Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

De troost der verkiezing

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

De troost der verkiezing

9 minuten leestijd

11.

(naar aanleiding van het gelijknamige boek van ds. L. Vroegindeweij)

Zowel de vorige als de voor-vorige keer stonden we stil bij het derde van de zogenaamde “vijf punten van het Calvinisme”, namelijk de particuliere verzoening. We zagen 1). de noodzakelijkheid van verzoening die ieder mensenkind geldt, 2). de genoegzaamheid van de door Christus aangebrachte verzoening die eveneens de gehele wereld omvat en 3). de zaligmakende kracht van de verzoening die zich uitstrekt tot hen die begrepen zijn in het besluit der verkiezing. Tot die allen en tot die alleen.

Geen prediking?

Deze elementen komen we alle drie tegen in hoofdstuk II van de Dordtse Leerregels. Als een heldere weerlegging van de stelling van de Remonstranten. Maar dit was nog niet alles; er moest nog iets gezegd worden.

Immers, zo beweerden de volgelingen van Arminius, prediking van het Evangelie is alleen mogelijk wanneer we uitgaan van een algemene liefde van God tot alle mensen. De prediker moet tot elke hoorder kunnen zeggen: “Christus is voor u gestorven! Geloof dit woord en u bent behouden”. Als dat niet gezegd kan worden dan blijft er geen Evangelieprediking over. Men kan Christus niet verkondigen en ieder nodigen om in Hem te geloven, als Christus niet voor ieder gestorven is. Al met al, zo meenden zij, als er geen algemene liefde van God en geen universele verzoening is, dan is het fundament voor de prediking vervallen.

We moeten erkennen: bij oppervlakkige beoordeling klinkt deze redenering heel aannemelijk. Immers, zo zou ook onze gedachte kunnen zijn, hoe is het te rijmen dat de HEERE enerzijds door middel van de prediking ieder tot Zich nodigt en ernstig aller behoudenis wil, en anderzijds toch de godde-lozen verdoemt en hun harten niet vernieuwt? Daartegen verzet zich toch de logica?

En inderdaad, er zijn ook mannen geweest, godvruchtige predikers -zowel ten tijde van de Synode in Dordt als sindsdien en tot heden toe -die zich gedrongen voelden een logische consequentie uit deze schijnbare tegenstrijdigheid te trekken. Ook zij schrokken (evenals de Remonstranten) terug voor de gedachte dat er dan van twee willen bij God sprake zou zijn. Eén wil tot behoud van zondaren en één wil ter verdoemenis. En ook zij kwamen tot een conclusie. Weliswaar een geheel andere dan de Remonstranten, maar toch ook één die ons verstand tegemoet komt. Deze namelijk dat de opwekking om tot Christus te komen niet tot alle hoorders gericht mag worden. Het is ook ongerijmd, zo zei men en zo zegt men nog, hen die als vaten des tooms bereid worden tot het verderf Gods beloften te prediken. Daarom kan er geen sprake zijn van een algemeen aanbod van genade voor allen en een iegelijk die zich onder de prediking bevinden.Het is hier niet de plaats om uit te weiden over achtergronden en gevolgen van deze stelling. Evenmin over de actuele betekenis van een en ander. Laten we het houden bij de constatering dat de mannen van Dordt alzo niet spraken. Althans niet in de Leerregels die zij allen ondertekenden. De verborgenheden Gods laten zich niet doorgronden. En zij wilden die ook niet doorgronden. Onze vaderen bogen ootmoedig onder de geopenbaarde dingen. En lieten het geheimenis als zodanig liggen. Gedachtig aan wat Calvijn ergens zegt: “Om deze dingen te begrijpen is ons verstand te klein”. Maar wat zij in de Schrift lazen en door de verlichtende leiding van de Heilige Geest daaruit mochten verstaan, beleden zij ook voluit on onbekrompen. Hoe dit ook streed tegen de menselijke wijsheid. “Voorts is de belofte des Evangelies dat een iegelijk die in de gekruisigde Christus gelooft niet verderve maar het eeuwige leven hebbe. Welke belofte alle volkeren en mensen tot welke God naar Zijn welbehagen Zijn Evangelie zendt, zonder onderscheid moet verkondigd en voorgesteld worden met bevel van bekering en geloof” (artikel 5 van Hoofdstuk II).

Belofteprediking

Er is de belijdenis van de algehele verdorvenheid van de mens. En ze moet blijven staan. Omdat de vreselijke werkelijkheid van ons, mensen, niet anders is. Er is de belijdenis van de onvoorwaardelijke verkiezing en de soevereine verwerping. Begrepen in Gods voornemen vóór de grondlegging der wereld. En ze moet blijven staan. Omdat de onderscheiding tussen mensenkinderen van eeuwigheid alzo bij God aanwezig is. Er is de belijdenis van de persoonlijke verzoening. En ze moet blijven staan. Omdat de levendmakende kracht van de dood van Zijn Zoon ten behoeve van de Zijnen is - voor hen allen en hen alleen. En toch moet er gepreekt worden. Ja, juist daarom moet er gepreekt worden. Omdat de weg van de middelen in Gods voornemen begrepen is. Juist omdat God Zijn volk heeft uitverkoren in Christus, moet deze Christus gepredikt worden. Het behaagt God nu eenmaal door middel van de dwaasheid der prediking god-delozen zalig te maken. En deze prediking geschiedt tot volken en mensen die midden in de dood liggen. Als men het heel precies wil zeggen: iedere hoorder van de prediking is even dood voor het Evangelie als de doden op het kerkhof dood zijn voor een menselijke stem.

