Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

De biddende Borg

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

De biddende Borg

5 minuten leestijd

En de Heere zeide: Simon, Simon! ziet, de satan heeft ulieden zeer begeerd, om te ziften als de tarwe, maar Ik heb voor u gebeden, dat uw geloof niet ophoude.

De Borg heeft tot het laatste toe geworsteld in de gebeden. In de Hof van Gethsémané en tot aan het kruis heeft Hij voor Zijn kerk volhard in de gebeden. Al de dagen Zijns vieses heeft Hij gebeden en smeltingen met sterke roeping en tranen geofferd. Waarom heeft Hij gebeden? Omdat Hij onze nood en ellendigheid recht en grondig kende. Opdat wij ook de listen van de vorst der duisternis zouden onderkennen. De Borg Die het leven heeft zal nu als de Voorvechter van Zijn volk in de strijd treden met hem die de macht van de dood had. Voor wie? Die naar het spreken van de Borg hoort. Die door het geweld en de list bestreden worden. De bestrijdingen van de duivel zijn er slechts omdat God die strijd in het paradijs heeft ingezet op grond van de moeder-beloften. Niet de satan valt aan, maar de Heere regeert. En die met Hem strijden zijn meer dan die met de vijand strijden.

Wanneer heeft de Heere dit van Zijn gebed verteld? Augustinus denkt op grond van de verschillende evangeliën, dat de Heere dit drie keer op verschillende tijden gezegd heeft. In ieder geval was het in de donkere nacht dat de Heere Zich overgaf in de handen van Zijn rechter. Wij zouden zeggen toen was er geen tijd meer om te bidden.

Juist dan als wij niet meer weten te bidden zoals het behoort is het tot troost voor biddelozen dat Hij alrede heeft gebeden, eer zij riepen om verhoring.

Hoe bidden wij? Op grond van het woord van Christus? Bidden wij met sterke begeerte, zoals Christus leerde: Begeer, en u zal gegeven worden. Want een ieder die begeert, die ontvangt. Indien gij die boos zijt weet uw kinderen goede gaven te geven wanneer zij dat begeren, hoeveel te meer zal God de Heilige Geest geven aan hen die dat van Hem begeren.

Van de satan wordt gezegd dat hij ook gebeden heeft. Ja, hij heeft zelf aanhoudend gebeden, sterk begeerd om te ontvangen wat hij vraagde.

Zo heeft satan aan Christen gevraagd waar hij vandaan kwam en waar hij heen ging. De pelgrimsreiziger moest belijden dat hij uit een plaats kwam waar niets dan kwaad woonde. Toen meende satan rechten te kunnen laten gelden. Gij zijt mijn onderdaan en van nature een kind des tooms. Ik ben geenszins van plan u uit mijn dienst te ontslaan.

Hier wordt deze eis van satan echter niet aan de zondaar gesteld, maar op het moment dat de kinderen Gods kwamen om zich voor de Heere te stellen. Zelfs in de allerheiligste verrichtingen komt de beschuldiging van satan dat de ziel die zondigde moet sterven.

Maar dan komt daarin uit, dat de duivel zelf geen rechten heeft om een ziel te verderven in de hel. Dat recht komt alleen God toe.

De satan heeft slechts het recht gekregen om het werk van God te bestrijden. Hij mocht alles in het werk stellen om Christus te bestrijden. Kon hij geen onrecht vinden in de Heere, dan zou satan Hem aantasten in Zijn volk. Met hun ongerechtigheden zou

Christus bestreden worden. Satan bidt om te mogen verderven. Het ongeloof bidt om rust. Zij zullen straks in de eeuwige onrust gebracht worden. Maar Christus bidt om te behouden. En als Voorbidder, leert Hij Zijn kerk Hem dat nabidden. Behoud mij, Heere, ik verga. Ik ben door Uwe wet te schenden, Krom van lenden, vol van druk, benauwd van hart.

Maar in die weg wordt duidelijk wat broodkoren is of wat kaf is. Ziften hoort bij tarwe, omdat het tarwe is. De satan is slechts een slaaf die het vuil moet opruimen. Wie zou het ooit horen of een mens oprecht, vroom, godvrezende en wijkende van het kwaad is, dan die op de zeef van de beproevingen is geweest!

In dit alles is de biddende Borg aan het werk. Het staat er met nadruk. Gij hebt niet gebeden. Het is niet op grond van de voorbeden van anderen. Ik bid. Ik heb gebeden. Ik zal blijven bidden. Voor wie? De kanttekening zegt: Ik bid ook voor hen die door het Woord der prediking in Mij geloven zullen. Christus is het, Die gestorven is: ja, wat meer is, Die ook opgewekt is, Die ook ter rechterhand Gods is, Die ook voor ons bidt.

Zolang het zondebesef niet ophoudt, zal de bekering niet ophouden. Zij zullen versterkt worden, die met het geloof in Zijn voorbede rusten.

Dit artikel werd u aangeboden door: Bewaar het Pand

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 maart 1991

Bewaar het pand | 1 Pagina's

De biddende Borg

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 maart 1991

Bewaar het pand | 1 Pagina's

PDF Bekijken