Bekijk het origineel

De troost der verkiezing

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

De troost der verkiezing

8 minuten leestijd

2.

(naar aanleiding van het gelijknamige boek van ds. L. Vroeg- indeweij)

“God heeft Zich een volk uitverkoren om hen in de zaligheid te brengen. Wanneer heeft God dat volk uitverkoren? Vóór de grondlegging der wereld. Wanneer wij niet méér weten te zeggen dan dat God alle mensen heeft uitverkoren om aan hen het evangelie te prediken, dan hebben we een boodschap die tekort schiet. Bij deze leer der verkiezing wordt God de afwachtende God, Die machteloos staat tegenover de mens. Zó wordt van Hem niet in de Schrift gesproken. Hoever de Schrift ook mag gaan op de lijn der aanbieding en hoezeer de mens ook verantwoordelijk wordt gesteld - God zorgt ervoor dat al de uitverkorenen tot Christus komen. De uitverkorenen mogen nog zo aan God vijandig zijn gelijk Saulus van Tarsen - zij worden getrokken uit de macht der duisternis. Die God tevoren gekend heeft, worden geroepen en dan moeten zij komen. Dit roepen Gods is onwederstandelijk.”

Het is enkele tientallen jaren geleden dat wijlen dominee L. Vroegindeweij deze regels - en vele andere - schreef in De Waarheidsvriend, het wekelijks verschijnend blad van de Gereformeerde Bond. Hij deed dat, zoals we al zagen, in het kader van een artikelenreeks waarin hij de inhoud van de Dordtse Leerregels voor de lezers besprak. Heel uitvoerig! Die serie bestreek namelijk een tijdsduur van wel vijftien jaren van 1954 tot 1969. Dat laatste jaar was ook zijn sterfjaar. Bijna had hij zijn bespreking afgerond. Nog slechts een enkel artikel... Het heeft niet zo mogen zijn.

We willen vanaf nu samen gaan lezen in de artikelen die sinds kort zo prachtig in boekvorm zijn samengebracht. Toch eerst nog een enkele formele opmerking over de boeken zelf. Ze zijn een sieraad voor de kast - gevat in donkerrode kunststofband met goudopdruk. Aan de vormgeving is veel zorg besteed. Jammer is wel dat er nogal eens een zetfoutje is blijven staan. De oorspronkelijke artikelvorm is gehandhaafd. Wel hebben de bewerkers het geheel in kleinere stukjes verdeeld en deze van tussentitels voorzien. Wat mij betreft had de bewerking iets vrijer mogen zijn. Zo zijn bijvoorbeeld ook de correcties die ds. Vroegindeweij zelf aanbracht, waarin hij terugkwam op foutjes in vorige artikelen, integraal overgenomen. Dat alles behoeft echter nauwelijks in mindering te komen op de waardering van deze (her)uitgave. Integendeel - we mogen de stichting die zich voor de bundeling van deze artikelen beijverde erg dankbaar zijn voor haar uitstekende initiatief.

Laten we beginnen met te bezien wat wijlen ds. Vroegindeweij ertoe dreef zich zo omstandig met de Canones van Dordt bezig te houden. Dat wordt ons gemakkelijk gemaakt, want hij gaf er zich breedvoerig rekenschap van in de Inleiding die aan het geheel voorafgaat.

Christelijk en gereformeerd

Allereerst wijst hij erop dat het in de Leerregels om een door-en-doorChristelijke aangelegenheid gaat. Wat onze vaderen formuleerden ligt niet aan de omtrek van de leer, het gaat hier niet om een marginaal belang, maar de besproken zaken betreffen het middelpunt, het hart van de Christelijke leer. Het gaat om de soevereine genade van God die verheerlijkt wordt in de verlossing en de zaliging van zondaren; van dezulken die door hun diepe val dood zijn door de zonden en misdaden. Het gaat om de verkiezing tot zaligheid - dat wil zeggen om het voornemen Gods en om het werk Gods dat Hij in Christus en door zijn Geest werkt om zondaren zalig te maken. Het gaat om de vrijheid van Gods genade, om het geheim van Zijn genade en om het rechtvaardige van Zijn genade. De Heere mag immers kiezen wie Hij wil. Hij mag dat doen om volkomen verborgen redenen. Hij is altijd rechtvaardig in alles wat Hij doet.

de Leerregels van Dordt aan de orde komen zijn ook van het grootste gewicht uit gereformeerd oogpunt. De leer van de verkiezing is immers het hart van de gereformeerde leer. Dat komt omdat - zo ergens, dan in de leer van de Reformatie - de diepte van de val in Adam en de radicaliteit van de zonde zo reëel worden gepeild. In de waarlijk gereformeerde prediking ligt, naar een uitdrukking van ds. Vroegindeweij, de mens “morsdood”. Uit en van zichzelf komt niemand tot enige beweging naar God toe. De grond van Gods genade ligt geheel in Hemzelf.

De Synode van Dordrecht uit 1618/ 1619 heeft bij alles wat ze daarnaast verrichtte vooral één ding gedaan: zij heeft de Bijbelse, de met recht zo te noemen Christelijke gereformeerde leer gehandhaafd - de leer namelijk van de vrije en soevereine genade - en ze heeft deze leer verdedigd tegenover de leer van de remonstranten, die in het wezen van de zaak niet anders bevatte dan een herhaling van de oude semi- pelagiaanse leer in een nieuwe vorm. Een opvatting waarin aan de mens nog hebbelijkheden en mogelijkheden worden toegekend.

