Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Kerkelijk jeugdwerk

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Kerkelijk jeugdwerk

6 minuten leestijd

2.

In het vorige artikel hebben we beloofd de verdere inhoud van de brochure, die onder bovenstaande titel verscheen, in het kort te zullen nagaan. Aan die belofte willen we nu voldoen.

2. De geschiedenis van het Chr. Geref. jeugdwerk. Dit hoofdstuk is zeer belangrijk, eerst komt er een paragraaf over de eerste jaren. Het was niet gemakkelijk om het jeugdwerk van de grond te krijgen. Er was weerstand tegen het jeugdwerk. Het jeugdwerk kende ook in die dagen een vastomlijnd ideaal, een doel. Ds. L.H. van der Meiden (de latere professor) schrijft in 1923 in zijn brochure “Onze arbeid” dat het beginsel diep geestelijk is, dat geleerd moet worden om te leven uit en naar het Woord door de Geest; en dat de jongeren elkaar moeten vormen en voorbereiden op de wachtende taak in het leven.

Aan het einde van deze paragraaf zeggen de schrijvers van de brochure:

“Er is in driekwart eeuw veel veranderd. Wij kunnen vaak een glimlach niet onderdrukken als we foto’s zien en verslagen lezen van verenigings-avonden en bondsdagen. De stijl van kleding, van spreken en van omgang met elkaar is een andere dan die van nu. Maar ten diepste is jeugdwerk anno 1991 niets anders dan jeugdwerk anno 1904. Het jeugdwerk had toen het heil van de jeugd en de opbouw van de kerk op het oog, en daar doorheen en daar bovenuit de eer van de HEERE. En zo kan en mag het nu niet anders zijn. Daarom willen wij staan in de lijn van de geschiedenis. De vorm en de invulling kunnen veranderen, het fundament blijft staan. Evenzeer als in 1904, moet de jeugd van onze tijd gevormd worden om als christen te kunnen staan in deze wereld. Ook het jeugdwerk mag hieraan zijn bijdrage leveren. In dit licht willen we onze bezinning voortzetten”.

Er volgt een korte paragraaf over Jeugddeputaten. De generale synode van 1944 kwam tot oprichting van een deputaatschap voor het kontakt met de kerkjeugd. De oprichting daarvan werd door de jeugdbonden gewenst en gewaardeerd. Dit is het uitgangspunt bij de verdere beschouwing van de relatie tussen kerk en jeugd, die in een volgend hoofdstuk aan de orde komt....

Na 1945. Zo luidt de derde paragraaf. Er komt verontrusting. Naast de CGJO komt de LCJ. Jeugddeputaten weten hun brugfunktie nog niet te realiseren.

3. De Jeugdbond(en) 1950-1990. Ook dit hoofdstuk staat vol met belangrijke gegevens. Dat blijkt duidelijk uit de verschillende onderdelen: Positie bepaling, Ontwikkelingen, Inhoudelijke bezwaren. Die bezwaren worden hoe langer hoe groter. De schrijvers zeggen zelf: “We hebben in deze paragraaf de vinger gelegd bij tekortkomingen die we in het werk van de CGJO menen te bespeuren. Ons werk is mede als reaktie hierop ontstaan, zodat het ons nodig bleek om een aantal konkrete voorbeelden te geven”. In paragraaf 4. De CGJO wordt geschreven over het doel en het werk van deze bond aan de hand van een informatie-papier. Dat geeft veel stof tot nadenken. In 5. Konklusie komen de bezwaren van de LJC naar voren.

4. De geschiedenis van ons jeugdwerk. Hierin gaat het om de historie van “ons jeugdwerk, zoals dat sinds het begin van de zeventiger jaren naast de CGJO is gegroeid”. Aan het slot van dit hoofdstuk lezen we:

Tot zover een overzicht in vogelvlucht van twintig jaar “alternatief” jeugdwerk in onze kerken. Door de aarzelingen om met een tweede Chr. Geref. jeugdwerkorganisatie te komen en door onervarenheid, valt er in de geschiedenis van de eerste jaren niet veel lijn te ontdekken. Na 1984, en met name na de reorganisatie van 1987, is dit anders geworden. Evenals de jon-gelingsbond dat na een aantal jaren deed, kunnen ook wij nu melden dat onze stap vaster is geworden. We mochten daarbij onder diverse omstandigheden de zegen van de Heere ervaren.

5. De generale synoden sinds 1944.

Op verschillende synoden komt het jeugdwerk aan de orde. Op de synode van 1974 te Amsterdam komt de verontrusting over het werk van de CGJO uitgebreid ter sprake. De deputaten kregen opdracht om met de bond hierover in gesprek te gaan. De synode gaf tevens aan hoever de kerkelijke begeleiding moet gaan. Ook de volgende synoden schenken aan deze belangrijke zaak aandacht.

“Meerdere synodale vergaderingen hielden zich bezig met het kerkelijke jeugdwerk, de ene uitgebreider en diepgaander dan de andere. Sinds 1974 wordt het gesprek bepaald door de verontrusting. De kerken hebben hun stem laten horen. De vraag kan gesteld worden of dit altijd op het juiste moment en met de juiste inhoud is gebeurd.

Hoe dan ook, de stem van de kerken is de stem van onze moeder; naar haar dienen we te luisteren”. Aldus de schrijvers van de brochure.

6. Doel en inhoud van het jeugdwerk. Dit hoofdstuk is onderverdeeld in de volgende paragrafen: Problematiek, Invulling, Verhouding, Jeugdwerk en catechese, Doel. Al in de eerste paragraaf komen vier begrippen naar voren, namelijk vorming, ontmoeting, ontspanning en aktie. Het gaat over de invulling van deze begrippen, de onderlinge verhouding enz. Dat vraagt de aandacht in de verschillende onderdelen. Aan het slot spreken de schrijvers het volgende uit.

In de vorige paragrafen is als kernwoord steeds de vorming naar voren gekomen. Alleen met dit woord en niet met het neutrale “bezinning”, willen wij het doel van kerkelijk jeugdwerk omschrijven.

“Doel van het jeugdwerk is onze jongeren te vormen met het oog op hun plaats en taak in kerk en samenleving. Dit werk moet gebeuren in hartelijke en onvoorwaardelijke verbondenheid met Gods Woord, met de belijdenis, en met de kerken waarin dat werk gedaan wordt. Het werk moet staan tegen de achtergrond van de eis dat elke jongere persoonlijk tot geloof en bekering moet komen, wil hij zijn plaats en taak kunnen vervullen. De andere drie elementen van het jeugdwerk zijn daarbij middel, en geen doel op zich”.

We hopen in een volgend artikel verder te gaan.

Dit artikel werd u aangeboden door: Bewaar het Pand

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 december 1991

Bewaar het pand | 10 Pagina's

Kerkelijk jeugdwerk

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 december 1991

Bewaar het pand | 10 Pagina's

PDF Bekijken