Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Voor de jeugd

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Voor de jeugd

8 minuten leestijd

Nehemia 124

Beste jongelui!

Hier zijn we weer. Het is nog volop vakantie. Velen zijn van huis. Of gaan mogelijk nog van huis. Het leven gaat echter door. Hoe leven wij? Dat is een zeer belangrijke vraag? Want waar wij ook gaan of staan, God is overal. Vergeet dat niet. Vergeet dat ook in de vakantie niet. Waar we ook heen gaan, we nemen altijd weer onszelf mee. En God gaat ook mee. Of we het geloven of niet, wáár is het zeker.

We hoorden de vorige keer hoe Nehemia is opgetreden tegen degenen die vreemde vrouwen bij zich hadden doen wonen. De gevolgen daarvan waren niet uitgebleven. Zondige daden hebben altijd zondige gevolgen. Je komt altijd weer van het een in het ander. Dat leert ook de geschiedenis. Nehemia kende de geschiedenis. Dat is belangrijk. Dat is nu ook belangrijk. Uit de geschiedenis is veel te leren. De geschiedenis laat ons zien hoe de mensen in het verleden zich hebben gedragen; en ook hoe God in het verleden Zich daartegenover heeft gesteld. De mensen uit het verleden zijn gestorven. Dat is een gevolg van de zonde. Want de ziel die zondigt, die moet sterven. Dat is oud nieuws, merkt mogelijk deze of gene op. Inderdaad! Het is oud nieuws! Leest het maar goed. Want het gevaar is aanwezig, dat het voor ons geen nieuws meer is. Vergeet echter niet, dat dit nieuws nooit oud wordt. Het blijft aktueel. Wat vroeger gebeurd is, gebeurt in het heden nog dagelijks. Wie het ziet, geve daar acht op. Of is het zo, dat we dood zijn voor de dood? Dat is dan wel een heel kwalijke zaak. Want de dood is niet dood. Het is een springlevende werkelijkheid. Ongedacht en onverwacht neemt hij een sprong en legt beslag op ons leven. En dan? Ja: En dan? Dood is dood, zegt de wereld. Dat is een leugen. Want de waarheid is, dat dood geen dood is. Wie sterft moet voor God verschijnen. En dan?! Dan moet rekenschap worden afgelegd van alles wat in het leven gedaan, gesproken, gedacht en gelaten is. Wie kan bestaan?

Nehemia was de ernst van het leven zich bewust. Hij heeft als een leider van het volk, het volk ernstig gewaarschuwd. Hij schuwde harde maatregelen niet. Hij deed dat niet om hard te zijn, doch om vrij te zijn tegenover God. En opdat dat volk daardoor vrij zou kunnen komen te staan tegenover God. Hoe? Door hun zonden te belijden en te laten, opdat men vergiffenis van God zou kunnen verkrijgen.

Dat zonden ernstige zaken zijn, laat Nehemia het volk weten vanuit de geschiedenis. Hij spreekt over koning Salomo. Niet de eerste de beste. Het was een zoon van koning David. Hij is een bijzonder mens geweest. Hij was met wijsheid wel bedeeld. Hij kende, wat de wijsheid betreft, zijns gelijke niet in de wereld. Zijn wijsheid is zelfs tot op de dag van vandaag spreekwoordelijk. Hij was een beminde des Heeren. De Heere had hem lief. Hij was een kind van God. Een type van Hem, Die meer is dan Salomo, dat is de Heere Jezus Christus. Die meerdere Salomo heeft nooit gezondigd. Dat deed de mindere Salomo wel. Hij heeft in zijn leven vele vreemde vrouwen lief gehad. En die vrouwen deden hem zondigen. Hij liet zich door die vrouwen tot zondigen verleiden. Dat was niet wijs van hem. Dat was erg dwaas. Hij liet de góden van die vreemde vrouwen tempels bouwen, en aan de goden offers brengen. Dat heeft God niet kunnen gedogen. Dat is door God zwaar gestraft geworden. Want het gevolg is geweest, dat het rijk in twee delen uiteen gevallen is. God laat niet met Zich spotten. Zelfs niet door Zijn geliefd kind Salomo.

O zeker, aan de zaligheid van Salomo behoeft niemand te twijfelen. Salomo is zalig geworden. Doch niet omdat hij zo gezondigd had, doch omdat er Eén zou komen, Die méér dan hij was. En Die heeft voor zijn zonden geboet. Heel zwaar geboet. Want het is Gods eigen zoon geweest, Die de vervloekte dood gestorven is, opdat Salomo die dit verdiend had, het eeuwige leven toch zou kunnen beërven. Dat was door Salomo niet verdiend. Dat is hem alleen uit genade overkomen.

Dit leert ons, dat zondigen een heel zwaar werk is, dat het een zware last met zich mee brengt. Namelijk de last van de zware toom van God.