Welnu - wijlen ds. Vroegindeweij achtte het in de jaren vijftig en zestig van groot belang er rekenschap van te geven wat gereformeerd (of zo u wilt: reformatorisch) is. Opdat de lezers van de Waarheidsvriend de leer van de Reformatie zouden kennen, achtte hij het nuttig de Leerregels samen door te lezen. Dit motief komt door de boeken heen telkens terug. Het is uitermate nodig dat de gemeente weet wat gereformeerd is! Want, zo schrijft hij elders, alle leer en prediking die niet gereformeerd is, brengt eigenlijk een Evangelie waaraan de mens zoals hij waarlijk is, niets heeft.

Wat is dan gereformeerd? Aan de hand van de belijdenis van Dordt zou dat in vijf punten aan te geven zijn, min of meer samenvallend met de vijf hoofdstukken van de Leerregels. In de Engelstalige wereld noemt men ze “the five points of Calvinism”. Gewoonlijk worden ze als volgt omschreven: 1. de totale verdorvenheid van de mens, ofwel zijn absolute doodstaat en volkomen onmacht en onwil ten goede; 2. de onvoorwaardelijke en soevereine verkiezing van Godswege; 3. de persoonlijke verzoening door het bloed van de Heere Jezus Christus; 4. de onwederstandelijke genade, ofwel de effectieve roeping als werk van de Heilige Geest, en 5. de volharding, of beter: de bewaring der heiligen. Ik ben ervan overtuigd: wie gereformeerd is, belijdt deze zaken, deze “vijf stukken” als waarheid en als geheel overeenkomstig Gods Woord. En in de Dordtse Leerregels hebben we een uitnemende uiteenzetting en verdediging van deze leer. In de volgende artikelen zou ik willen laten zien hoe ds. Vroegindeweij deze hoofdpunten bespreekt.

Dwalingen

Hiermee hangt het volgende argument nauw samen. Ook om allerlei dwalingen van deze tijd aan te wijzen, biedt de behandeling van de belijdenis der kerk de beste gelegenheid, aldus de schrijver. De Leerregels ontstonden in een crisistijd van de kerk, namelijk toen de waarheid van Gods eenzijdige genade weersproken werd. Zowel in de vijftiger en zestiger als in de negentiger jaren van deze eeuw is het nog niet anders. Het is dan ook heel goed het antwoord van onze vaderen nog een accent te geven.

Ds. Vroegindeweij noemt ze bij name: hen namelijk bij wie hij in zijn tijd een afwijken van Schrift en belijdenis signaleert. De naam van Karl Barth komt op veel plaatsen van zijn boeken voor. En met de stukken toont hij aan dat deze grote theoloog, deze “kerkvader van de twintigste eeuw”, op menig punt geen recht doet aan het getuigenis van de Heilige Schrift. Ook degenen die zich wel gereformeerd noemen, maar het naar het oordeel van de schrijver ten diepste niet zijn, krijgen nog al eens een beurt. Bijvoorbeeld zij die op subtiele wijze de leer van de erfzonde negeren of zelfs ontkennen. “Het valt mij hoe langer hoe meer op dat (veel) predikanten (...) deze semi-pelagiaanse leer blijken te huldigen. Ze zijn bang voor de prediking der uitverkiezing en nu vervallen zij, hoe gering ook, in de dwaling van de vrije wil.” Zeer scherp is de schrijver tegen zulken. En tegen hen die heimelijk of openlijk veronderstellen dat het ware geloof bij de gemeente min of meer automatisch aanwezig is.

Vanwaar komt zulk een dwaling? Ontrouw aan de gereformeerde belijdenis!, aldus ds. Vroegindeweij. En ze komt daaruit voort dat men de Schrift niet verstaat, niet wil verstaan in al haar diepte en scherpte. Ik besluit met een citaat dat hierop aansluit.

“Men luistert veel te weinig naar de Heilige Schrift. Daar staat het heel anders in dan vele dominees preken. Het is veel onmogelijker om zalig te worden dan in de allermeeste predikaties uitkomt. Het is ook veel meer mogelijk bij God dan de meesten zeggen. (...) Wie zijn er uitverkoren? Zekere personen die niet beter en waardiger zijn dan anderen. Er is uiterlijk geen verschil. Maar die het overkomt dat God hem arresteert en gevangen zet onder de Wet, die zegt: “Slechter dan alle anderen. God heeft de allerslechtsten uitverkoren. Niet beter of waardiger”. In hun eigen gedachten slechter en onwaardiger. Is dit dan misschien het kenmerk dat de natuurlijke mens kan helpen? Alleen de Geest Gods maakt arm, ellendig, jammerlijk, blind en naakt. En die dit gemaakt is, denkt maar aan één ding: vermoedelijk ben ik verworpen, maar ik zal mijn Rechter om genade bidden. Misschien zal Hij horen! Zulken zullen niet verloren gaan in der eeuwigheid. En dat maakt God ze bekend.”

(wordt vervolgd)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 april 1992

Bewaar het pand | 10 Pagina's

De troost der verkiezing

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 april 1992

Bewaar het pand | 10 Pagina's

PDF Bekijken