Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Volhardt in het gebed!

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Volhardt in het gebed!

4 minuten leestijd

“Omdat deze weduwe mij moeilijk valt”

De onrechtvaardige rechter, die God niet vreesde, en geen mens ontzag, zeide bij zichzelf: “Hoewel ik God niet vrees, en geen mens ontzie, nochtans omdat deze weduwe mij moeilijk valt, zo zal ik haar recht doen, opdat zij niet eindelijk kome, en mij het hoofd breke.”

De gelijkenis van de onrechtvaardige rechter heeft Jezus uitgesproken “opdat men altijd bidden moet en niet vertragen.”

Het is al heel wat jaren geleden dat het op een catechisatie-uur ging over de bekering.

Aan het slot maakte ik de opmerking: “jongens, als je nu voor jezelf weet dat je nog onbekeerd bent, dan mag je vanavond zo niet gaan slapen.

Je weet immers niet of je er morgen nog bent.

Blijf daarom zo lang op je knieën de Heere vragen om een nieuw hart, dat Hem vreest, totdat er van binnen iets gaat leven van droefheid over de zonde, van een verlangen naar God, van verzoening met Hem.

Dus niet eerder in bed gaan. En vergeet het niet, dat je al Gods beloften mee hebt, waarop je mag pleiten, waaraan je de Heere mag houden!”

Het was even stil, totdat een jongen zei: “dominee, als ik dat een hele nacht zou volhouden, dan is er al wat gebeurd, want ik weet nu al dat ik anders toch in slaap zal vallen.”

Mijn antwoord was: “ik denk dat je gelijk hebt, maar misschien zou de Heere dit gesprekje willen gebruiken.”

Omdat deze weduwe mij moeilijk valt! Altijd bidden en niet vertragen! Aanhouden! Het koninkrijk der hemelen geweld aandoen! Zij dwongen God en bleven vrienden.

Daar worstelt Jacob, de zwakke sterveling, met zijn almachtige Tegenstander bij de Jabbok.

De hele nacht door houdt hij de strijd vol. Pas, wanneer de zon opgaat mag hij het strijdperk verlaten. Wel vermoeid en met een verwrongen heup. Maar hij heeft overwonnen. Zijn God zegt tot hem: “Uw naam zal voortaan niet Jacob heten, maar Israel, want ge hebt u vorstelijk gedragen met God en met de mensen, en hebt overmocht.”

Ik denk aan de Kananese vrouw. Ze achtervolgt de Heere Jezus met de bede om ontferming, want haar dochter was deerlijk van de duivel bezeten. En niets kan haar afschrikken.

De harde woorden van de discipelen niet en zelfs het zwijgen van Jezus niet. En wanneer Jezus haar dan schijnbaar afwijst door te zeggen: “Het is niet betamelijk het brood der kinderen te nemen en het de hondekens voor te werpen”, dan klemt ze zich als het ware aan de Heere vast in haar volhardend geloof: “Ja Heere, doch de hondekens eten ook van de brokjes, die er vallen van de tafel hunner heren.”

En haar volhardend gebed werd rijk verhoord: “o vrouw, groot is uw geloof; u geschiede, gelijk gij wilt.”

Omdat deze weduwe mij moeilijk valt. Dat zegt de onrechtvaardige rechter. Maar zal God, de rechtvaardige Rechter, dan geen recht doen Zijn uitverkorenen, hoewel Hij lankmoedig is over hen?

Jezus verzekert: “Ik zeg u, dat Hij hun haastiglijk recht zal doen.” Haastiglijk! Hoewel Hij lang kan laten wachten. Dat is wellicht de bedoeling van de woorden: “hoewel Hij lankmoedig is over hen.”

En daarom: bidden en niet vertragen! Volharden in het gebed! Denk eens aan Monica, de moeder van Augustinus, die toen in het verre, heidense Rome in de zonde leefde.

En hoe heeft Luther, de grote Hervormer, in zijn benauwdheid met de Heere geworsteld, zo lang, totdat hij voor zichzelf de waarheid mocht ondervinden, dat de rechtvaardige leeft door het geloof, en door het geloof alleen.

De Heere hoort het gebed! En Hij verhoort!

Altijd bidden en niet vertragen! Volharden! Het niet opgeven! Klein, ootmoedig, afhankelijk, vertrouwend! Gij, die God zoekt, in al uw zielsverdriet:

Houdt aan, grijpt moed: uw hart zal vrolijk leven!

Zalig daarom de aanhouders, de volharders in het gebed aan Gods genadetroon: Heere, ik laat U niet los, tenzij Gij mij zegent!

Zou God dan geen recht doen Zijn uitverkorenen, die dag en nacht tot Hem roepen!

O ja, Hij doet recht! Hij hoort! Hij verhoort!

Hij laat het merken! Hij doet het ervaren!


God heb ik lief, want die getrouwe Heer’
Hoort mijne stem, mijn smekingen, mijn klagen;
Hij neigt Zijn oor, ‘k roep tot Hem al mijn dagen,
Hij schenkt mij hulp, Hij redt mij keer op keer.


En daarom:


God zij altoos op ‘t hoogst geprezen;
Lof zij Gods goedertierenheid, Die nimmer mij heeft afgewezen,
Noch mijn gebed gehoor ontzeid.

Dit artikel werd u aangeboden door: Bewaar het Pand

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 maart 1992

Bewaar het pand | 8 Pagina's

Volhardt in het gebed!

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 maart 1992

Bewaar het pand | 8 Pagina's

PDF Bekijken