Door het volk deze dingen voor te houden, wil Nehemia een afschrikwekkend voorbeeld stellen, opdat men voor de zonden vrezen zou, en overeenkomstig Gods woord handelen en wandelen zou. Daar zouden zij zelf goed mee zijn. Ook hun kinderen zouden daar wél bij varen.

Dat Nehemia hen zo ernstig op een stukje geschiedenis wijst, is niet zonder oorzaak geweest. Want het laat zich indenken dat het volk zich zocht te verontschuldigen, toen het vanwege al die vreemde vrouwen zo ernstig werd bestraft. Dit is af te leiden uit vers 27: “Zouden wij dan naar ulieden horen, dat gij al dit grote kwaad zoudt doen, overtredende tegen onzen God, doende vreemde vrouwen bij u wonen?”

Ik hoor die mensen in gedachten protesteren tegen die straf-handeling van Nehemia: Moeten wij dan al die vreemde vrouwen wegsturen? Is dat kwaad nu zo erg? Kan er niet wat door de vingers gezien worden? Moet altijd alles honderd pond wegen? Enz., enz.. Hoe is een mens nu eenmaal? Hij zoek zich altijd te verontschuldigen. Of niet?

We kennen allemaal de geboden. Althans daar ga ik van uit. Dan is er niet slechts één gebod, doch er zijn er tien. Door de wet is de kennis der zonde. Wie staat er niet schuldig tegenover God? We hebben er meestal niet zoveel moeite mee om te zingen: “Ik heb tegen U, o Heer’, zwaar en menigmaal misdreven.” Doch of het ons ook zo zwaar weegt, is een andere zaak.

En als we er eens met de neus opgedrukt worden, dan hebben we de nodige verontschuldigingen gauw bij de hand. Dat is een erfenis die we van Adam hebben meegekregen. Toen hij door de Heere tot verantwoording geroepen werd, begon hij ook met zich te verontschuldigen, door zijn vrouw de schuld te geven. En Eva ging geen andere weg. Zij gaf de slang de schuld. Een mens zegt niet zo gauw: “Ik heb gedaan dat kwaad was in Uw oog.” Dan moet echt er God Zelf wel aan te pas komen. Hij doet dit door middel van Zijn Woord. Dat wordt dan met kracht op het hart gedrukt. Dan is er geen ontkomen aan. Dan zijn er geen kleine zonden meer. Dan zijn het geen slippertjes meer, vergeef’lijke fouten. Dan komen we er achter, dat er met God niet te schipperen is, maar dat God heilig is. Dat Hij met de minste zonde geen genoegen kan nemen. Dan móet Hij ze straffen. Hij kan niet anders. Want dan zou Hij Zichzelf moeten verloochenen. En God kan Zichzelf niet verloochenen. Dat is ten enenmale een onmogelijke zaak. Of Hij zou op moeten houden God te zijn. Hij neem het zo nauw, dat Hij Zijn Eniggeboren

Zoon niet heeft gespaard. Hij kon daarom Salomo ook niet sparen. Hij kan mij en jullie ook niet sparen. Zonde is dan echt zonde. Schuld is dan echt schuld. Schuld, die betaald moet worden. Wie kan dat? Niet één mens. Voor degenen die hun strafwaardigheid krijgen in te leven staat er dan nog maar één weg open. En dat is “genade”. Genade alleen kan nog redden. Doch het moet dan genade zijn, waarbij het recht geen schade lijdt. God heeft het recht lief. De door God ontdekte zondaar krijgt het recht ook lief. Al zou het zijn eigen leven moeten kosten. Liever verloren gaan, dan zalig worden ten koste van het recht.

Wie kan dat oplossen? Zalig worden, terwijl toch het recht zijn loop heeft. Dat is van beneden uit nooit op te lossen. Doch hier heeft God Zelf voor een oplossing gezorgd, door Zijn eigen Zoon te geven. En die Zoon, Die mede tot het Goddelijk Wezen behoort, Die Zelf ook God is, heeft met de Heilige Geest daarin mede bewilligd. God gaf Zijn Zoon. De Zoon gaf Zichzelf. De Heilige Geest werkte daarin mee. De Zoon heeft aan het recht voldoening gegeven. De Vader heeft daarin genoegdoening gevonden en de Heilige Geest heeft daarop Zijn stempel gezet. Daarom kan de Drieënige God genade schenken aan een des doods schuldige zondaar. “Welzalig hij, die ’t mag gebeuren, Dat God naar recht hem niet wil schuldig keuren.” Dit te geloven doet de grootste zondaar vrij uitgaan. Vrij van schuld en straf, met een recht op het eeuwige leven. Dit te beleven, doet God alleen de eer geven. Het is door U, door U alleen, om het eeuwig welbehagen. Ik hoop dat deze taal jullie zal behagen. Dan is het goed. Dan alleeen. Jullie aller vriend,

Dit artikel werd u aangeboden door: Bewaar het Pand

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 augustus 1991

Bewaar het pand | 10 Pagina's

Voor de jeugd

Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 augustus 1991

Bewaar het pand | 10 Pagina's

PDF Bekijken