mee te maken hebben. Een hoogmoedige houding tegenover hen, die daarin leven, gaat voorbij aan wat er in eigen hart woont. Een pastorale benadering in de geest van het Evangelie van Gods genade is vereist. Dit mag echter niet gebruikt worden om de prediking van Gods geboden uit te hollen en de ernst van de zonde niet meer te laten spreken.

De ergernis tegenover het ontdekkende Woord Gods. We zien die vandaag op het brede erf van de kerk. ’t Gaat niet om een eenzijdige boodschap, waarin Gods genade in Christus niet gepreekt wordt. Die ergernis is er ook als de prediking daaraan wél recht doet. Daar zullen Gods eisen ook worden verkondigd. Maar velen keren zich ook daarvan af. Het profetische Woord wordt veracht.

Amos’ lastbrief

Amos is een eenvoudige boer tegenover een hooggeplaatste priester. Hij staat echter in de kracht des Heeren. Hij kan zijn lastbrief tonen. Hij weet van zijn roeping van Godswege. De Heere heeft hem geroepen. Hij is geen broodprofeet. Hij is geen profeet van afkomst. Hij heeft het zichzelf niet gemaakt. God heeft hem van achter de kudde gehaald om de boodschap uit te dragen.

Wat een zegen voor een dienstknecht des Heeren: te weten dat God achter zijn arbeid staat. Het is een genade, die ook in deze tijd bekrachtigt om niet om te zien naar de gunst van mensen maar naar de gunst des Heeren. Hij heeft de boodschap gegeven en sterkt ook in deze dagen, dat de kerk op retour is.

Zo is Amos gesteld in het midden van het volk om het profetisch woord uit te dragen tegen de weeldedienst van Israël, de eigenwillige godsdienst van Beth-El. Hij getuigt ervan, welke opdracht of de Heere hem gegeven heeft: “ga henen, profeteer tot Mijn volk Israël”. Het volk heeft het oordeel verdiend. Toch, de profeet heeft het gehoord: de Heere heeft het volk nog niet afgeschreven. Hij laat in Amos om Zijn eer roepen. In ernst en in bewogenheid heeft Amos het mogen doen. Hij heeft nog geen lust in de ondergang van Israël maar in de bekering.

Die lastbrief blijft van kracht voor Amos. Dat kan de priester van BethEl niet wegkrijgen. God staat erachter. Die het voor Zijn dienaar opneemt. Het blijkt, als de Heere tegen Amazia de boodschap nog weer laat prediken door Amos, waarin het oordeel zo ontstellend bekend gemaakt wordt. Niet de boodschap verdwijnt, maar Amazia en het onbekeerlijke volk zullen buiten het land door Gods oordeel getroffen worden.

De profetische boodschap gaat door. Wat een opdracht ligt er in verborgen voor deze tijd. De Heere roept ook in de Nieuw-Testamentische bedeling om het Woord te prediken, waarin zonde en genade een plaats hebben, het Evangelie geboodschapt wordt in Christus, Die met behoud van Gods deugden verzoening heeft aangebracht. Het vraagt vandaag om een onderscheiden prediking, geestelijk maar ook tegenover de zonden van deze tijd.

Amos heeft niet tevergeefs gepredikt. De Heere gaat door met Zijn Woord ook door hem. Het wijst naar Christus heen, Die de vervallen hut Davids weder opricht. Om Hem wordt het overblijfsel toegebracht. Er is bemoediging als we het nieuwe jaar zijn ingegaan, voor de Kerk. Geen vijand zal de boodschap weg krijgen. Hebben we onder dat Woord leren buigen? Zijn we met eigen schuld onder God terecht gekomen? Het oordeel verdiend en beaamd voor Gods Aangezicht!

Wat een wonder, dat de hoogste Profeet en Leraar, Jezus Christus, in Zichzelf de weg opent voor schuldigen door Zijn aangebrachte gerechtigheid. Dan wordt het profetische Woord ook in hun hart geschreven om ervan te getuigen in het midden van de wereld, van kerk en samenleving. Het gaat tegen de stroom in van de tijdgeest, maar God gaat dóór naar Zijn welbehagen. Hij zal ook vandaag profeten gebruiken tot de eer van Zijn Naam, tot verheerlijking van Zijn eigen werk.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 januari 1991

Bewaar het pand | 10 Pagina's

De profetische boodschap gaat door

Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 januari 1991

Bewaar het pand | 10 Pagina's

PDF Bekijken