Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Profetie ook in de eindtijd

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Profetie ook in de eindtijd

11 minuten leestijd

(Toespraak Bewaar het Panddag 1992, Kampen)

“Geeft ons profeten”. Het was de titel van een schooldagrede in 1947. Die het zich herinnert, kan er van weten. Indringend werd de noodzaak van de profetische verkondiging voorgesteld. De levende bediening van Gods Woord is profetisch. Tegen de zonde wordt getuigd. Geroepen tot bekering. We zijn ruim 45 jaar later. Moet de noodzaak van de profetie voor de Kerk niet des te meer klemmen? We houden onze ontmoetingsdag temidden van de omstandigheden van vandaag. Ze mogen ons niet beheersen, maar we hebben er mee te maken. Laat niemand denken dat we op een eiland leven, waar we rustig kunnen zijn temidden van onze eigen omgeving. Wat er gebeurt raakt ons. We leven in een samenleving, waarin steeds meer geldt: geen plaats voor God. Brute zonden worden ook steeds meer getolereerd en gesanctioneerd. De vijandschap tegen het Evangelie van vrije genade komt steeds meer uit. We zien hoe de laatste tijd openbaar komt, waarin de mens der zonde zich verheft. Hoe is het dan juist vandaag nodig dat er profeten zijn, die de boodschap brengen tegen de zonden! Wat moet het leven voor de Kerk des Heeren, dat de Naam des Heeren verkondigd wordt op eigen erf en naar buiten.

We gaan naar het laatste Bijbelboek: Openbaring 10. Daar lezen we van de roeping tot de profetie met het oog op de laatste tijd. Het klinkt er allebei in door: de laatste tijd én de profetie.

De apostel Johannes ontvangt op het strand van Patmos een apart gezicht. Hij, die zo vaak op de zee staart, ziet een sterke engel neerdalen uit de hemel, die zijn rechtervoet op de zee zet en zijn linker op de aarde. Hij draagt de tekenen van de heerlijkheid van de hemel. Boven zijn hoofd is de regenboog, als teken van Gods trouw. Hij zal doen, waartoe Hij deze engel gezonden heeft!

Die engel houden sommigen voor Christus Zelf. Er zijn bezwaren tegen die opvatting. Het gaat hier in ieder geval om een bijzondere bode van Hem. Hij is gezonden om bekend te maken, dat de laatste tijd is aangebroken. Er zal geen tijd meer zijn. Het is te zien in het boekje dat deze engel in zijn hand heeft. Dat boekje bevat de zeven donderslagen, die in de eerste tijd werkelijkheid zullen worden. Tegelijk spreekt dat boekje van het Evangelie. Het predikt dat de verborgenheid volbracht zal worden. De engel zegt, dat bij de laatste bazuinen de verborgenheid Gods vervuld zal worden. Het betekent het einde van alle goddelozen, de volle toekomst van de Kerk des Heeren. God voleindigt Zijn verlossingswerk in de volle zaligheid van Zijn volk. Het gaat echter niet anders dan door de oordelen Gods heen. Johannes mag het niet bekendmaken, hoe dat alles precies gebeuren zal. “Gods verborgenheid blijft Gods verborgenheid”. God laat Zich niet precies narekenen. Maar Hij boodschapt wel dat Hij Zijn heilsraad vervult in de wederkomst van Christus, in de volle zaligheid van de Zijnen in de weg van de laatste oordelen. Openbaring 10 spreekt ook van de roeping om te profeteren.

De laatste tijd komt, blijft niet uit, en dat moet geprofeteerd worden. De roepstem moet uitgaan, dat de verborgenheid vervuld wordt in de weg van Gods gerichten. Het is tot waarschuwing en nodiging om de Heere te erkennen, terwijl het nog kan. Het is tot troost van Gods gunstgenoten. Johannes wordt er toe geroepen, de Kerk des Heeren wordt er toe geroepen om dit te verkondigen.

Nemen en eten!

Sprekend en onderwijzend is het hoe of de apostel Johannes tot profeet gemaakt wordt. Als de engel ten aanzien van wat er nog komt is uitgesproken, is hij toch niet klaar. De stem, die Johannes gehoord heeft uit de hemel, spreekt weer tot hem in dit gezicht. Hij krijgt het bevel om het boekje te nemen en als hij het boekje ontvangen heeft dan wordt dat bevel uitgebreid: neem dat en eet het op..

