Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Kerkelijk jeugdwerk

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Kerkelijk jeugdwerk

6 minuten leestijd

5.

Naar aanleiding van de verschijning van het boekje onder bovenstaande titel, dat we in vorige artikelen besproken hebben, willen we nog enkele opmerkingen maken. Deze zijn niet bedoeld als kritiek op de inhoud van het boekje en ook niet als kritiek op het LJC. Ze zijn te zien als opmerkingen over kerkelijk jeugdwerk in het algemeen.

Ik ben ook jong geweest en heb de tijd meegemaakt toen het jeugdwerk nog niet zo lang tevoren van de grond gekomen was. Als lid van verschillende jongelingsverenigingen, de laatste jeugdjaren als voorzitter van de jon- gelingsvereniging, ben ik er zelf bij betrokken geweest.

Mijn eerste aanraking met het verenigingsleven was de bijwoning van een paar jaarvergaderingen in verschillende plaatsen. Later ging ik naar Alkmaar.

Daar was een Hervormde jongelings- vereniging, die elke week vergaderde in een bovenzaal van het gebouw Bidt en werkt. Daar werd ik lid. De geestelijke gesteldheid was wel niet zoals ik van huis uit gewend was, maar ik verkeerde in den vreemde en vond het fijn de vereniging te bezoeken. De besprekingen waren leerzaam. Elke zondagavond gingen we met een oudere vriend en enkele jeugdigen door de bossen te voet naar Heiloo. Daar was ook een jongelingsvereniging. De oudere vriend was daar voorzitter. De geest was er goed. Ook daaraan heb ik goede herinneringen.

Later kwam ik in Zaandam. Daar ging ik naar de Chr. Geref. kerk. Een andere behoudende kerk was daar toen nog niet. Ds. Riekel was kort tevoren vertrokken. Hij had er met zegen gearbeid en er ook gediend tot bekering van een jong meisje, dat ik later leerde kennen. Ze is na vele wederwaardigheden al jaren geleden de eeuwige rust ingegaan. In de Zaandamse gemeente was nog een en ander over uit de tijd van ds. Riekel.

De jongelui leefden daar, althans sommige jongeren, in het besef dat ze niet konden sterven zoals ze geboren waren, dat er een wonder Gods moest plaats vinden, dat ze wedergeboren moesten worden en op de weg des levens worden geleid om te komen tot de enige troost in leven en sterven. Ze waren aan de prediking gebonden die aansloot bij die van ds. Riekel. In de gemeente kwamen ook wel andere gevoelens naar voren, maar die hadden toen niet de overhand. Daar heb ik twee vrienden ontmoet met wie er innerlijke overeenstemming was. Zij hebben allebei al lang hun wens verkregen.

Het ging ons en anderen niet om bondsdagen of allerlei activiteiten maar om samen te zijn onder Gods Woord. Er werd een gedeelte van dat Woord besproken. Daarna was er pauze. Vervolgens was er een inleiding over de kerkgeschiedenis of de geloofsbelijdenis, enz. Zo was het nog toen ik bedankte wegens mijn huwelijk, in 1929.

In die dagen waren er mensen die niet zoveel voor het verenigingsleven gevoelden of er zelfs tegen waren. Anderen hebben gepoogd het verenigingsleven in rechte sporen te leiden. In de brochure van het LJC is er een en ander over te lezen. Er werd ook een blad uitgegeven, Luctor et Emergo. Voorzover ik me kan herinneren kwamen er goede meditaties en artikelen in voor.

Er waren ook leidslieden in de kerk die zich afzijdig hielden of het jeugdwerk veroordeelden wegens de gevaren die eraan verbonden waren. Als we terugzien op de vele jaren die achterliggen en de veranderingen die er gekomen zijn moet ik denken dat ze toch nu achteraf wel enigszins in het gelijk gesteld moeten worden.

Al zijn jeugdigen van huis uit nog zo goed bij de waarheid grootgebracht, het is een steeds voorkomend verschijnsel, dat het volgend geslacht gemakkelijker gaat denken over het zalig worden dan het vorige geslacht, tenzij de Heere door Zijn Woord en Geest gaat arbeiden tot zaligheid. Ook vroeger was het geloof niet alles, maar er waren o.i. vroeger toch meer ouderen en jongeren in wie het werk des Heeren duidelijk openbaar kwam.

Intussen zijn er een paar geslachten heengegaan. De meeste jeugdigen van toen liggen in het graf. Dat zijn in het algemeen de grootouders en overgrootouders van de huidige jeugd.

Het is in het kerkelijk leven heel anders geworden. Dat komt openbaar in allerlei verdeeldheid, die hoe langer hoe meer erkend wordt. Het is in vele kerkelijke gemeenten anders dan vroeger. Dat betekent niet, dat daar geen mensen meer kunnen wonen in wier harten de Heere werkzaam is tot zaligheid. Het wil ook niet zeggen dat het in andere gemeenten ideaal gesteld is. Verre van daar. Ook daar wonen er, soms velen, die het anders zouden willen dan het gaat, wat meer in een nieuwere geest.

Dat gaat niet aan de jeugd voorbij. Daar is de jeugd bij betrokken. Die spreekt ook mee. Het is nog niet zo lang geleden dat ik een kind des Heeren hoorde zeggen: onze jeugd weet in het algemeen niet meer hoe God een mens bekeerd. Er blijkt ook niet veel behoefte aan omgang met kinderen des Heeren, die onderwijs kunnen geven als het gaat over geestelijke vragen.

Men bouwt elkaar liever op en wil niet veel weten van de noodzaak van de bediening van de Heilige Geest tot levendmaking, enz.

De gevolgen blijven niet uit. We lezen hiervan al in Gods Woord. Toen de kinderen Israels in Kanaan gekomen waren bleven ze de Heere dienen zolang de oudsten nog leefden die de wonderen des Heeren gezien hadden, maar het volk week af toen die gestorven waren. Ze gingen andere góden dienen.

De geschiedenis herhaalt zich telkens, ook in onze dagen. Er is wederkeer tot de Heere nodig. De Heere komt met de oproep, ook nu. Bekeert u, bekeert u. Die roepstem moet door Gods Geest doordringen tot in het binnenste van jongeren en ouderen. Ds. R. Kok zei wel eens: je moet geloven dat je bekeerd kunt worden, maar niet zo gemakkelijk geloven dat je bekeert bent.

Hoe nu verder? Die vraag is meer gesteld. Er staat geschreven: als Mijn volk zich schuldig zal kennen dan zal Ik aan Mijn verbond gedenken. We zien het op de Pinksterdag. De Heere zegent de prediking van Petrus. Duizenden komen tot boetvaardigheid. De Heere maakte het wel.

De Heere moge dat ook in onze dagen geven. Daar vaart de kerk wel bij en dan komt er ook weer bij de jeugd het rechte vragen: Heere, wat wilt Gij dat wij doen zullen?

Dan is ook de vraag van het LJC: hoe nu verder? beantwoord.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 januari 1992

Bewaar het pand | 12 Pagina's

Kerkelijk jeugdwerk

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 januari 1992

Bewaar het pand | 12 Pagina's

PDF Bekijken