Maar - “de ure komt en is nu wanneer de doden zullen horen de stem des Zoons Gods. En die ze gehoord hebben, zullen leven” (Joh. 5 vs. 25).

Wat moet er gepreekt worden? De belofte van het Evangelie moet gepreekt worden, zeggen onze vaderen. Tot allen en een ieder. Nogmaals: dat is niet de aankondiging dat alle hoorders zalig zullen worden. Ook niet dat alle mensen met God verzoend zijn. En evenmin dat alle mensen uitverkoren zijn tot zaligheid. Wat moet er dan gepreekt worden? Laten we het zo zeggen: Wie moet er gepreekt worden? Christus! Immers Hij is de inhoud van de belofte aan Abraham en diens zaad. En het heil in Hem; dat ik met lichaam en ziel, in leven en in sterven, voor tijd een eeuwigheid het eigendom van Christus ben. Vandaar dat de Leerregels in een volgend hoofdstuk de prediking typeren als de aanbieding van Christus. En Hij mag verkondigd worden aan ieder die het maar hoort.

Artikel 5 volgt op artikel 4. Dat is in dit verband veelzeggend. Immers het verband waarin de Leerregels deze ruimhartige uitspraak doen, geeft aan dat ze gelijktijdig op de grond van de algemene belofteprediking wijzen. In zijn heel lezenswaardige boek “De uitgestrektheid van de verzoening” (Utrecht 1989) wijst ds. C. Harinck daar terecht op. De prediking van de Evangeliebelofte mag plaatsvinden op grond van de algenoegzaamheid van Christus’ offer. Het is duidelijk dat onze vaderen hier niet uitgaan van het verborgen besluit maar van het bevel van God en van de algenoegzaamheid van de offerande van Christus. Dat is het fundament van de algemene prediking van het Evangelie. De belofte van de verzoening met God voor een iegelijk die in Christus gelooft, rust op de werkelijkheid en de algenoegzaamheid van de aangebrachte verzoening. Deze belofte van het Evangelie moet ieder gepredikt worden.

Geadresseerde prediking

“Zowel aan de uitverkorenen als aan de verworpenen wordt Gods barmhartigheid door het Evangelie aangeboden”, aldus Calvijn. Ja, zelfs mogen we met H. Bavinck zeggen dat het Evangelie aan mensen verkondigd wordt, ten diepste niet in de hoedanigheid als verkorenen of verworpenen, maar als zondaren die allen verlossing nodig hebben. Door mensen bediend die de verborgen raad Gods niet kennen. En zo kan het Evangelie niet anders dan algemeen in de aanbieding zijn.

In deze lijn geeft ook ds. Vroeginde-weij zijn uitleg van dit artikel. We lezen nog even met hem mee als hij het volgende schrijft. Aan ieder persoonlijk mag en moet Christus voorgesteld worden als de Zaligmaker in Wie de zaligheid is voor de zondaar als hij Jezus aanneemt. God schenkt in de prediking aan ieder die het Evangelie hoort Christus. Door middel van de prediking zegt de HEERE: “Hier is Jezus. Hij is voor u als gij Hem hebben wilt tot uw Profeet, Priester en Koning. Hij is voor u als gij alle eigengerechtigheid en eigenwijsheid wilt laten varen en u voor deze Koning in het stof werpen”! Want de aanbieding van Christus betekent niet dat ons een gouden sieraad wordt aangeboden dat wij zouden kunnen verkopen om er iets anders voor terug te kopen of dat wij zouden kunnen opbergen om er ter gelegener tijd gebruik van te maken. Wie het leven met Christus wil hebben, moet de dood in. Hij moet eerst met Christus gekruisigd worden. De mens moet er helemaal aan. Op deze voorwaarde wordt Christus aangeboden. Maar dan ook aan een ieder die de prediking hoort.

Zo staat de ware gereformeerde prediker veel sterker dan de remonstrantse. Bij de laatste moet het van de mens komen; God zorgt alleen voor hèlpen-de genade. Wij echter hebben niet de minste verwachting van de mens. Maar we mogen wel verwachting van God hebben en veel ook. God kan doden levend maken. En Hij heeft beloofd te willen horen naar het gebed. Het is Gode aangenaam dat de geroepenen komen. Wat een motieven om zeer aan te dringen op de vernedering voor God, op het geloof in Gods goedertierenheid, op een smeken om ontdekking en om een kind Gods gemaakt te worden.

Laat dit gepredikt worden. Laat Christus gepredikt worden. Aangeprezen aan ieder! Maar laat ook de noodzaak van wedergeboorte, van de openbaring van Christus, van het sterven aan onze gerechtigheid en van het ingeplant worden in Hem niet verzwegen worden. Met veel aandrang. Want aan armen wordt het Evangelie verkondigd, met bevel van geloof. En aan anderen geeft Christus Zich niet. Om persoonlijk te geloven moet Christus Zich eerst aan ons openbaren. “Dat doet Hij alleen”, zegt Calvijn, “aan de ellendige en benauwde zondaren dewelke zuchten en arbeiden, hongeren en dorsten, en die van droefheid en ellendigheid uitdrogen”. En ook dat is in de belofte van het Evangelie begrepen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 september 1992

Bewaar het pand | 10 Pagina's

De troost der verkiezing

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 september 1992

Bewaar het pand | 10 Pagina's

PDF Bekijken