Eén wonderlijke zaak. Het kan ons haast wat vreemd aandoen. We moeten hier denken niet aan een boekje, zoals we gewoon zijn dat te bezitten. Het is een rol, die geopend in de hand van de engel was en die hij zó krijgt. Die rol moet hij eten.

‘t Gaat hier om een gezicht. Hier is overeenkomst met de roeping van Ezechiël. Tot hem sprak de Heere ook, dat hij de rol, waarop de oordeelsboodschap geschreven stond, moest eten. Gods Woord moest niet alleen gelezen worden door de profeet. Hij moest ze ook eten. Het wijst op het tot zich nemen van de inhoud van die rol, de inhoud van die boodschap.

Als wij eten, dan wordt het voedsel één met ons lichaam. Het komt in onze maag en via ons bloed in ons lichaam. Zo moest Johannes dat boekje verslinden. Wij spreken zo wel eens over een boek, dat met graagte en belangstelling gelezen wordt. Hier gaat het over de boodschap Gods. Het is niet genoeg dat Johannes die boodschap doorgeeft als een prediker, die het formeel doet zonder bewogenheid en zonder zelf die boodschap in zijn diepste betekenis te verstaan. De inhoud van het boekje mag niet buiten hem staan, maar moet vlees en bloed voor hem worden.

Moeten we het niet bedenken? Wat zijn er een ”zelf gemaakte” profeten. Zij kunnen soms geweldig spreken met veel vuurwerk. Maar hun prediking mist de kracht, de glans, de overtuiging.

Calvijn schrijft ergens “..de knechten des Heeren moeten spreken uit de diepte van het hart. Velen hebben wel een bewegelijke taal, maar zij willen slechts zichzelf vertonen. Maar God spot met hun ijdelheid, hun arbeid is krachteloos. Het koninkrijk Gods bestaat in kracht...”

Wat is het erg alleen een dode wegwijzer te zijn. Wat moeten we vandaag het gebed kennen om levende, door de Heilige Geest bezielde dominees! Die ook in hun ambtelijke praktijk niet alleen telkens het Woord Gods lezen maar het geestelijk ook eten. Zélf bevinden, wat God in Zijn Woord spreekt, in ware Godskennis, zelfkennis en Christuskennis. Zou er niet meer kracht van uitgaan?

Het geldt ook ieder die op het erf van de Kerk leeft, ‘t Gaat om de profetie van de Kerk: de boodschap uit te dragen in de wereld van vandaag, in deze tijd, waarin er nauwelijks enige plaats voor is. Het kan alleen recht als het

Woord Gods een kracht Gods tot zaligheid geworden is door bekerende genade. Spreken wij er alleen over? Blijft het met heel veel godsdienst alleen aan de buitenkant? Profeten worden niet gemaakt, maar geboren in de ontmoeting met God door Woord en Geest.

Zoet en bitter

Bij het eten van het boekje doet zich iets aparts voor. Het boekje is zoet in zijn mond, zo zoet als honing. Als hij echter gegeten heeft, wordt het bitter in zijn buik. Net zoals de engel het gezegd had. De eerste kennismaking streelt het gehemelte, maar de doorwerking brengt pijn en verdriet.

Dat boekje bevat de vervulling van de verborgenheid Gods “gelijk Hij Zijn dienstknechten, de profeten, verkondigd heeft”. Dat is het eigenlijke, het wezenlijke, waarom het God begonnen is. Daarin zal Hij Zijn eer krijgen, in de volkomenheid van Zijn Koninkrijk, in de volle zaligheid van de Zijnen. Het is heel opmerkelijk dat er voor “verkondigd” een woord staat dat we kunnen weergeven met “geëvangeliseerd”! Het is het evangelie, dat God de verborgenheid vervult. Uit vrije gunst doet God dat om Christus’ wil. Dat geeft de smaak in zijn mond, zo zoet als honing. Wat is zoeter dan dat God de volle zaligheid geeft. Johannes ziet er naar uit. Mag het verwachten. Hij kent de Christus in Zijn Borgtocht, in Zijn leven. Voor Hem is het zoet, Christus straks in volle heerlijkheid te zien. Maar het gaat langs de weg van de oordelen, van de strijd. De smaak is zoet, maar de uitwerking bitter.

Daar spreekt dat boekje van, van de oordelen die komen. De toekomst wordt alleen geboren door barensweeën van de moeite en strijd heen. Wat een pijn: door de strijd heen te moeten gaan. O, het profeteren zelf is ook strijden, worstelen. Dienstknecht zijn betekent ook door de golven heengaan. Daar is ook de tegenstand van hen, die zich stoten aan de boodschap van Gods Woord. Tranen worden geweend over de onbekeerlijkheid. De vijandschap wordt ervaren tegen de profeten. Tegen God en Zijn volk.

Ga het niet voorbij: zoet én bitter. Is het Woord Gods voor ons, voor u en mij, al zoet geworden? Van nature hebben we er geen smaak in. Dan beantwoorden we het met vijandschap. Het evangelie van vrije genade is niet naar de mens. We moeten er in onszelf niets van hebben. Het is zelfs een ergernis. We hebben gekozen tegen God! Maar nu zo’n wonder dat, wat voor onze natuur bitter is, dat zoet wordt door Gods genade. De profetische boodschap is een tweesnijdend scherp zwaard. Het laat van de mens niets over. Het ontdekt door Gods Geest het diepst van ons bestaan. Het stelt hem in armoede voor God. Daar wordt het Woord Gods nochtans zoet in het buigen onder God, in het roepen om ontkoming. Daar wordt het wonder van de verborgenheid van het Evangelie in Christus zo nameloos groot. Daar worden ook profeten geboren, die daarvan begeren te spreken!

Voor vele volken...

Johannes krijgt de opdracht om daarvan te spreken. Profeteren met het oog op de laatste tijd. “Gij moet wederom profeteren voor vele volken en natiën en talen en koningen”. Hoe dit te verstaan? Johannes weer uit de ballingschap terug.. Ik denk dat het verder doorgetrokken moet worden. De profetie gaat door tot in de laatste tijd. De kanttekenaren denken daarbij aan de dienstknechten van de eindtijd.

We kunnen aan Psalm 2 denken. De heidenen woeden, de volken bedenken ijdelheid, de koningen stellen zich op. Het gaat alles tegen de Gezalfde. Het zal in de eindtijd het ergst openbaar komen. We vinden het in dit Bijbelboek. Allen verenigd tegen God. Zien we het vandaag niet meer en meer waar worden? Men denkt steeds meer mondiaal. Maar Psalm 2 richt het oog op de grote Koning, op de troon in de hemel. Hij stuwt alles heen naar de overwinning over Zijn vijanden. De boodschap gaat uit om Hem te erkennen in de tijd der bekering: Dient de Heere met vreze en ver-heugt u met beving. Kus de zoon opdat Hij niet toorne en gij op de weg vergaat..”

Die boodschap moet én zal overal verkondigd worden. Het is de profetische opdracht voor Zijn dienstknechten, voor heel de Kerk des Heeren. Wij gaan naar het laatste. We weten niet hoe lang het zal duren. Het is ook Gods “verborgenheid”. Maar we zien het dat het nabij komt, voor de deur. ‘t Gaat om uw en mijn persoonlijk leven. Aan welke zijde zullen wij staan? Het beslissende is: wat betekent het Woord van vrije genade voor u? De prediking van zonde en genade? Van de enige Koning? Erg als het “boekje” niet verder komt dan uw mond. Als we het aangenaam en goed vinden en nooit onszelf thuiskregen, onder God leerden buigen. Hoe welmenend nodigt Hij u. Zoek dan de Heere en leef...

Wat een troost voor de Zijnen, bijzonder voor al Zijn dienstknechten, ‘t Wordt er niet gemakkelijker op. Het bittere van de moeite en de strijd wordt steeds meer werkelijkheid. Maar het Woord blijft. En in de strijd wordt het waar: “Uw Woord kan mij ofschoon ik alles mis, door Zijne smaak én hart én zinnen strelen”. Het boekje is in de handen van de Leeuw uit Juda’s stam. Gods verborgenheid wordt vervuld.

Ik denk aan een eenvoudige dienstknecht uit het verleden. Ergens sprak ik voor de jeugd over de laatste dingen. Onze broeder was aanwezig. Hij sprak aan het eind een persoonlijk woord: “De laatste tijd zal een benauwde tijd zijn. ‘t Gaat door de verdrukking heen. Maar ik ben er ook blij mee, want zo kom ik thuis”. Gelukkig wie die thuiskomst verwachten!

Dit artikel werd u aangeboden door: Bewaar het Pand

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 oktober 1992

Bewaar het pand | 12 Pagina's

Profetie ook in de eindtijd

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 oktober 1992

Bewaar het pand | 12 Pagina's

PDF Bekijken